Literatuur hoorcollege 8

Literatuur hoorcollege 8

Weijers, I., & Liefaard, T. (2007a). Jong vast – 1905 tot 1995. Vrijheidsbeneming in het Nederlandse jeugdstrafrecht. Proces, 4, 173 - 181.

Dit artikel gaat over de geschiedenis van het jeugdstrafrecht in Nederland. Het begint met een beschrijving van de Kinderwetten van 1901, die bedoeld waren om de rechten van kinderen te beschermen en de jeugdcriminaliteit te verminderen. Na de Tweede Wereldoorlog werden er echter steeds meer vraagtekens gezet bij de effectiviteit van het jeugdstrafrecht en de behandeling van jeugdige delinquenten.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw vonden er belangrijke veranderingen plaats in het jeugdstrafrecht. Zo werd er bijvoorbeeld gepleit voor een ondergrens voor strafrechtelijke aansprakelijkheid van twaalf jaar en werd de tuchtschool omgevormd tot een meer op behandeling gerichte inrichting voor bijzondere tucht voor minderjarigen van veertien en ouder. Er werd ook meer nadruk gelegd op de deskundigheid van de kinderrechter en de rapporteur en het kind dat in aanraking kwam met de politie werd gezien als een probleemgeval dat een psychologische opgave stelde.

Ondanks deze veranderingen bleef de behandeling van jeugdige delinquenten een punt van zorg. Er was weinig differentiatie naar leeftijd en ontwikkelingsniveau in de gestichten en er ontbraken echte behandelingplannen. In de jaren negentig van de twintigste eeuw vond er opnieuw een herziening van het jeugdstrafrecht plaats, waarbij de nadruk kwam te liggen op de behandeling en begeleiding van jeugdige delinquenten en het voorkomen van recidive.

Al met al laat dit artikel zien hoe het jeugdstrafrecht in Nederland in de loop der tijd is veranderd en hoe er steeds meer aandacht is gekomen voor de behandeling en begeleiding van jeugdige delinquenten.

Wat waren de belangrijkste veranderingen in het jeugdstrafrecht na de Kinderwetten van 1901?

1. Na de Kinderwetten van 1901 werden er in Nederland aparte penitentiaire inrichtingen voor jeugdigen opgericht. Een apart jeugdstrafrecht werd geïntroduceerd als onderdeel van de Kinderwetten van 1901. De burgerlijke kinderwet gaf de rechter de bevoegdheid om ouders uit de ouderlijke macht te ontheffen of te ontzetten als het kind zodanig opgroeide dat het 'met zedelijke of lichamelijke ondergang' werd bedreigd. In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw vonden er belangrijke veranderingen plaats in het jeugdstrafrecht, zoals de invoering van een ondergrens voor strafrechtelijke aansprakelijkheid van twaalf jaar en de omvorming van de tuchtschool tot een meer op behandeling gerichte inrichting voor bijzondere tucht voor minderjarigen van veertien en ouder.

Hoe werden jeugdinrichtingen in Nederland beheerd en georganiseerd in de twintigste eeuw?

2. In de twintigste eeuw werden jeugdinrichtingen in Nederland beheerd en georganiseerd door de overheid. Er was weinig differentiatie naar leeftijd en ontwikkelingsniveau in de gestichten en er ontbraken echte behandelingplannen. In de jaren negentig van de twintigste eeuw vond er opnieuw een herziening van het jeugdstrafrecht plaats, waarbij de nadruk kwam te liggen op de behandeling en begeleiding van jeugdige delinquenten en het voorkomen van recidive.

Welke invloed had de herziening van het jeugdstrafrecht in 1995 op de behandeling van jeugdige delinquenten in Nederland?

3. De herziening van het jeugdstrafrecht in 1995 had een grote invloed op de behandeling van jeugdige delinquenten in Nederland. Er kwam meer nadruk te liggen op de behandeling en begeleiding van jeugdige delinquenten en het voorkomen van recidive. Er werden nieuwe sancties geïntroduceerd, zoals de taakstraf en de leerstraf, en er kwam meer aandacht voor de rechten van het kind en de betrokkenheid van ouders en verzorgers. Ook werd er meer nadruk gelegd op de deskundigheid van de kinderrechter en de rapporteur en werd er gestreefd naar een meer persoonsgerichte aanpak van jeugdige delinquenten. De herziening van het jeugdstrafrecht in 1995 leidde tot een verschuiving van het denken over jeugdcriminaliteit van een repressieve naar een meer preventieve aanpak. Het doel was niet langer om jeugdige delinquenten te straffen, maar om hen te behandelen en te begeleiden, zodat ze weer op het rechte pad konden komen.

Een belangrijk onderdeel van de herziening van het jeugdstrafrecht was de oprichting van de Raad voor de Kinderbescherming. Deze raad kreeg als taak om de kinderrechter te adviseren over de behandeling en begeleiding van jeugdige delinquenten en om te zorgen voor de uitvoering van de opgelegde sancties. Ook werd er meer aandacht besteed aan de nazorg van jeugdige delinquenten, om te voorkomen dat ze na hun vrijlating weer in de criminaliteit zouden belanden.

Al met al heeft de herziening van het jeugdstrafrecht in 1995 geleid tot een meer persoonsgerichte en preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit in Nederland. Er wordt nu meer nadruk gelegd op de behandeling en begeleiding van jeugdige delinquenten en het voorkomen van recidive, in plaats van op straffen en repressie.

Weijers, I., & Liefaard, T. (2007b). Jong vast – 1905 tot 1995. Vrijheidsbeneming in het Nederlandse jeugdstrafrecht - deel 2. Proces, 5, 203 - 212.

Dit artikel gaat over de ontwikkelingen in het Nederlandse jeugdstrafrecht sinds 1995 en kijkt naar de toekomst van de jeugdinrichtingen. Het artikel begint met het beschrijven van de belangrijkste veranderingen in het Nederlandse jeugdstrafrecht sinds 1995. Zo is er een verschuiving geweest van een repressieve naar een meer pedagogische benadering van minderjarige delinquenten. Ook is er meer aandacht gekomen voor de rechtspositie van minderjarigen en zijn er nieuwe wetten en regels ingevoerd om deze te beschermen.

Vervolgens wordt er ingegaan op de ontwikkeling van de psychologiserende benadering van minderjarige delinquenten. Deze benadering houdt in dat er meer aandacht is voor de persoonlijke omstandigheden van de minderjarige en dat er gezocht wordt naar de onderliggende oorzaken van het delinquent gedrag. Deze benadering heeft geleid tot een meer individuele aanpak van minderjarige delinquenten en heeft bijgedragen aan de verschuiving naar een meer pedagogische benadering.

Daarna wordt er gekeken naar de toekomst van de jeugdinrichtingen. Er worden twee bedreigingen genoemd die de jeugdinrichtingen op dit moment boven het hoofd hangen: verdergaande bezuinigingen en een verharding van het regime. Verdergaande bezuinigingen zullen de kwaliteit van de voorzieningen aantasten en noodzakelijke verbeteringen blokkeren. Een verharding van het regime zal leiden tot een minder pedagogische benadering van minderjarige delinquenten en zal de rechtspositie van minderjarigen onder druk zetten.

Tot slot wordt er gekeken naar de stelselwijziging in de jeugdinrichtingen die in het najaar van 2007 plaatsvond. Er wordt beschreven hoe deze stelselwijziging heeft geleid tot een meer individuele aanpak van minderjarige delinquenten en hoe er meer aandacht is gekomen voor nazorg en resocialisatie

Wat waren de belangrijkste veranderingen in het Nederlandse jeugdstrafrecht sinds 1995?

Sinds 1995 heeft het Nederlandse jeugdstrafrecht verschillende veranderingen ondergaan. Er is een verschuiving geweest van een repressieve naar een meer pedagogische benadering van minderjarige delinquenten. Er is meer aandacht gekomen voor de rechtspositie van minderjarigen en er zijn nieuwe wetten en regels ingevoerd om deze te beschermen. Ook is er meer aandacht gekomen voor nazorg en resocialisatie.

Hoe heeft de psychologiserende benadering van minderjarige delinquenten zich ontwikkeld in de loop der jaren?

De psychologiserende benadering van minderjarige delinquenten heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een meer individuele aanpak van minderjarige delinquenten. Er wordt meer aandacht besteed aan de persoonlijke omstandigheden van de minderjarige en er wordt gezocht naar de onderliggende oorzaken van het delinquent gedrag. Deze benadering heeft bijgedragen aan de verschuiving naar een meer pedagogische benadering.

Wat zijn de gevolgen van de stelselwijziging in de jeugdinrichtingen die in het najaar van 2007 plaatsvond?

De stelselwijziging in de jeugdinrichtingen die in het najaar van 2007 plaatsvond, heeft geleid tot een meer individuele aanpak van minderjarige delinquenten en meer aandacht voor nazorg en resocialisatie. Er is meer aandacht gekomen voor de persoonlijke omstandigheden van de minderjarige en er wordt gezocht naar de onderliggende oorzaken van het delinquent gedrag. Deze stelselwijziging heeft bijgedragen aan de verschuiving naar een meer pedagogische benadering.

Hoe heeft de stelstelwijzing geleid tot een individuele aanpak?

De stelselwijziging in de jeugdinrichtingen die in het najaar van 2007 plaatsvond, heeft geleid tot een meer individuele aanpak van minderjarige delinquenten doordat er meer aandacht is gekomen voor de persoonlijke omstandigheden van de minderjarige en er wordt gezocht naar de onderliggende oorzaken van het delinquent gedrag. Er wordt nu meer gekeken naar de individuele behoeften en mogelijkheden van de minderjarige en er wordt geprobeerd om hierop aan te sluiten in de behandeling en begeleiding. Ook is er meer aandacht gekomen voor nazorg en resocialisatie, waardoor er meer maatwerk geleverd kan worden en er beter ingespeeld kan worden op de individuele situatie van de minderjarige. Dit heeft bijgedragen aan de verschuiving naar een meer pedagogische benadering van minderjarige delinquenten.

Jeugdzorg in Nederland, 1945-2010

Het artikel beschrijft de geschiedenis van de (gedwongen) jeugdzorg in Nederland tussen 1945 en 2010. Het onderzoeksonderwerp is veelomvattend en richt zich op de ontwikkeling van de jeugdzorg binnen de context van een veranderende Nederlandse cultuur en samenleving. Het onderzoek raakt zowel aan het mesoniveau van de Nederlandse jeugdzorg en het macroniveau van externe, maatschappelijke en culturele factoren die van invloed waren op de ontwikkeling van de jeugdzorg, als aan het microniveau van de aan de overheid toevertrouwde kinderen.

Het onderzoek is geoperationaliseerd in vier thema's: (I) de geschiedenis van het systeem van de jeugdzorg 1945-2010 binnen de context van een veranderende Nederlandse cultuur en samenleving (meso- en macroniveau), (II) de geschiedenis van de pedagogische cultuur in het licht van de (mate van) veiligheid van de pedagogische omgeving (mesoniveau), (III) het perspectief van de (ex-) tehuis- en pleegkinderen (microniveau); en (IV) het toezicht op de jeugdzorg (macroniveau).

Het artikel beschrijft ook de verantwoordelijkheid van de overheid voor de jeugdzorg en hoe deze zich uitstrekt over andere terreinen, zoals het onderwijs en de gezondheidszorg. Het onderzoek richt zich echter specifiek op seksueel misbruik binnen de gedwongen jeugdzorg.

Het artikel beschrijft verder de ervaringen van oud-pupillen van de jeugdzorg en hoe zij vaak onvoorbereid de maatschappij betraden na hun tijd in de jeugdzorg. Ze moesten vaak nog wennen aan de mores van de open maatschappij en hadden vaak teleurstellend contact met voogden en voogdessen. De kinderrechter werd soms gezien als redder in de nood.

Over het algemeen biedt het artikel een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de (gedwongen) jeugdzorg in Nederland tussen 1945 en 2010. Het beschrijft de ontwikkeling van de jeugdzorg binnen de context van een veranderende Nederlandse cultuur en samenleving en richt zich op verschillende niveaus, van het mesoniveau van de Nederlandse jeugdzorg tot het macroniveau van externe, maatschappelijke en culturele factoren die van invloed waren op de ontwikkeling van de jeugdzorg, en het microniveau van de aan de overheid toevertrouwde kinderen.

Het artikel beschrijft ook de verantwoordelijkheid van de overheid voor de jeugdzorg en hoe deze zich uitstrekt over andere terreinen, zoals het onderwijs en de gezondheidszorg. Het onderzoek richt zich echter specifiek op seksueel misbruik binnen de gedwongen jeugdzorg.

Het artikel biedt ook inzicht in de ervaringen van oud-pupillen van de jeugdzorg en hoe zij vaak onvoorbereid de maatschappij betraden na hun tijd in de jeugdzorg. Ze moesten vaak nog wennen aan de mores van de open maatschappij en hadden vaak teleurstellend contact met voogden en voogdessen. De kinderrechter werd soms gezien als redder in de nood.

Al met al biedt het artikel een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de (gedwongen) jeugdzorg in Nederland tussen 1945 en 2010 en biedt het inzicht in de ontwikkeling van de jeugdzorg binnen de context van een veranderende Nederlandse cultuur en samenleving. Het onderzoek richt zich op verschillende niveaus en biedt inzicht in de ervaringen van oud-pupillen van de jeugdzorg.

Wat waren de belangrijkste redenen voor het plaatsen van kinderen in de jeugdzorg tussen 1945 en 2010?

De belangrijkste redenen voor het plaatsen van kinderen in de jeugdzorg tussen 1945 en 2010 waren onder andere verwaarlozing, mishandeling, verstandelijke of lichamelijke beperkingen van de ouders, en het ontbreken van een stabiele thuissituatie. Ook werden kinderen soms geplaatst vanwege gedragsproblemen of delinquent gedrag.

Hoe heeft de professionalisering van de jeugdzorg zich ontwikkeld in deze periode?

De professionalisering van de jeugdzorg heeft zich in deze periode ontwikkeld door middel van opleidingen en trainingen voor hulpverleners, het ontwikkelen van richtlijnen en protocollen voor de behandeling van kinderen, en het oprichten van beroepsverenigingen voor hulpverleners. Ook is er meer aandacht gekomen voor wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van behandelingen en interventies.

Op welke manier hebben veranderende normen en waarden binnen de samenleving invloed gehad op de behandeling van kinderen in de jeugdzorg?

Veranderende normen en waarden binnen de samenleving hebben invloed gehad op de behandeling van kinderen in de jeugdzorg doordat er meer aandacht is gekomen voor de rechten van het kind en de participatie van ouders en kinderen in de behandeling. Ook is er meer aandacht gekomen voor de diversiteit van de cliënten en de culturele achtergrond van de kinderen en hun ouders. Daarnaast is er meer aandacht gekomen voor de preventie van problemen en het versterken van de eigen kracht van kinderen en hun ouders.

De invloeden op macro-, meso- en microniveau hebben allemaal bijgedragen aan de ontwikkeling van de jeugdzorg in Nederland tussen 1945 en 2010.

Op macroniveau hebben externe, maatschappelijke en culturele factoren invloed gehad op de ontwikkeling van de jeugdzorg. Zo hebben veranderingen in de politiek en wetgeving, zoals de invoering van de Algemene Kinderbijslagwet in 1941 en de Wet op de Jeugdzorg in 2005, invloed gehad op de financiering en organisatie van de jeugdzorg. Ook hebben maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de opkomst van de welvaartsstaat en de veranderende rol van vrouwen in de samenleving, invloed gehad op de jeugdzorg.

Op mesoniveau hebben de ontwikkeling van de instituties binnen de jeugdzorg en de professionalisering van de jeugdzorg invloed gehad op de behandeling van kinderen. Zo zijn er in de loop der jaren verschillende instellingen opgericht voor de opvang en behandeling van kinderen, zoals kindertehuizen en pleeggezinnen. Ook zijn er opleidingen en trainingen ontwikkeld voor hulpverleners en zijn er richtlijnen en protocollen opgesteld voor de behandeling van kinderen.

Op microniveau hebben de perspectieven van individuele kinderen op de jeugdzorg en het toezicht op de jeugdzorg invloed gehad op de behandeling van kinderen. Zo is er meer aandacht gekomen voor de rechten van het kind en de participatie van ouders en kinderen in de behandeling. Ook is er meer aandacht gekomen voor de diversiteit van de cliënten en de culturele achtergrond van de kinderen en hun ouders. Daarnaast is er meer aandacht gekomen voor de preventie van problemen en het versterken van de eigen kracht van kinderen en hun ouders.

Denkopdracht info

De vraag of vergelding of opvoeding beter is binnen het kader van het jeugdstrafrecht is een complexe kwestie waarover deskundigen en beleidsmakers het niet altijd eens zijn. Het hangt af van verschillende factoren, waaronder de aard en ernst van het delict, de leeftijd en ontwikkeling van de jonge dader, en het doel van het strafrechtelijke systeem. Hier zijn enkele overwegingen:

Opvoeding: Het jeugdstrafrecht richt zich op het begeleiden en corrigeren van jonge overtreders in plaats van louter straffen. De nadruk ligt op rehabilitatie en herintegratie in de samenleving. Voor veel jeugddelinquenten is dit benadering effectiever, omdat ze nog volop in hun ontwikkeling zitten en de kans hebben om te veranderen met de juiste begeleiding.

Vergelding: Sommige mensen pleiten voor een zekere mate van vergelding, zelfs binnen het jeugdstrafrecht, om de ernst van het delict te benadrukken en de maatschappij te beschermen tegen mogelijke herhaling. Echter, in het geval van jongeren kan te veel nadruk op vergelding contraproductief zijn, omdat het de kans op rehabilitatie kan verminderen.

Differentiatie: Het jeugdstrafrecht probeert doorgaans onderscheid te maken tussen jongeren en volwassenen, omdat jongeren zich nog in een fase van ontwikkeling bevinden en vatbaarder zijn voor invloeden van buitenaf. Dit kan leiden tot mildere straffen en een grotere nadruk op opvoeding en herintegratie.

Effectiviteit: Onderzoek heeft aangetoond dat de nadruk op opvoeding en rehabilitatie binnen het jeugdstrafrecht effectiever kan zijn bij het verminderen van recidive dan louter vergelding. Jongeren hebben meer kans om hun gedrag te veranderen en te groeien als ze de juiste begeleiding en steun krijgen.

Individualisering: Het jeugdstrafrecht streeft doorgaans naar een meer individualistische benadering, waarbij de unieke behoeften en omstandigheden van de jonge dader in overweging worden genomen. Dit kan betekenen dat sommige jongeren baat hebben bij meer opvoedingsgerichte interventies, terwijl anderen een combinatie van opvoeding en bestraffing nodig hebben.

In de praktijk hangt de keuze tussen vergelding en opvoeding in het jeugdstrafrecht af van de wetgeving in een bepaald rechtsgebied, de beschikbare hulpbronnen en de filosofie van het strafrechtelijke systeem. Over het algemeen streven de meeste landen ernaar om een evenwicht te vinden tussen vergelding en opvoeding, met de nadruk op rehabilitatie en herintegratie, omdat dit vaak de beste manier is om jongeren op het rechte pad te krijgen en de samenleving te beschermen.