1.1 Voortplanting en ontwikkeling bij de mens 2-4
THEMA 1: Voortplanting
Hoofdstuk 1: Voortplanting en ontwikkeling bij de mens
Gametogenese
Bevruchting
Ontwikkeling van een baby en zwangerschap
Tweelingen
Hoofdstuk 2: Technieken om vruchtbaarheid te beheersen
Hoofdstuk 3: Teratogene factoren
Hoofdstuk 1: Voortplanting en ontwikkeling bij de mens
1. Gametogenese
2. De bevruchting
3. De ontwikkeling van een baby en de zwangerschap
4. Tweelingen
Zaadlozing en Bevruchting
Zaadlozing
Gemiddeld 300-500 miljoen zaadcellen worden vrijgegeven.
Zaadcellen worden ondersteund door:
Licht basisch zaadvocht
Vloeibare slijmprop rond ovulatie
Zaadcellen worden gehinderd door:
Zure omgeving in de vagina
Witte bloedcellen
Verkeerde eileider kiezen
Tegen vloeistofstroomin (door trilharen)
Misvormingen
Resultaat: een paar honderd zaadcellen kunnen de eicel in de ampul bereiken.
De Bevruchting
Toegang van Spermatozoïde
Spermatozoïde dringt binnen in eicel via:
Corona radiata
Zona pellucida (acrosome reactie)
Celmembraan (verbinden en ondoordringbaar maken)
Bevruchtingsmembraan ontstaat tussen celmembraan en zona pellucida (corticale reactie).
Kernen van oöcyt en spermatozoïde versmelten = bevruchting.
Zygote ontstaat (geslacht is bepaald).
Zwangerschap
Duur: Ongeveer 38 weken.
Fases:
Tot 8 weken: embryonale fase (embryogenese)
Na week 8: foetale fase
3.1 Embryonale fase
Week 1:
Bevruchtingsmembraan en blastulaholte vormen.
Begint met de zygote.
Klievingsdelingen (mitosedelingen zonder volumetoename).
2-cellig stadium
4-cellig stadium
8-cellig stadium
Morula (16- en 32-cellig).
Dag 4-8:
Aankomst in baarmoeder: morula naar blastula.
Start van differentiatie:
Buitenste cellen: trofoblast
Binnenste cellen: kiemknop
Contact met baarmoederslijmvlies en innesteling.
3.1B Vorming kiemschijf en organogenese
Week 2: Aanmaak van amnionholte en dooierholte.
Differentiatie naar kiemschijven en organen.
3.2 Foetale fase
Begint vanaf week 9.
Organen groeien en ontwikkelen.
Week 13: Geslacht zichtbaar.
Week 22: Levensvatbaar.
3.3 De placenta
A. Bouw van de placenta
Foetaal deel: Chorionvlokken met haarvaten.
Navelstreng: 2 slagaders (naar placenta) en 1 ader (naar foetus).
Moederlijk deel: Baarmoederslijmvlies met bloedruimten.
B. Functies van de placenta
Gasuitwisseling (O2, CO2) en voedingstoffen.
Hormonale productie:
HCG daalt; placenta neemt rol over.
Produceert oestrogeen en progesteron.
3.4 De bevalling
Einde zwangerschap:
Oestrogeen stijgt, progesteron daalt.
Oxytocine zorgt voor weeën.
Drie fasen:
Ontsluiting
Uitdrijving
Nageboorte
Hoofdstuk 4: Tweelingen
1. Twee-eiige tweeling (dizygote)
Twee afzonderlijke eicellen bevrucht.
2. Eeneiige tweeling (monozygote)
Eén bevruchte eicel die zich splitst.
Extra: Prenatale screening
Opsporen van genetische of structurele afwijkingen.
Soorten diagnostiek:
Niet-invasieve (echografie, bloedonderzoek)
Invasieve (vruchtwaterpunctie en vlokkentest)