Ziekteleerboek lever & galwegen

1. pathofysiologie van leveraandoeningen

1.1 leverstuwing & portale hypertensie

1.2 hepato-encefalopathie (HE) - done :)

samenvatting HE

= neurologische aandoening waarbij tekortschietende leverfunctie → hersenfuncties verstoord

  • voorkomen: veel bij hond/kat w PSS, alle diersoorten w ernstig falende leverfunctie in combi w PSS (meestal levercirrose)

    • bij acuut en chronisch (veel vaker) leverfalen voor

      • acuut: massale levercelnecrose (=fulminante hepatitis) → uitval leverfuncties → HE

      • chronisch: combi PSS (onverwerkt portaal bloed passeert lever) + dcr leverfunctie → HE

        • PSS kan aangeboren zijn of ontstaan door verkregen ziektes (bv levercirrose) door portale hypertensie

  • pathofysiologie:

    • dcr leverfunctie → dcr ammoniak verwerking/incr GABA stim/incr valse neurotransmitter productie → dcr glutamaat/dcr stimuleerbaarheid neuronen /dopamine neurotransmissie → HE

  • symptomen: (4 stadia van) neurologische symptomen - treden periodiek op

    • slechte leverfunctie also → vermageren, polydispie, braken, ascitis, icterus

  • diagnose: ammoniak in plasma, bij twijfel: ammoniak tolerantietest

  • behandeling: beperking van eiwit in voer! ook dehydratie & hypokaliemie voorkomen

    • if behandel oorzakelijke leverziekte → HE goes away too

1.2.1 inleiding

  • =neuro aandoening waarbij tekortschietende leverfunctie → hersenfuncties verstoord

  • komt voor bij acute (veel vaker) bij chronisch leverfalen voor

    • chronisch: needs combi PSS (onverwerkt portaal bloed passeert lever) + dcr leverfunctie → HE

      • bij hond/kat/hangbuik vaak aangeboren portocavale shunts → PSS

      • verkregen leverziektes kan dmv portale hypertensie → PSS

        • portale bloed dan via vaatjes in omentum+mesenterium (die niet functioneel zijn) naar v. porta & v. azygos

1.2.2 pathogenese

  • all → afwijkende functie neurotransmitters in hersenen, 3 hoofdrol systemen:

    • glutamaatsysteem - gerelateerd aan slechte verwerking NH3 door lever

      • incr NH3 in bloed dus brein → dcr glutamaat → stoort breinfuncties

      • normal: bac make NH3 uit aminogroep AZ in dikke darm → v. porta neemt op in portaal bloed → lever zet om tot ureum (→circ→nier→ urine) of zet glutamaat om in glutamine (weer→NH3 in nier (→ urine) /darm (→v.porta→lever))

      • te veel NH3 → astrocyten cant clear → te veel NH3 in neuronen → onderdrukt glutaminase in neuronen → glutamaattekort → verstoorde neurotransmissie → HE

      • kat kan geen arginine maken (essentieel in ureumcyclus) → if dont eat -< ammoniakomzetting in gevaar → zelfs zonder HE → PSS

        • kat/pony: vasten → leververvetting → meer dcr leverfunctie

    • GABA systeem (gamma-aminoboterzuur)

      • dcr leverfunctie → incr activering v GABA → opent Cl- channels in neuromemb → hyperpolarisatie → dcr stimuleerbaarheid neuronen

      • don’t use other stoffen that work on GABA! bv anesthesie, epilepsie

    • dopamine/noradrenalinesysteem - gekoppeld aan afwijkende stofwisseling v aromatische AZ in lever

      • normal: few arom AZ reach brain, daar zet enzym → dop&noradr

      • onvoldoende klaring aro AZ in lever → incr conc in brain → not enough enzym (tyrosine-3-hydroxylase) om normale route om te zetten → alt products made “valse neurotransmitters“

        • they have similar structure to dopamine - bind & block dopreceptors → belemmert normale neurotransmissie

  • verwachte verschijnselen bij 6mnd puppy met HE tgv aangeboren levershunt:

    • periodiek neurologische verschijnselen, vermagerinf, polydipsie, braken, slechte groei

1.2.3 klinische implicaties

  • ammoniak: een hoofdfactor bij ontstaan HE - same conc dif effect per animal

    • ammoniak 2 vormen: geioniseerd NH4+ of niet NH3 - hoeveel ligt aan pH

    • NH3 NH4+ zelfde schade aan neuronen but NH3 passes memb easier

      • alkalose (←HCl loss←braken) evenwicht naar L → meer NH3 → meer cel in

      • hypokaliëmie (lost in urine←RAAS holds Na+&H2O ten koste van K+ ←dehydratie/ascitis←leverziekten): K+ uit cel om plasma te herstellen → H+ verschuiving extracel alkalose, intracel acidose → NH3 easily cel in, wordt daar omgezet tot NH4+ → kan cel niet uit

  • dopamine: remt ACTH in hypofysemiddenkwab

    • HE → dcr dopamine neurotransmissie → dieren met goed ontwikkelde hypofysemiddenkwab constant incr ACTH afgifte → bijnier maakt incr cortisol → chronische cortisol incr → dcr hypofyseachterkwab gevoeligheid voor prikkels om ADH te geven → dcr ADH → polyurie

    • patient needs to drink more (and careful w glucocorticosteroisen bc make nieren concentrate worse)

  • bij zure urine kristaliseert (slecht oplosbare) ammoniumuraat → blaasstenen → abnormaal urineren/bloed in urine

1.2.4 verschijnselen

  • neurologische HE verschijnselen → ingedeeld in 4 stadia:

    • 1) apathie, dcr alert - meestal pas achteraf door

    • 2) duidelijk neuro symp: ataxie, onwillekeurig gedrag, lijkt blind maar normaal zicht, moeilijk slikken→speekselt

    • 3) stupor (volledige ‘slaap’ - alleen op te wekken met sterke stimulus)

    • 4) coma - alle cerebrale & proprioceptieve reflexen afwezig

  • neurologische HE verschijnselen treden periodiek op → ernstige dagen afgewisseld door weken geringe verschijnselen

  • slechte leverfunctie obv ook gepaard met andere verschijnselen dan die van HE:

    • vermageren, polydispie, braken, ascitis, icterus

1.2.5 diagnose

  • ammoniak in plasma heel gevoelig en specifiek voor HE

  • bij twijfel ammoniak tolerantietest: ammoniumchlorideoplossing rectaal in de dikke darm, afwijkingen die HE veroorzaken → ammoniak wordt niet geklaard → incr perifeer bloed

1.2.6 behandeling

  • ammoniak & aro AZ afkomstig uit eiwit digestie → beperking van eiwit in voer!

  • dehydratie & hypokaliemie voorkomen ook van belang

  • HE bijna nooit blijvene morfologishce hersenveranderingen → if behandel oorzakelijke leverziekte → HE verdwijnt ook!

1.3 cholestase - done :)

1.3.1 inleiding

= stagnatie van galafvoer = galstuwing

  • oorzaak: processen tussen kleinste galcanaliculi tot Vaterse papil

    • kan intrahepatisch (in lever) of extrahepatisch (extrahep galgangen) zijn

  • galstroom is vnl gevolg van galproductie in lever → eerder gal voortgestuwd

1.3.2 normale galstroom

  • vnl afhankelijk van galproductie in prox galwegen & conc in het distale deel

  • 50% vd galproductie afhankelijk vd actieve uitscheiding galzuren door hepatocyten

    • maakt uit cholesterol (←its excretie route) prim galzuren: cholzuur & chenodeoxycholzuur

    • geconjugeerd w taurine&glycine → hydrofiel → uitscheidbaar in gal

    • actieve uitscheiding via canaliculaire memb → osm gra → passief H2O naar galcaniculi

    • galzuren via galstroom in dunne darm → reabsorptie → via portale circ terug in lever

      • deel in darm omgezet door bac → sec galzuren: desoxycholzuur & lithocholzuur → kunnen gemeta worden tot tertiaire galzuren

  • andere 50% door actieve secretie van a) Na+ van hep → canaliculi, b) bicarbonaat + Cl- van epi van grotere intrahepatische galwegen

    • beide zorgen ook voor uitscheiding van water naar gal

  • 50-60% gal direct naar duodenum, rest opgeslagen & 10x geconc in galblaas

    • galblaas geleegd door stimuli if voedsel in duo - vooral cholecystokinine (made in duowand when AA&vet in darm)

    • geen galblaas (paard, rat, duif, papegaai) → alles direct naar duo

1.3.3 cholestase

intrahepatische cholestase

  • oorzaken: any leverziekten - vaak bij acute & chronische hepatitis, leververvetting, diffuse neoplasieën (bv maligne lymfoom), aspecifieke reactieve hepatitis.

    • leververvetting → levercellen zwellen → drukt canaliculi ertussen dicht

    • ruimte-innemende in portale gebieden vd levereilandjes → block gangetjes

    • levercelnecrose → open verbinding tussen bloed in sinusoiden & canaliculi

    • some meds/endotoxinen (bij sepsis) → cholestase in canaliculi

    • leptospirae → enzym tast tight junctions aan → gal lekt terug lymfebaan in

  • symptomen: vaak pas zichtbaar als hele lever aangetast (bc big reserve capaciteit). if ernstig → zichtbare icterus (afwezig doesnt mean no cholestase)

  • pathofysiologie: cholestase → gal incl bestanddelen niet afgevoerd → componenten lekken via tight junctions of naar ruimte v Disse via lymfe naar bloedbaan

    • → incr conc galzuren/gecon bilirubine/enzymen (AF/γGT) in bloed

    • some galzuren cytotoxisch: galzuur ophoping in lever → hepatocytschade & ontstekingsreactie → verergerd situatie

extrahepatische cholestase

  • oorzaak: vooral door afsluiting ductus choledochus (= gezamelijke galafvoergang van alle leverlobben)

    • afsluiting oorzaken: galstenen (paard), neoplasie/ontsteking duowand/pancreas (hond/kat), bacteriële of parasitaire cholangitis, lebmaagdislocatie (rund),

      • kan ook door: verkregen (ontsteking) of aangeboren stricturen v uitmonding vd ductus choledochus

  • symptomen & pathofysiologie: meestal hele galafvoer afgesloten → bijna altijd icterus

    • drukopbouw → verwijding alle galgangen in&out of lever

      • galgangen rly innervated dus if dilatatie/ontsteking →pijn→koliek

      • bij alle galwegziekten leidt deze autonome innervatie ook → braakcentrumprikkeling → braken & anorexie

    • door cholestase → geen gal(zuren) in darm →

      • wo galzuren cant absorb vit K →dcr SF→ stollingsstoornissen

      • wo galzuren cant absorb vit D → D tekort → skelet ontkalking

    • door cholestase → ophoping galbestanddelen in leverparenchym →

      • gal lekt uit galgangen → incr contact portaal bindweefsel met toxische galzuren →

        • acuut: oedeem & zwelling portaalgebied w ontstekingsfiltraat → proliferatie galgangepi

        • chronisch: bindweefsel vormt in concentrische ringen rond galgangen

        • rly chronisch: biliaire fibrose & cirrose - BW so extensive it verbindt portale gebieden of dif leverlobuli

1.4 icterus - done :)

1.4.1 inleiding

  • icterus = geelzucht = geelverkleuring vh lichaam

    • oorzaak: ophoping van bilirubine - indicates dat lever bilirubine niet genoeg uit bloed kan klaren, in gal uitscheiden of naar dunne darm kan exporteren

  • vogels wordt vnl biliverdine gevormt → vooral geel/groenverkleuring vd uraatfractie vd ontlasting (=biliverdinurie) ipv icterus

1.4.2 bilirubinestofwisseling & icterus

  • bilirubine = eindproduct van haemafbraak = bruineel pigment dat gal kleur geeft

  • haem komt voor in hemoglobine in RBC & wat enzymsystemen in lever

    • RBC leven ~100dgn → 70% v bilirubine komt uit hemoglobine

    • haembevattende p wat dgn (30x sneller afgebroken) → 20-30% v bili

  • haem wordt in macros v reticulo-endotheliale systeem (lever/milt) afgebroken

    • 1) haem → biliverdine (door haemoxygenase)

    • 2) biliverdine → bilirubine (door biliverdine reductase (not in birds → no bilir))

    • also in weefselmacros but slower - zichtbaar in onderhuidse bloeduitstorting

  • bilirubine sterk hydrofoob - transport in bloed (to liver) kan alleen aan albumine

    • bilirub v bloed→lever: affinity binding p in hep > alb → bil into hep (fac dif)

      • inefficiente klaring → bilirub conc not higher in portal circ than sys circ (even though its made in portal system)

      • galzuren/NH3 rly efficient klaring → huge conc in portal vs sys circ

  • bilirubine verwijdering naar gal via 2 actieve stappen:

    • 1) hydrofiel maken door conjugatie - minste capaciteit → bepaald speed

    • 2) actieve uitscheiding via canaliculaire membraan → galcanaliculi

  • via gal wordt bilirubine definitief uit lichaam verwijderd

    • gecon bilir alleen gereabsorbeerd bij bac overgroei in dunne darm

    • bac in colon zet bilir → urobiligeen

      • klein deel gereabsorbeerd → most to enterohep, rest → urine

      • rest door bac bac in darm → stercobilinen

        • ernstige cholestase → dcr vetdigestie + afwezigheid stercobiline → geelgrijze acholische feces (zien niet in herb bc feceskleur determined by omzettingsproducten plantkleurstoffen)

  • icterus door hemolyse vs door galwegobstructie - would expect to onderscheidt w urobiligeen in urine (low in obstructie, high in hemolyse) but in praktijk niet toepasbaar bc rly variable

  • gezond: urine geen bilirubine (except reu), bloed geen gecon bili (except paard)

    • incr gecon bili urine = patho proces in lever/galwegen - vooral cholestase (→ donkere urine)

    • incr conc bili → icterus (pas zichtbaar if >15 μM/l (except horse))

  • plasma bili w calorimetrie: gecon (hydrofiel) reacts fast, ongeco (hydrofoob) later

    • vooral bij cholestase rly onnauwkeurig

1.4.3 meer info bilirubine - tentamenstof!!

  • incr ongeconjugeerde bilirubine - oorzaken

    • verhoogde productie

      • door incr hemolyse

        • primair = auto-immuun hemolyse

        • secundair bij leverziekten because

          • a) incr plasma galzuur conc → dcr RBC memb stabilteit

          • b) portale hypertensie → dcr doorbloeding lever via v. porta → RBC langer in milt → incr chance op afbraak

      • door snellere afbraak haembevattende enzymen (bc leverziekten)

    • verminderde klaring bij veel leverziekten

      • door dcr aantal functionele hepatocyten

      • door veranderde leverdoorbloeding - because:

        • leverziekte → fibrosering → incr weerstand aanvoer → portosystemische collateralen → deel portale doorbloeding om lever heen (ipv doorheen)

    • verminderde conjugatie

      • bij cholestase → incr conc bilirubine in hepatocyten → remt conjugerende enzymen → incr ongecon bilir in cell too → bindingseiwitten bezet → dcr klaring bilirubine uit plasma

      • bij vastend paard: dcr E aanbod → dcr conjugerende suikers → incr ongecon bilirubine (→ meestal zichtbare icterus)

      • bij geerft tekort conjugerende enzymen in lever

        • baby/veulen bij geboorte conj enzymes nog niet voldoende actief (→ icterus) & BHB nog niet goed → toxic bilir can do lasting damage in brain → prevent w UV (→ maakt bilir hydrofiel → nier klaring)

  • incr geconjugeerd bilirubine ← dcr galafvoer = (intra- of extrahepatische) cholestase

    • cholestase ← bijna alle vormen leverbeschadiging, primair of:

      • acute hemolytische anemie → dcr RBC w O2 bindings capaciteit → acute hypoxie lever → leverschade (sneller than other organs bc already gets veneus bloed) → levercelnecrose →dcr levercelbalkjes (uitgescheiden door sinusoiden) → gal via lymf in circ

        • geleidelijk ontstaan anemie → lever past aan

    • cholestase → mengvorm gecon+conjugeerd bilirubine

      • dcr uitscheiding gecon bilir

      • uitgescheide bilirubine terug in bloedsomloop

  • gecon bilirubine irreversibly bound to albumine = biliproteine

    • kan niet zoals normale bilir door lever uit bloed gehaald worden → blijft net zo lang in circ als albumine (½T=2wks, vs bilir ½T = 10-15min)

    • biliproteine wordt meegenomen in bilir bepaling → incr bilir kan lang aanhouden na verdwijnen oorzaak

2. aandoeningen van de lever

2.1 (aangeboren) portosystemische shunting (PSS)

PSS kan aangeboren of verkregen zijn → 2.1 is abt aangeboren (compared 2 lines down)

= enkelvoudige aangeboren kortsluiting tussen de v. portae en een groot vene­ buiten het portale stroomgebied → is 1 gat dat abnormale portosystemische verbinding veroorzaakt

→ dif from verkregen collateralen (als gevolg van portale hypertensie): veel kleine vaten zorgen voor portosystemische ‘shunting’← sterkte depends on mate vd vorming van collateralen

  • voorkomen: veel bij hond (erflijk) extrahep PSS kleine rassen, intrahep PSS grote rassen. ook bij kat. soms mens/paard/rund/varken

    • aangeboren PSS: 1 gat, geen portale hypertensie & shunting bijna volledig → lever krijgt bijna geen portaal bloed

      • kan extrahepatisch (vaak gepaard w hypoplasie v. porta craniaal vd shunt) of intrahepatisch (← ontstaat door niet sluiten van de embryona­le ductus venosus Arantii) gevonden worden

  • pathofysiologie:

    • PSS → onvoldoende ontwikkeld/functionerende lever → blijft steeds meer achter vs rest van groeiend lichaam → symptomen onstaan pas na mnd/yrs

    • vanuit darm reabsorptie v stoffen → conc stoffen (bc NH3 & aro AZ) in bloed te hoog voor lever om de verwijderen (→ HE)

  • symptomen: die van HE

    • apathie, veel slapen, snel vermoeid - daartussen korte periodes normaal

    • te mager, maar blijft niet achter in groei. vaak polydipsie, braken, dcr eetlust

    • meestal neurologische sympt - variëren van geringe apathie tot dwangbewegingen, ataxie, en coma. Zelden epileptiforme aanvallen.

      • vaak periodiek (centrale) blindheid → kenmerkend voor HE bij PSS

  • diagnose: incr ammoniak in bloed (unclear → NH3 tolerantietest), echo

    • NH3 stelt portosystemische shunting vast - niet if aangeboren of verkregen → echo: aangeboren shunt zichtbaar (→ duidelijke lokalisatie chirurgie)

  • therapie: chirurgisch de shunt gedeeltelijk sluiten

    • volledig sluiten → zo’n incr portale bloeddruk → shock → dood

    • gedeeltelijk sluiten → genoeg bloed w hepatotrope factoren om lever te groeien → dcr weerstand portale doorbloeding → steeds minder stroming door vernauwde shunt → sluit zelf door trombosevorming&granulatieweefsel

      • normaal na 3-4wk lever normale grootte + shunt verdwenen :)

  • prognose: ligt aan type shunt - if operated by specialist, kans op volledig herstel hond intrahep 50-60%, extrahep 70-80%. kat extrahep 50-60%

    • door slechte leverfunctie groter anesthesierisico dan normaal (bc farmaca worden minder goed verwerkt → vergiftigingsniveau sneller bereikt)

2.2 hepatitis

2.3 neoplasieën van de lever

2.4 overige leveraandoeningen

3. aandoeningen van de galwegen

3.1 leverbotziekte

3.2 galgangcoccidose - konijn

  • oorzaak: Eimeria stiedae - huiskonijn eet besmet groenvoer (gesporuleerde oocysten uit onverse feces (bc sporulatie >48hr) wilde konijnen)

  • levenscyclus: eet gesporuleerde oocysten → in duo komen sporozoiten uit → sporozoiten penetreren darmmucosa → via portale circ (of in macrofagen via lymf) naar lever, dan galgangen → infect galgangepi&cause galganghyperplasie → voltooien hier cyclus en na 15dgn in galblaas, oocysten uitgescheiden

    • duurt nog aantal dgn before oocyten aantoonbaar in feces

  • symptomen: depend on infectiedruk + immunostatus konijn. meestal vermagering, groeivertraging, ascites, icterus, diarree en hepatomegalie

    • pas gespeende konijnen ernstig ziek, oude: symptoomloze uitscheiding

  • diagnose: verschijnselen (→lever/galgangafwijking) + coccidien in feces

  • behandeling: toltrazuril rly effective in vroeg stadium → goede prognose

    • toltrazuril afgeraden bij drachtige konijken

3.3 cholangitis (see notebook HC7) - done :)

= ontsteking vd galwegen

  • oorzaak: vnl bacteriele of parasitaire infectie (bv leverbot, galgangcoccidiose)

  • galwegen rijkelijk geinnerveerd → dilatatie/aantasting door wandontsteking → pijn (→ soms koliek)

cholangitis - kat

  • neutrofiele (acute) cholangitis

    • oorzaak: ascenderende bac infectie uit darm. of hematogene infectie

    • symptomen: acuut ziek - koorts & anorexie. soms braken

    • diagnose: klinisch beeld, bloedonderzoek, echo, galblaaspunctie

    • therapie: ondersteunend (antibraak + dwangvoeren) & 4wk antibiotica

    • prognose: goed - meestal volledig herstel

  • lymfocytaire (chronische) cholangitis

    • oorzaak: not clear - wss immuungemedieerde ontsteking

      • bc unclear → geen duidelijke therapie → treat as immuunmed:

      • lifelong corticosteroiden(prednisolon) and/or UDCA(=ursochol)

        • UDCA = non-toxic galzuur → incr galstroom & dcr tox galzuur conc + immunomodulerende werking

    • pathofysiologie: aanhoudende ontsteking → galwegen verwijden + progressieve fibrosering (soms → cirrose)

    • symptomen: anorexie, chronisch vermageren, braken, icterus

    • diagnose: klinisch beeld, bloedonderzoek, echo, evt leverbiopt

    • prognose: w lifelong therapie most live good quality ~3yrs

  • cholangitis door leverbot (Opisthorchis felineus)

3.4 extrahepatische galwegobstructie

4. extra’s

4.1 oefenvragen

4.2 begrippenlijst!