Hoorcollege Aantekeningen: Engelse Romantiek en Samuel Taylor Coleridge
Administratieve Mededelingen en Planning
Quiz Resultaten:
Vraag 1: Het antwoord is D, Biedermeier.
Vraag 2: Het antwoord is A, deel 4. Dit deel is cruciaal omdat het fungeert als het kantelmoment van het gedicht en een essentieel onderdeel vormt voor het tekstfragment van vandaag.
Leesopdrachten:
Volgende week: Jane Eyre van Charlotte Brontë.
De week daarna: Madame Bovary van Gustave Flaubert.
Indien studenten snel door Jane Eyre heen zijn, kunnen zij direct beginnen aan Flaubert.
Keuzeproces Tekstfragmenten:
Dit is de laatste week om te stemmen op tekstfragmenten voor analoge studies en het modernisme (ter herhaling).
Er kunnen 2 avant-gardistische teksten en 1 modernistische tekst worden gekozen.
De reden voor de beperking bij het modernisme (slechts 1 gedicht) is dat er al een grote modernistische roman op het programma staat.
Huidige status avant-garde: Tristan Tzara en Guillaume Apollinaire staan momenteel bovenaan.
Huidige status modernisme (stand op vrijdagavond): Slechts een verschil van 1 stem tussen Anna Achmatova en Paul Éluard.
Introductie tot de Romantiek
Structuur van de Cursus:
Vandaag wordt de Engelse Romantiek (Romantisme) behandeld.
Focus op de "Lake Poets", de eerste generatie van de Engelse romantiek.
Centrale tekst: The Rime of the Ancient Mariner (Het lied van de oude zeeman) door Samuel Taylor Coleridge.
Verbanden tussen Stromingen:
Er zijn sterke overeenkomsten tussen de Duitse Frühromantik (Sturm und Drang) en de eerste generatie Engelse romantiek.
Het handboek hanteert een chronologische aanpak, maar in de hoorcolleges wordt een thematische benadering gebruikt omdat stromingen zoals romantiek, realisme en naturalisme vaak gelijktijdig optreden.
Realisme binnen de Romantiek:
In de vroege negentiende eeuw is er een dubbele tendens: zowel romantisch als realistisch.
De realistische aanpak in deze periode dient niet om het Realisme als stroming aan te duiden, maar als techniek om zelfs ongeloofwaardige of bovennatuurlijke zaken geloofwaardig te maken.
Het lirieke (lyrische) genre is bij uitstek geschikt voor romantische schrijvers om woordschoonheid te combineren met verbeelding en atmosferische beschrijvingen.
De 19e-eeuwse Roman:
De roman bevindt zich vaak op het snijvlak tussen romantiek (inhoud) en realisme (techniek). Dit is duidelijk zichtbaar in Jane Eyre.
Twee kerntendensen in kunstvisie:
Kunst als Schoonheid: Gebaseerd op verbeelding, individualiteit en de uitdrukking van het uitzonderlijke (leidt later naar Symbolisme en Decadentisme).
Kunst als Waarheid: Gericht op een zo getrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid (leidt naar Realisme en Naturalisme).
Cultuurhistorisch Perspectief: Revolutie en Dialectiek
Een Periode van Rebellen:
De 19e eeuw is een tijdperk van ingrijpende omwentelingen:
Franse Revolutie: De bekendste politieke breuk.
Haïtiaanse Revolutie: De eerste natie van zwarte bevolking die Verlichtingsideeën overnam en de wapens opnam tegen de Franse onderdrukkers.
Griekse Onafhankelijkheidsoorlog: Cruciaal vanwege de geprivilegieerde positie van het oude Griekenland in de westerse cultuur; veel kunstenaars gingen hier zelf vechten.
Belgische Revolutie: België zelf is een product van deze 19e-eeuwse geest en geopolitieke belangen.
Hegel en de Dialectiek:
Filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel vatte de geschiedenis op als een proces van dialectiek:
These: Een beginidee.
Antithese: Een tegenidee.
Synthese: Een nieuw resultaat uit het conflict tussen de twee.
Dit patroon is optimistisch en teleologisch (gericht op voortgang naar iets beters), maar riskant omdat het geworteld is in conflict en wreedheden kan rechtvaardigen.
Spanning tussen Ratio en Emotie:
Er heerst een sterke spanning tussen heftige emotie (Romantiek) en kritische rede (Realistische tendens), vergelijkbaar met de interactie tussen de personages Werther en Albert uit eerdere lessen.
De Industriële Revolutie en Maatschappelijke Verandering
Industriële Revolutie (Begin 19e eeuw):
Vergelijkbaar met de huidige digitale revolutie; een periode van enorme sociale transformaties.
Massale verstedelijking leidde tot de opkomst van een stadsproletariaat en een zichtbare kloof tussen arm en rijk.
Visuele Impact: Schilderijen van William Wyld (Manchester) en J.M.W. Turner tonen hoe fabrieken en stoomlocomotieven het pastorale landschap overnamen.
Uniformiteit: De komst van treinen dwong mensen volgens strikte schemaës te leven.
Luchtvervuiling: Er is een theorie dat de specifieke herfstachtige kleuren in de kunst van die tijd (smog) het gevolg waren van de industriële vervuiling.
Economisch Beleid:
Laissez-faire, laissez-aller: De overheid bemoeide zich niet met de economie.
Gevolg: Extreme uitbuiting, werkdagen van 12 uur, kinderarbeid en gebrek aan sociale bescherming.
De Romantische Reactie:
Pessimistisch: Vormen van escapisme; vluchten in natuur of dromen om de lelijkheid van de wereld te negeren.
Extraver/Kritisch: Het kritisch in vraag stellen en analyseren van de geërfde wereld.
Kunstsociologie en Nieuwe Levensstijlen
Autonomie van Kunst:
Kunst claimt een eigen waarde los van economisch nut. Tegenover het kapitalisme (winstbejag) stelt de kunstenaar de intrinsieke waarde van schoonheid.
De Bourgeoisie:
In de 18e eeuw was "bourgeois" een positieve term (verlichte burger), maar in de 19e eeuw krijgt het een negatieve bijklank van oppervlakkigheid en bekrompenheid (petit bourgeois).
Opkomst van Nieuwe Types:
Bohemian: Leeft in de marges van de maatschappij uit afkeer van machthebbers.
Dandy: Maakt van zijn eigen leven en kledij een kunstwerk; elegant en extravagant (vereist financiële middelen).
Snob: Heeft een afkeer van middelmatigheid en investeert tijd in de nuances van een specifiek onderwerp (bijv. muziek- of koffiesnob).
Flâneur: De stedelijke wandelaar (opvolger van de natuurwandelaar uit de Sturm und Drang). Iemand die door de stad dwaalt voor observaties (people watching).
Decadent: Kiest bewust voor tijdelijke, sensuele en materiële genot van het sterfelijke leven, vaak uit ongeloof in een hiernamaals.
Poëtica: De Dichter en Schoonheid
Persoonlijke Reflectie: Regels worden opzij geschoven ten gunste van authenticiteit, originaliteit en spontaniteit.
Vormgenot: In tegenstelling tot de Duitse romantiek wordt vormschoonheid in de Engelse romantiek steeds belangrijker.
Emotion in Tranquility: Een concept van Wordsworth en Coleridge. Heftige emoties worden niet direct neergeschreven, maar op een later, rustig moment gereflecteerd en verwerkt.
Poët-Typen:
Poëte Vates: De dichter als ziener of visionair die vensters opent voor het innerlijke oog (bijv. Lord Byron).
Poëte Faber: De ambachtelijke dichter die de regels volgt en klassieker is van aard.
Lord Byron en de Byronic Hero
De Byronic Hero:
Een personage dat rusteloos en ontevreden is met zijn eigen tijd.
Kernbegrippen: Ennui (gevoel van geen bestemming hebben), mal du siècle (de kwaadheid van de eeuw), cynisch zelfbeeld, cultuurmoeheid.
Genoemd naar Lord Byron zelf en zijn personage Childe Harold uit Childe Harold's Pilgrimage.
Internationale Invloed:
Pushkin: Jevgeni Onegin (een Russische adel die geen voldoening vindt).
Lermontov: Een held van onze tijd (met de term "overbodig mens").
Emily Brontë: Heathcliff in Wuthering Heights.
Charlotte Brontë: Mister Rochester in Jane Eyre.
Biografie van Byron:
Gestorven tijdens de Griekse onafhankelijkheidsoorlog. Hij werd na zijn dood als een absolute held vereerd (Byron Mania).
Thematische Kenmerken van de Romantiek
Subjectivisme: Nadruk op het individu en het persoonlijke verlangen.
Weltschmerz & Splien: Het gevoel alle kwellingen van de wereld op de eigen schouders te dragen; een vorm van verlammende geestelijke of lichamelijke pijn.
Natuur en het Sublieme:
Natuur is overweldigend, angstaanjagend en groots (the ineffable).
Caspar David Friedrich: Schilderij De wandelaar boven de nevelzee illustreert dit gevoel van nietigheid tegenover de natuur.
De Edele Wilde (Le bon sauvage):
Geïnspireerd door Rousseau. Idee dat de maatschappij corrumpeert en inheemse volkeren onschuldig en puur zijn.
René van Chateaubriand speelt zich af bij de Nache-stam in Louisiana; hoewel bedoeld als idealisering, ontneemt deze visie de complexiteit aan de beschreven mensen.
Dromen en de Nacht:
De nacht als tegenpool van het verlichte daglicht (de ratio).
Novalis: Hymnen an die Nacht en Heinrich von Ofterdingen (met de zoektocht naar de "Blauwe Bloem").
Dit leidt tot de Künstlerroman, waarin de groei van een personage tot kunstenaar centraal staat.
Verleden en Exotisme:
Vlucht naar de eigen wortels (Duitse sprookjes van de gebroeders Grimm).
Idealisering van de middeleeuwen als een uniforme christelijke periode (Walter Scott, Henri Conscience's De Leeuw van Vlaanderen).
Gedetailleerde Analyse: The Rime of the Ancient Mariner
Context:
Geschreven door Samuel Taylor Coleridge (1e generatie Engelse romantiek).
Deels geïnspireerd door zijn verblijf in Duitsland en zijn herwaardering van Shakespeare.
Coleridge leed aan een zwakke gezondheid en een verslaving aan laudanum (opium) en alcohol.
Vorm en Stijl:
Een ballade: een lyriek die een verhaal vertelt.
Gebruik van interne rijm en wisselende rijmschemaës om de atmosfeer (bijv. chaos van een storm) uit te drukken.
Het Verhaal:
Inleiding: Een oude zeeman dwingt een bruiloftsgast naar zijn verhaal te luisteren middels een hypnotiserende blik.
De Reis: Een schip raakt door een storm verdwaald in de ijzige Arctische wateren (het Sublieme).
De Daad: Een Albatros verschijnt en brengt geluk. Zonder reden schiet de zeeman de vogel neer met zijn kruisboog.
De Straf: De wind stopt, de zon brandt, en het zoet water raakt op. De bemanning hangt de dode Albatros als teken van schuld rond de nek van de zeeman.
Het Spookschip: Een schip verschijnt met "Dood" en "Nachtmerrie (Leven-in-Dood)" aan boord. Zij dobbelen om de zielen; de Nachtmerrie wint de zeeman, de rest sterft.
Kantelmoment (Deel 4): De zeeman ziet waterslangen. Waar hij ze eerst verafschuwde, ziet hij nu hun schoonheid en zegent hij ze spontaan. Op dat moment valt de Albatros van zijn nek; hij vindt zijn verbondenheid met de natuur/God terug.
Slot: De zeeman wordt gered door engelachtige machten die de dode lichamen van de bemanning animeren (zombieschip). Zijn boete is dat hij eeuwig moet rondtrekken om zijn verhaal te vertellen.
Symboliek:
De Albatros wordt geschreven met een hoofdletter (A), een verwijzing naar Christus figuur.
Natuur vs. Beschaving: De ellende gebeurt op het schip (beschaving/slechte doeleinden zoals kolonialisme), terwijl de redding komt door de natuur buiten het schip te omarmen.
Andere Belangrijke Dichters uit de Tweede Generatie
Percy Bysshe Shelley:
Was in zijn tijd niet gewaardeerd door critici.
Ozymandias: Een beroemd gedicht over de tijdelijkheid van macht en menselijke constructies.
John Keats:
Nadruk op complexiteit en woordschoonheid.
Citaat: "A thing of beauty is a joy forever."
Bekend om zijn odes, zoals Ode on a Grecian Urn en Ode to a Nightingale.
Vragen & Discussie uit de Zaal
Vraag over boekverfilming: Er werd gevraagd of studenten de nieuwe film van Wuthering Heights hadden gezien. Een student reageerde negatief. De docent merkte op dat er gemengde reacties zijn en grapte over een eventuele "movie date", maar waarschuwde dat de film mogelijk niet geschikt is om met ieders grootmoeder te bekijken.
Poll resultaat interactie: Tijdens de les werd een poll gehouden over welk romantisch type de studenten zouden zijn. De meeste studenten bevonden zich tussen de "Flâneur" en de "Decadent". De docent identificeerde zichzelf als een "Bohemian", met occasionele trekjes van een "Dandy" wanneer middelen het toelaten.