h4 geschiedenis
Economische Uitdagingen na 194
Inleiding
Voorbeelden van hedendaagse uitdagingen:
Griekenland, 2023: Meer dan 500 vluchtelingen verdronken tijdens hun zoektocht naar een veiliger leven.
Verenigde Staten, 2023: 15% van de Amerikanen leeft in armoede.
België, 2023: Overgewicht bij kinderen (bijna 1 op 4) en volwassenen (tot 60%).
Centrale vraag: Is dit 'eigen schuld, dikke bult' of spelen er andere factoren mee?
Vraag 1: Welke factoren beïnvloeden de migratie?
Migranten en vluchtelingen
Migranten: mensen die hun land/streek verlaten om zich elders te vestigen (werk, gezinshereniging, studies).
Vluchtelingen: migranten die gedwongen worden te verhuizen (binnen eigen land of naar ander land).
Elke vluchteling is een migrant, maar niet elke migrant is een vluchteling.
Aantal migranten en vluchtelingen is de laatste 50 jaar sterk toegenomen (in absolute cijfers); in percentages bleef de situatie stabiel t.o.v. de bevolkingsgroei.
Complex samenspel van factoren
Vluchten is een complex samenspel van macro-, meso- en microfactoren.
Macrofactoren:
Politieke, economische, ecologische en culturele omstandigheden die mensen aanzetten hun land te verlaten.
Voorbeelden: Gewapende conflicten, armoede, werkloosheid, natuurrampen, discriminatie, vervolging, genitale verminking.
Mesofactoren:
Informatie over migratiebestemmingen en -routes.
Ondersteuning via sociale netwerken.
Microfactoren:
Persoonlijke beslissing.
Opleiding, leeftijd, geslacht, persoonlijkheid, financiële middelen.
*Grafiek:
Evolutie van de migratie op wereldschaal, 1960-2020.
Uitdagingen voor het migratiebeleid
Dubbele uitdaging:
Macrofactoren uitschakelen die tot vluchten aanzetten.
Werk maken van een menselijker migratie- en integratiebeleid.
Getuigenis van een Syrische vluchteling (S.J.)
Vluchtte in 2015 uit Syrië (oorlog).
Via Turkije (met risico op beschieting door grenswacht) naar België.
Moeder volgde later; oversteek naar Griekenland via mensensmokkelaars.
Denkt aan eigen traject bij de vele vluchtelingen uit Oekraïne.
Waarom mensen hun land verlaten
Verwoestijning (voorbeeld Sahelregio in Afrika).
Oorlog in Oekraïne.
Muur tussen Mexico en de Verenigde Staten maakt migranten inventiever, maar ook afhankelijker van mensensmokkelaars.
Vluchtelingencrisis?
'Opvang in de regio' is al halve eeuw realiteit.
Voorbeelden:
Turkije ving in 2018 meer dan 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen op.
Libanon: bijna 1 miljoen Syrische vluchtelingen in 2018.
De meeste vluchtelingen blijven dicht bij huis (veiliger streken in eigen land of buurlanden).
Echte vluchtelingencrisis vindt plaats in de herkomstregio's.
Armste landen ter wereld herbergen grote aantallen vluchtelingen.
Oefeningen
Vragen over stellingen:
Elke vluchteling is een migrant, maar niet elke migrant is een vluchteling. (AKKOORD)
Het aantal migranten en vluchtelingen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. (AKKOORD)
Ongeveer 20% van de wereldbevolking is een migrant. (NIET AKKOORD)
Het aantal vluchtelingen bedroeg in 2020 minder dan 30 miljoen mensen. (AKKOORD)
De meeste vluchtelingen blijven in de buurt van hun eigen woonplaats. (AKKOORD)
Analyse van oorzaken van vlucht op basis van beeldfragmenten (macrofactoren):
Sahel: ecologisch (verwoestijning).
Oekraïne: politiek (oorlog).
Kiribati: ecologisch (stijging van de waterspiegel).
Selina: cultureel (genitale verminking).
Rohingya: cultureel/politiek (vervolging).
Franchesky Flames: economisch (een beter leven).
Analyse van de vlucht van S.J. (Syrië):
Macrofactor: oorlog in Syrië.
Mesofactoren: informatie van vrienden/kennissen, opvang door jeugdvriend in Turkije.
Microfactoren: leeftijd (20 jaar), studies (economische wetenschappen), mogelijkheid om mensensmokkelaars te betalen.
Wat is een menselijk migratiebeleid?
Discussie en tips.
Besluit
Drie soorten factoren beïnvloeden de migratie: macro-, meso- en microfactoren.
Definities
Migrant: iemand die verhuist.
Vluchteling: migrant die vlucht naar een ander land.
Binnenlandse ontheemde: migrant die vlucht in eigen land.
Historische evolutie
Stijging in absolute cijfers.
Stabiliteit in procenten.
Kenmerken
Migratiebeslissing bepaald door:
Macrofactoren.
Mesofactoren.
Microfactoren.
Land van bestemming bepaald door:
Minder of geen macrofactoren.
Uitdaging
Naar een veiliger leven?
Macrofactoren uitschakelen die tot vluchten aanzetten.
Werk maken van een menselijker migratie- en integratiebeleid.
D2: De 'vergeten' vluchtelingen
*Focus op binnenlandse ontheemden.
Aantallen binnenlandse ontheemden
In 2022: 62,5 miljoen binnenlandse ontheemden als gevolg van conflicten en geweld in 65 landen en gebieden (stijging van 17% t.o.v. 2021).
8,7 miljoen binnenlandse ontheemden als gevolg van rampen in 88 landen en gebieden (stijging van 45% t.o.v. 2021).
*Lijsten:Ontheemd als gevolg van conflict en geweld, 2022+Ontheemd als gevolg van rampen, 2022.
Wie is een vluchteling?
Volgens VN-Vluchtelingenverdrag (1951): persoon die niet kan terugkeren naar zijn/haar land door gegronde angst voor vervolging (ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging, lidmaatschap van bepaalde sociale groep).
Kernprincipe: vluchteling mag niet worden teruggestuurd naar land waar leven/vrijheid ernstig wordt bedreigd (internationale bescherming).
Oefeningen
Hoeveel binnenlandse ontheemden waren er in de wereld in 2020? 55 miljoen.
Meer ontheemden dan vluchtelingen in 2020.
Continent met de meeste binnenlandse ontheemden: Afrika.
Binnenlandse ontheemden vallen niet onder de definitie van vluchteling volgens Conventie van Genève (extra kwetsbaar).
Situatie in de Democratische Republiek Congo: veel geweld, onveiligheid, ziektes, gebrekkige voedselbevoorrading (hun situatie blijft onveilig, van bescherming is weinig sprake).
Vraag 2: Welke factoren beïnvloeden de welvaart?
Welvaart en welzijn
Welvaartsstaat: staat neemt verantwoordelijkheid voor het welzijn van zijn burgers (gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid, sociale voorzieningen).
Doel: gelijke en solidaire samenleving.
Sociaal Pact (1944) in België: basis voor sociale zekerheid (bescherming tegen ziekte, werkloosheid = georganiseerde solidariteit).
Oliecrisis 1973: discussies over financiële haalbaarheid welvaartsstaat.
'Actieve' welvaartsstaat: burgers moeten zelf initiatief nemen (vb. actief op zoek naar job, herscholing).
Complex samenspel
Macrofactoren: overheid en haar bereidheid om te investeren in welvaart (beïnvloed door ideologische argumenten en externe omstandigheden, vb. economische crisissen).
Mesofactoren: organisaties die het welvaartsbeleid (helpen) organiseren (vb. samenwerking overheden met middenveldorganisaties vs. privatisering sociaal beleid zoals in de VS).
Microfactoren: hoe burgers denken over de welvaartsstaat (eigenbelang, persoonlijke ervaringen).
Uitdagingen
Ondanks financiële injecties slagen (actieve) welvaartsstaten er niet in het welzijn van al hun burgers te garanderen (armoede neemt toe).
Dubbele uitdaging:
Stijgende armoedetrends ombuigen.
Toekomst van de welvaartsstaat financieel veiligstellen.
Argumenten voor en tegen de welvaartsstaat
Pro: biedt broodnodige hulp, helpt kinderen, helpt misdaadcijfers te verlagen, helpt vaardigheden te verbeteren, gezondheidszorg is van vitaal belang.
Contra: systeem wordt misbruikt, we verliezen ons gemeenschapsgevoel, hardwerkende burgers zijn ontstemd omdat ze meer belastingen moeten betalen, resulteert in een afhankelijkheidspatroon, belemmert initiatieven.
Gezondheidszorg in de VS
'Profits over patients': farmaceutische bedrijven, privéverzekeraars, ziekenhuizen en artsen hebben de gezondheidszorg in handen.
150 miljoen Amerikanen hebben ziektekostenverzekering via werkgever.
Wie dat niet heeft, moet verzekering kopen op de markt (duur).
Vooral jonge mensen sluiten geen verzekering af.
Voorbeeld: gewonde vrouw roept 'Geen ziekenwagen!' want kan de rekening niet betalen.
Affordable Care Act (Obamacare) bracht enige verbetering, maar nog steeds 30 miljoen Amerikanen onverzekerd.
Rekening voor de patiënt kan gigantisch oplopen.
Blindendarmoperatie:
Levensverwachting in de VS lager dan in andere welvarende landen.
Grote sociaaleconomische verschillen.
Gemiddeld wordt een Amerikaan 77 jaar, in België 82 jaar.
Leven in armoede
OECD Income Distribution Database toont percentage bevolking dat minder dan de helft van het gemiddelde inkomen heeft in hun land (relatieve armoede).
Risico op armoede vertoont globaal een trage opwaartse trend (volgens armoede-experte Bea Cantillon).
Ombuigen van stijgende armoedetrends is dringend nodig (niet alleen voor betrokkenen, maar ook uit gedeeld belang).
Minder armoede is nodig voor effectief klimaatbeleid, meer koopkracht, beter opgeleide beroepsbevolking.
Nieuwe en meer ambitieuze beleidsagenda om inkomensarmoede terug te dringen is daarom nodig.
Oefeningen
Sociale zekerheid werkt volgens principe van een verzekering (werknemer, werkgever, overheid betalen bijdragen).
Solidariteit speelt een rol.
Verzekeringen sociale zekerheid
Ziekteverzekering.
Werkloosheid (als fabriek sluit).
Groeipakket of kinderbijslag (kind weegt op gezinsbudget).
Arbeidsongevallenverzekering (bouwvakker krijgt stelling over zich heen).
Pensioen (als je ouder wordt, wordt werken moeilijker).
Discussie over de welvaartstaat: voor- en tegenstanders hebben elk hun argumenten.
Onderzoek Amerikaans zorgsysteem
'Profits over patients' = winst maken is belangrijker dan de zorg voor de patiënt.
Verzekeringsstatus doorsnee Amerikaan:
Verzekerd via werkgever.
Betaalt dure verzekeringen.
Onderverzekerd.
Geen verzekering.
Gevolgen: mensen stellen ziekenzorg uit, hebben grote schulden, sterven vroeger.
Armoedegraad in 15 landen
België heeft minder armoede dan Nederland (NIET AKKOORD).
De armoedegraad is in Denemarken groter dan in de VS (AKKOORD).
België is een van de landen met de laagste armoedegraad (AKKOORD).
Aanpak armoedevraagstuk is belangrijk voor iedereen.
Besluit
Drie soorten factoren beïnvloeden de welvaart: macro-, meso- en microfactoren.
Definitie
Welvaartsstaat: staat neemt verantwoordelijkheid voor het welzijn van zijn burgers.
Historische evolutie
Sociaal Pact (1944): start van de welvaartsstaat in België.
Actieve welvaartsstaat vandaag.
Kenmerken
Welvaartsstaat bepaald door:
Macrofactoren.
Mesofactoren.
Microfactoren.
Uitdaging
Naar een zekerder leven?
Stijgende armoedetrends ombuigen.
Toekomst van de welvaartsstaat financieel veiligstellen.
Vraag 3: Welke factoren beïnvloeden de voedselconsumptie?
Massaconsumptie en voedselbeleid
Consumptiemaatschappij: veel en graag consumeren (niet alleen basisbehoeftes; prestige, identiteit, verveling).
Doorbraak westerse consumptiemaatschappijen in jaren 1960 (welvaart en bevolkingsgroei stimuleerde massaproductie en -consumptie).
Reclamepanelen sturen voedselbehoeftes.
Supermarkten i.p.v. buurtwinkels.
Contrast met hongersnood elders in de wereld.
Huidige voedselbeleid faalt: niet duurzaam, vervuilt milieu, verlies biodiversiteit, schadelijke invloed op gezondheid.
Obesitasepidemie
Mondiale voedingscrisis is erger geworden (meer honger en meer zwaarlijvigheid).
Aantal mensen met honger is gestegen: van 618 miljoen in 2019 naar 768 miljoen in 2021.
Alleen al het aantal mensen dat zich geen gezond dieet kan veroorloven, is in 2020 met 112 miljoen gestegen naar 3,1 miljard.
Bijna een derde (29,3 %) van de wereldbevolking, 2,3 miljard mensen, had in 2021 te kampen met voedselonzekerheid, voor 2020 was dat nog 25,4 %.
Consumptiepatroon voldoet niet aan minimale gezondheidsnormen (teveel dierlijk eiwit- en energierijk voedsel).
Obesitas en andere voedingsgerelateerde ziekten nemen toe.
Ongeveer 40 % van alle volwassenen en 20 % van alle kinderen wereldwijd heeft nu overgewicht of obesitas.
Beleidsinterventies hebben deze trends tot nu toe niet kunnen keren.
Complex samenspel
Macrofactor: overheid (maatregelen om voedselconsumptie te verbeteren, vb. investeringen in biologische landbouw, hogere taksen op ongezonde voeding).
Mesoniveau: setting waarin we functioneren (hoe makkelijk raken we aan gezond/ongezond voedsel: school, supermarkt, kantine).
Microfactoren: gezinsinkomen en eigen voedingsgewoontes.
Uitdagingen
Voorspelling: tegen 2050 stijgt de vraag naar voedsel in de wereld met 70 %.
Dubbele uitdaging:
Duurzaam, ecologisch voedselbeleid uitbouwen.
Consumptie beter verdelen (minder in het Noorden, meer in het Zuiden).
Ontbossing en industriële landbouw
Bossen wereldwijd verloren gaan.
Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) is tussen 1990 en 2020 420 miljoen hectare bos verloren gegaan door ontbossing, dat is een gebied met de omvang van de Europese Unie (EU).
Dit gebeurde vooral in het Amazonegebied (Zuid-Amerika), Congo (Centraal-Afrika) en Zuidoost-Azië.
Het tegenovergestelde proces vindt plaats in de EU, waar de bossen tussen 1990 en 2020 met 10% zijn toegenomen.
Bossen bedekken 31 % van het wereldwijde landoppervlak maar huisvesten het grootste deel van de biodiversiteit op aarde. Industriële landbouw is de belangrijkste oorzaak van ontbossing in alle regio's, behalve in Europa. Bossen moeten er plaats maken voor akker- en graasland.
Vleesconsumptie
De Verenigde Naties willen met de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen tegen 2030 onder meer een einde maken aan alle vormen van slechte voeding. Overmatige vleesconsumptie is ongezond en veroorzaakt ook stikstofproblemen.
Gezonde voeding op school
De Vlaamse onderwijsnetten tekenden in 2016 een engagementsverklaring om in scholen geen gesuikerde dranken meer aan te bieden. In 2022 had meer dan één op de vijf Vlaamse jongeren overgewicht of obesitas. Ook in de rest van Europa is het obesitasprobleem immens.
Oefeningen
Consumptiepatroon beïnvloedt:
De gezondheid van de mens: Heel wat mensen worden dik en ongezond.
De gezondheid van onze planeet: Om de bevolking te voeden, gaat er veel bos verloren om plaats te maken voor graas-en akkerland (industriële landbouw)…Omdat we te veel vlees eten, komt er veel stikstof in de natuur. Beide leiden tot klimaatopwarming en een verlies aan biodiversiteit…
In België de gezondheid van de mens en van de planeet: De Belgen zijn ook te dik (een vierde van de jongeren heeft overgewicht)..Er zijn geen gegevens specifiek voor België, maar de Europese Unie heeft de ontbossing wel gestopt…De Belgen eten iets minder vlees maar steken nog steeds boven het Europese gemiddelde uit.
Hoe wordt ons voedingsgedrag bepaald?
Wat kan de overheid doen om ons gezonder te laten eten (macrofactor)?
Wat kan in onze omgeving worden aangepast om ons gezonder te doen eten (mesofactoren)?
Wat kun je zelf doen om gezonder te eten (microfactoren)?
Redeneer kritisch
Een kapotte wereld, algen, labvlees, groenten, insecten, noten…. Het grijs markeert het verleden, de kleur de toekomst…
Besluit
Drie soorten factoren bepalen de consumptie: macro-, meso- en microfactoren.
Definitie
Consumptiemaatschappij: een maatschappij waarin veel en graag wordt geconsumeerd, ook voedsel, en dat niet louter in functie van basisbehoeften.
Historische evolutie
Doorbraak in de jaren 1960: industriële landbouw, supermarkten, reclamegestuurde voedingspatronen.
Falend voedselbeleid vandaag.
Kenmerken
Voedselconsumptie bepaald door:
Macrofactoren.
Mesofactoren.
Microfactoren.
Uitdaging
Naar een duurzamer leven?
Duurzaam en ecologisch voedselbeleid.
Betere verdeling van consumptie in de wereld.
*Minder consumptie in het Noorden.
Overzicht: Economische Uitdagingen na 1945
Wat onderzochten we?
Migratie.
Welvaart.
Voedselconsumptie.
Definities
Migrant: verlaat woonplaats, vluchtende migrant: binnenlandse ontheemde, vluchteling (buitenland).
Welvaartsstaat: staat medeverantwoordelijk voor welzijn burgers.
Consumptiemaatschappij: meer consumeren dan nodig.
Evolutie na 1945
Stijging in absolute cijfers, stabiliteit in procenten (t.o.v. bevolkingsgroei).
Doorbraak massaproductie (welvaartsstaat).
Actieve welvaartsstaat.
Falend voedselbeleid.
Kenmerken
Bepalend door macro-, meso- en microfactoren.
Uitdagingen
Naar een veiliger leven.
Naar een zekerder leven.
Naar een duurzamer leven.
Wat moet je kennen en kunnen?
Gebruik de volgende termen in een correcte zin waardoor hun betekenis duidelijk wordt:
actieve welvaartsstaat
Conventie van Genève (1951)
obesitas
ontbossing
sociale zekerheid
stikstof
verwoestijning
vluchtelingencrisis
Obesitas bij kinderen voorkomen (maatregelen op macro-, meso- of microniveau)
Suikertaks (macro).
Hulp aan individuele kinderen en ouders (micro).
Leefstijlinterventies (meso).