Untitled

De lokale wondbehandeling

DEEL 3: Negatieve druktherapie

Inhoud
  1. Doel van NDT

  2. Werkingsmechanisme van NDT

  3. Indicaties en tegenindicaties

  4. Materiaal nodig voor NDT

  5. Standaard toepassing

  6. Opvolging van NDT en de wonde

  7. Meest voorkomende problemen

  8. Speciale verbandtechnieken

  9. NDT met instillatie

  10. NDT op een gesloten postoperatieve wonde

  11. NDT in de thuiszorg

Inleiding Negatieve druktherapie (NDT)

  • Synoniemen: vacuümtherapie, VAC (merknaam), NPWT (negative pressure wound therapy)

  • Definitie: Niet-invasieve actieve wondbehandeling

  • Kenmerken:

    • Instelbare en gecontroleerde negatieve druk

    • Gebruik van schuim-, foam- of gaasverband in de wonde

    • Luchtdicht afgesloten met PU-film

    • Gebruik van pad of afzuigpoort

    • Vacuümbron

1. Doel van NDT

  • Doelstellingen:

    • Versnelde opgroei van granulatieweefsel

    • Vermindering van extracellulair vocht; oedeemreductie

    • Vermindering van bacteriële belasting

    • Verbetering van de lokale circulatie

    • Creëren van een vochtig wondmilieu

2. Werkingsmechanisme van NDT

Macrostrain (macrovervorming)
  • Zichtbare vervorming die:

    • Wondranden samen trekt en wondvolume reduceert.

    • Direct en volledig contact met het wondbed creëert.

    • Gelijkmatige verdeling van negatieve druk veroorzaakt.

    • Exsudaat en infectieus materiaal verwijdert.

    • Oedeem vermindert en perfusie of doorbloeding bevordert.

Microstrain (microvervorming)
  • Celulaire proliferatie en migratie bevorderend.

  • Vorming van granulatieweefsel bevorderend.

3. Indicaties en contra-indicaties

Indicaties
  • Moeilijk helende wonden

  • Subacute wonden

  • Acute wonden

Contra-indicaties
  • Aanwezigheid van necrose

  • Maligne weefsel

  • Onbehandelde osteomyelitis

  • Nabijheid van blootliggende bloedvaten, pezen, zenuwen of organen

  • Niet-enterale of niet-geëxploiteerde fistels (bij enterale fistels kan een fistel adapter gebruikt worden)

  • Niet-coöperatieve patiënt

Relatieve contra-indicatie
  • Verhoogd risico op bloeding

4. Materiaal nodig voor NDT

1. Wondvuller of wondbedekker
  • Polyurethaan of granufoam (zwarte of groene foam)

    • Grote porie, grote drainagecapaciteit, flexibel

    • Gelijkmatige verdeling van druk

    • Indicaties: Open wonden, overbruggingstechnieken, voorbereiden wondbed voor chirurgische sluiting

  • Polyvinyl alcohol of PVA foam (witte foam)

    • Fijnmaziger, voorkomt ingroei van weefsel

    • Beschermt kwetsbare onderliggende structuren

    • Hoge treksterkte, indicaties: Oppervlakkige wonden, pijnlijke wonden, tunnels, huidtransplantaten, bot en pezen

  • Polyurethaan zilververband (grijze foam)

    • Werking vergelijkbaar met zwarte foam met zilverafgifte

    • Indicatie: Moeilijk helende, geïnfecteerde wonden

  • Gaaskompressen

    • Steriel hydrofiel gaas geïmpregneerd met PHMB

    • Indicatie: Pijnlijke wonden en fistels

  • Speciaal ontwikkelde foamverbanden

    • Spiraalvormige granufoam met eenvoudig aan te brengen kenmerken

    • Granufoam bridge dressing voor gebruik bij wonden op stuit of rug

2. Wondcontactlaag of weefsel interface
  • Niet-inklevend vochtdoorlatend wondverband

    • Siliconenverband, vetverband

    • Indicatie: Blootliggende pezen, zenuwen of bloedvaten

    • Vermindert pijn bij het verwijderen van foam

3. Afdekfolie
  • Polyurethaanfolie

    • Luchtdichte bevestiging met een minimum van 3 tot 5 cm over wondranden

    • Aanbrengen dakpansgewijs, niet circulair

    • Geen tractie bij aanbrengen om trekblaren te voorkomen

4. Afzuigpoort of afvoertube
  • Verbindt wondbedekker met opvangrecipiënt

5. Opvangrecipiënt of opvangbeker
  • Voor het opvangen van wondexsudaat, minimum 1x/week vervangen

6. Vacuümpomp of –unit
  • Voor monitoring en aanpassing van druk met instellingen tussen -70 en -125 mmHg, standaard op -125 mmHg, continu of intermittent

Basismateriaal
  • Bevat alles wat nodig is voor een standaard NDT-set

5. Standaard toepassing

  • Gebruik een steriel veld en steriele handschoenen

  • Knip de foam op maat met behulp van een steriele schaar

  • Zorg ervoor dat er geen overlapping van foam op wondranden is

  • Afdekfolie en andere materialen moeten zorgvuldig worden aangebracht

6. Opvolging van NDT en de wonde

  • Wissel 2x/week om ingroei van granulatieweefsel te verminderen

  • Controleer dagelijks op lekkages, bloeding, en status van de wond

7. Meest voorkomende problemen

Lekkage alarm
  • Teken van luchtlek, zoals sissend geluid en een niet-harde verband

  • Acties: Controle van pomp, connecties en het vinden van de lekkageplaats.

Blokkade alarm
  • Oorzaken: Klonters, afgeklemde leidingen, inadequate opening voor pad

  • Acties: Controle van klemmen en het vervangen van pads

Problemen met NDT-pomp
  • Controleer de werking van de pomp, vervang de opvangbeker en gebruik een afsluitdopje bij het sluiten

Huidbeschadiging bij verwijderen verband
  • Rek de folie in lengterichting uit, bescherm de wondranden met barrière spray

8. Speciale verbandtechnieken

  • Gebruik technieken zoals de paddenstoeltechniek voor smalle wonden en de brugtechniek voor het verleggen van afzuigpunten.

9. NDT met instillatie

  • Combinatie van NDT met gecontroleerd instilleren van vloeistoffen voor wondreiniging en celregeneratie

10. NDT op een gesloten postoperatieve wonde

  • Effectief bij het verminderen van seromen, hematomen en risico op wondinfecties

11. NDT in de thuiszorg

  • Belangrijk voor training, monitoring, en zorgcoördinatie bij patiënten die thuis behandeld worden.