Rol van de maan
1. Kenmerken van de maan:
a. De maan draait op een afstand van 380.000 km rond de aarde.
b. De diameter van de maan is 3.476 km, ongeveer de helft van de straal van de aarde.
c. Donkere gebieden op de maan zijn laaglanden (maria), terwijl lichte gebieden hooglanden (terrae) zijn.
2. Rotatie van de maan:
a. De maan draait in dezelfde tijd om haar as als om de aarde, waardoor we altijd dezelfde kant van de maan zien.
3. Ontstaan van de maan:
a. De maan is ontstaan door een botsing tussen de jonge aarde en een planeet genaamd Theia. Het materiaal van deze botsing bleef in een baan rond de aarde en vormde de maan.
4. Temperatuurverschil op de maan:
a. Door de lage zwaartekracht van de maan kan deze geen atmosfeer vasthouden, wat leidt tot extreme temperatuurverschillen (100°C bij dag, -150°C bij nacht).
5. Zonverduistering (zoneclips):
a. Een zonverduistering vindt plaats wanneer de maan tussen de aarde en de zon staat, waardoor het zonlicht tijdelijk wordt geblokkeerd voor een klein gebied op aarde.
b. Dit gebeurt alleen wanneer de maan zich bij een van de twee knopen van haar baan bevindt, waar haar baan het eclipticavlak kruist.
6. Maansverduistering:
a. Bij een maansverduistering staat de aarde tussen de zon en de maan.
b. De maan krijgt een rode kleur door het zonlicht dat door de aardatmosfeer wordt verstrooid (bloedmaan).
7. Getijden:
a. De aantrekkingskracht van de maan veroorzaakt getijden door het water op aarde naar de maan te trekken.
b. Er is vloed aan zowel de kant van de maan als aan de tegenovergestelde kant van de aarde.
8. De baan van de maan:
a. De maan draait in een baan die een hoek van 5° maakt met het eclipticavlak, wat verklaart waarom verduisteringen niet elke maand plaatsvinden.