Notities Praktische Psychofarmacologie (samenvatting)

ADHD: BEHANDELING EN NEUROLOGISCHE BASIS
  • Hersenen Netwerken en Etiologie: Frontostriatale hypofunctie; Salience Network (SN) vs Central Executive Network (CEN) vs DMN; Catecholamine arousal-model (DA/NE in PFC).

  • Geneesmiddelen en Werking:

    1. Methylfenidaat: DAT/NET blocker; snelle DA vrijgave (in striatum); hoog verslavingspotentieel.

    2. Atomoxetine: NET-inhibitor; NE en DA in PFC verhoogd; minder DA-stijging in striatum; lager verslavingspotentieel.

    3. Guanfacine: α2A-adrenerge agonist; postsynaptisch; minder verslavingspotentieel.

    4. Desipramine: NET remmer (TCA).

  • Algemeen: Niet-medicamenteus: CGT, relaxatie, gedragstraining. Keuze medicatie afhankelijk van patiënt en bijwerkingen; precieze dosering en monitoring.

HYPNOTICA & SEDATIVA (Insomnia)
  • Neurobiologie: Circadiaan ritme regulatie voor Melatonine.

  • Behandelingsprofielen:

    1. Benzodiazepines: Hypnotisch/sedatief; afhankelijkheid en verslaving risico; korte/middellange/lange werkingsduur.

    2. Z-drugs (zolpidem, zopiclone): PAMs van GABA_A; zeer korte duur; minder anxiolytisch effect; vergelijkbaar risico met benzodiazepines.

    3. Melatonine: Circadiaan ritme reguleert; beperkte evidentie voor lange termijn veiligheid.

  • Neveneffecten en Voorzorgen: Sedatie, verstoring van cognitieve functies; ouderen kwetsbaar; rebound slapeloosheid bij stoppen.

ANTIPSYCHOTICA (Psychotische Stoornissen)
  • Neurobiologie: Dopamine-hypothese (mesolimbische DA overactiviteit voor positieve symptomen; mesocorticale DA onderactiviteit voor negatieve/cognitieve); Serotonine-hypothese (5-HT2A overactiviteit).

  • Klassieke vs Atypische Antipsychotica:

    1. Klassieke (typisch): D2-antagonist (bv. haloperidol).

      • Bijwerkingen: EPS (Extrapyramidale Symptomen), prolactine-stijging.

    2. Atypische (SDA): Blokkeert D2 en 5-HT2A.

      • Bijwerkingen: Minder EPS en gewichtstoename; kan ook negatieve symptomen beïnvloeden.

  • Generale Indicaties: Schizofrenie, bipolaire stoornis, delirium, agressie; palliatieve zorg.

  • Bijwerkingen: EPS, hyperprolactinemie, metabool syndroom, QT-verlenging, maligne antipsychotisch syndroom.

DEPRESSIE EN STRESSBIOLOGIE
  • Neurobiologie: Stressrespons: HPA-as (hypothalamus—hypofyse—bijnier) dysregulatie; inflammatie; hyperfrontale (PFC) en hyperlimbische netwerken (negatieve bias, verminderde emotieregulatie).

  • Antidepressiva: Classificatie en Werking:

    1. Monoamine-heropname remmers: MAOI, TCA, SSRI, SNRI, DNRI, NRIs (traditionele antidepressiva, 2-6 weken tot klinisch effect).

    2. Ketamine/Esketamine: NMDA antagonisme; snelwerkend (binnen dagen); beïnvloedt ERK, PI3K-Akt, BDNF-gestuurde synaptische plasticiteit.

  • Algemeen: Lichaamsbeweging verhoogt BDNF en antidepressieve effecten.

Angststoornissen
  • Neurobiologie: Amygdala, BNST, hippocampus; top-down controle van PFC op angst.

  • Behandeling:

    1. Psychotherapie: CGT/EXPOSURE (eerste keus).

    2. Medicijnen:

      • SSRI/SNRI: Eerste lijn.

      • Benzodiazepines: Kortdurend bij acute confrontaties.

      • MAOI: Bij specifieke situaties.

      • Propranolol: Beta-blokkers voor fysiologische symptomen van angst.

  • Algemeen: Extinctie van angst (exposure-based) via PFC-BLA circuits.

DEMENTIE EN ALZHEIMER
  • Pathologie en Neurobiologie: Amyloid plaques en neurofibrillaire tangles; inflammatie; BBB-dysfunctie; vermindering ACh.

  • Therapeutische Diagnose en Behandeling (volgorde is niet strikt hiërarchisch, afhankelijk van stadium en individuele respons):

    1. Cholinesterase-inhibitors: (rivastigmine, donepezil, galantamine) voor milde tot matige symptomen.

      • Werking: AChE-inhibitors; galantamine ook positive allosterische modulator van nAChR.

      • Neveneffecten: GI, bradycardie, braken, sedatie, rash.

    2. Memantine: Niet-competitieve NMDA-antagonist voor matige tot ernstige dementie;

      • Werking: Beschermt tegen excitotoxiciteit en ondersteunt plasticiteit (behoudt basale NMDA-functie).

    3. Monoklonale antilichamen: (Aducanumab - niet meer op markt; Lecanemab - EMA 2025 verwacht).

    4. Ginkgo biloba: Beperkte evidentie; anti-inflammatoir en pro-cholinerg; interacties mogelijk.

  • Algemeen: Monitor lever/prijs/andere medicijnen.

MIDDELENGEBRUIK EN VERSLAVINGSSTOORNISSEN (Specifieke middelen)

Centrale Stimulantia

  • Neurobiologie: DA, NA, 5-HT systemen (mesolimbisch pad: VTA-NAc).

  • Middelen: Cocaïne/amfetamine (directe DA-stijging); MDMA (monoamine releaser); nicotine (DA/NA vrijgave via nAChR).

  • Risico's: Verslavingspotentieel hoger bij snelle pieken; langzame/Prodrug minder potentie.

OPIOÏDEN EN ENDOGENE OPIOÏDEN

  • Neurobiologie: Endogene peptiden (endorfines, enkephalines, dynorphines); mu (MOR), delta (DOR), kappa (KOR) receptoren; beloningssysteem.

  • Middelen: MOR-agonisten (bv. Morfine).

  • Effecten/Bijwerkingen: Antinociceptie (pijnstilling), euforie, ademhalingsdepressie, tolerance, verslaving.

  • Therapie voor Opioïde Gebruikstoornis:

    1. Naloxone: Bij overdosis.

    2. Naltrexon: Voor abstinentie en terugvalpreventie.

    3. Substitutietherapie: Methadon (vol MOR-agonist, offset CRF/NET/SERT); Buprenorfine (partiële MOR-agonist); Buprenorfine + Naloxon (sublinguaal).

CANNABINOÏDEN

  • Neurobiologie: THC (agonist CB1 en CB2); CBD (milder, mogelijk negatieve allosterische modulator CB2); DA in striatum via disinhibitie.

  • Middelen: THC, CBD.

  • Effecten/Risico's: Verslavingspotentieel; psychotische symptomen bij hoge doses; cognitieve stoornissen bij langdurig gebruik; mogelijke schizofrenie- en stemmingsstoornissen bij adolescentie.

  • Behandeling: Psychosociale interventies (farmacologisch beperkt bewijs).

ALCOHOL (ETHANOL)

  • Neurobiologie: Positieve allosterische modulator van GABA_A; NMDA-receptor inhibitie; endogene opioïden/DA vrijstelling (mesolimbische DA).

  • Effecten/Risico's: Milde euforie en verslavend potentieel; neurotoxiciteit met langdurig/matig gebruik (Wernicke-encefalopathie, foetaal alcoholsyndroom).

  • Ontwenningsfasen/Behandeling: Delier, DT, ontwenningssyndroom bij stoppen; behandeling met benzodiazepines en thiamine.

  • Interacties: Veel geneesmiddeleninteracties; desulfiram effect en toxische interacties.

GHB/GBL

  • Neurobiologie: GHB: GABA_B receptor agonist; GBL is een prodrug.

  • Effecten/Risico's: Sedatie en euforie; lage dosis sedatie; hoge dosis mogelijk coma.

DISSOCIATIEVE ANESTHETICA

  • Neurobiologie: NMDA-receptor antagonisten (open channel blockers).

  • Middelen: PCP (angel dust), Ketamine, DXM.

  • Effecten: Dissociatieve effecten; hallucinaties.

  • Ketamine: Niet-competitieve NMDA-antagonist; dissociatie; mogelijk behandeling therapieresistente depressie (S-ketamine).

KLASSIEKE PSYCHEDELICA

  • Neurobiologie: (partiële) agonisten van 5-HT2A receptoren; soms ook 5-HT2B/2C.

  • Middelen: LSD, Psilocybine, Mescaline, DMT.

  • Risico's: Laag verslavingspotentieel; meestal geen fysieke afhankelijkheid; mogelijk tolerantie bij hoge dosen.

  • Therapeutisch potentieel: Onderzoek bij depressie, PTSS, verslavingsproblematiek, existentiële angst.