unit1

an asset - een troef, een vermogen
* to boost profitability - de winst verhogen
* a brand consultant - een merkadviseur
* a chief executive officer (CEO) - een algemeen directeur
* a chief operating officer (COO) - een operationeel directeur
* the compound annual growth - de samengestelde jaarlijkse groei
* the cost pressure - de kostendruk
* to decline - afnemen, dalen
* to decrease - verminderen
* distribution - een verdeling
* an employee - een werknemer
* entrepreneurship - ondernemerschap
* for % equity - voor % aandeel
* for a % share - voor % aandeel
* for a % stake - voor % aandeel
* a founder - een oprichter
* to generate - aanmaken, opleveren
* to give fuel to - aanwakkeren
* greedflation - hebzuchtflatie
* inflation - een waardevermindering
* mission-driven - gedreven zijn vanuit een missie
* a net rate of return - een nettorendement
* non-profit organisation - een organisatie zonder winstoogmerk
* to outperform - beter presteren dan
* a point of distribution - een verdeelpunt
* the premises - bedrijfsgebouwen
* a profit margin - een winstmarge
* a quarter - een kwartaal
* to restrain - bedwingen, beperken
* a social entrepreneur - een sociaal ondernemer
* a stakeholder - een belanghebbende
* a union - een vakbond

to back up - ondersteunen
2. to bring in - binnenbrengen
3. to carry out - uitvoeren
4. to cash in - winst maken
5. to cash out - uitbetalen
6. to cut back - bezuinigen
7. to drag down - neerhalen
8. to follow up - opvolgen
9. to hold off - tegenhouden
10. to lay off - ontslaan
11. to pay back - terugbetalen
12. to pay off - afbetalen, lonen
13. to phase out - uitfaseren, laten uitdoven
14. to pull out - terugtrekken
15. to scale up - opschalen, vergroten
16. to sell off - uitverkopen
17. to set up - opzetten
18. to work out - berekenen, gunstig evolueren
19. to write off - afschrijven