H6: Muziek en de hartstochten van de ziel: De Barok (1600-1750)
Nieuwe paradigma: muziek als uitdrukking van de hartstochten van de ziel
Er is niet echt een stijleenheid, maar er is wel een eenheid van doelstelling/concept
De muziek gaat proberen emoties weer te geven via een equivalent in tonen dat dicht bij de uitdrukking van de lichamelijke ervaring komt
Muziekvoorbeelden:
Claudio Monteverdi: Lamento (=klaagzang) d’Arianna
Recitatief lament (= vrije uiting van pure emotie)
Claudio Monteverdi: Lamento della ninfa
Tetrachord lament: dalende baslijn, ostinato (= patroon dat altijd herhaald wordt)
Is barok toepasbaar op muziek?
Term ‘barok’ is afgeleid uit de edelsmeedkunst
Visuele kunsten en architectuur
Had vroeger eerder een negatieve connotatie
Jean-Jacques Rousseau: verwarde harmonie, overladen, verkrampte beweging
Uitdrukking van de affecten
= Definitieve doorbraak van de expressieve opvatting over muziek
de idee: Affecten (aandoeningen van de ziel) moet je uitdrukken en overbrengen op de toehoorder. Muziek is in staat om deze emotie over te brengen op de luisteraar.
Muziek laat toe te identificeren met een personage: basis van toepassing van muziek op drama
wat men ook gaat toepassen op de muziek: model van de retoriek (ideeën halen bij de grote schrijvers die over retorica/ de rede schrijven)
retoriek is ook een leidraad geweest voor de instrumentale muziek (want deze muziek is vergelijkbaar met de opbouw van een redevoering)
John Milton: Il Penseroso (= de nadenkende/ de melancholicus)
John Milton: L’allegro (= de opgewekte)
Milton brengt alle voorstellingen die met die emotie samenhangen (de figuur van opgewekte of melancholicus) bij elkaar = techniek van de emblemata
Affecten in het mensbeeld van de 17de eeuw
Evolutie: filosofen gaan menselijke emoties ook als iets positief waarderen
Hoe een barokcomponist werkt:
Componist gaat een emotie uitdrukken → de ziel is overvallen door die emotie → de ziel zoekt een uitweg in lichamelijk gedrag (zo wordt die geuit)
Maar, cruciaal= je blijft in die emotie
Functies en instellingen
Enorme schaalvergroting, geheel van stukken worden steeds langer → wordt de nieuwe standaard
Ook de manier waarop muziek gemaakt wordt, wordt steeds groter (bv. grote vieringen). Muziek krijgt een grotere allure, een soort monumentaliteit.
Kerkmuziek: was het genre waarmee dat het normale publiek met de nieuwe muziek in contact kon komen (openbaarheid neemt toe, de kerkmuziek speelt hierin een belangrijke rol)
Ontstaan van het openbare operahuis
Specialisering in professionalisme
Een musicus gaat niet langer meerdere instrumenten bespelen. hij gaat zich toeleggen op één instrument en daarin specialist worden.
Ultieme bewijs van specialisering: castraatzangers (= Mannelijke zanger die een pijnlijke operatie ondergaat als kind, waardoor hij zijn hoge stem behoudt. Hoge mannenstem werd enorm gewaardeerd)
Verspreiding in handschriften: muziekdrukken is een dure aangelegenheid, dus daar moet een markt voor zijn. Maar, de muziek van de Barok is te ingewikkeld, waardoor de economische kost om deze muziek te drukken te hoog is → wordt overgeleverd in handschriften
hierdoor zijn we nu minder duidelijk geïnformeerd
Muziektechnische vernieuwingen
Monodie en basso continuo (= doorgaande bas, groep instrumenten die de zangstem in de monodie begeleid)
Tonaliteit (hiermee kun je spanning opbouwen), vervangt modaliteit
Ritme:
spreekritme: recitatief
dansritme als basis van instrumentale vormen/muziek
Rome: Barberini-opera’s
Maffeo Barberini: op dat moment de paus
had een operahuis in zijn paleis laten oprichten
gaat vooral het belang van Rome in de verf willen zetten met de opera producties (vb: Il Sant-Alessio - Landi)
Oratorium
= bijproduct van de ontwikkeling van het muzikale drama
Oratorium is een soort bidhuis waar de gelovigen zich meer konden onderdompelen in de diepe emotionele staat van de Bijbelse verhalen
Drama in muziek, meestal zonder toneelvoorstelling
Geestelijk functie
Gaan meestal over de grote emoties die bij het lijden van Christus hoorden
Voorbeeld: Historia de Jephte
Opera in Venetië
opening van het eerste publieke operahuis 1637
operahuis als commerciële instelling
Monteverdi schreef een aantal opera’s voor deze operahuizen (bv. Il ritorno d’Ulisse in patria)
Venetiaanse opera
Je krijgt de ontwikkeling van ‘muziek-dramatische types’ (=types van muziek met bepaalde eigenschappen die gelinkt zijn aan een dramatische situatie of emotionele toestand)
Componist: Francesco Cavalli
Muziekdramatische types
Komisch aria (= gelinkt aan komisch personage, in deze tijd nog een volkspersonage, korte zinnetjes, herhalingen, onverwachte wendingen…)
Trompetaria (= een vocaal stuk waarin verwezen wordt naar militaire signalen → trompetsignalen)
Muziekscène (= moeilijker te begrijpen, aangezien het hele stuk van begin tot einde muziek is, is het moeilijker om aan het publiek duidelijk te maken wanneer het ‘echte’ muziek is. Deze muziek moet afgeschermd worden. Dit kan door bv. een personage een muziekinstrument te geven etc.)
Liefdesduet (= 2 stemmen met elkaar vervlechten in de context van een liefdesrelatie)
Slaapscène (= droomscène)
Bezwering
Lament
Frankrijk
Ballet de cour
wordt aan Versailles beoefend
is een representatie van de macht van de zonnekoning, doel= het legitimeren van de macht van de centrale monarch
Jean-Baptiste Lully
De zonnekoning wil opera maken naar Italiaans model, Lully kreegt de eer om als enige opera te maken. Dit heeft echter ook een pragmatische reden: opera maken was enorm duur, rivaliserende opera’s opstellen had dus geen zin (dus: maar 1 operahuis: Académie Royale de Musique)
Engeland: semi-opera
grote componist: Henry Purcell
gaat veel van de Italiaanse muziek overnemen, maar hij heeft geen context om werkelijk voor volledige opera te gaan (de intellectuele elite in Londen gaan niet akkoord met de Italiaanse principes)
Dido & Aeneas
heel het drama is verteld in hele korte, muzikale nummers (zijn precies gemaakt zodat je exact weet wat de dramatische context is)
Stuart court masque
Purcell: King Arthur
Heidens ritueel: offerscène
Trompetaria met koor: viering van een overwinning
Geestenscène (in het verhaal: goede geesten vs. slechte geesten)
Ombra scena (bezwering)
Pastorale (weergave van het herdersleven of het landsleven)
Religieuze muziek
in deze periode: 3 naast elkaar lopende tradities (protestants, katholiek, anglicaans)
Evangelische kerkmuziek
Heinrich Schütz
muziek is ingetogener dan Motneverdi
Johann Hermann Schein: geestelijke madrigalen (gaat de madrigalen toepassen op Bijbelse teksten)
Dietrich Buxtehude: geestelijke concerti
Katholieke kerkmuziek
Stile antico (renaissancepolyfonie maar in 17de eeuwse evolutie) & stile moderno (stijl met moderne muziekinstrumenten en technieken)
Heinrich Ignaz Franz Biber
Jean-Baptiste Lully
Anglicaanse kerkmuziek
Henry Purcell
Instrumentale muziek
17de/18de eeuw
ontstaan vanuit onafhankelijke instrumentale genres
Het orkest
Muziek voor een groot ensemble/grote groepen
= een groep instrumenten met bepaalde criteria
Deel van de institutionele geschiedenis van Europa
Musici gaan niet meer enkel schrijven voor de instrumenten die ze ter beschikking hebben → Instrumentaal ensemble niet langer ad hoc samengesteld
Heeft een collectieve identiteit
Elke partij wordt vanaf nu door meerdere mensen gespeeld
Arcangelo Corelli
Rome
Hij had geen vast orkest (werkte voor adellijke families, de paus etc)
Maakte orkesten door mensen te contacteren: Freelance orkesten (musici inhuren per productie)
Georg Friedrich Handel
Freelancer: werkte nooit in dienstverband
heeft elk type van muzikale organisatie benut