Bio 3. p272-276
De eiwitsynthese zélf toepassen
Inleiding
Tot nu toe vooral begrijpend gelezen over de genetische code en eiwitsynthese.
Met behulp van een gegeven streng (DNA of mRNA) en de genetische code, zelf kunnen bepalen welke aminozuurvolgorde (en dus welk eiwit gevormd wordt)
De vakfiche bevat een tabel met de genetische code die gebruikt mag worden bij oefeningen.

Belangrijke regels bij het toepassen van de genetische code
Leesrichting:
Altijd in de richting 5’ → 3’. Ongeacht welke streng je krijgt (mRNA, sense of anti-sense), je moet werken in de richting 5’ naar 3’.
Dit is de richting waarin codons gelezen worden door het ribosoom.
mRNA- en sense-strengen:
Geven de “echte” aminozuurvolgorde.
Een mRNA-streng kan direct in codons verdeeld worden en is om te zetten naar aminozuren met de genetische code.
Een sense-streng van DNA heeft dezelfde volgorde als het mRNA, behalve dat T ipv U staat.
Anti-sense-streng en tRNA:
Geven de complementaire volgorde.
De anti-sense-streng (templatestreng) is complementair aan de mRNA-streng.
De tRNA-anticodons zijn ook complementair aan de mRNA-codons.
Dit betekent dat een anti-sense-streng of de reeks tRNA’s niet direct de aminozuurvolgorde geeft.
Eerst moet de complementaire mRNA-sequentie bepaald worden in 5’ → 3’-richting en dan moeten de codons in de genetische code afgelezen worden.
Voorbeeld 1: van mRNA naar aminozuurvolgorde
Vraag: Welk eiwit (welke aminozuurvolgorde) wordt gevormd uit de volgende mRNA-streng? 5’ AUGAGCAAGCCUUUUACUGAUACCUAAAAG 3’
Stap 1: Identificeer de streng. Dit is een mRNA-streng die gebruikt kan worden.
Stap 2: Zoek het startcodon. De eiwitsynthese start bij het eerste AUG (startcodon). Alle nucleotiden ervoor worden genegeerd.
Stap 3: Groeperen in codons:
5’ AUG AGC AAG CCU UUU ACU GAU ACC UAA AAG 3’
Stap 4: Zoek het stopcodon. Stopcodons zijn UAA, UAG of UGA. Hier is UAA het stopcodon, wat betekent dat er geen verdere codons meer gecodeerd worden.
Stap 5: Zet elk codon om in een aminozuur:
AUG → Met (methionine, start)
AGC → Ser (serine)
AAG → Lys (lysine)
CCU → Pro (proline)
UUU → Phe (fenylalanine)
ACU → Thr (threonine)
GAU → Asp (asparaginezuur)
ACC → Thr (threonine)
UAA → stopcodon (geen aminozuur)
Aminozuurvolgorde: Met – Ser – Lys – Pro – Phe – Thr – Asp – Thr
Voorbeeld 2: van sense-streng naar aminozuurvolgorde
Vraag: Welk eiwit (welke aminozuurvolgorde) wordt gevormd uit de volgende sense-streng? 3’ AGACCAACU 5’
Stap 1: Bepaal of dit een sense- of anti-sense-streng is: sense-streng.
Stap 2: Herschrijf naar een bijpassende mRNA-streng in de juiste richting:
sense-streng: 3’ AGACCAACU 5’
mRNA-streng (5’ → 3’): 5’ UCAACCAGA 3’
Stap 3: Zoek het startcodon (AUG). Geen AUG gevonden, dus coderen vanaf het begin.
Stap 4: Verdeel in codons: 5’ UCA ACC AGA 3’
Stap 5: Controleer op stopcodons: geen stopcodons UGA, UAA, of UAG. Alle codons tot einde coderen
Codons omzetten in aminozuren:
UCA → Ser (serine)
ACC → Thr (threonine)
AGA → Arg (arginine)
Aminozuurvolgorde: Ser – Thr – Arg
Voorbeeld 3: van anti-sense-streng naar aminozuurvolgorde
Vraag: Welk eiwit (welke aminozuurvolgorde) wordt gevormd uit de volgende anti-sense-streng? 3’ AGACCAACU 5’
Stap 1: Bepaal of het sense of anti-sense is. Dit is een anti-sense-streng, dus we maken de complementaire mRNA-streng:
anti-sense-streng: 3’ AGACCAACU 5’
complementaire mRNA-streng: 5’ UCUGGUUGA 3’
Stap 2: Zoek het startcodon in de 5’ → 3’-richting. Geen AUG gevonden, dus weer vanaf het begin coderen.
Stap 3: Verdeel in codons: 5’ UCU GGU UGA 3’
Stap 4: Zoek het stopcodon. Hier is UGA het stopcodon.
Stap 5: Zet de codons om in aminozuren:
UCU → Ser (serine)
GGU → Gly (glycine)
UGA → stopcodon (geen aminozuur)
Aminozuurvolgorde: Ser – Gly