Biologie H5.3 Genen en allelen
Wat genen en allelen zijn
DNA is opgebouwd uit basenparen, A-T en C-G. DNA-volgorde van een gen: de specifieke volgorde van de basen. Hierdoor ontstaat er een code met informatie. Het DNA bevat informatie voor het maken van stoffen en voor celprocessen.
Genen bevatten de informatie voor het maken van eiwitten. De kleur, vorm en werking van je lichaam worden vooral geregeld door eiwitten. De basenparen van een gen kunnen naast elkaar liggen of verdeeld zijn over een of meer chromosomen. Voor alle eigenschappen zijn meerdere genen nodig. Basenpaar (stukjes DNA) kunnen deel uitmaken van meerdere genen.
Allel: genvariant, de informatie in een gen op één chromosoom, de twee allelen van een gen vormen een allelenpaar.
Homozygoot: het allelenpaar voor een eigenschap bestaat uit twee gelijke allelen.
Heterozygoot: het allelenpaar voor een eigenschap bestaat uit twee ongelijke allelen.
Mutatie
Mutatie: een plotselinge verandering van het genotype.
Mutant: een organisme waarbij een mutatie in het fenotype zichtbaar is.
Als een mutatie optreedt in een lichaamscel, heeft dit meestal geen gevolgen.
Het genotype van de andere lichaamscellen blijft ongewijzigd.
Als een mutatie optreedt in een geslachtscel, kan dit wel een grote uitwerking hebben.
Is deze geslachtscel betrokken bij bevruchting, dan bevat elke lichaamscel van de nakomelingen het gemuteerde gen.
Mutaties komen vaker voor na blootstelling aan mutagene invloeden:
Straling, radioactieve, UV etc.
Bepaalde chemische stoffen, asbest, sigarettenrook.