4. REPRODUCTIEVE GENETICA

GENETISCHE SCREENING EMBRYO

PGD = PGT-M

  • pre-implantatie genetische diagnose

  • m = monogenetische aandoening

    • koppels (die drager zijn) kunnen embryo laten testen op;

      • Huntington

      • Cystic Fibrosis

      • Marfan

      • Fragile X

      • BRCA1 / 2

PGS = PGT-A

  • pre-implantatie genetische screening

  • a = aneuploïdie

    • = afwijkingen in # chromosomen

      • monosomie = meestal niet levensvatbaar

      • trisomie = mogelijks levensvatbaar

  • embryos met “mosaic aneuploid” worden vandaag ook teruggeplaatst, uit studies blijken gelijkaardige resultaten aan “normal euploid”

  • wanneer wordt getest;

    • recurrent pregnancy loss

    • advanced maternal age

    • repeated implantation failure

    • severe male factor = slechte zaadcelkwaliteit

TESTMETHODEN

   VROEGER

  • biopsie

    • poollichaampjes

      • enkel abnormaliteiten eicel kunnen worden opgemerkt

    • blastomeren (dag 3)

      • nadelig verdere ontwikkeling

      • kan vertekend beeld geven (veel mozaïcisme aanwezig, terwijl niets mis is met het embryo)

  • moleculaire analyse

    • FISH

      • inefficiënt

      • 5 à 8 chromosomen, andere te veel overlap → slechte kwaliteit

NU

  • trofectoderm biopsie

    • 5-tal cellen worden weggenomen bij dag 5 (blastocyt)

    • geen impact op embryo

    • meer cellen geven accurater beeld

GENETISCHE AANDOENING mtDNA

ALGEMEEN

  • per cel hebben we 100’en tot 1000’en kopieën mtDNA

  • mtDNA bevat 37 genen

  • kan alleen doorgegeven worden van moeder op kind

    • = maternal transmission

  • genezen van mt aandoeningen is onmogelijk, er wordt vnl ingezet op het voorkomen v/h doorgeven van deze aandoeningen

AFWIJKINGEN IN mtDNA

  • meestal puntmutaties

  • geven vaak aanleiding tot degeneratieve aandoeningen

  • homoplasmie

    • 100% normaal / gemuteerd

  • heteroplasmie

    • mutation load = normaal vs gemuteerd

    • threshold is sterk afhankelijk van;

      • weefsel

      • mutatie

      • leeftijd

  • opm; over het algemeen is mutation load <18% veilig om terug te plaatsen

  • opm; mitochondrial genetic bottleneck theory = women with low mtDNA mutation load (no symptoms) can produce oocytes with a huge variety of mtDNA mutation loads

OPLOSSINGEN

  • adoptie

  • gameet (oöcyte/embryo) donatie

  • prenatal diagnosis (PND)

    • sample cell at early pregnancy stage

      • CVS = chorion villi sampling

      • vruchtwaterpunctie = amniocentesis

  • preimplantation genetic diagnosis (PGD = PGTM)

    • heteroplasmatische mutaties

    • genetic testing cells from early embryos and selecting mutation-free/low mutation embryos (mutation load bij voorkeur <18%)

  • germline nuclear transfer (NT)

    • zowel hetero- als homoplasmatische mutaties; bij hoge mutation load

    • nuclear genome from patient’s oocyte/zygote is transferred into an enucleated healthy oocyte/zygote

GERMLINE NUCLEAR TRANSFER (NT)

  • probleem

    • vrouw heeft mutatie in mtDNA

  • oplossing

    • gebruik het nucleaire DNA van de moeder, maar mitochondriën met “gezond” mtDNA van een donor

  • opm;

    • germline nuclear transfer ≠ somatic cell nuclear transfer = klonen

    • = “three person/parent baby”

    • verboden in België in klinische praktijk

  • mogelijkheden;

    • germinal vesicle nuclear transfer (GVT)

    • MII spindle chromosome complex transfer (MST)

    • pronuclear transfer (PNT)

    • PB transfer (PBT)

Kenmerk

Spindle Transfer

Early Pronuclear Transfer

stadium eicel

  • voor bevruchting

  • onbevruchte eicel

  • na bevruchting

  • zygote met pronuclei

wat wordt overgebracht?

spindel met het moederlijk kern-DNA

  • pronuclei

  • = kernmateriaal van moeder + vader

donoreicel

wordt bevrucht nádat het eigen kernmateriaal is verwijderd en vervangen door spindel

wordt eerst bevrucht, daarna worden pronuclei verwijderd

technische volgorde

  1. spindel overdragen

  2. donoreicel bevruchten met zaad

  1. beide eicellen bevruchten

  2. pronuclei overzetten

genetisch materiaal kind

  • kern-DNA van ouders

  • mtDNA van donor

  • kern-DNA van ouders

  • mtDNA van donor

Afkorting

Voluit

Wat gebeurt er?

Status

GVT

Germinal Vesicle Transfer

onrijpe kern (GV) overzetten naar donor-eicel

Experimenteel

PBT

Polar Body Transfer

polar body-DNA overbrengen naar kernloze eicel

Experimenteel

  • opm;

    • er wordt in meeste gevallen steeds een klein beetje cytoplasma (± 3%) v/d moeder (met dus mitochondriën die mogelijks aangetast mtDNA hebben) overgedragen, maar impact blijft beperkt

    • pronuclear transfer is “stabieler” dan spindle transfer

      • spindle is kleiner, kwetsbaarder en gevoeliger

      • chromosomale DNA ligt niet in een kern; het is dus blootgesteld itt PNT waarbij het DNA omgeven is door pronucleusmembraan

  • deze methoden zijn niet enkel toepasbaar bij mtDNA - aandoeningen; tegenwoordig worden deze methoden ook gebruikt bij “onvruchtbare koppels” waarbij de vrouw “onvruchtbaar” is door slechte werking (cytoplasma) eicel;

    • oocyte maturation arrest (OMA)

      • = geen rijpe eicellen

    • failed fertilization (FF) even after ICSI/AOA

      • sperm or oocyte factor?

    • embryo developmental arrest (EDA)

    • aged women??

    • RIF/RPL??