Aantekeningen over 'Les pronoms adverbiaux: y en'

Les pronoms adverbiaux: y en

Uitleg en Gebruik

  • Pronoms 'y' en 'en' vervangen woorden of woordgroepen om herhaling te voorkomen.

  • 'y' vervangt een plaats of een woordgroep die begint met 'à', 'chez', 'dans', 'sur'.

    • Vraag: waar? / aan wat?
    • Voorbeeld: "Je vais à la mer." wordt "J'y vais."
    • Voorbeeld: "Elle pense à son avenir." wordt "Elle y pense souvent."
  • 'en' vervangt een woordgroep die begint met 'de' of een hoeveelheid.

    • Vraag: waarvan? / waarvandaan? / wat?
    • Voorbeeld: "Il rentre de Paris." wordt "Il en rentre."
    • Voorbeeld: "Il parle de ses problèmes." wordt "Il en parle."
    • Voorbeeld: "Il veut du pain." wordt "Il en veut."

Plaatsing van de pronomen 'y' en 'en'

  • Bij een enkelvoudige werkwoordsvorm: voor het werkwoord.

    • Voorbeeld: "Tu lis un livre?" → "Oui, j'en lis un."
    • Voorbeeld: "Il va à Paris?" → "Oui, il y va."
  • Bij een samengestelde tijd: voor de hulpwerkwoord.

    • Voorbeeld: "Il a parlé de ses passions?" → "Oui, il en a parlé."
    • Voorbeeld: "Elle a passé ses vacances à la mer?" → "Oui, elle y a passé ses vacances."
  • Bij een werkwoord + infinitief: voor de infinitief.

    • Voorbeeld: "Tu vas passer tes vacances à la mer?" → "Oui, je vais y passer mes vacances."
    • Voorbeeld: "Il veut parler de ses passions?" → "Oui, il veut en parler."
  • Bij een bevestigende imperatief: achter de imperatief, met een koppelteken.

    • Voorbeeld: "Va au garage." → "Vas-y!"
    • Let op: "Vas-y!" (voyelle + s)
  • Bij een ontkennende imperatief: voor de imperatief.

    • Voorbeeld: "N'y va pas !"