geologie: hoofdstuk 6

1 De belangrijkste geologische eenheden van België

geologische kaart: gesteentelagen die voorkomen aan oppervlakte

  • stratigrafische kaart: ouderdom gesteentelagen oppervlakte

  • lithologische kaart: welke gesteenten oppervlakte

  • quartaire afzettingen: bodem- of pedologische kaart

3 gebieden

  • Z van Samber en Maas

    • gesteenten Paleozoïcum

    • geplooid en gebroken door invloed Hercynische en Caledonische plooiing

  • Belgisch Lotharingen en

    • gesteenten Mesozoïcum

    • niet geplooid, afhellend nr Z

  • N van Samber en Maas

    • gesteenten Mesozoïcum en Tertiair

    • niet geplooid, licht afhellend nr N

  • (kustgebied, dalbodems rivier Laag- Midden-België)

    • afzetting holoceen

2 Geologische genese

= ontstaangeschiedenis

door onderzoek gesteenten en fossielen
→ metamorfe gesteenten → gebergtevorming
→ sedimentaire gesteenten → zee

2.1 Paleozoïcum

A. TRANSGRESSIE HUIDIGE EUROPA DOOR CAMBRIUM-, ORDOVICIUM- EN SILUURZEEËN

België deel van Gondwana (continent Z-halfrond
→ onder water
→ sedimentatie klei (diepe zee) en zand (kustmilieu en ondiepe zee) in horizontale lagen (door rivieren aangevoerd)
→ diagenese: druk → zandsteen en schiefer (kleisteen)

B.CALEDONISCHE PLOOIING DOOR BOTSING VAN AMERIKAANSE MET EUROPESE PLAAT OP EINDE ORDOVICIUM EN TIJDENS SILUUR

gesteenten en plooiing en ev. omvorming metamorfe gesteenten

  • zandsteen → kwarsiet

  • kleisteen → leisteen

→ onstaan gebergte in NW-Europa (Schotse Hoogland en Scandinavisch Hoogland)

→ huidige Ardennen en Massief van Brabant: plooiing merkbaar

→ België: bekken Caledonisch gebergte en Midden-Europees eiland

Caledonische gebergtevorming

  • Ordovicium:

    • Avalonia (met België) breekt van Gondwana

    • Avalonia botst tegen Baltica

  • siluur samen tegen Laurentia → nieuw continent Laurussia

  • België: rand botsinggebied, porfier (Z Avalonia subductiegebied)

C. DEVOON: VERWERING EN EROSIE CALEDONISCH GEBERGTE

→ sedimentatie zand en klei in zee (door rivieren)
→ afzetting kalk (zeeorganismen)
→ evolutie tot plateaugebied

D. CARBOON: VOCHTIG, WARM KLIMAAT

afbraak gaat verder

België ligt rond evenaar door verschuiving aardplaten

→ mangrovewoud in kustmoerassen
→ dikke lagen plantenresten door tropisch klimaat
→ bedekking zand en klei door afwisselende transgressies en regressies
→ zuurstofarm milieu
→ inkolingsproces
veen → turf → bruinkool → steenkool

voorwaarden

  • warm & vochtig klimaat → overvloedige plantengroei

  • stilstaand water: anaerobe omstandigheden
    → traag verrottingsproces

CO2, H2O, CH4 uitgestoten door druk lagen erboven (massa)
→ verhouding: minder C ontsnapt (2C, 3O, 6H)

E. HERCYNISCHE PLOOIING DOOR BOTSING NOORD-EUROPESE EN ZUID-EUROPESE PLAAT

Hercynische gebergtevorming
botsing Gondwana (bewoog N) en Laurussia
→ Pangea en Tethyszee
→ metamorfe gesteenten
→ Rijnleisteenmassief (Ardennen is deel)

→ Cambrium-, Ordovicium- en Siluurlagen 2x geplooid
→ Devoon- en Carboonlagen 1x geplooid
→ vorming

  • syncline van de Kempen

  • anticline van Brabant: huidig massief van Brabant ontstaan

  • syncline van Namen

  • anticline van de Condroz

  • midibreuk (overschuivingsbreuk)

  • synclinorium van Dinant

  • anticline van de Ardennen: huidige Ardennen ontstaan

2.2 Mesozoïcum

A. AFBRAAK (VERWERING EN EROSIE) VAN HERCYINISCHE GEBERGTE

vorming afgevlakt gebied: schiervlakte
= sterk afgevlakt en verlaagd gebied als gevolg van verticale ne horizontale riviererosie en hellingserosie

  • stromend water

  • verticale riviererosie → valleien met hellingserosie
    → lager tot erosiebasis

  • minder verticale riviererosie

  • meer horizontale riviererosie (bredere valleien (meandervormig)

  • minder hellingserosie

→ carboon lagen verdwenen van Massief van Brabant en Ardennen, enkel nog aan randen (Synclinorium van Dinant, Syncline van de Kempen en Nemen)
→ steenkool in Maasvallei en Limburg

B. TRANSGRESSIES TIJDENS TRIAS, JURA, KRIJT

Trias en Jura: transgressies Z, ZO huidige Ardennen
→ enkel Trias en Jura lagen in huidig Lotharingen

krijt: bijna hele land overspoeld (hoge temp)
→ krijtafzettingen dagzomen N Samber en Maas

2.3 Cenozoïcum

A. PALEOGEEN: BOTSING AFRIKAANSE EN EURAZIATISCHE PLAAT

→ Alpiene plooiing: vorming Alpen en Pyreneeën

→ tektonische opheffing (nu 500m) vooral ten Z van België
+ geleidelijke daling zeeniveau (nu -175) door klimaatafkoeling

→ transgressies N België → sedimentatie zand en klei N Samber en Maas

→ verdere opheffing Z → regressie zee naar N

→ insnijden van rivieren in plateaulandschap Z België met differentiële erosie

B. NEOGEEN: ENKEL NOORDEN VAN VLAANDEREN IS NOG OVERSPOELD

→ erosie van het vrijgekomen landschap

→ ontwikkeling rivierennet (Z → N)

→ verdere insnijding van rivieren in plateaulandschap…

C. QUARTAIR: VERDERE OPHEFFING

→ Pleistoceen: verschillende ijstijden met:

  • veel langer zeepeil → drooggevallen Noordzee

  • sedimentatie löss en dekzanden in Laag- en Midden-België

uitgebreid polair maximum
→ Europa: krachtige noordenwinden: blizzards
→ Noordzeevlakte: zand en fijne deeltjes naar ons

dekzand tot grens Laag- en Midden-België

lichtere löss tot tot (en met) Hoog-België

=> Midden-België: reliëf toegedekt (nu zandleem)

leem = los gesteente dat voornamelijk uit silt bestaat en beetje klei en zand

löss: verzamelnaam voor alle door de wind vervoerde afzetting uit Pleistoceen die variëren tussen zandleem en leem, maar die erg kalkrijk zijn

eolische afzettingen: door wind vervoerde en afgezette sedimenten

  • vorming Vlaamse Vallei (daling zeepeil, daling erosiebasis, groter verhang, sterkere verticale riviererosie)

→ Holoceen

  • enkel zeetransgressies in kustzone

  • opvullen Vlaamse Vallei (sedimentatie → slip)

  • inpoldering kuststreek
    → landwinning op zee en terugdringen transgressies
    → geen nieuwe afzetting, tenzij overstroming