Lymfocyten en Antilichamen

  • We hebben in de vorige les de opbouw van antilichamen in vertebraten gezien.

    • Antilichamen zijn opgebouwd uit twee zware ketens en twee lichte ketens.

    • De zware en lichte ketens vormen samen één eenheid en de antigenbindende site is verweven tot een 3D-oppervlak.

    • Antilichamen worden soms aangeduid als bifunctionele moleculen.

    • Functies zijn regionaal onderscheiden:

      • FAB-delen: De twee FAB-delen zorgen voor antigeenbinding.

      • FC-deel: Zorgt voor effectorfuncties.

  • Een extra slide is toegevoegd voor meer detail over de structuur van antilichamen.

    • Deze slide wordt apart geüpload voor diergeneeskunde en biochemie.

    • Voor farmacie staat het in het hoofdstuk over in vivo gebruik van antilichamen.

  • Antilichamen komen voor in vivo maar kunnen ook aangemaakt worden voor therapeutische doeleinden.

    • Dit gebeurt via het opwekken van antilichamen.

  • Verschillende voorstellingen van antilichamen moeten begrepen en geïnterpreteerd worden.

    • De zware en lichte ketens worden benadrukt, met aandacht voor het variabele en constante domein.

    • Het variabele domein heeft hypervariabele regio's, waar meer sequentievariabiliteit is.

    • Dit produceert loops in de 3D-structuur.

    • Deze loops worden Complementarity Determining Regions (CDR's) genoemd.

    • CDR's hebben een cruciale rol in de antigeenbinding.

  • Definities:

    • Epitoop: Het deel van het antigeen dat bindt met het antilichaam.

    • Dit is de overeenkomst met T-celherkenning en het deel van het eiwit dat bindt met de T-celreceptor.

    • Paratoop: De antigeen bindende site van het antilichaam.

  • B-cellen zijn de enige cellen waar immunoglobulinen in een transmembranair profiel voorkomend en antilichamen aan hun oppervlak kunnen dragen.

    • B-cellen zijn ook de enige cellen die antilichamen kunnen secreteren.

Soorten Epitopen

  • Eiwitantigeen bevat epitopen die herkend worden door antilichamen:

    • Conformationele epitoop: Verkregen uit 3D-structuur, die verloren gaat bij denaturatie.

    • Lineaire epitoop: Bestaat uit opeenvolgende aminozuren; kan toegankelijk of niet-toegankelijk zijn.

    • Toegankelijke epitopen zijn toegankelijk in de gevouwen structuur. On-accessible epitopen worden toegankelijk bij denaturatie.

    • Neo-antigenenepitopen: Epitopen ontstaan door proteolyse die nieuwe N-termini en C-termini creëert.

Antilichaamgebruik en Types Epitopen

  • Het begrijpen van epitopen is cruciaal voor het gebruik van antilichamen in vitro.

  • Antilichamen kunnen als reagentia worden gebruikt om antigenen te detecteren.

  • Bij gebruik van antilichamen is het belangrijk om te weten welk epitoop door het antilichaam wordt herkend.

Antigeen-Antilichaam Binding

  • Antigeen wordt gebonden, en de scharnierzone concludeert dat de antigen-bindende regio's de capaciteit hebben om flexibiliteit te bieden aan de antilichaamstructuur, wat belangrijk is voor hun functies.

Immunoglobuline Klassen

  • Er zijn 5 belangrijke immunoglobulineklassen bij de mens: IgA, IgD, IgE, IgG en IgM.

  • IgA:

    • Belangrijk voor mucosale immuniteit, wordt gesecreteerd als een dimeer met een halfleven van ongeveer 6 dagen.

    • Twee subklassen.

  • IgD:

    • Weinig gekarakteriseerd en komt voor in sporen.

    • Monomeer op rijpe B-cellen als antigenreceptor.

  • IgE:

    • Komt voor in lage concentraties; betrokken bij allergieën.

    • Speelt een rol in de verdediging tegen parasitaire infecties.

  • IgG:

    • Structuur met 4 subtypes; hoogste concentratie in plasma; lang leven met functies in humorale immunologie.

  • IgM:

    • Pentameer dat betrokken is bij complementactivatie; lage concentratie in plasma, met een kort halfleven.

Antilichaam Detectie en Kenmerken

  • Tijdens een elektroforese van serumproteïnen is het belangrijk om te weten hoe immunoglobulinen verschijnen in de verschillende fracties.

    • Immunoglobulinen vertonen migratie in de gammaglobulinefractie; de IgG-klas komt het meest voor.

  • Een verhoging van de gammaglobulinefractie leidt tot polyclonale gammopathieën en zijn gerelateerd aan aandoeningen zoals cirrose.

  • Hypogammaglobulinemie verwijst naar de afwezigheid of lage niveaus van gammaglobulinen, wat wijst op een tekort aan B-cellen.

  • Monoklonale gammopathieën vertonen specifieke thoracale pieken in elektroforetogrammen wat wijst op proliferatie van een bepaalde B-celkloon.

Antilichaamproducenten en Monoklonale Antilichamen

  • Polyclonale antilichamen worden geproduceerd door het immuniseren van proefdieren zoals konijnen en geiten.

    • Kameliden worden ook gebruikt voor hun unieke opbouw, inclusief heavy chain only antibodies.

  • Monoklonale antilichamen worden geproduceerd door het fuseren van B-cellen met onsterfelijke myeloma cellen, resulterend in hybridoma cellen die identieke antilichamen secretoriseren.

  • Voordelen van monoklonale antilichamen zijn inclusief consistentie, karakterisering, en beschikbaarheid door opslag.

T-celreceptoren en B-celreceptoren

  • T-celreceptoren hebben dezelfde principes als B-celreceptoren, maar met variaties in structuur.

    • T-celreceptoren zijn meer gelijkaardig aan de B-celstructuur en interageren met MHC-peptiden.

  • Ontwikkeling van B- en T-cellen vereist differentiatie en selectie waarbij antigeen hun rol speelt.

    • Positieve en negatieve selectie zijn cruciaal voor het behoud van een effectief immuunsysteem zonder auto-immuniteit.

Rijping en Selectie van Lymfocyten

  • Rijping van B-cellen vindt plaats in het beenmerg; T-cellen rijpen in de thymus.

  • De domeinen van de T-celreceptoren hebben ook variabiliteit; zowel CD4-positieve als CD8-positieve T-cellen worden ontwikkeld.

  • De rol van positieve en negatieve selectie in het thymus is essentieel. Wanneer T-cellen lichaamseigen antigenen herkennen kan dit resulteren in apoptose en negatieve selectie.

  • De ontwikkeling van een breed repertoire door combinatoriële diversiteit en junctionele diversiteit wordt weerspiegeld in de variabiliteit van antilichamen en receptoren.

  • Het reguleren van genexpressie door epigenetische mechanismen speelt ook een belangrijke rol.

Diverse Celtypen in het Immuunsysteem

  • Naast klassieke T-cellen zijn er ook gamma-delta T-cellen, NKT-cellen en verschillende soorten B-cellen met beperkte diversiteit die belangrijke functies vervullen.

  • Lymfocyten worden constant bestudeerd met betrekking tot immunologie, en huidige onderzoeken focussen op het verbeteren van therapieën en de rol van deze cellen in het immuunsysteem.

  • Dit document behandelt een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot de ontwikkeling van antilichamen, immunoglobulinen, en de rol van cellen in het immuunsysteem.