English grammar
(U1F1) USED TO
๐regel ๐

๐ gebruik ๐
gewoonte
herhaling
staat in het verleden
vergeet vaak use to te gebruiken bij negative en question.
--Blijft used to gebruiken(U1F2) structures with future meaning
future simple | going to + inf | present continuous | present simple |
|
|
|
|
(U1F3) Future simple perfect vs future simple
vomring
FPS
naam + Will + have + past participle
Question: Will + naam + Have + past participle
Negative: Will not + have + past paticiple
FS
naam + Will +
question will + naam+
Negatieve: naam + will not +
use
FPS
by, before
Deadline
FS
iets dat in de toekomst zal gebeuren
vindingen
run blijft run in past participle
de FPS gebruik je eig als ze voor een tijd praten dat ze over praten (snap je ahah)
Semi-auxiliaries (U1F4)
To be able to
Als het gelukt is om iets te doen
to be going to
iets wat je later gaat doen
to be supposed to
een tijd ding
iets verwacht / bedoeling is
to dare to
iemand een dare geven
courage
to have to
iets dat moet gebeuren ( kan door je omgeving)
to need
basically iets dat moet in vraag en negatieve zinnen
ougt to
advies
of iets dat kan gebeuren
Used to โ U1F1
kan miss handig zijn
