Untitled Flashcards Set
Attribuut: Symbool in kunst om een persoon of figuur herkenbaar te maken.
Afgebeeld: Iets dat in een kunstwerk te zien is.
Aureool: Stralenkrans rond het hoofd van een heilige persoon.
Gulden driehoek: Speciale verhouding tussen de korte en lange zijdes van een driehoek in kunst.
Oculus: Ronde opening in het dak van een koepel.
Pestheilige: Heilige die mensen beschermde tegen de pest.
Rotatiesymmetrie: Eigenschap waarbij een object er hetzelfde uitziet na draaien.
Enakter: Toneelstuk met één bedrijf.
Embleemboek: Boek met tekeningen en bijpassende teksten.
Melodrama: Deel van een opera met gesproken tekst en muziek.
Pankarter: Theaterstuk met gesproken tekst en orkestbegeleiding.
Paragone: Discussie over welke kunstvorm het beste is.
Bluesmuziek: Muziekstijl uit het zuiden van de VS, ontstaan na de slavernij.
Damnatio memoriae: Het wissen van een persoon uit de geschiedenis.
Fasces: Bundel takken met een bijl, symbool van macht.
Heraldiek: Studie van familiewapens.
Iconoclasme: Vernietiging van religieuze kunst uit protest.
Locatiespecifiek kunstwerk: Kunstwerk speciaal gemaakt voor een bepaalde plek.
Male gaze: Manier van kijken in kunst en literatuur waarin vrouwen als object worden gezien.
Propaganda: Beïnvloeding van de publieke opinie met politiek doel.
Staatsieportret: Officieel portret van een belangrijk persoon.
Tondo: Rond kunstwerk.
Triomfboog: Boogvormig bouwwerk ter herdenking van een overwinning.
Arte povera: Italiaanse kunststroming uit de jaren 1970 met eenvoudige, vaak waardeloze materialen.
Conceptuele kunst: Kunst waarbij het idee belangrijker is dan de vorm of materialen.
Immersive expo: Digitale tentoonstelling met audiovisuele en technologische beleving.
Gesamtkunstwerk: Kunstwerk waarin meerdere kunstvormen samenkomen.
Happening: Spontaan lijkende, openbare kunstactie waarbij publiek vaak betrokken wordt.
Receptie: Manier waarop publiek kunst ervaart en interpreteert.
Salon: Kunsttentoonstelling in Parijs tussen de 17e en 19e eeuw.
Actionpainting: Abstracte schilderstijl waarbij de actie van het schilderen centraal staat.
Female gaze: Feministische visie op hoe vrouwen in kunst en media worden bekeken, als reactie op de male gaze.
Bauhaus: Kunst- en ontwerpstroming met strakke, geometrische vormen.
Land art: Kunstvorm waarbij het landschap wordt bewerkt of gebruikt als kunstwerk.
Minimal art: Kunststijl uit de jaren 1960 met eenvoudige, vaak hergebruikte materialen.
Modulor: Systeem van maten voor gebouwen, bedacht door Le Corbusier.
Streetart: Kunstvorm die de openbare ruimte gebruikt, zoals graffiti.