Samenvatting Strategische Marketing – kernpunten

Strategische Marketing – kernpunten (notes voor snelle herhaling)

  • Doel van Strategische Marketing

    • Doel: duurzaam concurrentieel voordeel (SCA) creëren, leveren en behouden van waarde voor klanten en stakeholders.

    • Vraag: hoe gebruiken we kerncompetenties en kritische succesfactoren (KSF's) om dit te realiseren?

    • Output: Marketing Plan (document dat doelstellingen en hoe die gehaald worden concreet maakt).

    • Niet-strategisch: intuïtie/buikgevoel; wel ondersteund door modellen en analyses.

  • 5 pijlers van Marketing

    • Doelstellingen (SMART: Specifiek, Meetbaar, Ambitieus, Realistisch, Tijdsgebonden).

    • Doelgroepen (Suspects, Prospects, Klanten; ook werknemers, leveranciers, aandeelhouders/stakeholders).

    • Product/dienst (waardepropositie; kern van het aanbod).

    • Klantwaarde (het verschil tussen klantinspanningen en de voordelen; vormt duurzame meerwaarde).

    • Content/Conversatie/Conversie en Customer Experience (Cx) binnen omnichannel strategie.

  • Het Strategische Framework: het speelveld

    • Inleiding: strategie vraagt om analyse en richting voor lange termijn beslissingen.

    • ‘Strategische’ marketing beantwoordt: Waar staan we nu? Waar willen we naartoe? Hoe komen we daar?

    • ‘Marketing’: definieert waarde voor klanten/society en hoe die waarde geleverd wordt.

    • 2 niveaus werken: Strategisch (langere termijn) en Operationeel (korte termijn uitvoering).

    • Dynamiek: omgeving en markt veranderen; regelmatige analyse is essentieel.

  • Missie, Visie en Purpose

    • Missie: bestaansreden, identiteit van de organisatie; bindmiddel, stuurmiddel, externe positionering.

    • Visie: toekomstbeeld, richting voor stakeholders.

    • BHAG en Purpose: grootschalige doelen (Big Hairy Audacious Goals) en maatschappelijke verantwoordelijkheid (Purpose).

    • Voorbeeld: Unilever en duurzame impact; BHAG’s zoals Volvo Vision 2020, etc.

  • Inleiding tot de externe analyse (outside-in)

    • Externe analyse zoekt kansen en bedreigingen in de markt en omgeving.

    • 8 Kriterien voor relevante analyses: Feiten, Impact, Kwalitatieve bronnen, interne implicaties, meertaligheid, exhaustief/gericht, Specificiteit, Meetbaarheid, Tijdigheid.

    • Marktdynamiek (Porter’s 5 krachten) en omgevingsdynamiek (DESTEP-achtige elementen): Technologie, Economie, Demografie, Ecologie, Sociaal-Cultureel, Politiek, Gezondheid.

    • Output: overzicht van Kansen en Bedreigingen, geclusterd per impact.

  • Porter’s 5 krachten (Marktdynamiek in detail)

    • Onderlinge concurrentie (competitive rivalry)

    • Kracht van de klant (buyer power)

    • Kracht van de leveranciers (supplier power)

    • Dreiging van nieuwe toetreders (threat of new entry)

    • Dreiging van substituten (threat of substitutes)

    • Conclusie: hogere concurrentiedruk drukt marges; lagere druk laat prijzen en marges stijgen.

  • Interne analyse (inside-out): 7S-model, waardeketen en Agile

    • McKinsey 7S-model: Strategy, Structure, Systems, Staff, Skills, Style, Shared Values.

    • Waardeketen van Porter: primaire en ondersteunende activiteiten toewijzen aan interne sterktes/zwaktes.

    • Organisatie – audit: Agile/Scrum invoering; behendigheid en wendbaarheid.

    • Financiën: balans, winst-en-verlies, solvabiliteit, liquiditeit; kosten- en margestructuur.

    • Marketingaudit: marketingstrategie, marketingorganisatie en interfaces; effectiviteit van processen.

    • Interne analyse levert SZW (Sterktes, Zwaktes) op die samen SWOT vormen.

  • SWOT-analyse: wegen en confrontatiematrix

    • Wegen van kansen/bedreigingen (kansen/bedreigingen) volgens moment van impact en mate van impact (beide op schaal 1–5).

    • Wegen van sterktes/zwaktes volgens impact en moment (zelfde schaal); selectie van top 5-10 items.

    • Confrontatiematrix: externe K/B vs interne S/Z; 4 kwadranten gebruiken:

    • Kwadrant 1: benutten/inspringen (Kansen vs Sterktes)

    • Kwadrant 2: jammer/mislopen (Kansen vs Zwaktes)

    • Kwadrant 3: verdedigen (Bedreigingen vs Sterktes)

    • Kwadrant 4: kwetsbaar/onverdedigbaar (Bedreigingen vs Zwaktes)

    • Strategische issues: samengestelde issues uit de combinatie van K/B met S/Z.

    • Standpuntenmodel voor het formuleren van issues vanuit klanten, concurrentie, technologie en andere omgevingsfactoren.

  • Strategische opties (Johnson & Scholes: 3-luik) + 3I-model

    • Luik 1: De Basis – Generieke waardestrategieën (Treacy & Wiersema)

    • Product Leadership: innovatie en merkwaarde; hoge marges.

    • Operational Excellence: lage kosten, efficiënte uitvoer, hoge volumes.

    • Customer Intimacy: maatwerk, CRM, lange klantrelaties.

    • Luik 2: De Richting van de groei – groeiregio’s (Ansoff-principe) via 3 opties:

    • Marktpenetratie (bestaande markt, bestaand product)

    • Marktontwikkeling (nieuwe markt, bestaand product)

    • Productontwikkeling (bestaande markt, nieuw product)

    • Diversificatie (nieuwe markt, nieuw product)

    • Luik 3: Wijze van groei – autonome groei vs samenwerking/alliances/joint ventures/acquisitions e.a.

    • 3I-model: Invent, Innovate, Improve (Nieuw idee, Innovatie, Procesverbetering) + Storyvesting.

    • SFA-model (Suitability, Feasibility, Acceptance): scoring van strategische opties op 0–10 per criterium; total 0–100.

  • Groeistrategieën en Abell/PMT-structuren

    • Abell-schema (PMT): 3 dimensies – Markt/WIE, Afnemersbehoefte/WAT, Technologie/HOE; Analyses niveaus per product/marktniveau.

    • Business Domain vs Business Scope: droomgebied, markten en segmenten waar men actief kan zijn; ruimte voor groei.

    • Product Life Cycle (PLC): stadia van marktintroductie tot volwassenheid en mogelijke afname; richting investeringen per fase.

    • Ansoff Matrix (markt en product): Marktpenetratie, Marktontwikkeling, Productontwikkeling, Diversificatie; neutral/negative groeistappen mogelijk.

  • KPI’s en output van de planning

    • Output: Marketing Plan; verkoopprognoses; marketingbudgetten; KPI’s per fase.

    • Financiële projecties: P&L op meerdere jaren; sensitiviteitsanalyses en scenario’s.

  • Belangrijke definities (kernbegrippen)

    • Kerncompetentie: unieke interne vaardigheden/kennis die duurzaam concurrentievoordeel opleveren (bijv. Apple’s snelle innovatie + integratie).

    • KSF (Kritische Succesfactoren): externe factoren die nodig zijn om te concurreren in een markt; extern georiënteerd.

    • Customer Value/Klantwaarde: verschil tussen totale klantinspanningen en de behaalde voordelen; zowel rationeel als emotioneel.

    • Markt en speelveld: huidige missie/visie bepalen de grenzen en mogelijke groeirichtingen.

    • PMT-Abell-analyse: drie dimensies (Wie, Wat, Hoe) en hun analyse op verschillende analyseniveaus.

  • Formules en concepten (essentieel)

    • Rendabiliteit (winstgevendheid):
      extRendabiliteit=racextNettowinstextNettoomzetext{Rendabiliteit} = rac{ ext{Nettowinst}}{ ext{Netto omzet}}

    • Solvabiliteit:
      extSolvabiliteit=racextEigenVermogenextTotaalVermogenext{Solvabiliteit} = rac{ ext{Eigen Vermogen}}{ ext{Totaal Vermogen}}

    • Liquiditeit (basis):
      extCurrentratio=racextVloeiendeActivaextVreemdVermogenkortext{Current ratio} = rac{ ext{Vloeiende Activa}}{ ext{Vreemd Vermogen kort}}
      extQuickratio=racextVloeiendeActivaextVoorraadextVreemdVermogenkortext{Quick ratio} = rac{ ext{Vloeiende Activa} - ext{Voorraad}}{ ext{Vreemd Vermogen kort}}

    • Distributie/waardeconcepten en ABC-analyses voor portfolio en marges.

  • Samenvattend – wat je moet onthouden

    • Strategische marketing is het management van langetermijnbeslissingen gericht op duurzaam concurrentieel voordeel.

    • Gebruik externe modellen (Porter 5 krachten, DESTEP, Ansoff) en interne modellen (7S, waardeketen, Agile) om een SWOT te vormen.

    • SWOT leidt tot strategische issues; deze issues leiden tot concrete strategische opties (Johnson & Scholes) en uiteindelijk tot een SFA-beoordeling.

    • Groeistrategieën zijn flexibel: je kunt kiezen voor autonome groei of samenwerken/joint ventures; de keuze hangt af van resources, marktdynamiek en doelstellingen.

  • Aandachtspunten voor examens

    • Wees in staat om een SWOT te koppelen aan concrete strategische opties via het 3-luik.

    • Kunnen benoemen wanneer marktpenetratie versus productontwikkeling de juiste stap is, afhankelijk van markt- en productfit.

    • Begrijpen wanneer je Abell PMT-dimensies moet gebruiken en op welk analyseniveau deze toegepast worden.

    • Weet wat een Marketing Plan inhoudt en hoe SMART-doelstellingen vertaald worden naar operationele plannen.

  • Praktische verwijzing in het boek/model

    • Het speelveld koppelt missie/visie aan marktbeschrijvingen en groeirichtingen.

    • Externe analyse (outside-in) zet de kansen en bedreigingen op een rij; interne analyse (inside-out) identificeert sterktes/zwaktes.

    • Confrontatiematrix en SWOT-wegingsmatrix vormen de basis voor strategische keuzes.

"