Comprehensive Notes on Migration

Migratie

Lesdoelen

  • Uitleggen van migratie, binnenlandse migratie en buitenlandse migratie.
  • Uitleggen wat immigratie en emigratie betekenen.
  • Uitleggen wat volgmigratie en remigratie betekenen.
  • Uitleggen wat een vestigingsoverschot en een vestigingstekort is.

Migratie

  • Migratie is het verplaatsen en verhuizen van de ene plek naar de andere plek, wereldwijd.
Binnenlandse Migratie
  • Verhuizing binnen hetzelfde land, bijvoorbeeld van Amsterdam naar Amersfoort.
Buitenlandse Migratie
  • Verhuizing naar het buitenland, bijvoorbeeld van Amsterdam naar New York.

Emigratie en Immigratie

Emigratie
  • Vertrekken uit een land om in een ander land te gaan wonen.
  • Iemand die emigreert is een emigrant.
Immigratie
  • In een ander land aankomen om daar te gaan wonen.

  • Iemand die immigreert is een immigrant.

  • Voorbeeld: Iemand die vanuit België in Nederland komt wonen is een immigrant in Nederland, en een emigrant vanuit België.

Volgmigratie en Migrantennetwerk

Volgmigratie
  • Migranten houden contact met familie en vrienden in het thuisland en vertellen over successen in het nieuwe land.
  • Familie, vrienden en kennissen verhuizen naar hetzelfde land na positieve verhalen van eerdere migranten.
Migrantennetwerk
  • Migranten uit hetzelfde thuisland hebben contact met elkaar en helpen elkaar met de migratie.
  • Er ontstaat een netwerk van contacten onder de migranten.

Remigratie

  • Migranten keren na een aantal jaar terug naar hun land van herkomst.
  • Redenen:
    • Verlangen naar cultuur en familie.
    • Financiële noodzaak: met gespaard geld comfortabel oud worden in het goedkopere land van herkomst.

Vestigingsoverschot en Vestigingstekort

Vestigingsoverschot
  • Meer mensen immigreren (komen een land in) dan emigreren (een land verlaten).
  • Er komen meer mensen in het land wonen.
Vertrekoverschot
  • Meer mensen emigreren dan immigreren.
Immigratie en Emigratie in Nederland
  • Tussen 2003 en 2007 was er een vertrekoverschot.
  • Vanaf 2008 is er elk jaar een vestigingsoverschot.

Redenen voor Migratie

  • Mensen migreren om verschillende oorzaken.
Lesdoelen:
  • Emigratie verklaren door aspiraties en mogelijkheden.
  • Push- en pullfactoren beschrijven en benoemen.
  • Oorzaken van migratie en verschillende soorten migranten benoemen.
Aspiraties en Mogelijkheden
  • Mensen willen migreren om ergens anders een beter leven op te bouwen (aspiraties).
  • Middelen nodig om te verhuizen naar een ander land:
    • Geld om de reis te betalen.
    • Opleiding om een nieuwe baan te vinden.
    • Connecties met mensen in het land van bestemming.
  • Mogelijkheden om te verhuizen: geld, opleiding en connecties.
  • Rijke landen: vaak wel mogelijkheden, maar niet de aspiraties.
  • Arme landen: vaak wel aspiraties, maar niet de mogelijkheden.
  • Iets rijkere landen: inwoners hebben mogelijkheden en aspiraties om naar rijkere landen te migreren.

Push- en Pullfactoren

Pullfactor
  • Aantrekkingskracht van een nieuwe plek.
  • Redenen om naar een bepaalde nieuwe plek te gaan.
  • Voorbeeld: beter betaalde baan.
Pushfactor
  • Nadelen van de oude woonplek waardoor mensen weg willen gaan.
  • Redenen om van een plek weg te willen.
  • Voorbeeld: oorlog.

Oorzaken van Migratie

Economische Oorzaken
  • Migranten verhuizen om een betere baan te vinden of in een ander land te werken waar de lonen hoger zijn.
  • Arbeidsmigrant: iemand die verhuist naar een ander land om daar beter werk te vinden.
  • Internationale studenten: studeren in een ander land om later beter werk te kunnen vinden.
Politieke Oorzaken
  • Iemand is niet veilig in zijn thuisland.
    • Overheid deelt straffen uit bij bepaalde religie, geaardheid of mening.
    • Oorlog of terreurgroepen hebben de macht.
  • Vluchteling: iemand die om politieke redenen zijn thuisland verlaat, op zoek naar een veiligere woonplaats.
  • Asielzoeker: een vluchteling die in een ander land om bescherming en opvang vraagt.
Natuur Oorzaken
  • Natuurrampen:
    • Aardbeving, tsunami, overstroming, bosbrand of landverschuiving.
    • Mensen hebben geen onderdak meer en zijn genoodzaakt te migreren.
  • Klimaatverandering:
    • Droogte waardoor landbouw mislukt.
    • Zeespiegelstijging waardoor eilanden worden opgeslokt.
  • Klimaatvluchtelingen: mensen die zijn genoodzaakt te migreren door klimaatverandering.
Sociale en Culturele Oorzaken
  • Gezinshereniging: gezin van een migrant migreert ook naar hetzelfde land.
  • Volgmigratie: vrienden en kennissen willen ook naar dat land verhuizen na positieve informatie.

Nederland en Migratie

  • Twee miljoen mensen zijn niet in Nederland geboren.
  • 1,8 miljoen mensen zijn kinderen van migranten.
  • Vooral in de grote steden is een multiculturele samenleving ontstaan.
Migratiepatroon afgelopen zestig jaar:
  • Koloniale migranten uit de voormalige koloniën: Indische Nederlanders en Molukkers na de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië in 1949, Surinamers en Antillianen vanaf de jaren 60. Kettingmigratie speelde een belangrijke rol.
  • Gastarbeiders uit de Middellandse Zee landen: Spanje, Portugal, Italië, Turkije en Marokko. Laagbetaald, ongeschoold werk. Hun kinderen (tweede generatie) en kleinkinderen (derde generatie) zijn hier geboren.
  • Vluchtelingen: uit conflictgebieden verspreid over de hele wereld.
  • Arbeidsmigranten uit Oost-Europa: vooral Polen vanaf 2004.
  • Kenniswerkers: hoogopgeleide kenniswerkers komen steeds vaker naar Nederland.
Gevolgen van migratie voor Nederland
  1. Multiculturele samenleving: veel migranten zijn moslim, hindoe of hebben een andere niet-christelijke religie.
  2. Arbeidsmigranten wonen waar werk is: steden van West-Nederland, negentiende-eeuwse wijken en naoorlogse flatwijken. Ook erkende asielzoekers komen daar vaak terecht. Goedkope huizen en eigen voorzieningen. Hier wonen ook niet-migranten met een laag inkomen en opleiding. Culture botsingen en spanningen kunnen ontstaan.
  3. Arbeidsmigranten doen meestal werk dat anders niet gedaan zou worden. De opvang van vluchtelingen kost geld. Zolang asielzoekers niet erkend zijn, mogen ze niet werken.
  4. Het overheidsbeleid tegenover arbeidsmigranten uit niet-EU-landen veranderde. Eerst werden er gastarbeiders geworven en werd gezinshereniging gestimuleerd. Later werd immigratie en hereniging moeilijker gemaakt.
  5. Later werden ook de regels rond gezinshereniging strenger. De kettingmigratie nam af en het aantal niet-geregistreerde migranten (die geen wettige toestemming hebben) steeg. Begin 21e eeuw kwam er een scherper integratiebeleid met een inburgeringsplicht, gericht op taalonderwijs en kennis van de Nederlandse samenleving.
  6. Discussie over hoeveel migranten Nederland kan opnemen. Sommige mensen en politieke partijen zijn tolerant, anderen zijn voorstander van immigratiebeperking. Dit hangt soms samen met de mate waarin je te maken krijgt met andere culturen en hoe goed je geïnformeerd bent. Het is ook belangrijk om helder te hebben over welke groepen migranten je praat.

Migratie in de Wereld

  • Wereldwijd zijn er ongeveer 250 miljoen internationale migranten, ongeveer drie procent van de wereldbevolking.
  • De meerderheid van de migranten verlaat hun land voor werk, studie of familie. Slechts een klein deel is vluchteling.
Migratiepatroon
  • Voor minstens tachtig procent binnenlandse migratie.
  • Een veel kleiner deel: buitenlandse migratie.
  • Veel internationale migranten blijven in de buurt van hun geboorteland of vertrekken naar een land met dezelfde taal of een gedeeld verleden.
Waarom Migreren Mensen?
  • Arbeidsmigranten: grootste groep, verhuizen omdat ze in een welvarender land een betere toekomst verwachten (economische redenen).
  • Gezinsmigranten: tweede groep, verhuizen omdat ze een andere migrant volgen (sociale redenen).
  • Gezinshereniging: migrant laat gezinsleden overkomen.
  • Gezinsvorming: vrijgezelle migrant laat een partner uit herkomstland overkomen.
  • Vluchtelingen: op de vlucht voor oorlog of vervolging (politieke redenen).
  • Asielzoeker: iemand die erkenning als vluchteling zoekt. Ongeveer zeven procent van alle internationale migranten.
  • Internationale studenten: steeds grotere groep migranten, blijven vaak na hun studie in het bestemmingsland om te werken.
  • Natuurrampen: kunnen mensen ook tijdelijk op de vlucht doen slaan naar veiligere gebieden.
Aspiraties en Mogelijkheden
  • De meeste migranten komen uit middeninkomenslanden.
  • Economische groei en ontwikkeling in de armste landen leidt vaak tot meer emigratie.
  • Vooral jongeren, hoger opgeleiden, mensen met geld en veel contacten kunnen vertrekken.
  • De armste mensen kunnen dat juist niet.
  • Aspiraties: wens om de eigen situatie te verbeteren.
  • Mogelijkheden: middelen om die aspiraties uit te voeren.
Kettingmigratie en Migratienetwerken
  • Kettingmigratie: eenmaal gestarte migratie leidt vaak tot méér migratie.
  • Migratienetwerken: relaties die thuisblijvers en migranten met elkaar onderhouden.
  • Door familiebanden, vriendschappen en relaties met dorpsgenoten worden het gebied waar migranten vandaan komen en waar ze naartoe gaan met elkaar verbonden.
  • Voor nieuwe migranten wordt het hierdoor makkelijker om te migreren.

Gevolgen voor de Herkomstgebieden

  • De allerarmsten uit de arme gebieden migreren juist niet. Pas als een gebied een bepaalde welvaart krijgt, begint de migratie toe te nemen.
Demografische Gevolgen
  • Door arbeidsmigratie verandert de omvang en samenstelling van de bevolking in het herkomstgebied.
  • Arbeidsmigranten zijn vaak jonge mannen en steeds vaker ook vrouwen. Oudere mensen blijven achter. Partners en kinderen gaan vaak niet gelijk mee. Zo ontstaat er een onevenwichtige bevolkingsopbouw.
Economische Gevolgen
  • Arbeidsmigratie zorgt voor geldzendingen: geld dat arbeidsmigranten naar het herkomstgebied sturen.
  • Deze geldzendingen leiden vaak tot een enorme verbetering van de levensstandaard van families in herkomstgebieden. Thuisblijvers investeren dit geld vaak in bedrijfjes, landbouw, scholing, gezondheidszorg, maar vooral ook in nieuwe huizen.
  • Door arbeidsmigratie neemt de werkloosheid soms af. Minder gunstig is dat het vaak de meest ondernemende arbeidskrachten zijn die weggaan.
Sociaal-Culturele Gevolgen
  • Arbeidsmigratie kan bijdragen aan culturele veranderingen in herkomstgebieden.
  • De thuisblijvers krijgen door de goede berichten van de vertrokken migranten en het hogere welstandniveau van migrantenfamilies steeds meer aspiraties.
  • Mensen met migranten in de familie en terugkerende migranten krijgen vaak meer aanzien en een hogere sociale status.
  • Ook worden er door de migranten nieuwe ideeën, normen en waarden binnengebracht, waardoor modernisering plaatsvindt.
  • Soms leidt migratie tot een braindrain: hoger opgeleiden verlaten een land om elders een hoger salaris en beter werk te kunnen vinden.
Aspiraties en Mogelijkheden om te Migreren
  • In een gebied met zeer veel armoede zijn de aspiraties beperkt. Er zijn ook nauwelijks mogelijkheden. Er vindt niet veel migratie plaats.
  • Stijgt het welvaarts- en opleidingsniveau, dan worden de aspiraties in de regel ook groter, maar er zijn nog niet genoeg mogelijkheden.
  • Pas als er voldoende welvaart is, zijn er genoeg mogelijkheden om te migreren. Mensen hebben geld om te verhuizen. Door onderwijs en toegang tot informatie via de media nemen ook de aspiraties verder toe.
  • Als het nog beter gaat met de economie, nemen de aspiraties weer af. Men wil niet meer zo graag migreren en blijft liever in het welvarende gebied. Sterker nog, steeds vaker komen de mensen terug naar het gebied, en ontstaat er retourmigratie.

Begrippen

  • Acculturatie: Proces waarbij door contacten met een andere cultuur de bestaande cultuur verandert.
  • Allochtoon: Iemand die in een ander land woont dan waar hij geboren is, of iemand waarvan één of beide ouders geboren zijn in het buitenland. Tegenwoordig: persoon met een migratieachtergrond.
  • Arbeidsmigrant: Iemand die verhuist om in een ander land (beter) werk te kunnen krijgen.
  • Asielzoeker: Iemand die op de vlucht is en erkenning als vluchteling zoekt.
  • Autochtoon: Iemand die woont in het land waar hij geboren is, of iemand waarvan beide ouders in het land zijn geboren waar hij nu woont.
  • Bestemmingsgebied: Gebied waar migranten naartoe gaan.
  • Binnenlandse migratie: Verhuizen van mensen binnen hun land.
  • Braindrain: Hoger opgeleiden en getalenteerde mensen verlaten een land om zich elders te vestigen.
  • Buitenlandse migratie: Verhuizen van mensen naar een ander land.
  • Derde generatie: Kinderen van de tweede generatie.
  • Eerste generatie: Migranten die in het buitenland zijn geboren en opgegroeid.
  • Emigrant: Iemand die een land verlaat om zich elders te vestigen.
  • Gastarbeider: Iemand die tijdelijk naar een ander land komt.
  • Geldzending: Geld dat arbeidsmigranten naar het herkomstgebied sturen.
  • Gezinsmigrant: Migrant die verhuist omdat hij een andere migrant volgt.
  • Gezinshereniging: Het laten overkomen van de gezinsleden van een migrant die zelf al eerder is vertrokken.
  • Gezinsvorming: Het laten overkomen van een partner uit het herkomstland door een vrijgezelle migrant.
  • Herkomstgebied: Gebied waar migranten vandaan komen.
  • Immigrant: Iemand die een land binnenkomt om zich daar te vestigen.
  • Integratie: Migranten en niet-migranten nemen cultuurelementen van elkaar over.
  • Integratiebeleid: Maatregelen gericht op het bevordering van integratie van mensen met een migratieachtergrond.
  • Kettingmigratie: Het fenomeen dat eenmaal gestarte migratie tot steeds méér migratie leidt, omdat gevestigde migranten nieuwe migranten helpen via migratienetwerken.
  • Koloniale migrant: Migrant die verhuist van een voormalige kolonie naar het land waar deze vroeger een kolonie van was.
  • Migratienetwerk: Het geheel van relaties die de thuisblijvers, toekomstige migranten en geïmmigreerden met elkaar onderhouden. Deze netwerken maken kettingmigratie mogelijk.
  • Multiculturele samenleving: Bestaan van verschillende culturen binnen een samenleving die met elkaar samenleven.
  • Retourmigratie: Mensen verhuizen terug naar het land waar ze vroeger uit vertrokken zijn.
  • Segregatie: Het ruimtelijk gescheiden leven van groepen mensen.
  • Tweede generatie: Kinderen van migranten die wel in het bestemmingsland geboren zijn of daar op jonge leeftijd naartoe zijn verhuisd, maar waarvan minimaal één van de ouders in het buitenland is geboren.
  • Vluchteling: Iemand die verhuist omdat hij op de vlucht is voor oorlog of wordt vervolgd vanwege zijn geloof, mening of seksuele voorkeur.

Gevolgen voor de Bestemmingsgebieden

  • Arbeidsmigranten en vluchtelingen vestigen zich in een land. Ze nemen daarbij hun eigen cultuur met zich mee. Soms ontstaan daardoor spanningen. Er zijn mensen die de migratie willen beperken, terwijl anderen dat niet willen.
Demografische Gevolgen
  • Door migratie verandert de bevolkingssamenstelling van het bestemmingsgebied. Dit komt doordat de eerste generatie migranten in de regel jong is, hoewel zij later vaak gevolgd worden door gezinmigranten. Arbeidsmigranten gaan wonen in de plaatsen waar werk is. Dit zijn de steden in de meest welvarende regio's. Als laagopgeleid zijn, wonen ze vooral in wijken met goedkope huisvesting. Hoogopgeleide migranten wonen in betere buurten. Vluchtelingen worden meestal opgevangen in asielzoekerscentra. Pas na het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen ze kiezen waar ze willen wonen.
Economische Gevolgen
  • Veel arbeidsmigranten doen laagbetaald en ongeschoold werk dat de bevolking van het bestemmingsland niet wil doen. De laatste decennia is het aantal hooggeschoolde 'kenniswerkers' die beter betaald werk doen sterk toegenomen. Soms blijven migranten langer werkloos, zeker in tijden van economische crises. Dit komt gedeeltelijk doordat migranten soms gediscrimineerd worden en daardoor moeilijker aan werk en stages komen.
Sociaal-Culturele Gevolgen
  • Door migratie ontstaat een multiculturele samenleving. In een land zijn dan diverse groepen met verschillende culturen die met elkaar samenleven.
  • Door de contacten met een andere cultuur kan ook de cultuur in het bestemmingsgebied veranderen. Dit noemen we acculturatie. De cultuur van de ontvangende samenlevingen is daarbij wel dominant: het zijn de migranten die in de regel de grootste aanpassingen moeten doen, zoals het leren van de taal en het overnemen van de gebruiken en gewoonten. Soms ontstaat er segregatie. Dit is de (ruimtelijke) scheiding van groepen mensen. Zo wonen migranten vaak geconcentreerd. Het tegenovergestelde van segregatie is integratie. Migranten nemen dan cultuurelementen van het bestemmingsland over.
  • Migratie levert ook spanningen op in de ontvangende samenleving. Die spanningen kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat mensen in het bestemmingsgebied bang zijn dat hun cultuur te veel verandert. Omgekeerd willen migranten vaak elementen van hun cultuur van thuis behouden.
Reacties en Politiek
  • De reacties van de inwoners van het bestemmingsgebied op de komst van arbeidsmigranten of vluchtelingen verschillen. Sommige mensen zijn tolerant, anderen zijn bang voor buitenlanders. Sommige landen willen vluchtelingen helpen en hebben een ruimhartig asielbeleid.
  • Soms wil de overheid juist dat er meer migranten komen, en bedrijven lobbyen dikwijls voor het werven van migranten. Vooral vakmensen, zoals loodgieters en koks, maar ook hoger opgeleiden en studenten, zijn steeds vaker welkom. Rijke landen dingen vaak naar de gunst van dit soort migranten in een mondiale battle for brains. Lager opgeleide arbeidsmigranten zijn vaak minder welkom, maar hun aanwezigheid wordt getolereerd, zelfs al hebben zij geen verblijfspapieren. Regeringen doen dan een oogje dicht, omdat zij nuttig werk verrichten, bijvoorbeeld in de horeca, tuinbouw en schoonmaaksector.