aannemen nam aan/namen aan heeft aangenomen | to accept
1. ontvangen; niet weigeren = aanvaarden [iemand neemt iets aan] 2. als juist aanvaarden = veronderstellen [iemand neemt iets aan] | Het jarige meisje nam het cadeautje al bij de deur aan.
Laten we aannemen dat kinderen het leuk vinden om te leren.
Ik denk dat ze de baan zullen aannemen. Hij wilde de bloemen niet aannemen. We moeten gewoon aannemen dat het morgen regent. |
aansluiting, de (meervoud: aansluitingen) | connection, the
1. het contact 2. de mogelijkheid om op een andere bus of trein te stappen = de verbinding
| Hij vond het moeilijk om aansluiting te vinden bij zijn collega's.
Ik moet rennen, anders mis ik mijn aansluiting met de bus.
Er is geen goede aansluiting tussen deze twee treinen. Heb je een aansluiting voor de wifi? De nieuwe werknemer heeft snel een aansluiting gevonden met het team. |
begrip, het (meervoud: begrippen) | understanding, the 1. het feit dat je iemand begrijpt. 2. alles wat een woord of groep woorden uitdrukt. | De politie had meer begrip voor het slachtoffer dan voor de dader.
Bij het begrip 'gelijke kansen' denken we vooral aan het onderwijs.
Hij heeft geen begrip van de situatie. Dank je voor je begrip in deze moeilijke tijd. Deze term is moeilijk te begrijpen zonder extra begrip. |
bestaand | existing 1. het zijn; het leven 2. de dingen waar je van leeft = de broodwinning, het levensonderhoud | wist jij van het bestaan van vliegende vissen? tien jaar van haar bestaan heeft zij in het buitenland doorgebracht
voor zijn bestaan was Fokko afhankelijk van zijn koeien.
Het bestaand beleid moet worden aangepast. Dit is een bestaand probleem in veel steden. We gebruiken de bestaand software voor dit project. |
eisen eiste/eisten heeft geeist | to demand 1. vinden dat iets moet gebeuren; dwingend vragen | Het parlement eiste dat de minister meer informatie gaf.
De docent eist dat je op tijd komt. Ze hebben strenge eisen voor deze functie. Het werk eist veel concentratie. |
flink flinke flinker flinkst | considerable 1. flinke dingen of mensen zijn groot: fors 2. een flink kind probeert groot en sterk te zijn. | Het huis is met een flinke winst verkocht.
Hanan was erg flink bij de tandarts: ze heeft niet gehuild.
Het heeft vannacht flink geregend. Hij kreeg een flink applaus na zijn optreden. We moeten een flinke inspanning leveren om dit project af te maken. |
gebruiksaanwijzing, de (meervoud: gebruiksaanwijzingen) | instruction manual, the | De gebruiksaanwijzing van de telefoon was geschereven in het Engels.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing voordat je de machine gebruikt. De gebruiksaanwijzing van dit apparaat is erg duidelijk. Zonder de gebruiksaanwijzing weet ik niet hoe dit werkt. |
helpdesk, de (meervoud: helpdesks) | help desk, the een afdeling van een bedrijf waar je hulp kunt krijgen bij problemen met de comptuter. | Bel de helpdesk als je een probleem hebt. De helpdesk is 24 uur per dag bereikbaar. Ik heb mijn vraag aan de helpdesk gestuurd via e-mail. |
instelling, de (meervoud: instellingen) | setting, the de keer dat iets ingesteld wordt. | De instelling van uw computer kan het beste door een van onze werknemers gebeuren.
Deze universiteit is een bekende instelling. Je kunt de instellingen van je telefoon wijzigen. Hij heeft een positieve instelling tegenover veranderingen. |
keuzemenu, het | options menu, the | Druk 1 in het keuzemenu om doorverbonden te worden. Het keuzemenu is niet erg duidelijk. Het restaurant heeft een uitgebreid keuzemenu. |
logisch logische logischer meest logisch | logical 1. iets wat logisch is, is een natuurlijk gevolg van iets anders= vanzelfsprekend. | Het is logisch dat de ouders zich zorgen maakten toen hun dochter niet thuiskwam.
Het is logisch dat hij boos is. De oplossing was zo logisch, ik had het eerder moeten zien. Het klinkt misschien raar, maar het is eigenlijk heel logisch. |
modem, de modems | modem, the | De modem werkt niet meer. Sluit de kabel aan op de modem. De internetprovider heeft een nieuwe modem opgestuurd. |
momenteel | currently 1.op dit moment | Momenteel heb ik het erg druk op mijn werk.
Ik ben momenteel bezig met mijn huiswerk. Momenteel is het niet mogelijk om een afspraak te maken. Hij is momenteel niet beschikbaar. |
onbeperkt | unlimited 1. iets wat onbeperkt is, heeft geen grenzen = vrij | In dat restaurant kun je voor twintig euro onbeperkt spareribs eten.
Met dit abonnement kun je onbeperkt bellen. Hij heeft onbeperkt toegang tot alle gegevens. Het aanbod geldt voor een onbeperkt aantal mensen. |
ongemak, het (meervoud: ongemakken) | inconvenience, the 1. iets waarvan je last hebt. | De toeristen klaagden over de ongemakken tijdens de reis.
Excuses voor het ongemak. Door de files hadden we veel ongemak. Het dragen van een gipsverband kan veel ongemak veroorzaken. |
overig | other | Op woensdag en donderdag werkt hij in Utrecht en de overige dagen in Arnhem In de buurt wonen twee jonge gezinnen; de overige bewoners zijn oude mensen
De overige deelnemers komen later. Dit is alles wat ik weet, de overige informatie vind je online. De overige vragen zullen morgen worden beantwoord. |
slordig slordige slordiger slordigst | careless 1. een slordige persoon of zaak is niet netjes 2. dit woord gebruik je bij hoge bedragen, als je niet precies bent | De juf vond dat Daniëls werk er veel te slordig uitzag.
Hij verdient een slordige zestigduizend euro per jaar.
Je kamer ziet er slordig uit. Het werk was erg slordig gedaan. Zijn handschrift is altijd slordig. |
tegelijkertijd | at the same time 1. op hetzelfde moment = gelijktijdig | Hanna zat aan de telefoon en tegelijkertijd las ze de krant.
Hij kan niet tegelijkertijd werken en eten. Ze begonnen tegelijkertijd te lachen. De telefoon ging tegelijkertijd met de bel. |
uitpakken pakte uit/pakten uit heeft uitgepakt | to unpack 1. het papier van iets afhalen | pak je cadeautje eens uit!
Kun je het cadeau uitpakken? Ik ga mijn koffer uitpakken na de vakantie. Het is altijd leuk om cadeautjes te uitpakken. |
verbinden verbond/verbonden heeft verbonden | to connect 1. verband om iets doen. 2. zorgen dat ze met elkaar te maken hebben; zorgen dat ze bij elkaar komen = relateren | Nadat het meisje gevallen was, verbond de dokter haar been.
Een brug over de rivier verbindt de twee gebieden met elkaar.
Kun je de printer met de computer verbinden? Deze brug verbindt de twee steden. De technicus moet de kabels opnieuw verbinden. |
wifi, de | Wi-Fi, the | Het wachtwoord voor de wifi is op de router te vinden. De wifi werkt niet goed in deze kamer. We hebben gratis wifi in het café. |
wijzigen wijzigde/wijzigden heeft gewijzigd | to change 1. veranderen | De tijde waarop de winkel open is, zijn gewijzigd.
Je kunt je wachtwoord wijzigen in de instellingen. Het plan moet nog worden gewijzigd. Hij wilde zijn naam niet wijzigen. |
wijziging, de wijzigingen | change, the 1. de verandering | De Tweede Kamer heeft de wijzigingen in de wet niet goedgekeurd.
De wijziging in het schema is aangekondigd. Er is een kleine wijziging in de plannen. Alle wijzigingen moeten voor vrijdag worden doorgevoerd. |