Wondmanagement: De Complete Gids

DEEL 2: ACUTE WONDZORG

Traumatische Wonden
Inhoud
  • 1. Definitie

  • 2. Etiologie en fysiopathologie

  • 3. Anamnese of actieve beoordeling

  • 4. Multi-/interdisciplinaire benadering

  • 5. Correctie van oorzakelijke en instandhoudende factoren

  • 6. Doelgericht denken en opstellen van lokaal behandelplan

  • 7. Evaluatie

1. Definitie
  • Traumatische wonde:

    • Een acute verwonding als gevolg van geweld van buitenaf.

    • Kan ontstaan door:

    • Wrijving

    • Contact met een scherp of stomp voorwerp.

  • Soorten traumatische wonden naargelang de oorzaak:

    • Mechanische wonden

    • Chemische wonden

    • Thermische wonden

    • Stralings- of elektriciteitswonden

2. Etiologie en Fysiopathologie
  1. Ecchymose

    • Definitie: 'blauwe plek' veroorzaakt door onderhuidse bloeding.

    • Kenmerken:

      • Oppervlakkige huidverkleuring.

      • Beschadiging van kleine bloedvaten zonder huidbeschadiging.

    • Oorzaken:

      • Stomp trauma (bijv. stoten of vallen).

      • Medische aandoeningen van bloedvaten.

      • Bloedstollingsstoornissen (bijv. door anticoagulantia).

  2. Hematomen

    • Definitie: Beschadiging van grotere bloedvaten na stomp trauma.

    • Kenmerken:

      • Ophoping van bloed tussen weefsels.

      • Variëren van lichte tot ernstige vormen.

      • Risico op compartimentsyndroom, surinfectie en necrose van de huid.

    • Behandeling:

      • Uitgebreid subcutaan hematoom: demarcatie afwachten.

      • Chirurgisch debridement wanneer nodig.

  3. Blaren

    • Definitie: Loslating van epidermis door druk en wrijving.

    • Kenmerken:

      • Holte gevuld met vocht of bloed.

    • Oorzaken:

      • Wrijving (bijv. door slecht passende schoenen).

      • Uitgebreide zwelling.

  4. Snijwonden

    • Definitie: Binnendringen van scherpe voorwerpen in de huid.

    • Kenmerken:

      • Gladde, meestal gapende wondranden.

      • Bloedingen afhankelijk van de diepte.

    • Behandeling:

      • Samenbrengen van wondranden.

      • Herstellen van onderliggende structuren.

  5. Schaafwonden

    • Definitie: Oppervlakkige ontvelling door wrijving.

    • Kenmerken:

      • Afschuren van de bovenste huidlaag (epidermis).

      • Symptomen: hevige pijn, roodheid, zwelling, functio laesa, en evt. bloeding.

      • Prognose: Heling na enkele dagen.

  6. Avulsie en Degloving Letsel

    • Definitie:

      • Avulsie: afscheuring van weefsel (bijv. stripletsel door een ring).

      • Degloving: ernstig letsel met weefselverscheuring of volledige afscheuring.

    • Medische aandacht is onmiddellijk nodig.

  7. Bijtwonde

    • Definitie: Beschadiging van huid, spieren, weefsel of botten door een beet van een mens of dier.

    • Kenmerken:

      • Vaak moeilijk zichtbaar, maar potentieel gevaarlijk.

      • Ernst van de wond varieert afhankelijk van diepte en beschadigd weefsel.

      • Hoog risico op infectie.

3. Anamnese of Actieve Beoordeling
  • Anamnese:

    • Onderzoek de oorzaak van de wond (tijdstip van ontstaan, relevant medicatie, etc.).

    • Invloed van tijdsinterval op kans op infectie.

    • Controle op overgevoeligheid voor antiseptica of medicatie.

    • Huidige vaccinatiestatus (bijv. tetanus).

  • Beoordeling van de wonde:

    • Sensibiliteit: Zenuwen.

    • Motoriek: Spieren.

    • Vascularisatie: Bloedvaten.

    • Expositie van bot of gewrichten.

    • Vitaliteit van wondranden.

    • Grootte, plaats en diepte van de wond.

    • Aanwezigheid van corpora aliena.

  • Prioriteit in de behandeling:

    • De wonde is niet altijd de eerste prioriteit.

  • Beoordeling volgens TIME-model:

    1. Tissue:

    • Afmetingen (lengte, breedte, diepte).

    • Aanwezigheid van vitaal of avitaal weefsel.

    1. Inflammation/Infection:

    • Risico op contaminatie en infectieparameters.

    1. Moisture:

    • Type en hoeveelheid exsudaat.

    1. Epithelisation/Edge/Environment:

    • Toestand van omliggende huid.

4. Multi-/Interdisciplinaire Benadering
  • Beoordeling van de ernst van het letsel:

    • Indien nodig doorverwijzen naar huisarts of spoedgevallen.

    • Evaluatie van diepe wonden met betrekking tot onderliggende structuren.

    • Ernstige bloeding stopt niet met externe druk.

    • Kritieke gebieden: vitale organen, grote bloedvaten, handen, gezicht.

    • Wonden met risico op contaminatie (bijtwonden, vuile wonden).

5. Correctie van Oorzaken en Instandhoudende Factoren
  • Eerste hulp in eenvoudige situaties:

    • Werk rustig, hygiënisch.

    • Stel de bloeding door externe druk.

    • Geef pijnmedicatie indien nodig.

    • Reinig en ontsmet de wond.

    • Check tetanusprofylaxie.

  • Eerste hulp in complexe situaties:

    • Evalueer levensbedreigende letsels.

    • Druk bij arteriële bloeding af.

    • Verwijder ringen in geval van letsel aan arm, pols of hand.

    • Dek wonde af met vochtige kompressen.

  • Tetanusprofylaxie:

    • Blootstelling aan Clostridium tetani, vooral bij vuile of bijtwonden.

    • Basisvaccinatie Tdap en booster om de 10 jaar.

    • Bij onvolledige vaccinatie: toedienen van tetanus immunoglobuline.

  • Compartimentsyndroom:

    • Definitie: Toename van druk in een spiercompartiment.

    • Symptomen: Ernstige pijn, zwelling, drukgevoeligheid, tintelingen, gevoelloosheid, verminderde functie.

    • Behandeling: Fasciotomie, verwijderen van inknelling.

6. Doelgericht Denken en Opstellen van Lokaal Behandelplan
  • Aanpak volgens TIME-model:

    • Tissue: Reinigen, verwijderen van vuil en vreemde voorwerpen.

    • Inflammation/Infection: Altijd ontsmetten.

    • Moisture: Pas verband aan aan de hoeveelheid exsudaat.

    • Epithelisation/Edge/Environment: Beoordeel wondomgeving.

Specifieke Behandelingen:
  1. Ecchymose:

    • Koude kompressen of ijs (geen direct contact met de huid).

    • Hoogstand van het lidmaat.

  2. Hematomen:

    • Compressief verband ter vermindering van zwelling.

    • Chirurgische behandeling bij complicaties zoals abcedatie.

  3. Blaren:

    • Blijven intact en niet openprikken.

    • Alleen openprikken indien veel pijn of risico van openscheuren.

  4. Snijwonden:

    • Oefen externe druk om bloeding te stelpen.

    • Spoelen en ontsmetten; voorkeur voor primaire sluiting.

  5. Schaafwonden:

    • Reinig de wond en ontstop.

    • Gebruik enzym-alginogel of honing voor wondverband.

  6. Avulsie en Degloving Letsel:

    • Externe druk voor bloeding, doorverwijzen naar spoed bij grote defecten.

  7. Bijtwonden:

    • Hoog risico op infectie; lokale behandeling met spoelen en ontsmetten.

    • Indien nodig profylactisch antibioticum.

7. Evaluatie
  • Evalueer of doorverwijzing of verdere opvolging nodig is.

  • Informeer de patiënt over alarmsignalen en nazorg:

    • Heling binnen drie weken meestal zonder littekenvorming.

    • Diepe trauma's kunnen leiden tot littekenvorming.

    • Belangrijke psychologische impact en revalidatie (kinesitherapie).

Literatuur
  • Bernaerts K.; Weedaege H.; Toppets A. (2024). Wondmanagement: de complete gids. Gent: Owl Press. Deel 2 – Hoofdstuk 3 ‘Traumatische wonden’.