Hoofdstuk 23 – Cellen en weefsels
Wat is belangrijk?
1. Wat zijn meristemen en hoe zijn stengel- en wortelmeristeem opgebouwd?
Meristemen zijn weefsels met delende, totipotente cellen die zorgen voor groei.
Stengelmeristeem (scheutapex):
→ vormt bladeren, stengels en okselknoppenWortelmeristeem:
→ beschermd door de calyptra, met een quiescent center (QC)
2. Wat wordt bedoeld met primaire groei?
Primaire groei is groei in lengte, veroorzaakt door apicale meristemen in wortel- en scheuttoppen.
3. Uit welke processen bestaat ontwikkeling (development)?
Ontwikkeling bestaat uit:
Celdeling
Celstrekking
Celdifferentiatie
4. Wat bedoelen we met de drie weefselsystemen?
Het plantenlichaam bestaat uit drie systemen:
Dermal weefsel – bescherming
Grondweefsel – stevigheid, opslag, fotosynthese
Vaatweefsel – transport
5. Welke weefseltypes vinden we in het grondweefsel?
Parenchym – fotosynthese, opslag
Collenchym – buigzame stevigheid
Sclerenchym – harde stevigheid
6. Waarvoor kunnen sclerenchymvezels gebruikt worden?
Sclerenchymvezels zorgen voor mechanische steun en worden industrieel gebruikt voor:
textiel
papier
touw (bv. vlas, hennep)
7. Transportcellen in floëem en xyleem
Xyleem: tracheïden en tracheeën
Floëem: zeefvatelementen / zeefcellen
8. Functie en drijvende kracht van transport
Xyleem: water + mineralen omhoog
→ transpiratiestroom (cohesie–spanningsmodel)Floëem: suikers naar verbruik/opslag
→ drukstroommodel
9. Verschil tussen tracheeën en tracheïden
Tracheïden: lang, smal, gesloten uiteinden
Tracheeën: breder, met perforatieplaten
10. Radiaal vs axiaal xyleemparenchym
Axiaal: verticaal transport
Radiaal: lateraal transport (houtstralen)
11. Proto- en metaxyleem
Protoxyleem: vroeg, rekbaar
Metaxyleem: later, stevig
12. Zijn zeefvatelementen levende cellen?
Ja, maar:
geen kern
afhankelijk van zustercellen
13. Verschil zeefvatelementen en zeefcellen
Zeefvatelementen: bij angiospermen, met zeefplaten
Zeefcellen: bij gymnospermen, zonder zeefplaten
14. Celtypes in de epidermis
epidermiscellen
stomata met sluitcellen
buurcellen
trichomen
15. Functies van trichomen
bescherming tegen herbivoren
beperken van waterverlies
secretie (bv. brandharen)
16. Waarom is het kurkcambium een secundair meristeem?
Het kurkcambium (fellogeen) ontstaat later en zorgt voor secundaire diktegroei → vormt periderm.
Wat zijn de belangrijkste termen?
Groei en meristemen
Meristemen – delingsweefsels
Open groei (indeterminate growth) – levenslange groei
Initiaalcellen (initialen) – stamcellen
Totipotente cellen – kunnen volledige plant vormen
Fytomeren – herhaalde bouwstenen
Knoop / internodium – blad + stengeldeel
Okselknoop (axillary meristem) – vormt zijtakken
Quiescent center (QC) – langzaam delende cellen
Calyptra – wortelmuts
Primaire meristemen:
Protoderm
Grondmeristeem
Procambium
Grondweefsel
Parenchym – basisweefsel
Collenchym – buigzame steun
Sclerenchym – harde steun
Sclerenchymvezels – lange steunvezels
Sclereïden (steencellen) – korte harde cellen
Vaatweefsel – xyleem
Xyleem – watertransport
Tracheïden – gesloten transportcellen
Tracheeën / houtvaten – open transportcellen
Houtvatelementen (vessel elements) – bouwstenen van tracheeën
Perforatieplaat – open verbinding
Stippels (pit-pairs) – waterdoorgang
Stippelmembraan – membraan tussen stippels
Torus – verdikking in stippel
Hofstippels – rand rond stippel
Stippelvaten – vaten met stippels
Vaatweefsel – floëem
Zeefvaten / zeefvatelementen – transport suikers
Zeefcellen – primitieve floëemcellen
Zeefplaten – verbinding tussen zeefvatelementen
Zeefvelden – poreuze zones
Zustercellen (companion cells) – ondersteunen zeefvaten
Callose – afsluitende polysacharide
Epidermis
Epidermis – buitenste laag
Cuticula – waslaag
Stomata – huidmondjes
Sluitcellen (guard cells) – regelen opening
Buurcellen (subsidiary cells) – ondersteunen sluitcellen
Trichomen – haren
Secundair weefsel
Periderm – secundaire bescherming
Kurkcambium (fellogeen) – vormt periderm
Felloderm (phelloderm) – levende binnenlaag
Felleem (kurkweefsel) – dode buitenlaag