gs
5.1
De renaissance
In deze paragraaf leer je:
welk mens- en wereldbeeld ontstond in Italie
hoe kunstenaars en geleerden de klassieke oudheid gingen navolgen
hoe de renaissance werd verspreid
Kenmerkende aspecten:
het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling
de hernieuwde oriêntatie op het erfgoed van de klassieke
oudheid
Nieuw mens- en wereldbeeld
De Italiaan Sandro Botticelli schilderde omstreeks 1485 de geboorte van Venus, de Romeinse godin van de liefde.
Volgens de klassieke mythe was ze geboren uit het schuim van de zee. Op Botticelli's schilderij komt ze uit een schelp, symbool van de vagina.
Botticelli maakte het schilderij voor de Medici, een familie van steenrijke textielhandelaren en bankiers in de stadstaat Florence. De Medici gaven veel geld uit aan kunst. In Florence lieten ze in de 15e eeuw architecten, beeldhouwers en schilders als Brunelleschi, Leonardo da Vinci en Michelangelo voor zich werken. Ook in andere Italiaanse steden, zoals Milaan, Venetië en Rome bevorderden rijke kooplieden en andere machtige heren de kunsten.
De Italiaanse stedelijke elites kregen een nieuw mens- en wereldbeeld. In de middeleeuwen werd de mens gezien als slecht en zondig. De wereld was door God geschapen maar was daarna in handen van de duivel geraakt. Daarom moest de mens zich van de wereld afwenden. Hij moest zich richten op God en het hiernamaals.
Ook Italiaanse kunstenaars en hun opdrachtgevers in de 15e en 16e eeuw zagen de wereld als Gods schepping, maar zij
eo caconce omstreeks 1480 (Francesco di Lorenzo
Rosselli).
genoten van de schoonheid ervan. Ze geloofden dat de men Gods schepping moest vervolmaken. De mens moest zich niet afwenden van de natuur, maar nem perfectioneren. ze hadden belangstelling voor de oudheid, toen kunstenaars d natuur ook hadden willen perfectioneren. Met De geboorte vo Venus sloot Botticelli daarbij aan. Hij beeldde de godin af alr
een prachtig geschenk uit de hemel.
5.2 •Geboorte van Venus (Botticelli, 1486).
58
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
5.4 Piêta (Maria met gestorven Christus) van Michelangelo (Sint-Pieterskerk Rome, 1499). Navolging van de oudheid
De Italiaanse kunstenaars bestudeerden het klassieke erf-goed, de nalatenschap van de Grieks-Romeinse cultuur, dat in de vorm van ruines en beeldhouwwerken volop in Italie aanwezig was. Ze probeerden de klassieke kunst te evenaren en overtreffen. Ze meenden dat ze de grootheid van de oudheid lieten herleven. Daarom noemden ze hun tijd de renaissance (letterlijk: wedergeboorte).
De tijd tussen oudheid en renaissance noemden kunstenaars minachtend de middeleeuwen, zoals wij nog steeds doen. In de tijd van de renaissance begon de vroegmoderne tijd, de periode van 1500 tot 1800. De eerste eeuw daarvan, de 16e eeuw, noemen we de tyd van ontdekkers en hervormers.
De grote bouwmeester van de vroege renaissance was Filippo Brunelleschi. Hij bouwde met klassieke vormen, zoals zuilen, ronde bogen en koepels. Om te leren hoe dat moest, groef hij in Rome ruines uit en tekende en mat hij alles precies na.
Brunelleschi was ook de ontdekker van het perspectief. Kunstenaars uit de oudheid konden een illusie van diepte schep-pen. Maar Brunelleschi verbeterde de oudheid. Hij berekende precies hoe voorwerpen kleiner lijken te worden naarmate ze verder weg zijn. Hierdoor kon hij platte vlakken maken die diepte leken te hebben.
De ontdekking van het perspectief droeg ook bij aan een vernieuwing in de schilderkunst. Renaissanceschilders als Leonardo da Vinci maakten realistische, schijnbaar driedimensionale schilderijen. Ze bestudeerden de natuur om deze zo perfect mogelijk af te beelden. Leonardo sneed in lijken om te zien hoe het menselijk lichaam in elkaar zat en maakte honderden gedetailleerde tekeningen van skeletten en lichaamsdelen. Dit soort onderzoek was een voorbeeld van de nieuwe wetenschappelijke belangstelling die begon te
Ook beeldhouwers onderzochten de anatomie, houdingen en gezichtsuitdrukkingen van mensen om personages levensecht te kunnen uitbeelden. Een hoogtepunt werd het werk van Michelangelo. Zijn gebeeldhouwde figuren zagen er mooier en volmaakter uit dan echte mensen. Het idee dat ze een verbeterde versie van de natuur creëerden, maakte dat beeldhouwers en schilders niet meer werden gezien als ambachtslieden, maar als kunstenaars die boven gewone mensen verheven waren.
Geleerden gingen eveneens de oudheid bestuderen. Schrijvers en denkers zagen klassieke auteurs als geestverwanten.
Ze noemden zich naar het voorbeeld van de Romeinse schrijver Cicero humanisten, waarmee ze bedoelden dat ze de vrijheid en waardigheid van de mens belangrijk vonden. De humanisten bestudeerden klassieke teksten om hun betekenis te begrijpen. Ook gingen ze op zoek naar verloren teksten. In kloosters en op andere plaatsen vonden ze veel terug.
Verspreiding over Europa
In de 16e eeuw werd de renaissance over Europa verspreid.
Terwijl Italiaanse kunstenaars en humanisten in dienst traden van Europese vorsten, reisden buitenlanders naar Italie vanwaar ze met nieuwe ideeën terugkeerden.
Het humanisme ontwikkelde zich ten noorden van de Alpen wel anders dan in Italie. De landen daar hadden nauwelijks een klassiek verleden. Het humanisme richtte zich er niet op herleving van de klassieke oudheid, maar op de wedergeboorte van het oorspronkelijke christendom.
De belangrijkste vertegenwoordiger van dit christelijk humanisme was de monnik Erasmus van Rotterdam. Door zijn studie van christelijke teksten uit de oudheid ontdekte hij dat veel van wat de kerk leerde, niets met het zuivere christendom te maken had. Om het geloof te zuiveren, vertaalde hij het Nieuwe Testament uit oude Griekse handschriften. Hij constateerde toen dat de Bijbel, die de kerk gebruikte, vol fouten zat.
Zijn kritiek op misstanden in de samenleving uitte Erasmus onder meer in het satirische boek Lof der zotheid (1511).
Het verhaal van Het laatste avondmaal
Leonardo da Vinci werkte in Florence voor Lorenzo de Medici. Na een paar jaar stuurde Lorenzo hem naar Ludovico Sforza, de heerser van Milaan, die ook de kunst bevorderde. Voor hem maakte Leonardo de muurschildering Het Laatste Avondmaal, waarop het moment is te zien nadat Jezus zijn discipelen heeft verteld dat een van hen hem zal verraden. Het is een zeer realistisch werk, waarop bijvoorbeeld de borden en het tafellaken gedetailleerd zijn weergegeven. Door het perspectief lijkt het alsof we een zaal inkijken. Maar de schildering is meer dan natuurgetrouw: hij laat dramatiek en tegelijk harmonie en orde zien. Het licht valt op Jezus, kalm tussen zijn opgewonden discipelen, die in vier groepjes zijn verdeeld. De verrader Judas zit in de schaduw. Hij wordt naar voren geduwd achter Petrus, die inpraat op de vrouwelijk ogende Johannes. Deze zit naast Jezus, maar heeft zich van hem afgewend.
5.5 Het laatste avondmaal (Da Vinci, 1498). apansie
In deze paragraaf leer je:
waardoor en hoe de Europese overzeese expansie
ontstond
welke activiteiten Spanjaarden en Portugezen ondernamen in Oost-Afrika en Azië
welke activiteiten ze ondernamen in West-Afrika en
Amerika
Kenmerkend aspect:
- het begin van de Europese overzeese expansie
Het ontstaan van de ontdekkingsreizen
In 1415 veroverde Portugal de Marokkaanse havenstad Ceuta.
Het was een belangrijk moment. Vanuit Ceuta hadden islamitische strijders 700 jaar eerder Spanje en Portugal veroverd. De christenen hadden sinds de 11e eeuw bijna alles heroverd. Nu begon de uitbreiding van activiteiten van Europeanen buiten Europa: de Europese expansie.
Portugezen voeren na de verovering van Ceuta langs de
Afrikaanse westkust naar het zuiden. Ze waren op zoek naar goud. Ze wilden weten waar het goud vandaan kwam dat via de Sahara naar Marokko werd gebracht.
Met hun ontdekkingsreizen op de Atlantische Oceaan kwamen de Portugezen geleidelijk steeds zuidelijker. Na 1450 voeren ze om West-Afrika heen en vonden de herkomst van het goud in Ghana en andere landen aan de Goudkust, zoals de Portugezen deze kust noemden.
Na de ontdekking van de Goudkust wilden de Portugezen naar Indië, zoals Europeanen Zuid- en Oost-Azië noemden.
Uit Indië kwam via Arabische tussenhandelaren al eeuwen kostbare koopwaar naar Europa, zoals zijde en peper. De
Portugezen hoopten op enorme winsten als ze die zelf konden halen. Ze zouden om Afrika heen moeten varen.
In 1488 bereikten ze de zuidpunt van Afrika. De Portugese koning noemde de plek Kaap de Goede Hoop omdat hy ho te dat nu de rijkdommen van Indië voor het gripen lagen.
In 1492 leek het er ineens op dat de Spanjaarden eerder waren. Zii hadden de Canarische eilanden ten westen van Afrika veroverd. Daarvandaan voer de Italiaanse ontdekking reiziger Columbus in opdracht van het Spaanse koningspaa Daar het westen en bereikte in viif weken Amerika, dat toen onbekend was in Europa. Columbus dacht dat hij de westelijke route naar Indië had ontdekt. Hierdoor werd Amerika eeuwenlang West-Indië of de West genoemd en staan de oorspronkelijke bewoners bekend als indianen. Azië werd Oost-Indië of de Oost genoemd.
Een andere ontdekkingsreiziger, Amerigo Vespucci, voer om streeks 1500 in Portugese dienst naar het westen en verkend de kust van Brazilie. Hij trok de conclusie dat er een nieuw continent was ontdekt, dat hij de Nieuwe Wereld noemde.
Later werd de Nieuwe Wereld Amerika genoemd, de vrouwe lijke vorm van Vespucci's voornaam.
Intussen hadden de Portugezen de zeeweg naar Indië wél ontdekt. In 1498 voer Vasco da Gama langs Kaap de Goede Hoop en de Afrikaanse oostkust naar India. Vandaar bereikten de Portugezen in 1510 Indonesië en later ook China en Japan.
De Spanjaarden vonden in 1522 via een totaal andere route Indie ook. Een ontdekkingsvloot voer om Zuid-Amerika heen en bereikte Oost-Azië via de Stille Oceaan. Een van de schepen voer om Afrika heen terug naar Spanje. Voor het eerst in de geschiedenis was er een rondreis om de aarde 57 Aankomst van Columbus in Amerika John vanderlyn, 1847).
Europese expansie in het oosten
De ontdekkingsreizen vormden het begin van de Europese overzeese expansie. De Portugezen hadden hun schepen steeds beter gemaakt. De schepen waarmee ze naar Azie woeren, waren wendbaar en voorzien van kanonnen. Ze waren daardoor militair superieur aan de Aziaten.
Toch wilden de Portugezen geen grote gebieden veroveren.
China, Japan en andere Aziatische rijken waren daarvoor re sterk. In plaats daarvan namen ze langs de kusten kleine gebieden in bezit en bouwden er factorijen (handelsposten).
Omstreeks 1550 had Portugal er zo'n 50, van Oost-Afrika tot Japan. Hiermee namen ze deel aan de eeuwenoude handel tussen de Aziatische kuststeden. Een deel van de rijke koopwaar ging naar Europa, zoals specerijen uit de Molukken in Oost-Indonesië.
Europese expansie in het westen
De Portugezen bedreven ook handel aan de kusten van West-Afrika. Ze haalden er goud, ivoor en steeds vaker ook zwarte slaven. Deze Afrikanen werden gebracht naar Brazilië, dat de Portugezen koloniseerden vanaf 1530. Na hun vestiging stichtten de Portugezen er grote plantages, landbouwbedrijven waar ze suikerriet verbouwden met behulp van indiaanse en Afrikaanse slaven (meer over slavernij en slavenhandel in paragraaf 7.4).
Na de ontdekkers kwamen Spaanse veroveraars naar andere delen van Midden- en Zuid-Amerika. Met gemak onder-
Toen en nu: Ceuta
Ceuta is na de Portugese verovering in 1415 nooit meer in Marokkaanse handen gekomen. Wel moest Portugal de stad in de 17e eeuw na een oorlog afstaan aan Spanje.
Nog altifd is Ceuta van Spanje. Volgens Spanje is het geen kolonie, maar een gewone Spaanse stad. Sinds Spanje in 1986 lid werd van de EU, ligt een deel van de EU dus in htrika. Via Ceuta proberen geregeld Afrikaanse migranten de EU binnen te komen, maar rondom de stad zijn hoge hekken gebouwd om ze tegen te houden. Door het koloniale verleden heeft de EU meer overzeese gebieden, zoals de Canarische eilanden, Madeira en Curaçao.
Noordhoff Uitgevers bv
5.8 Spaanse verovering van Tenochtitlan, Mexico 1519 (Spaans schilderij, 1521).
wierpen ze gebieden waar de inheemse bevolking leefde in eenvoudige samenlevingen van jager-verzamelaars en boe-ren. Er waren ook indianen die leefden in hoogontwikkelde landbouwstedelijke samenlevingen. Ten tijde van Columbus hadden de Azteken een groot rijk in Mexico; de Inca's hadden een groot rijk in Peru. Deze volken hadden goud en zilver en daarom besloten de Spanjaarden om deze rijken te veroveren.
Deze veroveringen door Spaanse legertjes waren door een aantal oorzaken succesvol. Met hun eenvoudige wapens hadden indianen weinig verweer tegen de Spanjaarden met hun zwaarden, kanonnen en paarden. Indianen kenden geen grote dieren en waren daardoor doodsbang voor de paarden. Bovendien werden de Spanjaarden geholpen door indiaanse volken die door de Azteken en Inca's werden on-derdrukt. Belangrijk was ook dat de indianen niet bestand waren tegen ziekten die de Europeanen per ongeluk meena-men, zoals de pest, de pokken en de griep. Binnen een eeuw kwam het grootste deel van indianen door epidemieën om het leven.
De Spanjaarden gingen heersen over steeds grotere gebieden in Midden- en Zuid-Amerika. Er kwam een migratie op gang van honderdduizenden Spaanse mannen naar deze koloniën, die namen als 'Nieuw-Spanje' kregen. Doordat deze landverhuizers kinderen kregen bij indiaanse vrouwen ontstond een etnisch gemengde bevolking.
Zo begon het Europees kolonialisme in Amerika. Spanje en Portugal werden moederlanden die gingen heersen over koloniën om eraan te verdienen. Zo verdienden Spanjaarden veel aan zilvermijnen en aan plantages.
5,9 Ceuta met links Spaanse verdedigingswerken uit de
16e eeuw.
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
61 5.3
o De Reformatie
In deze paragraaf leer je:
welke kritiek er was op de katholieke kerk
hoe de kritiek leidde tot de splitsing in de kerk
hoe het protestantisme werd verspreid en welke strijd tussen katholieken en protestanten ontstond
Kenmerkend aspect:
- de protestantse Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had
Kritiek op de katholieke kerk
In 1513 werd Giovanni de Medici gekozen tot paus Leo X.
Net als zijn vader Lorenzo was hij een levensgenieter en een kunstliefhebber. Hij liet Rome verfraaien met schilderijen en beeldhouwwerken en ging door met de bouw van de indrukwekkende Sint-Pieterskerk, die onder zijn voorganger was begonnen.
De Duitse monnik Maarten Luther ergerde zich aan deze pracht en praal en eiste een hervorming van de katholieke kerk. Er was al langer kritiek op de kerk. Veel mensen ergerden zich aan de misstanden. Geestelijken van hoog tot laag leidden een leven dat in strijd was met de ideeën die de kerk zelf verkondigde. Ze hielden van wereldse zaken als geld, macht, eten, drank en seks. De kerk leerde dat een leven van seksuele onthouding het beste was. Daarom was voor geestelijken het celibaat, het ongetrouwd zijn, verplicht. Maar veel geestelijken leefden samen met een vrouw en hadden kinderen.
Door het christelijk humanisme ontstond ook kritiek op de leer van de kerk. Volgens Erasmus had veel van wat de kerk leerde met het oorspronkelijke christendom niets te maken.
Luther ging na bestudering van Erasmus' Bijbelvertaling nog verder. Volgens hem deugde er bijna niets aan de kerkleer. De kerk leerde dat de mens in de hemel kon komen als hij goed
5.10 Paus Leo X in Florence (Vasari, 1515).
62
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
5.11 Luther voor Karel V, Worms 1521 (afbeelding uit
de 19e eeuw).
leefde en gehoorzaamde aan de kerk. Geestelijken konden voor de leken bemiddelen bij God. Volgens Luther was daar o ce an t toproe elori necoa ko denop
de Bijbel.
Splitsing van de kerk
Volgens de kerk gingen de meeste mensen na hun dood eerst naar het vagevuur. Daar werden ze gestraft voor hun zonden voor ze naar de hemel konden. Maar als ze van de kerk een aflaat kregen, een kwijtschelding van zonden, kwamen ze sneller in de hemel. Paus Leo X bepaalde zelfs dat ze zo'n aflaat gewoon konden kopen door geld te geven voor de bouw van de Sint-Pieterskerk.
Uit protest hiertegen schreef Luther in 1517 een brief met 95 stellingen, waarin hij onder meer het geloof in aflaten aanviel. Daarmee begon de protestantse Reformatie of Hervorming, waardoor het christendom in West-Europa uiteenviel in de katholieke kerk en de protestantse kerken.
Luthers brief leidde ertoe dat de paus hem verbande uit de kerk. De paus wilde daarna dat de Duitse keizer Karel V hem ter dood veroordeelde. Karel gaf Luther nog een kans berouw te tonen op een rijksdag, een bijeenkomst van Duitse vorsten en andere machthebbers in Worms. Maar Luther weigerde zijn kritiek in te trekken. Hij werd vogelvrij verklaard, maar kreeg asiel (bescherming) van de keurvorst van Saksen. In een kasteel van de vorst vertaalde Luther Erasmus' Griekse versie van het Oude Testament in de Duitse volkstaal. Dankzij de boekdrukkunst werd dit Bijbeldeel als boek verspreid en gelezen door veel gelovigen.
Door de publicatie van zijn teksten kreeg Luther veel aan-hang. Hij riep de Duitse vorsten op de kerk in hun gebied te hervormen en een aantal deed dat, waardoor de kerk splitste.
In Duitsland ontstond een nieuwe kerk, zonder celibaat. heiligenverering, kloosters, geestelijken en andere zaken die niet op de Bijbel waren gebaseerd. Deze lutherse kerk had wel dominees (predikanten), die de Bijbel uitlegden en
kerkdiensten leidden.
@ Noordhoffr Verspreiding en strijd
Er waren meer hervormers, zoals de Franse jurist Johannes Calvijn. Hij was nog strenger dan Luther en stelde nog meer dat de mens door en door slecht is. God bepaalde welke mensen naar de hemel gingen. Volgens Calviin hadden mensen zelf daar geen invloed op, terwijl Luther stelde dat mensen met een goed geloof hun kansen vergrootten om naar de remel te gaan. Calvijn vond dat gelovigen een vroom leven moesten leiden vol Bijbelstudie, soberheid en zelfbeheersing sen ander verschil was dat Luther vond dat onderdanen de overheid onvoorwaardelijk moesten gehoorzamen. Volgens calviin moest de overheid handelen in overeenstemming met de Biibel en het ware geloof. Als een vorst 'een valse godsdienst' oplegde, mocht het volk onder leiding van hoge edelen en andere bestuurders in opstand komen. calviin begon ziin kerk in de Zwitserse stad Genève in een Iaal kerkgebouw zonder beelden, schilderijen en andere franje die volgens Calvijn niets met het geloof te maken had.
Zijn leer, het calvinisme, werd verspreid en kreeg vooral invloed in Frankrijk, Schotland en de Nederlanden.
Toen en nu: Elizabeth I en Elizabeth Il
Koningin Elizabeth I was 'Hoogste Bestuurder van de
Kerk van Engeland' en kreeg de titel 'Verdediger van het Geloof. Bijna 400 jaar later werd Elizabeth II koningin.
Ook zij werd daardoor 'Hoogste Bestuurder van de anglicaanse kerk' en 'Verdediger van het Geloof'. Nog altijd houdt de anglicaanse kerk vast aan het geloof zoals dat onder Elizabeth I werd vastgelegd. Wel zijn er steeds minder gelovigen. Tegenwoordig gaat minder dan twee procent van de Engelsen op zondag naar de anglicaanse kerk.
5.12 Koningin Elisabeth I met hovelingen (Peake, omstreeks
1600).
sabachebe
Godsdienstige tegenstellingen leidden geregeld tot strijd.
Karel V voerde in het Duitse rijk jarenlang oorlog tegen de Lutherse vorsten, maar kon ze niet verslaan. In 1555 werd bij de Godsdienstvrede van Augsburg afgesproken dat elke Duitse vorst mocht bepalen of zijn land katholiek of luthers werd.
In Frankrijk woedden vanaf 1562 godsdienstoorlogen tussen katholieken en hugenoten, zoals de Franse calvinisten werden genoemd. Pas in 1598 kwam daar een eind aan met het Edict van Nantes: een wet waarin stond dat Frankrijk katholiek was, maar dat ook de hugenoten rechten hadden.
In Engeland verliep de Reformatie weer anders. Koning Hendrik VIII brak in 1534 met de paus en liet zich door het parlement benoemen tot hoofd van de Church of England, ook wel de anglicaanse kerk genoemd. In 1563 liet koningin Elizabeth I de leer van deze Engelse staatskerk vastleg-gen. Volgens deze leer kan de mens alleen gered worden door het ware geloof dat alleen uit de Bijbel kan worden afgeleid.
5.13 Koningin Elizabeth II en anglicaanse geestelijken in de
St. Paul's Cathedral in Londen (2012).
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
63 5.4
De Nederlandse Opstand
In deze paragraaf leer je:
hoe en waardoor Nederlanders in opstand kwamen tegen hun vorst
hoe de opstand een oorlog werd
hoe de Nederlandse onafhankelijke staat tot stand kwam
Kenmerkend aspect:
het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat
Ontstaan van de Opstand
In augustus 1559 vertrok Filips II vanuit Brussel via Vlissingen naar Spanje, waar hij koning was geworden. De vorst had de Nederlanden vier jaar vanuit Brussel geregeerd en keerde nooit meer terug. Toen hij bij het afscheid Willem van Oranje ontmoette, was de verhouding tussen beide redelijk goed.
Filips had Oranje benoemd tot stadhouder (plaatsvervanger) in Holland, Zeeland en Utrecht. Pas in 1568 werd Oranje de leider van de Nederlandse Opstand tegen Filips.
De Nederlanden - ongeveer Nederland, België en Luxemburg - hadden sinds de 15e eeuw één landsheer (vorst), maar vormden verder geen eenheid. De landsheer was in elk gewest apart hertog of graaf. Alle gewesten hadden eigen wetten en privileges en een eigen bestuur, de Staten.
Karel V was van 1515 tot 1555 landsheer van de Nederlanden.
Hij versterkte het centrale bestuur in Brussel en vervolgde de
en de vervolgingen als bedreiging voor hun privileges. De protestanten. De steden en gewesten zagen zijn groeiende mach protestanten werden veroordeeld door rechtbanken van Kare terwiil burgers normaal alleen vielen onder rechters van hur eigen stad of gewest. Ook waren veel bestuurders vanwege hun humanisme tegen de fanatieke kettervervolging.
De onvrede groeide onder Filips II die doorging met de centralisatiepolitiek en harder optrad tegen het protestan-tisme. Hij vroeg ook hoge belastingen voor een ooriog tegen Frankrijk en benoemde vertrouwelingen van buiten de halfzuster Margaretha van Parma aan als landvoogdes om namens hem de Nederlanden te besturen. Hij gaf haar toen Oodracht naar ziin vertrouwelingen te luisteren en niet naar
de Nederlandse edelen.
Willem van Oranje pleitte bij Margaretha voor godsdienst-vrijheid. De landvoogdes besloot in 1566 de geloofsvervolgingen te matigen toen 400 lagere edelen haar daarom hadden gevraagd. Hierdoor durfden de calvinisten bijeenkomsten in de openlucht te houden. Na zo'n 'hagenpreek' in Vlaanderen vernielde een opgehitste menigte het interieur van een klooster. In de weken daarna raasde de Beeldenstorm door de Nederlanden. In honderden kloosters en kerken werden beelden stukgeslagen en schilderijen kapot gestoken.
Filips was woedend over de Beeldenstorm en verving Margaretha door de hertog van Alva. Filips wilde niet alleen de doodstraf voor calvinisten, maar ook voor bestuurders die volgens hem te
6q
5.14 Filips Il neemt afscheid van Willem van Oranje in Vlissingen, 1559 (Kruseman, 1832).
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
5.15 Moord op de martelaren van Gorcum, O juli 1572
(Fracassini, 1867) HAERLEM
13 juli 1573 (Frans Hogenberg, 1575).
5.16 Het Spaanse optreden na de verovering van Haarlem,
slap waren geweest. Alva trok met een groot leger de Nederlanden binnen en trad keihard op. Daardoor vluchtten zơ'n 50 000 Nederlanders naar Engeland en Duitsland. Willem van Oranje week uit naar Duitsland. Daar vormde hij een leger waarmee hij
rige Oorlog (de Opstand, 1568-1648).
in 1568 de Nederlanden binnenviel: het begin van de Tachtigia-
Opstand en oorlog
Alva sloeg de eerste aanvallen met gemak af. Oranje ging daarom samenwerken met calvinistische vluchtelingen, die zich geuzen noemden. Intussen maakte Alva zich gehaat met nieuwe belas-tingen, die hij nodig had om zijn troepen te kunnen betalen. Op 1 april 1572 namen de geuzen het Hollandse stadje Den Briel in.
In de maanden daarna gaven de meeste Hollandse en Zeeuwse steden zich aan hen over en verklaarden zich 'voor de prins'.
Aan beide zijden begingen strijders wreedheden. Zo hingen geuzen negentien katholieke geestelijken uit Gorinchem op in een schuur in Den Briel en liet Alva zijn troepen moorden en plunderen in heroverde steden. Toch lukte het Alva niet om Holland en Zeeland te heroveren.
In de jaren 1570 kwam Filips in geldnood doordat hij ook in oorlog was met het Ottomaanse rijk. Spaanse soldaten die al maanden niet waren betaald, trokken in 1576 plunderend en moordend door Vlaanderen en Brabant. Hierdoor sloot een groot deel van de Nederlanden zich bij de Opstand aan. De opstandige gewesten sloten in 1579 een militair en politiek bondgenootschap: de Unie van Utrecht.
Een onafhankelijke staat
In de Unie van Utrecht werd afgesproken dat alle gewesten hun godsdienstige zaken zelf regelden. Maar al snel namen de calvinisten bijna overal de macht over en verboden ze de katholieke kerk. Oranje had steeds gezegd dat hij trouw was aan Filips en alleen in opstand kwam tegen Alva en andere slechte adviseurs'. Maar nu werden Filips en hij openlijk vij-anden. Filips verklaarde Oranje vogelvrij, waarna de Staten-Generaal van de Unie van Utrecht door de ondertekening van het Plakkaat van Verlatinge in 1581 besloten om Filips niet meer áls vorst te erkennen.
De nieuwe landvoogd Parma veroverde daarna Vlaanderen en Brabant. In 1584 vermoordde een katholieke fanaticus Willem van Oranje en in 1585 nam Parma Antwerpen in.
Ook in het noorden en oosten kreeg hij steden in handen.
Nu de Spaanse overwinning in de Nederlanden dichtbij leek, wilde Filips afrekenen met de protestantse Engelse koningin
© Noordhoff Uitgevers bv
Elizabeth. Hij liet Parma een aanval op Engeland voorbereiden en stuurde een enorme oorlogsvloot, waarop Parma's leger aan boord moest gaan. Maar deze 'onoverwinnelijke armada' ging in 1588 voor de Engelse kust ten onder.
Daarmee was de Opstand voorlopig gered.
De opstandige gewesten hadden sinds 1581 vergeefs een nieuwe landsheer gezocht. In 1588 besloten de Staten om zelf de soeverein (degene met het hoogste staatsgezag) van hun gewesten te worden. Ze vormden de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, of kortweg: de Republiek. De nieuwe staat werd in 1648 officieel door Spanje erkend bij de Vrede van Münster.
Ter discussie: was de Opstand een vrijheidsstrijd?
Het ontstaan van de Republiek was een onbedoeld resultaat van de Nederlandse Opstand. Toen de Opstand begon, voorzag niemand dat dit het gevolg zou zijn. De calvinisten wilden vrijheid voor hun kerk en een verbod van het katholicisme. Staten en steden wilden hun privileges behouden. De edelen wilden hun macht en invloed behouden. Ook vonden velen de belastingen te hoog. Maar niemand wilde Filips II van de troon stoten.
Hij was door alle gewesten als landsheer erkend. Pas in 1581 trokken de opstandelingen die erkenning in. De Opstand begon dus niet als onafhankelijkheidsstrijd. Wat was het dan wel? Een strijd voor godsdienstvrijheid? Een strijd voor vrijheid in het algemeen? Een conservatieve strijd voor het behoud van oude rechten? Het was van alles wat. De discussie over de vraag wat de belangrijkste oorzaak was, duurt nog altijd voort.
5.17 Slag bij Turnhout tussen een Nederlands en een Spaans leger (Dolendo, omstreeks 1600).
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
65 DE WERELD IN DE TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS
QIRAT
PONTOOAL
1514
1506
195-7150
1532
ITOMAANSE
PERZISCHE
RUJK
MAMMELUKKENRUK/
1595
1505
1575
1544
1506
MONGOLISTAN
TIBET
GOLRUK
1535
CHINA
NNAM
1565
1522
MAJAPAHIT
Magellaan
1519-1522
Magellaan
1519-1522
Spaans gebied
Portugees gebied
Frans gebied
Deens gebied jaar van onderwerping
5.18 De wereld in de 16e eeuw.
Het tijdvak
Volgens de indeling van de geschiedenis in vijf perioden begon in 1500 de vroegmoderne tijd, die duurde tot 1800. De 16e eeuw heet de tijd van ontdekkers en hervor-mers. Door de reizen van ontdekkers kwam de Europese expansie over de wereld goed op gang. Hervormers leverden kritiek op de kerk van Rome wat leidde tot de Reformatie (Hervorming).
De wereld
Vanaf de 15e eeuw maakten Portugezen en Spanjaarden ontdekkingsreizen langs de kusten van Afrika, Azië en Amerika.
Ze kwamen in contact met volken die leefden in samenlevingen van jager-verzamelaars en eenvoudige boeren in dorpen, maar ook stedelingen in hoogontwikkelde rijken, zoals in China en Mexico. In Amerika stichtten Spanjaarden en Portugezen grote koloniën, waar Europeanen zich vestigden. Een groot deel van de inheemse indianen kwam om. Kleine aantallen Portugezen gingen naar Afrika en Azië, waar ze kleine nederzettingen stichtten voor de handel met de plaatselijke bevolking.
De Spanjaarden veroverden in 1571 de Filipijnen. In die tijd begonnen ook Engeland en Frankrijk aan de Europese expansie mee te doen. Nederland deed mee vanaf 1595.
Tussen 1500 en 1600 groeide de wereldbevolking van ongeveer 458 naar 660 miljoen mensen.
In de 16e eeuw was Spanje het sterkste Europese koninkrijk. Het Spaanse rijk, waartoe ook steeds grotere delen van Italië en Amerika behoorden, werd van 1516 tot 1598 geregeerd door de Habsburgse vorsten Karel V en Filips II. Andere sterke koninkrijken waren Frankrijk en Engeland. In Italië waren rijke onafhankelijke stadstaten, maar die hielden niet allemaal stand.
Tussen 1500 en 1600 groeide het aantal inwoners van Europa van ongeveer 84 naar 100 miljoen.
66
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
Nederland
Vanaf 1555 was Flips Il landsheer der Nederlanden. Tegen hem begon in 1568 de Nederlandse Opstand onder leiding van Willem van Oranje. De noordelijke Nederlanden vormden in 1588 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De zuidelijke gewesten bleven uiteindelijk onder Spaanse heerschappij.
Tussen 1500 en 1600 groeide het aantal inwoners van Nederland van ongeveer
900 000 naar ongeveer 1,5 miljoen.
Themakatern Het Midden-Oosten en Noord-Afrika, paragraaf 2.1
Themakatern Rechtsstaat en democratie, paragraaf 1.2
© Noordhoff Uitgevers Kenmerkende aspecten en begrippen
KENMERKENDE ASPECTEN sa het begin van de Europese overzeese expansie
5b
het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling
Sc de hernieuwde orientatie op het erfgoed van de klassieke sd de protestantse Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had
Se het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat
BEGRIPPEN
5.1 De renaissance
erfgoed nalatenschap
humanist geleerde die vanaf omstreeks 1500 klassieke teksten bestudeerde
mens- en wereldbeeld kijk op het leven van mensen en de wereld om hen heen
tijd van ontdekkers en hervormers vijfde tijdvak (1500-1600) renaissance (wedergeboorte) vernieuwing van de Europese cultuur vanaf omstreeks 1500 met een herboren belangstelling voor de klassieke cultuur vroegmoderne tijd vierde periode 1500-1800
5.2 De Europese expansie
etnisch behorend bij een bepaald volk
Europese expansie uitbreiding van activiteiten van Europeanen buiten Europa vanaf omstreeks 1500
factorij handelspost
indiaan inheemse bewoner van Amerika
Indie Europese naam voor Zuid- en Oost-Azië ontdekkingsreis zoektocht naar onbekend gebied kolonialisme overheersing van een kolonie om eraan te verdienen
koloniseren zich in een gebied vestigen
Nieuwe Wereld Amerika
Dost (de, Oost-Indië) Zuid- en Oost-Azië lantage groot landbouwbedrijf waar één gewas wordt verbouwd
est (de, West-Indië) het Caribisch gebied en de landen eromheen
5.3 De Reformatie
asiel bescherming
calvinisme protestantse leer van Calvijn celibaat ongetrouwd zijn
dominee (predikant) leider van een protestantse kerkdienst Hervorming (Reformatie) verandering waarbij christenen de katholieke kerk wilden veranderen waarna ze zich afsplitsten van deze kerk
hugenoot Franse calvinist katholiek rooms-katholiek
protestants volgens de ideeën van de Hervorming staatskerk officiële kerk van de staat waarover de overheid zeggenschap heeft
5.4 De Nederlandse Opstand armada oorlogsvloot
Beeldenstorm vernielingen in katholieke kerken door Nederlandse protestanten in 1566
geus calvinistische opstandeling in de Nederlanden tegen
Filips II
gewest provincie landsheer vorst
landvoogd(es) plaatsvervang(st)er van een vorst
Republiek Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden soeverein degene met het hoogste staatsgezag stadhouder 1 vertegenwoordiger van de vorst in een gewest (tot 1581) 2 in de Republiek de hoogste regent in dienst van de gewesten, onder meer als opperbevelhebber
Staten bestuur van gewest
Tachtigjarige Oorlog (de Opstand) strijd van Nederlanders tegen Spanje (1568-1648)
Unie van Utrecht militair en politiek bondgenootschap van noordelijke gewesten (1579)
5 De tijd van ontdekkers en hervormers
67
rdhoff Uitgevers bv