2HV PO Nederlands Landschap - PO leerdoelen en antwoorden

Pleistocene en Holoceen

Pleistoceen

  • Tijd van de ijstijden

  • Vroeg-Pleistocene: Saalien, Weichselien

Vroeg-Holoceen

Holoceen

  • Tijd na de ijstijden

  • Midden-Holoceen: zeespiegel stijgt minder, sedimentatie groeit tot gesloten strandwal.

  • Laat-Holoceen: erosie door getijden en stormen herstelt open strandwallen.

  • Jonge duinen ontstaan uit nieuwe sedimentatie.

Ontstaansgeschiedenis Duinlandschap

  • Oude duinen: ontstaan in het Vroeg-Holoceen door smeltend ijs.

  • Verandering van de Noordzee: sedimentatie van zand leidde tot oude duinen.

Functies van Duinlandschap

  • Zeewerende functie: beschermt land tegen overstromingen.

  • Recreatieve functie: mogelijkheden voor wandelen, fietsen en zonnen.

  • Drinkwaterfunctie: filtert zoet water voor drinkwaterproductie.

  • Natuurfunctie: habitat voor zeldzame planten en dieren.

Huidig Bodemgebruik

  • Gebruik van oude duinen voor bouwgrond; steden zoals Haarlem en Den Haag ontstaan hier.

  • Zandgrond onvruchtbaar, voornamelijk gebruikt als grasland.

  • Afgraven van zand voor akkers, met bloembollen als hoofdproduct.

Veenlandschap

Ontstaansgeschiedenis van Hoogveenlandschap

  • Hoogveen: oudste veensoort, ontstaan in het vroeg-Holoceen door veenmos op keileem.

Ontstaansgeschiedenis van Laagveenlandschap

  • Laagveen: ontstaan tijdens Midden-Holoceen in zoetwatermoerassen door zorgen overstroming.

Verlies van Veengrond

  • Brandstofwinning sinds de 19e eeuw, turfproductie.

  • Waterafvoer door ontgraving en graven van sloten; meren ontstaan bij turfwinning.

Oude Zeekleilandschap

Ontstaansgeschiedenis

  • Vroeg-Holoceen: stijgende zeespiegel, sedimentatie van oude zeeklei.

Turfwinning en Droogmakerijen

  • Verwijdering van veen voor brandstof, gevolg: inklinking, meren ontstaan.

Werking van Droogmakerijen

  • Voorbeeld Haarlemmermeer: droogmalen en creëren van landbouwgrond.

Jonge Zeekleilandschap

Ontstaansgeschiedenis

  • Vroeg-Holoceen: stijgende zeespiegel en sedimentatie van jonge zeeklei.

Opbouw en Functie van Terpen

  • Kunstmatige heuvels voor bescherming tegen overstromingen.

Zeekleipolders

  • Agrarisch gebruik van sedimentatie na dijkaanleg, uitbreiding van land.

Rivierkleilandschap

Ontstaansgeschiedenis

  • Laat-Holoceen: sedimentatie van rivierklei door overstromingen.

Huidige Structuur

  • Dijken: zomerdijken, winterdijken, uiterwaarden en binnendijks/buitendijks gebied.

Project "Ruimte voor de Rivier"

  • Beheer van wateroverlast, verhogen door verlegging en afgraving van uiterwaarden.

Mergellandschap

Ontstaansgeschiedenis

  • Ontstaan van mergel door sedimentatie in een oude zee.

Ligging

  • Alleen in Zuid-Limburg door vroegere noordwaartse verschuiving van het krijt.

Rivierterrassen

  • Vorming door insnijding van de Maas en sedimentatie.

Deltawerken

Watersnoodramp van 1953

  • Combinatie van storm en springvloed leidde tot grote schade.

Noodzaak van de Deltawerken

  • Vervolg op bescherming tegen overstromingen; verkorting van de kust.

Samenstelling van de Deltawerken

  • Stormvloedkeringen, dammen, sluizen: functies en verschillen.

Begrippenlijst

  • Binnendijks: Beschermd gebied tegen overstromingen, waar landbouw en bewoning mogelijk zijn zonder direct risico op inundatie.

  • Buitendijks: Niet-beschermd gebied tegen overstromingen, vaak lage gebieden die kwetsbaar zijn voor wateroverlast.

  • Dammen: Bouwwerken die water tegenhouden, voornamelijk ingezet in rivieren en kanalen.

  • Dijk: Aangelegde verhoging, dient ter bescherming tegen overstromingen.

  • Droogmakerij: Gebied dat is drooggelegd om landbouw mogelijk te maken, vaak door middel van ontwatering en teruggang van het waterpeil.

  • Duinen: Natuurlijke zandheuvels, ontstaan door windafzetting langs de kusten; spelen een cruciale rol in kustbescherming.

  • Veen: Organisch materiaal dat zich ophoopt in waterige gebieden; belangrijk voor de ecosystemen.

  • Inklinking: Proces van het inzakken van de bodem door verdroging, vaak veroorzaakt door drainage.

  • Jonge zeeklei: Sediment dat is afgezet in de periode van de jonge zeeklei en belangrijke vruchtbare grond biedt.

  • Kalksteen/Mergel: Sedimentaire gesteenten die zijn ontstaan uit afzettingen in zee; worden vaak gebruikt voor bouwmaterialen.

  • Laagveen: Veen dat is ontstaan in moerassen en vaak minder oud en meer zuurstofrijk is dan hoogveen.

  • Meanderen: Het krommen of buigen van een rivier door afzetting en erosie.

  • Oude zeeklei: Sediment dat tijdens de vroegere zeeën is afgezet en nu belangrijke landbouwgrond is.

  • Polder: Gebied dat is drooggelegd en dat ligt onder zeeniveau; verschilt van niveau door bemalingen.

  • Rivierklei: Klei die is afgezet langs rivieren en vaak erg vruchtbaar is voor landbouw.

  • Rivierterrassen: Verhoogde gebieden langs een rivier die zijn ontstaan door sedimentatie.

  • Terp: Kunstmatige heuvel die is aangelegd voor bescherming tegen overstromingen.

  • Turf: Vergaan veen dat kan worden gedroogd en gebruikt als brandstof.

  • Stormvloedkering: Bouwwerk dat is ontworpen om te beschermen tegen stormvloeden.

  • Uiterwaarden: Gebieden langs rivieren die binnen de uiterste dijken liggen en vaak overstromen bij hoge waterstanden.

  • Winterdijk: Dijk die bescherming biedt tijdens de winter, wanneer het risico op overstromingen groter is.

  • Zomerdijk: Dijk die bescherming biedt bij lagere waterstanden en in de zomermaanden. Hij