Economie
Hoofdstuk 3
Evenwichtshoeveelheid- verhandelde hoeveelheid producten bij marktevenwicht.
Totale surplus- optelsom van het consumenten surplus en het producentesurplus.
Onzichtbare hand- benaming van de coördinerende werking van de marktmechanisme. De onzichtbare hand brengt vragen en aanbod samen op de markt. Hierdoor ontstaat er marktevenwicht.
Marktevenwicht- situatie waarbij de aangeboden hoeveelheid en de gevraagde hoeveelheid gelijk zijn.
Evenwichtsprijs- prijs waarbij de aangeboden hoeveelheid gelijk is aan de gevraagde hoeveelheid.
Marktmeester- persoon die vraag en aanbod met elkaar in evenwicht brengt.
Vraagoverschot- verschil tussen gevraagde en aangeboden hoeveelheid, waarbij de vraag het aanbod overstijgt.
Aanbodoverschot- verschil tussen gevraagde en aangeboden hoeveelheid, waarbij het aanbod de vraag overstijgt.
Vrije prijsvorming- prijzen komen tot stand door de ongehinderde werking van get marktmechanisme.
p- evenwichtsprijs
Q- evenwichtshoeveelheid
Qv- collectieve vraag
Qa- collectieve aanbod
Waarom verschuift de aanbodlijn?
bij een stijging van het aanbod zal de aanbodlijn naar rechts verschuiven. Dit wil zeggen dat er bij een gelijke prijs meer van een product aangeboden zal worden. Dit kan worden veroorzaakt door een daling van de kostprijs.
Welke factoren bepalen het aanbod?
hoogte van de prijs
Kwaliteit van de productiefactoren
De stand van de techniek
Waarom kan een vraaglijn verschuiven?
Inkomen: als het inkomen stijgt, stijgt ook de vraag. Consumenten die meer besteedbaar inkomen hebben, zullen het eerder uitgeven.
de vraaglijn loopt dalend
De aanbodlijn loopt stijgend
Vraagoverschot = aantal gevraagde producten - aantal aangeboden producten
Aanbodoverschot = aantal aangeboden producten - aantal gevraagde producten
Voorbeeld:
De gegeven vraagfunctie en aanbodfunctie:
Qv = -100p+6000
Qa = 100p - 1000
Qa=Qv
-100p+6000=100p-1000
= -200p=7000
= 7000:200
p= 35 (evenwichtsprijs)
Qa= -100×35+6000= 2500
Qv= 100×35-1000= 2500 (evenwichtshoeveelheid)
marktomzet= evenwichtsprijs x evenwichtshoeveelheid
marktomzet is 2500×35= 87.500
Hoofdstuk 2.1 Productie
Fysiek kapitaal- bedrijfsauto of fabriekshal
Financieel kapitaal- geld dat nodig is on te kunnen produceren, zoals het uitbetalen van lonen.
Het productieproces: productiefactoren worden gebruikt om producten te produceren.
productiefactoren- arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap
productieproces- steenfabriek, bank, universiteit of laboratorium
productie- producten / diensten