HF4 enzymen
Enzym Nomenclatuur
Meestal gebaseerd op substraat en/of werking met achtervoegsel '-ase'.
Voorbeeld: DNA-polymerase, urease.
Soms triviale namen (e.g., trypsine, papaïne).
Enzym Commission verdeelt enzymen in 6 klassen met subklassen.
Elk enzym krijgt een viercijferige code en een systemische naam.
Voorbeeld: ATP + D-glucose → ADP + D-glucose-6-fosfaat (EC 2.7.1.1, hexokinase).
Cofactoren en Coenzymen
Cofactor: Moleculen die enzymen nodig hebben voor katalyse.
Kunnen anorganische ionen zijn of organische moleculen.
Coenzym: Complexe organische cofactoren, vaak afgeleid van vitaminen.
Fungeren als transiënte carriers van functionele groepen.
Holo-enzym: Compleet, katalytisch actief enzym (eiwitdeel + cofactor(en)).
Apo-enzym (of apoproteïne): Het eiwitdeel van een holo-enzym.
Prosthetische groep: Een cofactor die stevig aan het enzym gebonden is.
Groepstransfer Coenzymen
Co-enzymen die helpen bij het transfereren van een bepaalde groep.
Voorbeelden: ATP, co-enzym A (CoA), thiaminepyrofosfaat (TPP), pyridoxalfosfaat (PLP), biotine, tetrahydrofolaat.
Redox Coenzymen
Co-enzymen waarin energie in de vorm van elektronen kan worden opgeslagen.
Voorbeelden: NAD+ en NADP+, FMN en FAD, lipoamide, ubiquinone, haem.
Energetisch Standpunt van Enzymen
Enzymen verlagen de activeringsenergie van een reactie.
Creëren een energetisch gunstiger omgeving, maar beïnvloeden de ligging van het evenwicht niet.
Enzymen moeten complementair zijn aan de transitietoestand van de reactie.
Binding van het substraat gebruikt niet alle interacties voor ES-complex vorming.
Energie-terugbetaling zorgt voor lagere netto-activeringsenergie en snellere reactiesnelheid.
Zwakke interacties in ES-complex, maar alle interacties worden pas bereikt in de transitietoestand.
Chemisch Standpunt van Enzymen
Optimale binding aan het substraat in zijn transitietoestand.
Samenbrengen van substraten (proximity en orientation effect).
Verbuigen van substraten.
Zuur-base effecten (specifieke en algemene katalyse).
Vorming van covalente intermediairen.
Elektrostatische effecten.
Gebruik van metalen.
Factoren die Reactiesnelheid Beïnvloeden
Substraatconcentratie:
Hyperbole curve: Lineaire relatie bij lage concentraties, saturatie bij hoge concentraties.
Sigmoïdale curve (allosterische enzymen): Moeilijke binding bij lage concentraties, makkelijkere binding bij hogere concentraties.
Temperatuur: Optimum rond 42°C (klokvormige curve).
Hogere temperatuur: Denaturatie.
Lagere temperatuur: Lagere activiteit.
pH: Optimum, verschilt per enzym (klokvormige curve).
Veranderingen in lading van aminozuurzijketens beïnvloeden binding.
Michaelis-Menten Vergelijking
maximale reactiesnelheid bij verzadiging.
Michaelis-Menten constante, substraatconcentratie waarbij
Affiniteit is omgekeerd evenredig met
Grafische Voorstellingen van Michaelis-Menten
Hyperbole curve: vs. [S].
Lineweaver-Burk plot: 1/ vs. 1/[S] (rechte lijn).
Snijpunt met x-as: -1/
Snijpunt met y-as: 1/
Soorten Remming (Inhibitie)
Competitieve inhibitie:
I bindt enkel aan E.
stijgt, blijft onveranderd.
Non-competitieve inhibitie:
I bindt aan E en S.
onveranderd, daalt.
On-competitieve inhibitie:
I bindt enkel aan ES.
en dalen.
/ = constant.
Belang van Enzymremming in Geneeskunde
Reversibele inhibitoren: Werking vermindert naarmate de inhibitor uit circulatie verdwijnt.
Irreversibele inhibitoren: Krachtiger, vormen covalente bindingen.
Suïcidesubstraten: Inactiveren enzymen via normale reactiemechanismen, weinig bijwerkingen.
Regeling van Enzymactiviteit
Allosterische regeling: Regelstoffen binden non-covalent en wijzigen enzymeigenschappen.
Geconcerteerd vs. sequentieel model.
Fosforylering: Proteïnekinasen en -fosfatasen reguleren activiteit.
Proteolyse: Inactieve voorlopers (zymogenen) worden geactiveerd door knippen van peptidebindingen.
Interactie met G-proteïnen: Reguleren andere eiwitten.
Beïnvloeding van expressie: Meer/minder enzymen of subunits aanmaken.
Compartimentalisatie: Enzymen en substraten gescheiden houden.
Vorming van multi-enzymcomplexen: Samenwerking in stapsgewijze omzettingen.
Transitie State
Toestand waarin verval naar substraat of product even waarschijnlijk is.
Biochemisch Belang van Vitaminen
Co-enzymen zijn vaak afgeleid van vitaminen.
Zuur-Base Katalyse
Specifieke zuur-basekatalyse: Katalyse met enkel en .
Algemene zuur-basekatalyse: Protontransfers gemedieerd door andere moleculen.
Efficiëntie van Enzymen
Een enzym dat perfect complementair is aan het substraat belemmert de reactie.
Enzymen beïnvloeden de snelheid, maar niet de ligging van het evenwicht.
Turnovergetal: Aantal substraatmoleculen omgezet per enzymmolecule per seconde.
Katalytische efficiëntie: /
Actief Centrum
Plaats waar katalyse plaatsvindt.
Allosterie: Regulatie via non-covalente binding en conformatieveranderingen.
Km: Maat voor affiniteit.
Vergiftiging
Competitieve inhibitoren zijn makkelijker tegen te gaan dan non-competitieve.
Experimenteel Onderzoek Kinetiek
Michaelis-Menten kinetiek: Hyperbole curve.
Allosterische kinetiek: Sigmoïdale curve.
Vergelijking Katalytische Efficiëntie
Gebruik /
Induced Fit vs. Allosterie
Induced fit: Conformatieverandering bij binding van substraat.
Allosterie: Regulatie via non-covalente binding en conformatieveranderingen.