Les 2: Staat & Macht
Politicologie 2025-2026
Docent: Stefaan Walgrave (stefaan.walgrave@uantwerpen.be)
Bindende regels
Eigenheid van de regels van een staat:
Regels zijn bindend; ook als we het er niet mee eens zijn, moeten we ze volgen.
Voorbeeld: burgerlijke ongehoorzaamheid (zoals een betaalstaking).
Regels worden vaak zonder nadenken gevolgd (geïnternaliseerd gedrag).
Voorbeelden: drinken en rijden, het dragen van gordels, rechts rijden, rookverbod.
De staat heeft het recht om geweld te gebruiken om regels af te dwingen.
Dwangmiddelen: Arsenalen die de staat tot zijn beschikking heeft.
Definitie van staat:
Een menselijke gemeenschap die met succes het monopolie claimt op het legitieme gebruik van fysieke dwang binnen een bepaald territorium (Max Weber).
Monopolie op legitiem geweld:
Slechts de staat mag regels met geweld afdwingen; privépersonen hebben deze bevoegdheid niet.
Voorbeeld van wetgeving: wettelijke zelfverdediging.
Privatisering van ordehandhaving:
Voorbeelden: gated communities, winkelcentra, festivals.
Proportionaliteit in staatsgeweld:
Het geweld dat door de staat wordt gebruikt moet proportioneel zijn.
Voorbeeld: politie-optreden tegen betogers; alleen het geweld dat nodig is voor het doel is toegestaan.
Grondwet (1)
Definitie van de Grondwet:
De eerste en belangrijkste ‘regel’ van het land.\n 1. Bevat richtlijnen voor de totstandkoming en wijziging van andere regels.
Bevat basisregels voor het functioneren van het politieke systeem (bv. bevoegdheidsverdeling).
Bevat grondrechten van burgers ter bescherming tegen een almachtige staat.
Kenmerken:
De grondwet is algemeen en de werkelijke politiek staat er vaak ver van af.
Voorbeeld: ‘politieke partijen’ worden niet genoemd in de grondwet.
Grondwet (2)
Bijzondere regels voor wijziging van de Grondwet in België:
Extra voorwaarden voor wijziging zijn vereist.
Artikels die gewijzig moeten worden, moeten vooraf worden aangekondigd.
Na verkiezingen werkt het parlement als een ‘constituante’.
Een 2/3-de meerderheid is nodig voor wijzigingen (in de VS: +75% van de staten).
Wijziging van de grondwet is moeilijk en vereist lange onderhandelingen.
Belgium: communautaire polarisatie heeft weinig zin zonder steun van beide taalgroepen.
Zoek partners aan de andere kant.
Vergelijkingen:
Twee belangrijke voorbeelden van grondwetshervorming: USA en Frankrijk (beide eind 18de eeuw).
Ook België had bijzondere (vrije) grondwet.
Grondwet (3)
Functie van de Grondwet:
Behandelt niet alleen het functioneren maar ook de basisrechten en –vrijheden in een liberale democratie.
Vrijheid van meningsuiting, vereniging, pers, godsdienst… (dit zijn voorwaarden voor vrije verkiezingen en democratie).
Er is een groeiende focus op moderne sociale en economische rechten (bv. onderwijs, arbeid, gezonde leefomgeving).
Echter, deze rechten zijn niet individueel afdwingbaar en vormen vaak slechts ‘objecten van zorg’.
Kwestie: Wat met de Klimaatzaak?
Grondwet (4)
Variëteit van grondwetten:
In sommige landen is er geen geschreven grondwet.
Groot-Brittannië: een historisch gegroeid geheel van teksten en gebruiken (zoals de Magna Carta 1215).
Kenmerken van het Britse systeem:
Regel van de heerser en suprematie van het parlement.
Geen grondwettelijk hof om beslissingen van het parlement aan te vechten, wat leidt tot een zwakkere positie voor burgers.
Poging tot een EU-grondwet:
Dit was bedoeld om de doelstellingen van de Unie en de basisrechten van burgers te verankeren.
Mislukt door negatieve referenda in Frankrijk en Nederland (2005).
Gecontroversie rond de vraag of het een superstaat zou zijn en de nadruk op christelijke waarden.
Uiteindelijk vervangen door het Verdrag van Lissabon in 2007.
Macht (1)
Definitie van macht:
Bindende regels opleggen en afdwingen is een uitdrukking van macht.
Er valt niet aan de staatsmacht te ontkomen (bijvoorbeeld in Waziristan).
Democratie:
Macht wordt verleend aan de bewindsvoerders door het volk (verankerd in: ‘Alle machten gaan uit van de natie’).
Tenslotte, zodra macht is afgestaan, gehoorzamen de burgers vanuit een sociaal contract.
Macht (2)
Machtsdynamiek:
Macht is de mogelijkheid van actor A om ervoor te zorgen dat actor B een handeling uitvoert die B anders niet zou uitvoeren.
Dit betekent niet noodzakelijk dat het altijd overeenkomt met wat A wil (onbedoelde effecten).
Er zijn machtsmiddelen betrokken bij deze dynamiek:
Afhankelijkheid, belangrijkheid, asymmetrie en onzekerheid spelen een rol.
Gehoorzaamheid kan worden geruild tegen machtsmiddelen, en deze relatie is altijd wederzijds, ook in een dictatuur.
Machtsbronnen:
Voorbeelden zijn verkiezingen, formele posities, olie.
Verschil tussen macht en gezag:
Macht is niet altijd gelegitimeerd; gezag is aanvaarde macht.
Macht (3)
Soorten gezag volgens Weber:
Traditioneel gezag: Gebaseerd op traditie en gewoonte (bijvoorbeeld erfopvolging).
Charismatisch gezag: Gebaseerd op persoonlijke eigenschappen van de gezagsdrager.
Rationeel-legalistisch gezag: Gevestigd uit respect voor de aanwezige regels.
Evolutie van gezag:
Vraagt om een verschuiving van type 1 naar type 3 doorheen de geschiedenis (bijvoorbeeld partijvoorzitters).
Macht (4)
Brede definitie van macht volgens Amartya Sen:
Ongelijkheid is ook een vorm van macht, bestaande uit onderdrukking; dit maakt dat mensen niet al hun mogelijkheden kunnen ontwikkelen.
Drie dimensies van macht:
Besluiten, bevelen, afdwingen: Dit is ‘naakte’ macht (bijvoorbeeld maximumsnelheid).
Agenda-setting: Dit kan zowel positief als negatief zijn, en betreft thema’s die in de belangstelling staan.
Macht als hegemonie: Dit behelst bepalen wat gedacht wordt en zorgt ervoor dat de bestaande orde niet ter discussie staat (bijvoorbeeld: ‘politieke correctheid’ als hegemonie).