Cursus_Anatomie
AP HOGESCHOOL ANTWERPENDepartement: Onderwijs & TrainingOpleiding: Bachelor Secundair OnderwijsAcademiejaar: 2024-2025Lector: Nina SycholdContact: nina.sychold@ap.be
Inhoud Cursus
Anatomie
Osteologie: Studie van de beenderen, inclusief botstructuur, botontwikkeling en verschillende bottypes. Belangrijk voor begrip van het menselijke skelet en de functie ervan.
Artrologie: Studie van de gewrichten, inclusief de verschillende soorten gewrichten en hun bewegingen. Dit omvat synartrosen (onbeweeglijke gewrichten), amfiartrosen (beperkt beweeglijke gewrichten), en diartrosen (beweeglijke gewrichten).
Myologie: Studie van de spieren, inclusief spierstructuren, spiercontractie en de rol van spieren in beweging en stabiliteit.
Indeling van het menselijk lichaam
Bovenste lidmaat: Bestaat uit schouder, arm, pols en handen.
Onderste lidmaat: Bestaat uit bekken, benen, enkels en voeten.
Axiaal skelet: Bevat de schedel, wervelkolom en borstkas.
Onderwerpen aan het einde van het semester
Spierwerking: Analyse van hoe spieren samenwerken om beweging mogelijk te maken.
Bewegingsanalyse: Bestuderen van bewegingpatronen en de biomechanica van menselijke beweging.
Osteologie: Diepgaand onderzoek naar de verschillende botstructuren.
Basisbegrippen
Anatomische houding
Lichaam rechtopstaand, armen en voeten naar voren gericht. Dit biedt een referentiekader voor beschrijven van verhoudingen en bewegingen in anatomie.
Anatomische vlakken
Sagittale vlak: Verdeelt het lichaam in linker en rechterdeel.
Frontal vlak: Verdeelt het lichaam in voorste en achterste gedeelte.
Horizontale (transversale) vlak: Verdeelt het lichaam in bovenste en onderste delen.
Statische richtingaanduidingen
Proximaal - distaal: dichtbij - verder van het lichaam.
Superior - inferior: hoger - lager.
Craniaal - caudaal: naar schedel - naar staart.
Ventraal - dorsaal: naar buikzijde - naar rugzijde.
Anterior - posterior: meer naar voren - meer naar achteren.
Mediaal - lateraal: naar het midden toe - naar opzij.
Centraal - perifeer: in het midden - aan de rand.
Functies van het skelet
Ondersteuning: Biedt structuur en raamwerk voor zachte weefsels.
Opslag: Calciumzouten en energie in vetvorm.
Vorming bloedcellen: In het rode beenmerg.
Bescherming: Beschermt organen zoals hart en longen.
Hefboomwerking: Faciliteert bewegingen door activering van spierkrachten.
Soorten botstukken
Aanwezigheid van ongeveer 200 benoembare botten in het menselijk skelet.
Botvormen:
Pijpbeenderen: voornamelijk lange botten zoals in de armen en benen.
Platte beenderen: zoals schedel en borstbeen, bieden bescherming.
Kubusvormige botten: zoals de handen en voeten, voor stabiliteit.
Terminologie
Capitulum: Klein gewrichtsuitsteeksel.
Caput: Kop.
Cavitas: Kom of holte.
Collum: Nek.
Condylus: Gewrichtsuitsteeksel.
Het Bovenste Lidmaat
Schoudergordel: Bestaat uit scapulae (schouderbladen) en claviculae (sleutelbeenderen).
Articulatie met humerus via cavitas glenoidalis.
Ondersteuning door skeletspieren.
Armen: Bevat de humerus, radius en ulna voor bewegingsfunctionaliteit.
Humerus: belangrijkste bot van de bovenarm, speelt een cruciale rol in schouderbewegingen.
De Hand
Bestaat uit carpus (handwortel), metacarpus (handpalm), en phalanges (vingers).
Acht carpale beenderen en vijf metacarpale beenderen.
Phalanges: bestaat uit proximale, mediale en distale kootjes, cruciaal voor grip en precisiebewegingen.
Het Onderste Lidmaat
Bekken: Bestaat uit os coxae (heupbeen) en os sacrum.
Verbinding met femur en stabilisering van organen in het bekken.
Benen: Bevat femur (langste bot), tibia en fibula.
Gewrichten: heup, knie, enkel.
De Voet
Bestaat uit ossa tarsi (voetwortel), metatarsus (voetzool) en digiti (tenen).
Cruciaal voor stabiliteit en beweging, zorgt voor evenwicht en absorptie van schokken.
Het Axiale Skelet
Schedel: Bevat 22 botstukken: 8 hersenschedel, 14 gezichtsschedel.
Functie: bescherming van de hersenen en de zintuigen.
Wervelkolom: Onderverdeeld in cervicale, thoracale, lumbale wervels, heiligbeen, en staartbeen. Essentieel voor ondersteuning van het hoofd en bescherming van het ruggenmerg.
Borstkas: Bestaat uit ribben en sternum, creëert ribbenkast voor bescherming van thoraxorganen en ondersteunt de ademhaling.
Artrologie
Gewrichten:
Synartrosen: onbeweeglijke verbindingen.
Amfiartrosen: beperkte beweging.
Diartrosen: beweeglijke verbindingen.
Kenmerken van Diartrosen
Gewrichtskraakbeen, gewrichtskapsel, gewrichtsholte, geleid door synoviale vloeistof.
Typen Bewegingen
Flexie, extensie, abductie, adductie, rotatie, circumductie, oppositie, en pronatie/supinatie.
Myologie
Skeletspieren: Ongeveer 700 in het lichaam, verantwoordelijk voor beweging en ondersteuning.
Spieren bestaan uit agonisten (hoofdspieren), antagonisten (tegenwerkende spieren) en synergisten (ondersteunende spieren).
Spieren van het Bovenste Lidmaat
Bewegingen van schoudergordel, bovenarm, onderarm, pols en vingers.
Voorbeelden zijn m. deltoideus, m. biceps brachii, en m. triceps brachii.
Spieren van het Onderste Lidmaat
Bewegingen over heup, knie en voet.
Voorbeelden zijn m. quadriceps femoris en hamstrings.
Spieren van het Axiaal Skelet
Bevat hoofd-, hals-, wervelkolom-, romp-, en bekkenbodemspieren.
Hoofdspecifieke spieren zijn cruciaal voor stabiliteit en beweging van de wervelkolom.
Bronnen
Diverse anatomische en fysiologische teksten en websites.