1.1 Theater en Drama
- oorsprong in Griekse poleis, vooral Athene
- ontstaan uit dithyramben
- = extatische lofzangen voor Dionysos
- Griekse god vruchtbaarheid, wijn, plezier en theater
- gezongen door koor
- theater dus van oorsprong vooral religieus gegeven
- op bepaald moment uitwisseling koorleider en rest van het koor
- “geboorte” eerste acteur
- precieze ontwikkeling religieuze lofzangen → geënsceneerd theater onzeker
- Dionysia
- jaarlijks theaterfestival in Athene
- 5 dagen lang
- heel de stad
- arme aangemoedigd verschillende voorstellingen te bekijken
→ door geven van speciale theaterpremies
- elk jaar 3 toneelschrijvers gekozen
- elk 3 tragedies schrijven
- vaak trilogie
- elk 1 saterspel
- soort komedie
- elk 3 tragedies schrijven
- einde van festival ‘echte’ komedie aan bod
- alle rollen gespeeld door mannen
- zelfde acteur meerdere rollen → maskers gebruikt om rol de differentiëren
- rol koor zeer belangrijk
- vaak geïnterpreteerd als stem schrijver of moraliserende noot
- niet altijd zo; rol echter veel gevarieerder
- moeilijk te vergelijken moderne aspect theater
- moderne adaptaties laten koor vallen of vervangen het met nieuwe personage
- in Griekse stadstaten theater gemeenschapsfunctie
- bestendiging sociale en religieuze orde
- niet puur estetisch, zoals nu
- vb. rol ‘katharis’ in theater oude Hellas
- term ontleend aan Aristoteles, schreef boek over theater
- effect tragedies bij publiek moest hebben
- morele, mentale reiniging teweegbrengen
- de grote 3 tragici van het Griekse theater
- Aeschylos
- 6de - 5de eeuw v.C.
- als eerste tweede acteur introduceert
- stukken vaak moreel en religieus beïnvloed
- beroemde stukken;
- ‘Perzen’
- ‘Zeven tegen Thebe’
- Sophocles
- 5de eeuw v.C.
- voerde de derde acteur in
- daarbij zou het blijven
- meest succesvolle toneelschrijver van de drie
- bekend voor diepgaande en zeer uitgewerkte personages
- beroemde stukken;
- ‘Antigone’
- ‘Oedipous Rex’
- Euripides
- 5de eeuw v.C.
- modernste van de drie
- de vernieuwer
- portretteerde personages, vaak helden, als gewone mensen in buitengewone omstandigheden
- beroemde stukken;
- ‘Medea’
- ‘Iphiginea in Aulis’
Latijns drama
Republiek
- meestal te zien op grote religieuze festivals
- Livius Andronicus
- vrijgelaten slaag
- eerste schrijver tragedie in Latijn
- ook bekend voor Latijnse vertaling ‘Odyssee’ te schrijven
- Naevius en Ennius
- 3de - 2de eeuw v.C.
- bekendste namen uit deze periode
- schreven tragedies, ook komedies
- geen enkel stuk volledig overgebleven
- weten weinig over enscenering Romeinse tragedies in republiek
- aangenomen rol koor beetje teruggeschroefd
Keizertijd
- in Rome van Nero
- Seneca schrijft naast filosofische werken (stoa), ook tragedies
- theorieën dat deze tragedies eerder bedoeld voor te lezen,
→ minder en minder geloofd, gangbare aanname wel voor opvoering bedoeld
- retorisch karakter van Seneca’s werk staat enscenering niet in de weg
- karakter vormde basis voor voorleesargument
- werk doet bv. denken aan stukken van Aeschylos
Behandelde stof Latijnse tragedies
- Romeinse stof
- = fabula praetextatae
- Griekse stof
- = fabula crepidatae