nederlands tw3

werkwoordspelling

  • tegenwoordige tijd

  • verleden tijd

    • sterke werkwoorden veranderen van klank

    • zwakke werkwoorden: ‘t ex-kofschip (fietsen →fietste, schrobben → schrobde)

  • voltooid deelwoord

    • beginnen met ge, behalve ver-, her-, er-, be-, ont-

  • Engelse werkwoorden

    • ’t ex kofschip gebruiken

  • gebiedende wijs

  • tegenwoordig deelwoord

    • hele ww + d(e)

  • voltooid deelwoord als bn

    • verbrede, getinte

tussen-n tussen-s

  • tussen-n: als het eerste deel van woord zelfstandig naamwoord is + zn uitsluitend meervourd op -n heeft

    • notendop, erwtensoep, boerenkaas, spinnenweb

  • geen tussen-n als

    • eerste deel geen meervoud heeft

      • gerstenat, rijstepap

    • eerste deel meervoud heeft op -s

      • aspergesoep, douchekop

    • eerste deel een meervoud heeft op -n en -s

      • gedachtegang

      • keuzemoment

    • eerste deel is geen zn

      • hogeschool, blinderarm, huilebalk

    • eerste deel verwijst naar een persoon/zaak waarvan er maar één is

      • zonnecollectoren, maneschijn

    • eerste deel versterkend is en de samenstelling bn is

      • beresterk, reuzeleuk

    • het woord is niet meer herkenbaar als samenstelling

      • klerelijer, bolleboos, papegaai

  • tussen-s

    • als je het werkelijk hoort (stationsplein, dorpswinkel)

    • wanneer 2de deel met sisklank begint (s, z, ch, j), vervang 2de deel met een andere woord die niet met sisklank begint (stations(ch)ef →stationshal)

  • enkele samenstellingen op 2 manieren: voorbehoed(s)middel, geluid(s)hinder

koppelteken

  • klinkerbotsing: laatse klinker van 1ste deel en 1ste klinker van 2de deel = zijn of samen tweeklank vormen

    • auto-ongeluk, reclame-invloeden, massa-artikel

  • gelijke delen (minister-president, chef-kok)

  • letter, cijfers, en symbolen ($-teken, e-mail)

  • samenstelling die op een naam eindigt (kabinet-Rutte)

  • achter voorvoegsels (niet-roker, ex-vrouw)

  • afdeling van aardrijkskundige namen (Zuid-Hollander)

  • samenstelling met afkorting (NAVO-bijeenkomst)

  • vaste werkwoordcombinaties (sta-in-de-weg)

weglatingsstreepje

  • weggelaten woorddeel vervangen door streepje (in- en uitvoer, huisvaders en -moeders)

afbrekingsstreepje

  • breekt woord af in het einde van lettergreep (haas-tig, regen-achtig)

trema

  • uitspraakproblemen te voorkomen (poĂ«zie, reĂ«el, smeuĂŻg)

  • op de uitgangen -ien, -eus, en -eum geen trema (dubieus)

  • samengestelde telwoorden wel trema (tweeĂ«ntwintig)

apostroof

  • meervoud eindigt op:

    • -a, -i, -o, of -u →apostroof + -s (lama’s, taxi’s)

    • a, e, o + -y →vaste -s (essays, jockeys)

    • medeklinker + -y →apostroof + -s (baby’s)

    • -ee, -Ă©, -e: vaste -s (dominees, cafĂ©s)

    • eau, ui →vaste s (bureaus, etuis)

  • bezitsrelatie (Irma’s boek, Franks telefoon, Kees’ viool)

  • verkleinwoorden als er een medeklinker voor de y staat, ‘+-tje (baby’tje)

  • afleidingen van cijfer- en letterwoorden (A4’tje, PSV’er)

meervoud

  • meestal -en, -s, -’s achter het woord

  • 2 mv’den (anekdotes - anekdoten, gedachtes - gedachten)

  • grieks of latijnse woorden (musea - museum, catalogi - catalogussen)

  • eindigen op -icus (medicus →medici, criticus →critici)

  • eindigen op -ie

    • klemtoon in enkelv. op ie valt (kopie →kopieĂ«n, industrie →industrieĂ«n)

    • klemtoon valt niet op -ie in enk. (porie →poriĂ«n, bacterie →bacteriĂ«n)

  • eindigen op -ik, -es, -et

    • klemtoon valt op laaste lettergreep (ogenblik →ogenblikken, raket → raketten)

    • klemtoon op het eerste lettergreep valt, geen dubbel medeklinker (havik →haviken, luiwammes →luiwammesen)

accent aigu

  • op e van woorden van Franse herkomst (coupĂ©, comitĂ©, decolletĂ©)

  • mannelijke/neutrale vorm krijgen wel aigu, vrouwelijke vorm niet (logĂ© - logee, employĂ© - employee)

accent grave

  • sommige van oorsprong Franse woorden (crĂšme, scĂšne, barriĂšre)

accent circonflexe (dakje)

  • op de letters e en i van oorsprong franse woorden (crĂȘpe, maĂźtre)