Economie

Hoofdstuk 3

  1. Evenwichtshoeveelheid- verhandelde hoeveelheid producten bij marktevenwicht.

  2. Totale surplus- optelsom van het consumenten surplus en het producentesurplus.

  3. Onzichtbare hand- benaming van de coördinerende werking van de marktmechanisme. De onzichtbare hand brengt vragen en aanbod samen op de markt. Hierdoor ontstaat er marktevenwicht.

  4. Marktevenwicht- situatie waarbij de aangeboden hoeveelheid en de gevraagde hoeveelheid gelijk zijn.

  5. Evenwichtsprijs- prijs waarbij de aangeboden hoeveelheid gelijk is aan de gevraagde hoeveelheid.

  6. Marktmeester- persoon die vraag en aanbod met elkaar in evenwicht brengt.

  7. Vraagoverschot- verschil tussen gevraagde en aangeboden hoeveelheid, waarbij de vraag het aanbod overstijgt.

  8. Aanbodoverschot- verschil tussen gevraagde en aangeboden hoeveelheid, waarbij het aanbod de vraag overstijgt.

  9. Vrije prijsvorming- prijzen komen tot stand door de ongehinderde werking van get marktmechanisme.

    p- evenwichtsprijs

    Q- evenwichtshoeveelheid

    Qv- collectieve vraag

    Qa- collectieve aanbod

    Waarom verschuift de aanbodlijn?

    bij een stijging van het aanbod zal de aanbodlijn naar rechts verschuiven. Dit wil zeggen dat er bij een gelijke prijs meer van een product aangeboden zal worden. Dit kan worden veroorzaakt door een daling van de kostprijs.

    Welke factoren bepalen het aanbod?

    • hoogte van de prijs

    • Kwaliteit van de productiefactoren

    • De stand van de techniek

Waarom kan een vraaglijn verschuiven?

Inkomen: als het inkomen stijgt, stijgt ook de vraag. Consumenten die meer besteedbaar inkomen hebben, zullen het eerder uitgeven.

  • de vraaglijn loopt dalend

  • De aanbodlijn loopt stijgend

  • Vraagoverschot = aantal gevraagde producten - aantal aangeboden producten

  • Aanbodoverschot = aantal aangeboden producten - aantal gevraagde producten

    Voorbeeld:

    De gegeven vraagfunctie en aanbodfunctie:

    Qv = -100p+6000

    Qa = 100p - 1000

    Qa=Qv

    -100p+6000=100p-1000

    = -200p=7000

    = 7000:200

    p= 35 (evenwichtsprijs)

    Qa= -100×35+6000= 2500

    Qv= 100×35-1000= 2500 (evenwichtshoeveelheid)

    marktomzet= evenwichtsprijs x evenwichtshoeveelheid

    marktomzet is 2500×35= 87.500

    Hoofdstuk 2.1 Productie

  • Fysiek kapitaal- bedrijfsauto of fabriekshal

  • Financieel kapitaal- geld dat nodig is on te kunnen produceren, zoals het uitbetalen van lonen.

    Het productieproces: productiefactoren worden gebruikt om producten te produceren.

    productiefactoren- arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap

    productieproces- steenfabriek, bank, universiteit of laboratorium

    productie- producten / diensten