ALMZ - Infuustherapie - Leerpad C

Inleiding Infuustherapie

  • Docent: Mieke Van Craenenbroeck

  • Academiejaar: 2025-2026

  • Cursus: Algemene Medische Zorg (ALMZ)

Modulecursus

  • Leerpad C: Studeer aan de hand van de lesdoelen.

  • Let op lay-out van de cursusonderdelen met betrekking tot infuusgerelateerde complicaties; nummering is niet correct.

  • volg de verwijzingen naar het handboek en studiemateriaal.

Handboek Studiemateriaal

  • Handboek: ALMZ – LPC infuustherapie

Algemeen Overzicht Infuustherapie

  • Toediening kan bloed, vocht, voeding of medicatie omvatten.

  • Belang van inspelen op volume en samenstelling van het bloed.

  • Risico's verbonden aan infuustherapie.

Verpleegkundige Praktische Kennis

  • VPK werkt op twee domeinen:

    • Bedside concrete gebruik en verzorging

    • Expertise in infuustherapie.

Praktijkervaringen

  • Vraag de studenten naar hun praktijkervaringen. Hoe ziet het dagelijks gebruik van infuustherapie eruit?

Intraveneuze (IV) Toegangswegen

  • Types:

    • Perifeer veneuze toegangsweg

    • Centraal veneuze toegangsweg

    • Osseuze toegangsweg

    • Subcutane toegangsweg

    • Arteriële toegangsweg: NIET geschikt voor infuustherapie en medicatietoediening.

Perifere Intraveneuze Toegangswegen (PIVC)

  • Soorten:

    • Korte perifere katheter (<5cm)

    • Lange perifere katheter (5-7cm)

    • Midline katheter (8-20cm)

Centraal Veneuze Toegangswegen

  • Soorten:

    • Acute centraal veneuze katheter

    • Perifeer Ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC)

    • Getunnelde centraal veneuze katheter

    • Poortkatheter.

  • Toegang bij acute situaties: Intra-osseus infuus.

Voorbereiding en toediening van IV therapie

  • B2-handeling: Plaatsen van een IV katheter in een perifere vene.

  • Een IV katheter kan gebruikt worden voor bloedafname en het toedienen van isotone zoutoplossing.

  • Tijdspanne van therapie via perifere IV katheter: 1-6 dagen (max 14 dagen); lange perifere IV katheter: 2-4 weken.

Infuusvloeistoffen en Geneesmiddelen in Oplossing

  • Afleveringsvormen van infuusvloeistoffen:

    • Indeling op basis van osmotische druk of samenstelling.

  • Normale osmolariteit van plasma: ±300 mOsm/L

    • Isotone oplossing: 300 mOsm/L

    • Voorbeelden:

      • Glucose 5%: 278 mOsm/L (perifere toediening)

      • Plasmalyte A®: 295 mOsm/L (perifere toediening)

    • Hypertone oplossing: > 300 mOsm/L

    • Voorbeeld: Mannitol 20%: 1098 mOsm/L (centraal toediening)

    • Hypotone oplossing: < 300 mOsm/L

    • Voorbeeld: Steriel water (geen IV toediening)

Indelingen Infuusvloeistoffen

  • Indeling op basis van samenstelling:

    • Suikeroplossing zonder elektrolyten

    • Elektrolytenoplossing: met of zonder calorieëntoevoer

    • Eiwitoplossingen

    • Vetoplossingen

    • Colloïdale of plasmavervangende oplossingen.

Intraveneus toedienen van Geneesmiddelen in Oplossing

  • STAP 1: Bereiden van IV medicatie (Ampulle, Flacon met vloeistof, Flacon met poeder).

  • STAP 2: Toedienen van IV medicatie (voegd toe aan infuusvloeistof of toedienen in bolus via IV toegangspoort).

Contra-indicaties bij Perifere Toediening

  • Relatieve contra-indicaties:

    • pH<5 of pH>9

    • Vasoconstrictoren

    • Cytotoxische producten

    • Osmolariteit > 500mOsml/L.

  • Absolute contra-indicaties:

    • Vesicante producten

    • Osmolariteit > 850mOsm/L.

Praktische Problemen bij Toediening van IV Medicatie

  • Impact op werking en veiligheid van IV therapie.

  • Mogelijke problemen:

    • Geneesmiddel wordt inactief en/of toxisch.

    • Neerslag in spuiten en infuuszakken.

    • Verstopping en embolie.

Afname en Verzorging van IV Katheters

  • Zee zorg en onderhoud van de IV katheter, spoelen, afsluiten en vervangen van leidingen.

Infuusgerelateerde Complicaties

  • Types:

    • Infectie

    • Voornamelijk lokaal.

    • Flebitis

    • Luchtembool

    • Infiltratie en extravasatie.

    • Kathetermalfunctie

    • Lokale problemen (bijv. huidreactie, hematoom)

Conclusie

  • Handhygiëne is cruciaal in de preventie van infuusgerelateerde complicaties.

  • Effectieve communicatie en samenwerking binnen het zorgteam zijn essentieel bij patiënten met hoog risico.