Volkenrecht - HC 10

INTERNATIONAAL ECONOMISCH RECHT

Context: Dit document behandelt het internationaal economisch recht, vertrekkend vanuit de historische en institutionele evolutie na de Tweede Wereldoorlog, met een focus op handel, monetair recht en investeringsrecht. Het sluit aan bij bredere thema’s uit het internationaal recht, zoals milieurecht, mensenrechten en geschillenbeslechting.

Kernvraag: Hoe reguleren staten hun economische relaties, welke instituties bestaan er, en welke kritieken en spanningen spelen er (bv. Noord-Zuid, vrijhandel vs. duurzaamheid, geopolitieke spanningen)?


1: INTRODUCTIE & CONTEXT

  • Uitgangspunt: Elke staat kiest zijn eigen politieke, economische en sociale systeem.

  • Principle van soevereine keuze: Staten kiezen zelf hun economische relaties met andere staten.

  • Relevant citaat uit de rechtspraak: ICJ, Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v. US) (1986), para 258 – bevestigt het uitgangspunt van soevereine beslissing over economisch en politiek systeem.

  • Economische globalisering: Zie figuur Hugot & Fouquin, Trade Globalisation in the last two centuries (2016) – toont toename van exportopenheid.


2: DE WEG NAAR BRETTON WOODS – HISTORISCHE EN IDEOLOGISCHE GRONDSLAGEN

2.1 Verlichtingsdenken naar kapitalisme

  • Invloed van Adam Smith, John Stuart Mill, David Ricardo.

2.2 Twee kernbegrippen uit de economische theorie

Begrip

Definitie

Absoluut voordeel

Mogelijkheid om meer of betere producten/diensten te produceren dan een ander land.

Comparatief voordeel

Mogelijkheid om producten/diensten te produceren aan een lagere opportuniteitskost.

Voorbeeld comparatief voordeel (internationaal):
  • Groot-Brittannië: manuscripten nalezen, index en contacten met auteur.

  • India: tantalum (grondstof).

  • DR Congo, Rwanda: glas in cameralenzen.

  • Duitsland, Japan: hoogtechnologische componenten.

Basishypothese Bretton Woods: Voordelen van internationale handel & vrijemarktdenken wegen op tegen nadelen, zelfs voor de armste staten. Dit levert jobs, opportuniteiten en economische groei op.

2.3 Kritieken op Bretton Woods

TWAIL-kritiek (Third World Approaches to International Law)
  • Doorgedreven kapitalisme met onvoldoende correcties.

  • Waardevermeerdering gebeurt structureel in Westerse landen.

  • Institutionaliseert ongelijkheid en uitbuiting over de Noord-Zuid-as.

  • Aanleiding tot de roep om een Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO).

‘Andersglobalisme’
  • Economische groei is niet alles.

  • Andere waarden: klimaatverandering en sociale cohesie zijn minstens even belangrijk.

Geopolitieke kritiek
  • Start onder Obama, versterkt onder Trump.

  • Verwijt: China misbruikt het systeem (p. 218).

  • WTO-beroepsmechanisme problematisch (zie infra).

  • Na COVID-19-pandemie en oorlog in Oekraïne:

    • Terugplooien op zichzelf.

    • Herinnering dat globale waardeketens kwetsbaar zijn.


3: BRETTON WOODS CONFERENCE (1944) – INSTITUTIONELE TRIADE

Instelling

Verdrag

Doel

Instrumenten

Internationaal Monetair Fonds (IMF)

IMF-Verdrag

Wisselkoersstabiliteit

Korte en middellange termijn leningen aan staten in economische problemen

Wereldbank (IBRD)

IBRD-Verdrag

Wederopbouw en ontwikkeling

Lange termijn leningen aan ontwikkelingslanden

Algemeen Verdrag inzake Tarieven en Handel (GATT ’48)

GATT 1947

Verminderen tarieven en handelsbarrières

Onderhandelingsronde; Internationale Handelsorganisatie (ITO) stierf een stille dood

Later (1994): GATT ’44 wordt GATT ’94 via de Uruguay Ronde (p. 219).
Oprichting WTO: Verdrag ter Oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (1994).


4: INTERNATIONAAL HANDELSRECHT (WTO en meer)

4.1 Andere relevante organisaties (niet enkel Bretton Woods)

  • FAO, ILO, WHO

  • G20 (19 economieën + EU)

  • G7 (6 geïndustrialiseerde Westerse landen + Japan)

  • EU

  • OESO

  • BRICS (met eigen institutionele tegenhangers: Contingent Reserve Arrangement – cf. IMF; Nieuwe Ontwikkelingsbank & Aziatische Infrastructuur Investeringsbank – cf. Wereldbank)

4.2 Samenstelling WTO

  • Ministeriële Conferentie (hoogste orgaan)

  • Speciale Raden voor:

    • Goederen

    • Diensten

    • Intellectuele eigendomsrechten

  • Secretariaat met Directeur-Generaal (huidig: Ngozi Okonjo-Iweala)

4.3 Uruguay Ronde (1986-1993) – Belangrijkste resultaten

  • Oprichting WTO (1994)

  • GATT ’94 (vernieuwing van GATT ’44)

  • GATS ’94 (General Agreement on Trade in Services)

  • TRIPS ’94 (Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights) (p. 216, 221)

4.4 Twee kernprincipes van GATT (ook doorwerking naar GATS en TRIPS)

Principe 1: Most-Favoured Nation (MFN) – non-discriminatie tussen goederen van verschillende lidstaten
  • GATT Artikel I:1: “any advantage … granted … to … the like product of … all other contracting parties”

  • Uitzonderingen: douane-unies, vrijhandelszones.

Principe 2: National Treatment (NT)
  • GATT Artikel III:4: “treatment no less favourable than that of like products of national origin” (p. 220, 222)

  • Verbod op interne maatregelen die binnenlandse producten bevoordelen.

4.5 Correcties voor ontwikkelingslanden

  • Preferentiële tarieven

  • Uitzonderingen op algemene verplichtingen

  • Transfer van technologische knowhow en processen

4.6 Uitzonderingen op GATT-verplichtingen

GATT Artikel XX (algemene uitzonderingen)

Lid

Onderwerp

Voorbeeld/toelichting

(a)

Moraal

Zie hieronder: zeehondenrechten, mensenrechtenschendingen? – Chinese diefstal van VS-technologie? Neen (WTO Panel 2020)

(b)

Gezondheid

Bescherming mens, dier, plant

(d)

Octrooien e.d.

Naleving wetten die niet strijdig zijn met GATT

(g)

Uitputbare natuurlijke bronnen

Mits gekoppeld aan binnenlandse restricties

(j)

Tekorten

Essentiële producten

GATT Artikel XXI (veiligheid – ‘security’)
  • Voorbeeld: restricties van Oekraïense producten over Russisch grondgebied (WTO Panel 2019).

  • Conflict diamanten (genoemd als voorbeeld).

  • Tarieven op staal en aluminium vanuit EU in VS? Waarschijnlijk niet toegestaan volgens arbitrage (p. 220, 266).

4.7 GATS ’94 (Diensten)

  • MFN en National Treatment van toepassing.

  • Uitzonderingen o.a. moraal.

  • Belangrijke casus: WTO Appellate Body 2005 – Gambling services (VS):

    • Online gokken mocht niet (aangeboden door bedrijf uit Antigua en Barbuda).

    • Gokken op paarden mocht wel.

    • National Treatment geschonden omdat de morele uitzondering willekeurig werd toegepast.

4.8 TRIPS ’94 (Intellectuele eigendom)

  • Beschermt:

    • Handelsmerken

    • Octrooien

    • Geografische aanduidingen

    • Industrieel ontwerp

    • Lay-outontwerpen (integrated circuits)

    • Niet-openbaar gemaakte informatie (bedrijfsgeheimen)

  • MFN en National Treatment van toepassing.

  • Uitzonderingen o.a. veiligheid (‘security’).

Controverse rond TRIPS
  • Research & Development (farmaceutische en biotechnologie-industrie) vs. rechten van het ‘Global South’.

  • Toegestane maatregelen:

    • Uitzonderingen op octrooien.

    • Promoten toegang tot geneesmiddelen.

    • Prikkels om technologieën ter beschikking te stellen.

4.9 WTO-geschillenbeslechting (Dispute Settlement Body – DSB)

Onderdeel

Status

WTO Panel

Werkt nog.

WTO Appellate Body (Beroepsmechanisme)

Werkt niet meer (vanwege VS-blokkade benoemingen).

Alternatief

Sommige staten hanteren de Multiparty Interim Appeal Arbitration Agreement.

Belangrijke nuance (p. 224):
“The procedure at the DSB is [in theory] governed by fairly tight time limits” MAAR in de praktijk duurt het heel lang.

  • Sanctiemogelijkheid: Toestemming voor tegenmaatregelen door de DSB.

4.10 Regionale economische samenwerking

  • WTO promoot regionale integratie als manier om geleidelijk tarieven te verlagen.

  • Dit is een uitzondering op het MFN-principe.

Voorbeelden van regionale verdragen:
  • EU: geen interne douanerechten, gemeenschappelijke externe douanetarieven, vrij verkeer (goederen, personen, diensten, kapitaal).
    Voorbeeld: bessenlikeur “Cassis de Dijon” uit Duitsland mag verkocht worden in Frankrijk.

  • USMCA (2018) – vervangt NAFTA (1992) – Canada, VS, Mexico.

  • MERCOSUR (Mercado Común del Sur)

  • UNASUR (Unión de Naciones Suramericanas)

  • CAN (Comunidad Andina de Naciones)

  • ECOWAS (Economic Community of West African States)

  • ASEAN (Association of Southeast Asian Nations)


5: INTERNATIONAAL MONETAIR RECHT

5.1 IMF – Ontstaan en functies

  • Doel: voorkomen dat staten ‘paniekmaatregelen’ nemen zoals tijdens de crisis tussen WOI en WOII.

  • Wisselkoersstabiliteit.

  • Leningen aan staten in economische moeilijkheden.

5.2 Organen van het IMF

  • Executive Board – 25 directeurs.

  • 1 Managing Director.

  • Board of Governors – 189 governors, 1 per lidstaat.

5.3 Funding van het IMF

  • Totaal: $ 650 miljard.

  • Quota (periodiek herzien) weerspiegelen theoretisch het relatieve aandeel van elk lid in de wereldeconomie.

  • Betaling:

    • Tot 25% in algemeen geaccepteerde valuta (USD, EUR, JPY, GBP).

    • Rest in eigen valuta van de staat.

5.4 Stemrecht in het IMF

  • Quota bepaalt stemrecht.

  • Kritiek: BRICS = 20% wereldeconomie, maar slechts 14% stemrecht.

5.5 Wisselkoersstabiliteit in het IMF

  • IMF Agreement (1944): vaste wisselkoersen t.o.v. USD en goud.

  • Sinds 1971 geen vaste wisselkoersen meer.

  • Amended Articles of IMF (1976): orde en geen manipulatie, maar geen bindende sancties.

5.6 IMF-leningen en conditionaliteit

  • 2020: 102 landen verzochten lening wegens COVID-19.

  • Actueel voorbeeld: Pakistan kreeg deze week lening.

  • Voorwaarde: lidstaat moet aantonen financiële steun nodig te hebben (betalingsbalans- of reservestuatie).

  • Intentiebrief aan IMF met economische hervormingsplannen.

    • Deze afspraken zijn niet juridisch bindend, maar beïnvloeden de bereidheid van het IMF om leningen voort te zetten.

Controversieel beleid
  • Leningen zijn gekoppeld aan bindende voorwaarden = conditionaliteit.

  • Link tussen conditionaliteit en economische crises?

  • Maatregelen omvatten vaak bezuinigingen (austerity measures).

5.7 BRICS Contingent Reserve Arrangement

  • Totaal: $ 100 miljard.

  • Leden: China, Brazilië, Rusland, India, Zuid-Afrika.

  • Biedt leningen aan staten in economische moeilijkheden met minder voorwaarden dan het IMF.

5.8 Wereldbank – Organen en financiering

  • Executive Board – 25 directeurs, 1 president.

  • Board of Governors – 189 governors, 1 per lidstaat.

  • Funding: via kapitaalmarkten van industriële landen.

  • Stemrecht: afhankelijk van aantal aandelen.

Leningen Wereldbank
  • Internationale Ontwikkelingsvereniging (IDA) (sinds 1960): leningen aan armste/zwakste landen tegen gunstige voorwaarden.

  • Initiatief voor Arme Landen met Veel Schulden (sinds 1996): schuldverlichting mits voorwaarden – gezamenlijk Wereldbank en IMF.

  • G8 Multilateraal Schuldverlichtingsinitiatief (2005).

5.9 Andere kredietinstellingen

  • Club van Parijs (crediteurenstaten)

  • Club van Londen (commerciële banken)

  • BRICS Nieuwe Ontwikkelingsbank (2015): $10 miljard bijdrage per BRICS-lid, geen vetorechten, evenredige macht.

  • Aziatische Infrastructuur Investeringsbank (2014): focus op infrastructuur en duurzame ontwikkeling; 110 lidstaten (inclusief België); stemrecht op basis van bijdrage; China 29% stemrecht.

5.10 Monetair systeem in de EU

Fase 1: Europees Monetair Systeem (EMS) (1979-1992)
  • Europese Gemeenschap (behalve VK).

  • Exchange Rate Mechanism (ERM): stabiele en vaste wisselkoersen.

Fase 2: Economische en Monetaire Unie (EMU) – Verdrag van Maastricht (1992)
  • Eén munt: euro.

  • VK, Zweden, Denemarken bleven buiten (upgrade van ERM).

  • Griekenland stelde invoering euro uit tot 2001 wegens niet vervulde fiscale criteria.

  • Europese Centrale Bank (ECB).

Gevolgen voor lidstaten van de EMU
  • Geen mogelijkheid meer om:

    • rentetarieven aan te passen;

    • munt te devalueren;

    • geldhoeveelheid aan te passen.

  • Geen bail-out (no-bailout clause).

  • Fiscale discipline onder het versoepelde Stabiliteits- en Groeipact (1998).


6: INTERNATIONAAL INVESTERINGSRECHT

6.1 Doel en spanning

  • Nuttig om economische groei en sociale verbetering te stimuleren.

  • Soevereine aangelegenheid of investeringen worden toegelaten.

  • MAAR: als ze toegelaten worden, biedt internationaal recht bescherming tegen onteigening aan buitenlandse investeerders (ICJ, Barcelona Traction, Belgium v. Spain).

6.2 Kernbegrippen onteigening

Begrip

Definitie

Onteigening

Wegnemen van controle over privé-eigendom voor publieke doeleinden.

De facto of indirecte onteigening

Onteigening via regulering die economische waarde vernietigt.

Nationalisatie

Overnemen van een hele sector voor publieke doeleinden.

6.3 Bronnen van internationaal investeringsrecht

  • Internationaal gewoonterecht (vage minimale beschermingsstandaard voor buitenlandse investeerders).

  • Verdragen (bilateraal en regionaal).

Voorwaarden voor onteigening volgens gewoonterecht
  • Publieke doeleinden

  • Non-discriminatoir (zelfde bescherming als lokale investeerders)

  • Volledige compensatie

6.4 Bilaterale Investeringsverdragen (BIT’s)

  • Verschillen in aard, maar vaak gelijkaardige clausules:

    • Eerlijke en gelijke behandeling (fair and equitable treatment – FET)

    • Volledige bescherming en veiligheid (full protection and security)

    • MAAR: uitzondering voor buitengewone omstandigheden zoals economische crises.

  • Voorwaarden onteigening (identiek aan gewoonterecht: publiek doel, non-discriminatoir, volledige compensatie).

  • Clausules over bevoegdheid van het ICSID (International Centre for Settlement of Investment Disputes).

6.5 Regionale investeringsverdragen

  • EU intern: vrij verkeer van kapitaal, vrijheid van vestiging.

  • EU extern: exclusieve bevoegdheid, bv. China-EU BIT.

  • EU is lid van het Energiehandvestverdrag (1994).

  • Raad van Europa: Recht op eigendom in Protocol bij het EVRM met proportionaliteitsbeginsel.

6.6 Kritiek op internationaal investeringsrecht

  • Groeiende kritiek: Wat met duurzaamheid?

  • Bescherming van investeerders kan botsen met milieu-, gezondheids- of sociale regulering.

6.7 Handhaving – Geschillenbeslechting

ICSID (Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen)
  • Bindende besluiten.

  • Gemengde rechtspraak aangaande buitenlandse investeringen in Argentinië (2000).

Uitsluitingen van bescherming onder BIT’s
  • Geen bescherming voor:

    • corrupte investeringen;

    • investeringen die regulering in gastland schenden (p. 235-237).

Andere fora
  • Energiehandvestverdrag – geschillenbeslechting.

  • VN-Commissie voor Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL) – ad-hoc arbitrage (p. 237).


KERNOVERZICHT & KERNPUNTEN

  1. Historiek en ideologie: Absoluut vs. comparatief voordeel, Bretton Woods-driehoek, kritieken (TWAIL, andersglobalisme, geopolitiek).

  2. WTO-systeem: GATT, GATS, TRIPS; MFN vs. NT; uitzonderingen Art. XX en XXI; rol ontwikkelingslanden.

  3. WTO in crisis: beroepsmechanisme uitgevallen, duurtijd geschillen, geopolitieke spanningen.

  4. IMF: functies, quota, stemrecht, conditionaliteit, bezuinigingsmaatregelen, BRICS-tegenhanger.

  5. Wereldbank & andere kredietinstellingen: IDA, schuldverlichting, Nieuwe Ontwikkelingsbank, AIIB.

  6. Monetair recht EU: EMS → EMU, rol ECB, verlies monetair beleid, stabiliteitspact.

  7. Investeringsrecht: onteigening (ook indirect), BIT’s, FET, ICSID, uitsluitingen (corruptie, schending gastlandrecht).

  8. Regionale samenwerking: EU, USMCA, MERCOSUR, ASEAN, ECOWAS en uitzondering op MFN.

  9. Voorbeelden kennen: Cassis de Dijon, Gambling services (VS), Chinese diefstal technologie (WTO Panel 2020), Oekraïense producten/Rusland (2019), Argentinië-crisis (2000).