Samenvatting Prijsbeleid MM2

8.1 Wat is prijs?

  • Prijs is wat je rekent voor je product; het is de ruil- of transactiewaarde (transactiële waarde). In de huidige tijd zijn er ook transformationele factoren die belangrijker zijn geworden.
  • Prijs zegt iets over de kwaliteit van het product (kwaliteitsperceptie).
  • Oorspronkelijk was vaste prijszetting de norm (1 prijs voor alle afnemers) in de 20e eeuw; in de 21e eeuw verschuift men naar dynamische prijszetting (prijs kan verschillen per situatie, klant, kanaal, enzovoort).
  • Dynamische prijszetting kan leiden tot kanaalconflicten als verschillende afnemers verschillende prijzen ervaren.
  • Potentieel: prijzen kunnen aangepast worden aan marktsituatie en kansen.

8.2 Factoren van belang bij prijszetting

8.2.1 Interne factoren
  • Marketingdoelstellingen:
    • Bij duidelijke keuzes over product, doelgroep en positionering wordt prijs vaak eenvoudiger bepaald.
    • Mogelijke doelstellingen:
    • LT/ voortbestaan (survival)
    • Winstmaximalisatie op KT (afroomstrategie)
    • Grootste MA behouden of verkrijgen (afschrikking tegen concurrenten)
    • Markt stabiliseren (penetratieprijs)
    • Klanten lokken (penetratieprijs)
  • Marketingmixstrategie:
    • Prijs hangt samen met de gekozen positionering en de andere 3P’s (distributie, product, communicatie).
    • Speciale strategie: inverse prijszetting – eerst de ideale verkoopprijs (bv prestige prijszetting) bepalen, daarna kosten —> marktconforme prijs bepalen via target-based costing.
  • Kosten (bodem van de prijs):
    • Kosten vormen de ondergrens; winst moet als compensatie voor inspanning & risico komen.
    • Vaste kosten: veranderen niet met activiteit.
    • Variabele kosten: evolueren mee met activiteit.
    • Totale kosten = vaste kosten + variabele kosten.
  • Verantwoordelijkheid binnen de organisatie:
    • Wie bepaalt de prijs? onderscheiden: topmanagement, marketing, verkoop, financiële dienst.
    • Zowel centraal als decentraal prijsbeleid mogelijk.
  • Prijsbeslissingen – samenvatting figuur: interne factoren beïnvloeden prijzen net zoals externe factoren (aard van markt, vraag, concurrentie, economie, detaillisten, overheid, sociale overwegingen).
8.2.2 Externe factoren

1) Aard van de markt en vraag – prijszetting in verschillende marktvormen:

  • Volledig vrije mededinging (homogeen): bulkgoederen
  • Monopolistische concurrentie
  • Homogeen oligopolie
  • Heterogeen oligopolie
  • Monopolie
    2) Prijs- en waardeperceptie van de consument:
  • Wat is de klant bereid te betalen op basis van de geboden benefits (waardeperceptie)?
    3) Analyse van de prijs-vraag relatie (vraagcurve):
  • Prijs vs. gevraagde hoeveelheid per periode (oplopende of dalende)
  • Besluit: dalende prijs leidt tot meer gevraagde hoeveelheid; stijgende prijs leidt tot minder gevraagde hoeveelheid.
    4) Prijselasticiteit van de vraag:
  • Elastisch: de vraag reageert hevig op prijsverandering; Ep < -1
  • Inelastisch: de vraag reageert minder op prijsverandering; 0 < Ep < 1
  • Formule (veelgebruikte vorm):
    E_v = rac{ rac{ ext{ΔQ}}{Q}}{ rac{ ext{ΔP}}{P}} = rac{ ext{ΔQ}}{ ext{ΔP}} rac{P}{Q}
  • Interpretatie:
    • Ev < -1 of |Ev| > 1: prijselastische vraag – prijsverandering leidt tot meer dan evenredige verandering in vraag
    • Ev = -1: unitair prijselastische vraag
    • -1 < Ev < 0 of |Ev| < 1: prijsinelastische vraag
  • Oorzaken van inelastische vraag: uniek, hoge kwaliteit/prestige, noodzakelijk product, weinig substituten, klein aandeel van inkomen
    5) Andere externe factoren:
  • Prijs van concurrerende producten en hun reactie op prijsveranderingen
  • Economische situatie (inflatie, conjunctuur, rentetarieven)
  • Tussenhandel (marges)
  • Overheid (btw, accijnzen, belastingen)
  • Sociale overwegingen
4 combinaties van prijszettingsfactoren (Roger Best – Market-Based Management)
  • Based on 2 dimensies: kennis vanuit concurrentieveld (competition) vs klant (customer)
  • 4 combinaties:
    1) Geen kennis vanuit klant + geen kennis vanuit concurrentie → prijszetting vanuit eigen intelligentie (kostprijs-gebaseerd pricing)
    2) Nieuwe markt waar klanten sterk lijken op thuismarkt → klantkennis gebruiken voor prijszetting op die markt → customer reactive pricing
    3) Nieuwe markt met weinig kennis over klantwaarde maar concurrenten lijken op thuismarkt → concurrentie- intelligentie gebruiken → competitor based pricing
    4) Nieuwe markt met klanten én concurrenten die sterk lijken op thuismarkt → informatierijkste situatie + interne kennis (bv kostprijs) → marktgeoriënteerde prijszetting

8.3 Algemene prijsmethodes

  • Drie algemene benaderingen:
    • Kostengeoriënteerde prijszetting
    • Vraaggeoriënteerde (waarde- of vraaggebaseerde) prijszetting
    • Concurrentiegeoriënteerde prijszetting
8.3.1 Kostengeoriënteerde prijszetting (kostprijsgebaseerde pricing)
  • Kostprijs-plusmethode: prijs = kosten + winstopslag (als percentage of bedrag)
  • Nadelen: houdt geen rekening met vraag en concurrentie, maar vaak wel veilig en veel toegepast
  • Redenen om het te gebruiken:
    • Producent kent kosten beter dan vraag
    • Als concurrenten dit ook toepassen, weinig prijsconcurrentie
    • Lijkt eerlijker voor alle partijen
  • Break-even/prijszetting (target return) opties:
    • Break-even prijszetting: prijs waarbij winst nul is
    • Target return pricing: prijs inclusief gewenste winst per eenheid
    • Mechanisch besproken als:
    • Break-even prijs: P_{BE} = rac{FC}{Q} + VC
    • Target return prijs: P_{TR} = rac{FC}{Q} + VC + ext{gewenste winst per eenheid}
  • Speciale strategie (inverse prijszetting): eerst ideale verkoopprijs bepalen (bv prestige prijszetting), daarna kosten bepalen via target costing
  • Kostengeoriënteerde prijszetting geeft een basisniveau maar houdt vaak geen rekening met marktvraag of concurrentie
8.3.2 Vraaggeoriënteerde prijszetting (prijszetting o.b.v. toegevoegde waarde)
  • Prijszetting op basis van toegevoegde waarde aan de klant; niet stil blijven staan bij een prijskoor bij concurrentie (prijsoorlog vermijden) – prijsverlaging mag de winst onder druk zetten en perceptie van kwaliteit schaden
  • Perceptuele waarde (value in use / perceived value pricing): prijs gebaseerd op wat de consument als waardevol ziet (benefits) – vaak subjectief
  • Voorbeelden:
    • Musea in NY mogen bepalen wat bezoekers betalen (vrije prijszetting op basis van waargenomen waarde)
    • Hotels: als Tripadvisor-score met 1 punt stijgt, kan prijs met circa 11% stijgen
  • Belangrijke begrippen:
    • Perceived value = wat de klant denkt dat het waard is; price = component van waarde
    • Prijsverlag bij concurrentie kan riskant zijn als het de perceptie van kwaliteit verlaagt
8.3.3 Concurrentiegeoriënteerde prijszetting (prijszetting op basis van concurrentie)
  • Consument bepaalt waarde op basis van prijzen die concurrenten vragen
  • Veelgebruikte methode: going rate (markttarieven)
  • Varianten:
    • Premium pricing: prijs bewust boven de concurrentie (bv AH vs Jumbo)
    • Discount pricing: prijs bewust onder de concurrentie (bv Primark, Colruyt)
  • Voorbeelden (verhouding tussen huismerken en A-merken): prijsverhoudingen kunnen variëren per productcategorie
  • Verlag: competitive benchmarking: prijs wordt afgeleid van concurrenten i.p.v. eigen kosten of klantwaarde

8.4 Prijsstrategieën voor nieuwe producten

  • Twee grote categorieën: kostengeoriënteerde prijsstrategieën en marktgeoriënteerde prijsstrategieën
  • Vaak gebruikte terminologieën/opties: Skim pricing, Penetration pricing, Value in Use, Perceived Value, Segment, Plus-One, Strategic Account, Competitive Bidding, Low-Cost Producer, Harvest, Floor, Cost-Plus
  • Aanduiding: de grafische weergave toont zowel markt- als kostengeoriënteerde benaderingen
8.4.1 Afroomprijsstrategie (skimming) – voorwaarden (3)
  • Doel: in KT maximale winst realiseren (afroom)
  • Prijs ligt boven de gepercipieerde economische waarde voor de koper
  • Geschikt bij: uniek product, hoge R&D-kosten, weinig LT-inzet, early adopters
  • Voorbeelden: voorbeeld Chen (Gillette/EMACH3) illustreren prijsoverwegingen bij innovatieve producten
8.4.2 Penetratieprijsstrategie – voorwaarden (3)
  • Doel: laag bedrag om snel marktaandeel te veroveren
  • Prijs stijgt vaak later
  • Soms lager dan de gepercipieerde economische waarde
  • Vooral bij hevige concurrentie, groot marktpotentieel, doelgroep die alleen lage prijs accepteert

8.5 Prijsstrategieën voor het assortiment

  • Productlijnprijszetting: prijsschema’s over de hele productlijn heen
  • Prijszetting van productopties (accessoires/varianten) – bv bij auto’s of elektronische apparaten
  • Prijszetting van bijproducten – prijs per bijproduct in een productieproces
  • Prijszetting van productpakketten – bundels, pakketten (tv/internet/telefonie) of reizenvakanties
  • Prijszetting van gebruik i.p.v. aankoop – prijs gebaseerd op gebruik (nieuwe modellen)
Voorbeelden uit de slides (illustratief)
  • Nieuwe auto’s – productlijnprijszetting: verschillende modellen starten bij een basisprijs (bv Nieuwe TWINGO vanaf €10.700, ZOE vanaf €25.250, etc.)
  • Pakketten en opties: Life vs Zen; Life/Zen scè 75; vergelijking van verschillende uitvoeringen en prijzen
  • Gebruik i.p.v. aankoop: bijv. vervoer/abonnementen die prijs per gebruikseenheid berekenen (bijv. taxi/delen).
  • Prijszetting voor productopties en accessoires: voorbeelden van prijsverschillen tussen opties en add-ons (bagage, services, etc.).

8.6 Prijsaanpassingsstrategieën

  • Basisidee: prijsaanpassingen per klant of situatie
  • 1) Kortingen (kortingsvormen):
    • Snelle betaling (contant / binnen 30 dagen)
    • Grote afname (kwantumkorting)
    • Functionele korting voor tussenhandel (bv reizenagentschappen)
    • Inruilkorting
    • Promotiekorting (voor tussenhandel/actie)
  • 2) Prijsdiscriminatie (verschillende prijzen voor verschillende klanten of situaties)
    • Per klantsegment (bv kinderkorting, seniorenkorting, studentenkorting)
    • Geoblocking (andere prijs per land)
    • Naar productvorm (online vs offline) – kosten verschillen
    • Naar locatie (plaats in vliegtuig/theater) – afhankelijk van seat/venue
    • Naar tijd (hoog- en laagseizoen, boekmoment)
  • 3) Psychologische prijszetting
    • Perceptie: hoge prijs = hoge kwaliteit; korting of afrondingsprijzen (bv €399,95 i.p.v. €400)
  • 4) Promotieprijszetting
    • Tijdelijke prijsverlagingen; kan koopjesmentaliteit stimuleren
    • Loss leader-prijszetting voor supermarkten
  • 5) Yield pricing (dynamische prijszetting)
    • Vooral in dienstensector (vliegtuigen, evenementen): prijzen voortdurend aangepast aan vraag en voorraad
    • Vereisten: krachtige IT-systemen/ramingen
8.6.1 Prijsaanpassingsstrategieën – overige relevante details
  • Prijsdiscriminatie houdt rekening met kanalen en klantsegmenten; voorbeelden en bronnen uit DS en nieuwsberichten geven praktische verschijningsvormen (geoblocking, regionale prijsverschillen)
  • Gebruik i.p.v. aankoop (usage-based pricing) – prijs gebaseerd op daadwerkelijk verbruik (bv mobiliteitsdiensten, telecom, streamingvoer)

8.7 Prijswijzigingen

  • Prijswijzigingen initiëren:
    • Regelmatige prijzen vs promo-prijzen vs gemiddelde prijs
    • Reageert op klanten, concurrenten, overheid
  • Prijswapens tegen lagere prijzen vs waardecreatie
    • Prijzenoorlog vs waardecreatie: lange termijn impact op perceptie en winst
  • Interne en externe betrokkenen bij prijswijzigingen (klanten, concurrenten, overheid) kunnen reageren

8.1 en aanvullende thema’s: prijsspecificaties en extra concepten

  • Prijs is veranderlijk door dynamische marktsituaties; kanaalconflicten kunnen ontstaan bij ongelijke prijzen over kanalen
  • Gebruik van prijs als indicator van merkwaarde (waardeperceptie) en als instrument voor marktdominantie
  • Gebruik van prijs- en vraagrelaties (vraagcurve) bij analyse van marktkracht en prijscoördinatie
  • Voorbeeldtoepassingen van gebruiksprijzen (bijv. Telenet prijs per minuut) en prijszetting van pakketten (One/OneP bij abonnementen) om flexibiliteit en gebruikswaarde te weerspiegelen

Belangrijke formules (samenvatting handy voor examen)

  • Prijs-elasticiteit van de vraag: E_v = rac{ rac{ ext{ΔQ}}{Q}}{ rac{ ext{ΔP}}{P}} = rac{ ext{ΔQ}}{ ext{ΔP}} rac{P}{Q}
    • Elastisch: $|Ev|>1$, Inelastisch: $0
  • Break-even prijszetting (break-even price):
    P{BE} = rac{FC}{Q} + VC ext{, of } P{BE} = rac{TC}{Q}
  • Target return prijszetting (gewenste winst per eenheid inbegrepen):
    P_{TR} = rac{FC}{Q} + VC + ext{gewenste winst per eenheid}
  • Kostengeoriënteerde prijszetting (kostprijs-plus):
    P=C+extmarkupext(percentageofkostprijsofbedrag)P = C + ext{markup} ext{ (percentage of kostprijs of bedrag)}