HC 7 - JAL
Juridische argumentatieleer – Deel II: Argumenteren
Uitgebreide samenvatting: Drogredenen en argumentatiekritiek
Context:
Dit document behandelt de wijze waarop argumenten kunnen worden weerlegd, met bijzondere aandacht voor drogredenen (fallacies): argumenten die onterecht overtuigen maar ondeugdelijk zijn.
De samenvatting volgt de opbouw van de ppt en integreert alle schema’s, voorbeelden, biases en argumentatieschema’s.
1. Hoe weerleg ik argumenten? – Twee hoofdstrategieën
Strategie | Omschrijving |
|---|---|
Tegenargumenten aanvoeren (“tegenaanval”) | Zelf argumenten geven die de conclusie van de tegenstander ontkrachten. |
Problemen aankaarten in argumentatie tegenstander (“verdediging”) | Fouten of zwaktes in de redenering of premissen van de ander aanwijzen. |
Problemen kunnen liggen op drie niveaus:
Niveau | Omschrijving | Voorbeeld |
|---|---|---|
Redeneervorm | Deductief ongeldige redenering | Non sequitur |
Premissen | Deductief geldig, maar premisse inhoudelijk onjuist | Alle katten kunnen vliegen. Felix is een kat → Felix kan vliegen. |
Waarschijnlijkheid (inductie/abductie) | Weinig waarschijnlijke conclusie | De straat is nat → dus het heeft vannacht vast en zeker geregend. |
Drogreden = argument dat onterecht overtuigt = argumentatiefout, argumentatievalkuil, fallacy.
Kan veroorzaakt worden door bias/heuristiek.
2. Verhouding drogredenen – biases – heuristieken – argumentatieschema’s
2.1 Biases en heuristieken (mentale neigingen die ons vatbaar maken voor fouten)
Bias / heuristiek | Korte omschrijving |
|---|---|
Verankering | Te sterk vasthouden aan eerste informatie |
Framing effect | Invloed van formulering op oordeel |
Bevestigingsbias (en opvattingspersistentie) | Zoeken naar bevestigend bewijs |
Verliesaversie | Sterkere reactie op verlies dan op winst |
Post hoc, ergo propter hoc | Ten onrechte causaliteit uit tijdsvolgorde |
Hindsight bias | Achteraf denken dat gebeurtenis voorspelbaar was |
Beschikbaarheidsheuristiek | Waarschijnlijkheid inschatten op basis van makkelijk beschikbare voorbeelden |
Affectheuristiek | Oordeel op basis van emotionele impact |
Representativiteitsheuristiek | Oordeel op basis van stereotypen/overeenkomst |
Drogreden = concrete fout in argument, soms direct veroorzaakt door bias.
Voorbeelden:
Redeneerfout (bias): “We hebben al zoveel geïnvesteerd, dus stoppen is verkeerd.”
Drogreden (geformuleerd): “We mogen nu niet stoppen, want we hebben er al zoveel in geïnvesteerd.” (sunk cost fallacy)
3. Argumentatieschema’s en hun ondeugdelijke toepassing (drogredenen)
3.1 Overzicht argumentatieschema’s (correcte verbanden)
Schema | Voorbeeld |
|---|---|
Bijzondere geplaatstheid | Getuige zag het |
(Inhoudelijke) deskundigheid | Professor zegt het |
Persoon | → aanval op persoon (ad hominem) |
Gedeelde overtuiging | → ad populum |
Gevolgen | → slippery slope, ad absurdum, sunk cost |
Regelmaat | → post hoc |
Gelijkenis | Analogie |
Verschil | Distinguishing |
A fortiori | Des te meer / des te minder |
Regels | Rechtsregel toepassen |
Testresultaten | Empirisch bewijs |
Gebrek aan informatie | → ad ignorantiam |
3.2 Drogredenen = fouten tegen deze schema’s + andere fouten
Geen vaste term? Zeg: “ondeugdelijk beroep op [argument op basis van X]” of “drogredelijke toepassing van [schema]”.
Drogredenen omvatten:
Alle fouten tegen argumentatieschema’s
Andere fouten in relevantie of structuur (cirkelredenering, red herring, irrelevant argument)
4. Indeling van drogredenen naar functie in discussie
Functie | Omschrijving |
|---|---|
Bevestigende drogredenen | Ondersteunen eigen stelling (foutief) |
Weerleggende drogredenen | Weerleggen andere stelling (foutief) |
Ontwijkende drogredenen | Ontwijken andermans argument |
5. Bevestigende drogredenen
5.1 Met betrekking tot het inferentieschema (redeneervorm)
5.1.1 Deductieve drogredenen
Conclusie volgt niet noodzakelijk uit premissen (non sequitur).
Drogreden | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
Non sequitur (overkoepelend) | Conclusie volgt niet uit premissen | Als leven na dood, dan bijna-doodervaringen. Sommigen rapporteren die → dus leven na dood. |
Bevestiging van consequens | Als P dan Q, Q, dus P | Zie boven |
Ontkenning van antecedens | Als P dan Q, niet P, dus niet Q | |
Ad ignorantiam | Uit gebrek aan bewijs concluderen dat iets waar/onwaar is | Schuld niet bewezen → dus onschuldig. |
Is/ought-drogreden | Normatieve conclusie uit louter beschrijvende premissen | Koffie is drugs → koffie moet verboden worden |
Compositie | Deel heeft eigenschap → geheel heeft die ook | Natrium gevaarlijk, chloor gevaarlijk → natriumchloride gevaarlijk |
Divisie | Geheel heeft eigenschap → deel heeft die ook | Vliegtuig kan over oceaan vliegen → motor kan dat ook |
Foutieve disjunctie | Verwarring inclusief/exclusief of | “Winter- of zomerbanden?” – “Beide” |
Vals dilemma | Ten onrechte slechts twee opties (contrair als contradictorisch) | “With us or against us” |
Vals compromis | Waarheid ligt altijd in het midden | €30.000 vs €5.000 → €17.000 |
5.1.2 Inductieve en abductieve drogredenen
Categorie | Drogreden | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
Inductie | Overhaaste veralgemening | Te weinig/onrepresentatieve steekproef | “Ik ken 100 mensen, geen Chinees → er bestaan geen Chinezen” |
Inductie | Valse analogie | Gelijkheid is onvoldoende | “Kinderen opvoeden = hond trainen” |
Inductie | Vals verschil | Ten onrechte relevant onderscheid | “Geen discriminatie: het gaat om huurders, niet werknemers” |
Inductie | Post hoc ergo propter hoc | A voor B → A veroorzaakt B | Haan kraait, zon komt op |
Inductie | Cum hoc ergo propter hoc | A en B samen → A veroorzaakt B | IJsverkoop en verdrinkingen |
Inductie | Hellend vlak (slippery slope) | Ondeugdelijke keten | “Eén drankje → verslaving → weigeren” |
Abductie | Jumping to conclusions | Verklaring op basis van te weinig info | “Geen oogcontact → schuldig” |
Zes vragen om algemene uitspraken te beoordelen (inductie):
Voldoende voorbeelden?
Representatief?
Aselecte steekproef?
Basisfrequenties (base rates) bekend?
Herkomst cijfers?
Uitzonderingen mogelijk?
Heuristieken die inductie/abductie verstoren:
Affectheuristiek
Beschikbaarheidsheuristiek
Representativiteitsheuristiek (base rate fallacy)
5.1.3 Metalogische drogredenen (geen inferentieprobleem, maar argument deugt niet als argument)
Drogreden | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
Dicto simpliciter | Algemene regel als absolute regel (geen uitzonderingen) | “Sporten is gezond → iedereen moet sporten” |
Cirkelredenering (petitio principii) | Conclusie zit al in premissen | “God bestaat want bijbel, bijbel klopt want God” |
Herhaling | Premisse is herformulering conclusie | “Opium leidt tot slaperigheid door soporifische eigenschappen” |
Wederzijdse circulariteit | p ondersteunt q en q ondersteunt p | “Ziel onsterfelijk want eenvoudig, en eenvoudig want onsterfelijk” |
Impertinent argument | Irrelevant | “Ga niet in X wonen, want geen tafeltennisclub” |
Triviaal argument | Geen nieuwe info | “Wek me niet voor 8u, want te weinig slaap is slecht” |
5.2 Met betrekking tot de informatiebron (bron als bewijs i.p.v. inhoud)
Drogreden | Omschrijving | Voorbeeld |
|---|---|---|
Ad populum | Omdat veel mensen het geloven | “Iedereen gebruikt dit → zal wel goed zijn” |
Ad numerum | Omdat concrete aantallen groot zijn | “Miljoenen gebruiken dit” |
Ad verecundiam | Omdat gezaghebbend persoon het zegt | “Professor zegt het → discussie niet nodig” |
Ad antiquitatem | Omdat het oud is | “Eeuwen zo gedaan → beste manier” |
Ad novitatem | Omdat het nieuw is | “Nieuwste theorie → zal wel beter zijn” |
Ad crumenam | Omdat spreker rijk is | “Miljardair → visie op economie klopt” |
Ad lazarem / ad lazarum | Omdat spreker arm/eerlijk is | “Zij leeft eenvoudig → moreel oordeel betrouwbaar” |
Ad misericordiam | Beroep op medelijden | “Verklaar me niet schuldig, ik ben wees” |
Ad lapidem | Standpunt zonder argument verworpen als absurd | “Dat is belachelijk, daar hoef ik niets tegen te zeggen” |
5.3 Met betrekking tot betekenis (woord anders ingevuld)
Drogreden | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
Equivocatie | Zelfde woord in verschillende betekenissen | “Rik kijkt tv → op bank → bank draagt pak → tv kijken met pak” |
Misbruik van etymologie | Herkomst woord = beslissend voor betekenis | “Minister betekent dienaar → minister heeft geen macht” |
6. Weerleggende drogredenen
Doel: stelling van ander op ondeugdelijke manier weerleggen.
Drogreden | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
Ad hominem (persoonsaanval) | Aanval op persoon i.p.v. standpunt | |
– Beledigende variant | Directe belediging | |
– Omstandigheidsvariant (genetisch) | Afkomst van standpunt aanvallen | |
– Inconsistentievariant (tu quoque) | “Jij doe dat ook” | |
– Onbekwaamheidsvariant | “Jij bent niet competent” | |
Ad baculum | Dreiging | “Akkoord gaan of je vliegt buiten” |
Stroman-argument | Standpunt verdraaien tot zwakkere versie | “Ik wil autoverkeer beperken” – “Dus jij wilt alle auto’s verbieden?” |
Vergiftigen van de bron (poisoning the well) | Publiek op voorhand tegen spreker innemen (minder direct dan ad hominem) | “Neem haar uitleg met korrel zout, haar partij manipuleert altijd cijfers” |
Overhaast tegenvoorbeeld | Algemene regel verworpen op basis van één uitzondering (behandelt regel als absoluut) | “Gordel beschermt” – “Nee, iemand gered doordat hij er geen droeg” |
Nuance:
Ad hominem valt de tegenpartij aan.
Poisoning the well richt zich tot publiek (framing/stemmingmakerij).
7. Ontwijkende drogredenen
Doel: discussie ontwijken, eigen ongelijk niet toegeven.
Drogreden | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
Verschuiving onderwerp (shifting ground) | Subtiel onderwerp veranderen | Van “mensenrechtenschendingen Mexico” naar “onderzoek kon vrij plaatsvinden” |
Rode haring (ignoratio elenchi) | Aandacht afleiden met zijdelings relevant/emotioneel onderwerp | Snelheidsboete – “er zijn ergere criminelen” |
Meervoudige vraag | Overstelpen met vragen, zodat direct antwoord onmogelijk | “Wat met grondrechten, wie bepaalt verdacht gedrag, kosten, jeugdwerking, falend beleid?” |
Complexe vraag | Vraag waarop antwoord betwistbare premisse aanvaardt | “Ben je gestopt met je partner te bedriegen?” (je bedroeg partner) |
Beroep op relativisme | “Ieder zijn waarheid” – beëindigt discussie | “Roken is slecht” – “Niet voor mij, ik kan hard lopen” (vaak met overhaast tegenvoorbeeld) |
8. Overzichtstabel: alle genoemde drogredenen (alfabetisch per categorie)
Deductief / vormfouten
Ad ignorantiam
Bevestiging van consequens
Compositie
Divisie
Foutieve disjunctie
Is/ought-drogreden
Non sequitur
Ontkenning van antecedens
Vals compromis
Vals dilemma
Inductief / abductief
Cum hoc ergo propter hoc
Hellend vlak (slippery slope)
Jumping to conclusions
Overhaaste veralgemening
Post hoc ergo propter hoc
Valse analogie
Vals verschil
Metalogisch
Cirkelredenering (petitio principii)
Dicto simpliciter
Impertinent argument
Triviaal argument
Bron-gebaseerd (bevestigend)
Ad antiquitatem
Ad crumenam
Ad lapidem
Ad lazarem / ad lazarum
Ad misericordiam
Ad novitatem
Ad numerum
Ad populum
Ad verecundiam
Betekenis
Equivocatie
Misbruik van etymologie
Weerleggend
Ad baculum
Ad hominem (en varianten)
Overhaast tegenvoorbeeld
Poisoning the well
Stroman-argument
Ontwijkend
Beroep op relativisme
Complexe vraag
Meervoudige vraag
Rode haring (ignoratio elenchi)
Verschuiving onderwerp
9. Kerninzichten – samenvatting voor examen
Drogreden = argument dat onterecht overtuigt, niet deugt.
Weerleggen kan via tegenargumenten of door fouten aan te wijzen in redeneervorm, premissen of waarschijnlijkheid.
Drogredenen hangen samen met biases/heuristieken (verankering, framing, bevestigingsbias, beschikbaarheid, representativiteit, affect, verliesaversie, hindsight).
Argumentatieschema’s (persoon, gevolg, deskundigheid, gelijkenis, etc.) kunnen ondeugdelijk worden toegepast → drogreden.
Indeling naar functie:
Bevestigend (eigen stelling)
Weerleggend (ander zijn stelling)
Ontwijkend (discussie vermijden)
Deductieve drogreden = non sequitur (conclusie volgt niet logisch).
Inductieve drogreden = overhaaste veralgemening (onvoldoende/onrepresentatieve steekproef).
Abductieve drogreden = jumping to conclusions (te snelle verklaring).
Metalogische drogredenen = argument deugt niet als argument (cirkel, triviaal, impertinent, dicto simpliciter).
Bron-drogredenen doen beroep op wie iets zegt i.p.v. inhoud.
Weerleggende drogredenen vallen de persoon aan (ad hominem), dreigen (ad baculum), verdraaien (strawman) of vergiftigen de bron.
Ontwijkende drogredenen verschuiven het onderwerp, stellen complexe vragen, of doen beroep op relativisme.
Nuance:
Een algemene regel wordt niet weerlegd door één uitzondering (overhaast tegenvoorbeeld).
Een vals dilemma presenteert contraire uitspraken als contradictorisch.
Een vals compromis verwart onderhandeling met waarheidsvinding.