Modernisme les 1

Modernisme lesweek 2  

Hoofdstuk 25: vragen  

Wat waren volgens Gombrich de verworvenheden van de impressionisten en wat 

betekenden die verworvenheden voor de volgende generatie? 

- ze gingen niet meer kijken hoe iets perfect moest worden gemaakt, maar ze wilde juist een moment opname over hoe ze het zagen. Dus hoe zag de kunstenaar het en dit is precies wat ze maakten ipv idealistisch  

- ze kregen vrijheid en macht. Ze gingen schilderen wat ze zelf wilden. Het hoefde niet waardig te zijn, correcte technieken en een goede compositie.  

- de volgende generatie profiteerde van hun winst. Ze waren eerst zeer bekritiseerd en uitgelachen dat ze er niks van bakten. Dus kunst bekritiseren is moeilijker geworden, want mogelijk sta je weer met je mond vol tanden.  

 

En dan voornamelijk met kleuren en licht. Ze gingen buiten schilderen en dit moest snel. Het zag er lelijk uit van dichtbij maar als een stuk van veraf.  

Het heeft ervoor gezorgd dat kunst meer vrijheid kreeg ipv volgens de regels van de academie en ook werden er normale mensen en taferelen geschilderd.  

2. Gombrich noemt twee zaken die "helped the people of the nineteenth century to see 

the world with different eyes". Welke zaken waren dit en voor welke veranderingen 

zorgden zij? 

  • Fotografie: het werd goedkoper om een makkelijk beeld te fotograferen dan een kunstwerk te laten maken. Maar het werd ook makkelijker om er aan te komen. Hierdoor moesten kunstenaars opzoek naar nieuwe kunst dingen om relevant te blijven  

  • Japanse houtsnede in kleur: kleurrijke lijst omringende normaal leven. Maar het liet ook zien hoe veel in hun macht en traditie de kunstenaars nog waren van de academie zonder dat ze het door hadden. Ook gingen ze niet meer het hele plaatje erop knallen maar kon je het ook gewoon bijsnijden en maar een paar benen ofzo zien.  

 

Hoofdstuk 26: vragen  

Naar aanleiding van Horta's trap schrijft Gombrich: "For the first time since 

Brunelleschi, European Builders were offered an entirely new style". Wat bedoelt hij 

Hiermee? 

Dat de architectuur niet een voortborduring is op de grieken, romeinen, egyptenaren, gothiek enz is, maar dat er een compleet nieuwe stijl niet op deze dingen gebasseerd was ontstond. Ook wel weer geinspireerd op het oosten met hun golvende dingen, maar dan met ijzer en glas voor de industriele revolutie bij te benen.  

2. Gombrich ziet het impressionisme eerder als de afsluiting van een ontwikkeling dan 

als het begin van de moderne kunst. Hoe verdedigt hij dit standpunt? 

Omdat de impressionisten ten als de academisten de natuur zo relalistisch wilde vastleggen, maar alleen de manier waarop hadden ze een meningsverschil over.  

3. Gombrich merkt op dat "there is something almost Egyptian in Seurat's emphasis on 

verticals and horizontals (...)" Wat bedoelt hij hiermee? En wat is zijn verklaring? 

- door verticalen en horizontale leid het weg van de illusionistische weergave van de natuur, maar naar een diepere interessante expressieve patronen.  

Was wel opzoek naar een evenwicht tussen de methodes van impressionisten en de behoefte aan orde  

4. Waarom is van Van Gogh een uitvoeriger levensbeschrijving opgenomen dan van 

andere groten uit de kunstgeschiedenis? 

Brieven tussen zijn broer en hem. Maar Van Gogh is aartsvader van expressionisme om zijn gevoelens in de kunst beter te begrijpen door er meer context over te geven, omdat het niet alleen een leuk plaatje is.  

5. Wat ziet Gombrich als de specifieke bijdrage van Cézanne, Van Gogh en Gauguin 

aan de moderne kunst? 

Cezanne: streven naar harmonie en balans. > kubisme  

Van gogh: expressionisme  

Gauguin: primitivisme  

 

Niet hetzelfde als moderne kunst, van 1904-1940: ze verzetten zich tegen traditionele opvattingen van kunst> het moest vernieuwend blijven bij de moderne geïndustrialiseerde samenleving; fotografie, straatlampen enz.  

Modernisme heeft HEEL veel stijlen!! 

Van 1904-1940 heel veel stijlen: der brucke, kubisme, les fauves, dada, De stijl, het wordt minder bij de russische Stalin en stopt helemaal bij Hitler want die vonden het stom.  

Parijs wordt het nieuwe kunstcentrum van EU. Er komt hier een kunstacademie waar wordt bepaald wat mooie en grote kunst is en wat niet. Ook in London wordt er zoiets opgericht, maar Parijs bleef de beslisser.  

Nou hoe dan: 1 keer per 2 jaar groot evenement waar kunstenaars hun ding bij de academie konden tentoonstellen. Vanaf 1737 in Salon Carree in het louvre, met professors van de academie Hier ging de Parijse Salon alle 1000 kunstwerken af en gingen kijken of het goed was. Dan mocht het opgehangen worden tijdens het evenement. Als het geweigerd werd dan kwam er een stempel R (refuse) op de achterkant en konden de kunstenaars vertrekken. Het werd echt een crazy uitje voor rijke, maar ook voor de arme het was namelijk gratis. Van 1850-1880 werd het een jaarlijks ding in mei/juni en buitenlandse kunstenaars konden ook meedoen. Het was echt een grote happening 

Academisme/academische stijl:  

geboorte van venus (salon 1863 van Cabanel): het was idealisering, verfijnde tehnieken, geen penseelstreken maar gladden penseelvoering en historiestukken.  

Jean-Louis-Ernest Meissonier (1815-1891): meissonier kaartspelers: voortbordurend op de Hollandse meesters. Dit voortborduren vond de academie heel erg goed = dit was hoge kunst. Hij deed ook veldslagen van Napoleon soort van namaken 

Dan komt de eerste rebel: Edouard Manet: hij werkt niet alles helemaal uit. Maar wel een technische schilder, Het hoofd enzo wel, maar waarom zou je de handen doen = hier werd hij erg om bekritiseerd. Toen in 1863 Le Dejouners sur l’herbe: het werd meteen geweigerd. En hij snapte niet waarom. Hij had een historiestuk van Rafael gebruikt als voorbeeld. Geklede heren en een naakte vrouw. Maar de plek die hij schilderde was eigentijds, waar rijke mannen naartoe gingen voor prostitues. Maar de kritiek: de blik van de vrouw, en het is geen geidealiseerde vrouw (vetrolletjes en onderkin).  

Maar keizer Napoleon III wilde vanaf 1863 een salon des refuses. Dit werd het begin van de avant-Garde. Er was toen een fase dat er echt Heel veel schilderijen werden geweigerd en dit viel op in de kranten. Dus keizer Napoleon wilde die schilderijen wel zien.  

Deze keizer heeft veel veranderd: veel moderne gebouwen wilde hij. Palais des champs l’ysee. Maar wat werd er dan in de skeere salon tentoongesteld: landschappen  

Edouard manet Olympia (1863): heeft inspiratie op titiaan van venus van urbino opgedaan. Maar dit is niet venus, maar een prostitue die iets kreeg van een onderdaan. De manier van schilderen vonden ze schetsmatig en onafgewerkt. De omgeving was slordig ten opzichte van de vrouw.  

Claude Monet (1865) in de zaal M; la point de la heve. Alle schilders met naam M hingen toen in de zaal die werden goedgekeurd.  

Avant-Garde: voorhoede, een generatie jonge kunstenaars die met nieuwe vormen experimenteerden in de schilderkunst, architectuur, muziek, literatuur, poëzie, film. Theater en moderne dans.  

Claude Monet IMPRESSIONISTEN: klaprozenveld: hij maakt gebruikt van kleurentheorie, complementaire contrast om extra levendig te lijken. Hij sausde zijn doek met licht en ging buiten schilderen. Ze moeten snel werken, want wolken, licht en sfeer veranderen> daarom vaak op klein formaat. Ze konden dan niet focussen op details, dus gezichten onafgemaakt. Je moet door je oogharen kijken. Maar voor de academie was dit veel te schetsmatig en slordig.  

Maakte ook gebruik van afsnijding: pierre-auguste renoir en claude monet bij La grenouillere 1869: denk aan snapshot, fotografie kwam ook net opzetten. Maar ook vrijhied van onderwerpen, het hoefde geen waardige onderwerpen te ijn maar kon ook bourgeoisie (gegoede burgerij) zijn. Impressionisten wilde gaan voor hoe zij iets in het moment hebben gezien. En ze gebriuken complementaire kleuren wat juist op de academie was verboden.   

Project van keizer napoleon III: modernisering van Parijs.  Was een of ander neefje van de keizer. Hij heeft het hele middeleeuwse stadscentrum met de grond gelijkgemaakt (alleen notre dame is overgebleven). En hier zijn nieuwe woonblokken ingezet.  Georges-Eugene Haussmann: renovatie Parijs 1853-1870 kreeg hier de opdracht voor. Parijs is daarom zo mooi in 1 stijl, maar op een speciale manier, want je kan van uitzicht punt naar uitzicht punt kijken. Door grote wegen (waar ook het leger door zou kunnen)  

Moderne motto's: de heroik van het moderne leven: baudeaire. Flaneren door de metropool: het schouwspel van het modieuze moderne dagelijkese leven. Genoeg onderwerpen voor de dichter/schilder.  

Il faut Etre de sons temps: je moet van je eigen tijd zijn.  

Revolutionair claude monet quai du louvre: hij ging in het louvre met zijn rug naar de kunstwerken staan en ging het uitzicht schilderen. Je ziet al reclame dingen, stadswc's, impressie seizoen, = Modern, alledaagse leven in een grote stad.  

DUS allledaagse gewone mensen en onderwerpen= impressionisme.  

Japanse houtsnedes van edgar degas: place de la concorde. Snapshot, kiekje, uitsneden, lege ruimte, alledaags onderwerp.  

In 1874 ging een groep impressionisten hun eigen tentoonstelling houden, omdat ze de academia helemaal niet nodig hadden. Dit was gewoon in een random huis. Studio Nadar Boulevard en hier is ook de naam impressionisme geboren. Door Monet impression schilderij. Ze krijgen een geuzen naam: en gebruiken die voortaan. 8 onafhankelijke impressionisten tentoonstellingen tussen 1874- 1886, kregen vanaf 1877 waardering en imeer succes  

MAAR zijn impressionisten revolutionair? NEE. Eerder afsluiting van ontwikkeling dan begin van moderne kunst. Ze willen ook de werkelijkheid zo goed mogelijk weer geven, maar verschillen alleen van mening in hoe dan de academisten en realisten.  

NEO-IMPRESSIONISME/POINTILLISME. Ze gaan door met het kleuronderzoek van de impressionisten. Levendigheid. Veel complementair contrast in stipjes die ze naast elkaar zetten.  

POST-IMPRESSIONISME: de pioniers van het modernisme, ze gingen hun eigen weg na impressionisme. Paul cezanne, vincent van gogh ,paul gauguin, edvard munch. Hun specifieke bijdrage:  

Van gogh: streepjes, onnatuurlijke kleuren in gezicht, = niet de juiste weergave maar hij wilde kleuren en vormen gebruiken om te schilderen wat hij voelde ipv zag en wilde dit overbrengen op anderen 

Munch: noorse kunstenaar, grote invloed op Duitse avant-garde: de schreeuw, angsten en verliezen, perspectief overdreven, kleuren zijn dragers van emotie, MOODSCAPES 

Paul gaugain: andere culturen en vereenvoudige vorm, vaak ruzie met van gogh, hij vond dat je opzoek moest gaaan naar een droomwereld, en van gogh de echte waarheid wat je ziet. Hij ging toen naar tahiti > ideale paradijselijke sfeer = primitivisme MENSELIJKE GEEST 

Paul cezanne: elemantaire vormen: kubus en cilinder, structuur vorm en kunstwerk. Deze man had het meeste kritiek. Hij wilde 3D boutseren, zonder licht en schaduw en lijnperspectief. Ook hij keek door zijn oogharen om de essentie van landschap te vangen. Penseelstreekjes gaan alle kanten op> boutseren STRUCTUUR, VORM, KUNSTWERK 

Deze mannen zorgen dus voor de stromingen in het modernisme < zie die gekke overzicht.  

 

Kenmerken van impressionisme:  

  • Schetsmatig  

  • Snapshot/afsnijding  

  • Kleur in schaduw 

  • Alledaags onderwerp/sfeerimpressie/modern leven/vrije tijdsbesteding 

  • Lichtval  

  • Weinig details  

 

Werkcollege opdracht:  

Dia's van impressionisme: 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 13, 14, 15, 16, 18, 21, 22, 23, 25, 27, 28, 29, 30, 31, 34 

3: seizoensimpressie, weersgesteldheid,  

4: vrije tijdsbesteding gegoede burgerij  

5: sfeerimpressie en schoonheid van lichtval  

6: zintuigelijke expressie en avond stemming 

8: sfeerimpressie, hoofdstedelijk leven  

9: momentopname  

7: alledaags onderwerp, modern leven in metropool, seizoensimpressie, licht, afsnijding, kleur in schaduw 

10:  

13:hoofdstedelijk leven, moment opname 

14: lichtval, momentopname,  

15: hoofdstedelijk leven, sfeerimpressie 

16: momentopname, middag,  

18: momentopname, ochtend, middag, avond, seizoen 

21: vrijetijdsbesteding,  schetsmatig, losse penseelvoering, afsnijding, licht, weinig details, alledaags onderwerp,  

20: impressionisme, schetsmatig, losse penseelvoering, weinig details, en lichtval  

22: sfeerimpressie  

23; seizoenopname  

25: sfeerimpressie 

27: hoofstedelijk leven  

28: hoofdstedelijk leven  

30: sfeerimpressie, schetsmatig, muzikanten op voorgrond scherp, lichtval  

31: lichtval  

32: modern leven in metropool, seizoensimpressie, licht, afsnijding, alledaagsonderwerp  

34: avond, lichtval  

Dia's van niet-impressionisme: 2, 7, 11, 12, 17, 19, 20, 24, 26, 32, 33 

2: academische 

6: post-impressionisme  

11: school van babizon  

12: post-impressionisme  

17: post-impressionisme  

19: romantiek  

24: academisch  

26: school van babizon  

29: school van babizon  

 

 

  • Studenten kunnen uitleggen waarom de Salon (Parijs) lange tijd bepaalde wat Kunst was en hoe daar in de tweede helft van de 19e eeuw verandering in kwam. 

De salon was een jaarlijkse tentoonstelling in Parijs, Salon de carree in het Louvre, waar kunstwerken tentoongesteld werden die door de Academie was goedgekeurd. Als iets werd afgekeurd konden de kunstenaars vertrekken, zij bepaalde de stijl en wat goed was. Hier kwam verandering in toen er meerdere kunstenaars begonnen met experimenteren buiten de regels van de academie om. De Avant-Garde: jonge kunstenaars 

  • Studenten kunnen uitleggen welke rol keizer Napoleon III en de impressionisten hierin speelden. 

Er was een periode dat heel erg veel kunstwerken werden geweigerd dat het de krant haalde. Maar Napoleon III wilde die kunstwerken eigenlijk wel zien en maakte een tentoonstelling: salon des refuses. Dit was het begin van de avant-garde. Er begonnen toen kunstenaars meer te experimenteren met hun kunstwerken en maakte hun schilderijen minder ‘af’. Er was een groep kunstenaars die vonden dat ze de academie niet nodig hadden en organiseerde hun eigen tentoonstelling > dit worden de impressionisten.  

  • Studenten kennen de term avant-garde kunst en het begrip bourgeoisie 

Avant garde: groep jonge kunstenaars die gingen experimenteren, breken met traditie, en kritisch zijn om het oude.  

Bourgeoisie: de midden en hogere klasse, de goede burgers in sociale klassen, werden als genre onderwerpen gebruikt.  

  • Studenten kunnen uitleggen waarom het modernisme in 1904 begon en waarom het eindigde in de jaren 30 of in WOII.  

Het modernisme komt voort uit het impressionisme: deze hebben voor veel substromingen in het modernisme gezorgd. Het was belangrijk om te breken met traditie en mee te gaan in industrialisatie, maar het stopte omdat er totalitaire regimes zijn: nazi duitsland en Stalin socialistisch realisme  

  • Studenten kunnen namen noemen van impressionisten en postimpressionisten en kunnen hun werk herkennen 

Impressionisten: claude monet, renoir, edgar degas,  

Postimpressionisten: paul cezanne, vincent van gogh, paul gauguin,  

  • Studenten kunnen de 19e eeuwse  kunststromingen benoemen (en herkennen!) vanaf realisme (realisme - school van Barbizon - impressionisme -postimpressionisme) en kennen de volgorde 

Realisme: alledaagse arbeiders, geen idealisering, aardkleuren en stevige compositie 

School van Barbizon: realistische landschappen 

Impressionisme: zichtbare penseelstreken, licht effecten en snel geschilderd  

Postimpressionisme: eigen specialisme na impressionisme: puntilisme, expressie, 

  • Studenten kunnen kenmerken van het impressionisme benoemen 

Buiten schilderen, losse penseeltreken, complementaire kleuren, ongemengde kleuren op doek, alledaagse onderwerpen, vluchtige momenten, weinig details, snapshots/afsnijding, schetsmatig en kleur in schaduw 

  • Studenten kunnen uitleggen waarom de impressionisten wegbereiders waren van het modernisme, maar niet zelf tot het modernisme behoorden 

Impressionisten die breken met de traditie van de academie, waardoor zij een weg vrijmaken voor experimenterende kunstenaars na hun. Maar het doel van hun kunst was hetzelfde als die van de academie: de waarheid zo goed mogelijk vastleggen, alleen hun manier waarop verschilde. ,mimese  

  • Studenten kunnen uitleggen hoe de postimpressionisten Cézanne, Van Gogh, Gauguin en Munch de aartsvaders werden van het modernis 

Ze keken allemaal verder dan de impressionisten. Ze gingen zelf ontdekken en hun eigen kunststijl maken. 

van gogh: strepen, wilde emoties in zijn kunstwerken krijgen met kleuren en aan het publiek overbrengen wat hij voelde  

Munch: perspectief erg overdreven, veel angsten en wilde moodscapes overbrengen  

Gaugain Andere culturen en vereenvoudigde vormen, primitivisme in tahiti  

Cezanne: voorloper van kubisme, hij zag in de natuur vormen