lesnotities archeo griekse wereld 2026
inleiding
algemeen overzicht van evolutie van materiele per tijdsvak per regio is dit van 7ka bc→ hellenistische periode.
main narative. (grote verhaal)
tot en met hellenistische periode nog geen politieke eenheid→ voelden zich wel verbonden (gemeenschappelijke taal, cultuur en religie)
ellada (nu)→ hellenes→ verwijst naar hellen
op de kaart
vaste land
groot gebied
schiereiland
pelopenessos
verbonden met vaste land tot kanaal van corinthe (18de eeuw)
eilanden
kreta
cycladen ‘in een cirkel’
dodecanesos (kust van anatolië)
NO eilanden
lesbos
…
ionische eilanden
‘magna graeca’
met kolonies en handelsposten.
neolithicum
6900-4500 V.C.
chrologie→ akeramisch neolithicum→ vroeg neo→ midden neo→ laat neolithicum→ finaal neolithicum
absolute dateringen door koolstof 14→ maar de data kunnen dus per regio nog veranderen.
kaart op ppt→ elke stip is neolitische site
meeste op griekse vasteland→ op vlakte van tessalië→ zeer vruchtbaar.
vroeg en midden neolithicum
in attica ook grote concentratie
creta komt ook op doorheen neolithicum→ daar zijn de concentraties heel dicht.
minder grondstoffen op eiland dus moet zich anders organiseren van vaste land
vanaf mid neo vanuit levant kreta ‘gekoloniseerd’
neolithisering
in griek oudste en aceramisch (zonder aardenwerk) neo sites van europa
kenmerken neolithic revolution
maken van AW
van levant, china, siberië afkomstig wss
hier kant en klaar binnen gebracht→ want geen trail en error terug gevonden.
permanente nederzetting→ sedantarisatie
zo efficiënt mogelijk regelen
vanaf begin al materieel kenmerk dat sociale eenheid is.
domesticatie dieren+ planten
al de eerste dieren gevonden in neo sites in griek dus zijn van ergens anders zijn gekomen
vooral geiten en schapen (varkens in bossen)
planten
gerst, tarrwe, haver, puilgewassen, wikke. (afhankelijk van regio)
sociale gevolgen
takenverdeling
tussen man en vrouw vb
energieinvestering
beplanten, wieden, irrigeren, oogsten, verwerken→ arbeids intensief→ levenswijze was keuze voor zware levensstijl en enorm afhangkelijk van akkers.
hoe introductie landbouw en veeteelt
zekerheid→ binnengebracht
wss niet allemaal tegelijk
door grootschalige migratie/ kolonisatie van N levant en balkan?
geleidelijke transmissie van technieken?
migratie van kleine groepen→ scattered immigrants?
wss mix van de 3 afhankelijk per regio
vb kreta→ zeker dat migratie moest zijn→ geen voorafgaande bevolking gevonden.→ moeten dus met dieren en planten en zaden overgevaren geweest zijn.
cycladen→ pas gekoloniseerd laat neolithicum→ want zijn meest uitdagende van griekse land om op te overleven.
case studdies
franchthi grot (peloponnesos)
dicht bij argos vlakte
belangrijke jong paleolitische site
enige plek griek met ononderbroken sequentie meso naar neoliticum
mesolithicum
dieren en planten gevonden zijn van wilde soorten
obsidiaan gevonden→ vulkanisch materiaal→ kunnen vaststellen vanwaar het is→ uit Mekos.→ dus er werd zoizo aan zeevaart gedaan.
neolithicum
datering hier 6900 bc
gedomesticeerde zaden en dieren
bewoning verbreden→ niet enkel meer grot maar ook er rond+ terasmuren en landbouw dus.
objecten
juwelen met schelpen (die we ook kunnen traceren)→ over grote afstand verhandeld
gepoleiste bijlen van hard gesteente→ ook herkomst van te bepalen
verwijzen er dus op dat vanaf neolithicum al grote handelsroutes waren
ceramiek→ figurines, spinnengewichtjes→ dus was textielbewerking.
keramiekproductie (chaine operatoire)
met slijpplaatjes kunnen we zien wat er in het aardewerk zit en waar het vandaan komt→ te zien dat afgewerkte ceramiek ook uitgewisseld werd.
selectie klei+ magering (toegevoegd zodat het plastisch en elastisch is)
kleiringen opbouwen + afschrapen
sliblaag uit verdunde klei→ waterdicht maken
gladden van oppervlak ‘burnischen→ glimmend effect
decoratie aanbrengen motieven aanbrengen over elkaar→ met verschillende sliblagen voor bruine of zwarte kleur
bakken initieel in grachten of kuilen maar vanaf MN ook in ovens
typologie
van open vormen naar meer gesloten vormen→ steeds complexere en later ook grotere oplsagkruiken. (vroeg neolithicum ceramiek nog uitzonderlijk, wss luxe product)
vroeg neolithicum
gegladde ‘burnisched’ ceramiek
monochroom burnished
early painted
midden neolithiche ceramiek
complexere decoratie enzo
in tessalie met rood ‘dambord’ patroon→ veeel uitgewisseld.
red on white painted pottery
laat neolithicum
pythos
trichrome ceramiek
rood → oxiderende omgeving
zwart→ reducerende omgeving
geel→ ergens tussen in
red polished uit tessalië
neolitische figurines
evenveel mannelijke als vrouwlijke ongeveer (maar vrouwlijke ‘venus beeldjes’ bekender), mannelijke worden meestal gezeten weergegeven
dierlijke figurines zijn er ook.
interresant om depositie te zien
huismodellen
laat zien dat het altijd zadeldak was met 1 of 2 kamer→ kunnen dit ook in echt vast stellen
versiering, kan mss wel.
meestal stevige fundering en dan de wanden met verganende materialen met klei bekleed (waterdicht)→ mss ook versierd
laat neolithicum
marmere figurine→ meer abstract. ‘terracota’ figurines
huizen ook uit archeologische resten (op ppt chaine operatoire van huis)
kan door 1 gezin gebouwd worden.
technieken
stenen fundering
torchis→ vlechtwerk bedekt met klei
of pise techniek
met mud brick
type nederzettingen
grotten
dacht vroeger oudste nerderzettings type maar wss religieuse functie
permanente opelucht nederzettingen
aanwezigheid van goede landbouwgrond en water bepalend
aanwezigheid van bossen (op vaste land)
voor voedingsstoffen
toumba (tell)
opbouw van occupatieniveau’s
case studdies
sesklo (A en B) LN
verschil a en b is de ligging
a→ op de toumba (op de top)
b→ in de vlakte
weinig materiele cultuur verschil van a en b maar op a meer luxe ceramiek te vinden.
gebouw vanboven→ wss voor gemeenschappelijke activiteiten→ eten, feesten en religieuze evenementen
doordat mensen gemeenschappelijke activiteiten is er cohesie.
of er echt ‘chief’ was kunnen we niet uitsluiten
grondplan van gemeenschappelijk huis is anders dan grondplan van normaal huis in B
bestaat uit 3 delen→ megaron huis genoemd→ blijft bestaan tot destructie miceense paleis beschaving. in die tijd nooit gebruikt voor residentie.
materiele cultuur sesklo
ceramiek
gezeten mannen figuren
oudste voorstelling van moeder en kind (moeder zit)
gebakken klei zegels met motief→ mss gebruikt voor bestempelen van textiel of broden fzo.
dimini
plan lijkt op sesklo
opnieuw concentrische muren en op hoogste teras weer megaron gebouw
terwijl sesklo op einde neolithicum verlaten wordt wordt dimini tot bij bronstijd nog wordt gebruikt→ groeit zelfs uit tot groot centrum (is tholus graf)
lokale productie
pottenbakkers ovens enzo
ook geen huis dat op ‘chief’ wijst
op slides spondilus schelp te zien→ status symbool.
wss dus wel status verschillen maar geen instutiolaliseerde hiriarchie
nikomedeia
oudste voorbeeld van ‘heiligdom’
centraal gebouw met palen rijen met smalle ruimtes langs hoofdkamer waar deposities van figurines en teracota containers gevonden.
datering c14→ 6250-6050 v.C.)
kreta
keratos rivier gebruikt om knossos te berijken
pak stratigrafie grondlaag van neolithicum veel dikker.
ceramiek (op knossos)
meestal monochroom
als niet monochroom dan streepjes en puntjes.
huizen knossos laat neolithicum
veel complexere architectuur dan vaste land→ meer kamers en is nagedacht over ruimtelijke indeling
op basis van versprijding van artifacten groei zien→ zie ppt
doorheen neolithicum
verandering van ruimtelijke organisatie
vroeg en midden neo→ a op diagram
open nederzetting met interne en externe kookfaciliteiten
laat neolithicum
open koeren met kookfaciliteiten afgescheiden door muren en greppels
afscheiding dus van groepen en beroepen en zich dan gaan profileren→ ook bevestigd met materiele cultuur
finaal neoliticum en early bronze age
kookfaciliteiten in interne keukens of afgesloten keuren.
hier de tendens profileert zich nog meer→ typisch voor vroege bronstijd dan
van egalitair ethos naar meer intercultureel huishouden.
hier dus ook eerste strucurele hiearchise verschillen.
dan komen we aan bij profileren van bep groepen van andere→ grote verschil van neo en brons
finaal neolithicum en vroege bronstijd
samen genomen als logisch blok van tijd→ is overgang van neolithicum en vroege bronstijd
vroeger dacht men dat er grote breuk was maar is relatief→ metalurgie begint niet echt met bronstijd.→ aantal veranderingen begin bronstijd gaan eig langer terug dan vroege bronstijd (namelijk finaal neolithicum)→ overgang niet plots maar geleidelijk proces
regionale verschillen→ breuk tussen noord, centraal en zuid griekenland
zuid griekenland sneller evolueren urbane centra
ertsen van koper uit cycladen en legeren met arcenicum→ toxich product.
noord minder urbane centra maar sneller warme metalurgie (smelten en maken van legeringen)→ omdat dichter bij metaal rijke regio (in balkan ook heel snel ontwikkelt)
economie→ landbouw en veeteeld+ metallurgie( stimulans lange afstand handel, eerst grondstoffen maar later ook afgewerkte producten.)
grondstoffen
cycladen leveren zilver lood en koper, siphnos en Larvion. (finaal neolithicum enkel nog uit siphnos en eiland er boven. aan zuid griekkenland
balkan levert aan noord griekenland
eerste egyptische materiaal komt binnen in kreta
hoe komt het daar?→ via cycladen.
sites finaal neolithicum
zeldzaam→ niet gevonden
keos (op cycladen)
slecht bewaarde nederzetting met necropool
necropool→ eerste indicatie van sociale stratigrafie
40 graven (verschillende types)→ 65 individuen gevonden.
inhumatie (primaire begraving)
9 graven met bijgaven→ 1 met meer dan 1 bijgave.
ceramiek, obsideane artefacten, koper artefacten, slakken
niet zien als reflectie van demografie van wie er leefde→ veel minder mensen begraven dan dat er leefden→ niet iedereen begraven.
typisch→ gelegen op promotorium→ gericht waren op lange afstands uitwisseling.
oudste bewijs warme metalurgie→ smeltkroes
Knossos FN
verschuiving nederzittings patroon→ vanaf FN ontstaan van onafhankelijk huishouden→ individueel profileren.
opslagplaatsen in huizen nemen toe
scheiding treed op tussen verschillende huishouden.
specialisatie van ambacht.( kiem van sociale stratificatie)
geen neolithische graven gevonden op knossos.
vanaf brons tijd evolueert alles rapper op kreta en cycladen
vroege bronstijd
eerste urbane centra
meestal gevonden op plekken met lange afstandst handel.→ versnelling op sociale verschillen enzo
niet echt ‘stad’ fzo
wel monumentale architectuur+ publieke voorzieningen ( omheiningsmuren en geplaveide koeren→ moet dus ‘stads bestuur avant la letre’ zijn geweest)
chronologie
zie ppt
low dates gebaseerd op gelijkenissen met andere culturen in stratigrafie
high dates gebaseerd op uitbarsting van acrotirie (vulkaan)
kreta vroege bronstijd
weinig sites→ omdat bewoond door hele tijd dus dan zijn deze verwoest door latere ocupaties
knossos, phaistos, malia daar onder latere paleis beschavingen vroege bronstijd gevonden.
typsich voor voorlopers gebouwen→ veeeel koeren→ percentage open ruimte meer dan overdekte ruimtes. ze bieden ruimte voor mensen om samen te komen. uit vroeger bronstijd kunnen we weten dat op de koeren de activiteiten samen gingen met eten en drank.
omdat→ grotere nederzetting moet dan een bestuurvorm zijn→ gemeenschappelijke activiteiten om vrede te onderhouden binnen gemeenschap.
KNOSSOS
langste occupatie van kreta
vroege bronstijd eerste ‘koer’ er langs 2 speciale structuren. gevonden onder koer van bronstijd
westkoer was er toen ook al eig
gebouw tussen westkoer en centrale koer was er ook al in vroege bronstijd→ dus like 2000 jaar in gebruik.
weten we omdat ze ouden muren gebruikte voor nieuwere gebouwen. (nw gedeelte kan je daar nog altijd zien van vroege bronstijd)
sites vroege sites
maar 1 voorbeeld van volledig opgegraven site vroege bronstijd (gelijk met urbane centra knossos dus
myrtos
Vroeg Minoisch 2
klusters ‘verschillende huishoudends’ te identifiseren adhv werk activiteiten en eigen opslag plaatsen.
vondstend→ ‘de godin van myrthos’ wss rituele betekenis maar lijkt op teepot
bevolking 40 personen.
zo kunnen we in die tijd kreta voorstellen.→ zelfs in deze ‘kleinere nederzettingen’ al lange handel
funeraire data
eig nooit nederzetting en necropool gevonden
in zuid kreta thollos graven→ collectieve begravingen (secundaire begravingen)
oost kreta huis graven → paar kamer huizen met plat dak waar mensen in begraven zijn (ook collectieve begravinigen maar minder mensen dan tollos) primair en secundair
objecten→ in sommige graven meer bijgaven dan andere.
in noord geen begravingen gevonden→ wat deden ze? mss vermenging van de 2?
mochlos tomb I-II-III
differentiatie in grafgiften (huisgraven maar in tholusgraven zelfde dingen gevonden)
meeste geplundert
grootste aantal stene vazen gevonden.
heel vroege stieren spring scène
zegelstenen
gelijktijdig in cycladen
welvarende nederzettingen (maar bep schaal)→ door rijke ondergrond→ crutiaal handel.
ze waren de zeevaarders van bronstijd→ afbeeldingen van long boats
handelsposten gesticht zie kaart. → daar typische cycladische nederzettingen gevonden maar niet zo lang bestaan. dan stopt de overheersing van de cycladen.
SITES
skarkos (ios)
op terassen nederzettingen gebouwd
veel huizen hadden 2 verdiepingen.
vondsten
ingebouwde kasen, weefgewichten, maalstenen, …
keros
resente ontdekking
eerste maritieme heiligdom van cycladen
volgebouwd met marmere huizen (geen gewone bouwsteen en komt van ander eiland→ veel bewijs van productie metalurgie
cycladische figurines.
met opzet gefragmenteerd→ wss ritueel.
zien we ook ‘evolutie’ in.
schematisch→ naturalistisch→ abstrakt.
keros hoard→ suuuper veel→ ook dat wijst er op dat dit speciale plek was.
meestal is het gwn in begraving
staan op tippen→ wss bedoelt vr liggende.
cycladische graven
kist graven, afgezet met stenen platen.
de figurines vinden we meestal in 1 of 2 vondsten per necropool.→ bedoeling ervan weten we ni eig (niet gevonden in rijke graven)
resten van pigmenten tatoeages?
rijke graven→ marmere vaatwerk.
griekse vasteland
corridor houses (huizen met gangen)
gangen gebouw omdat het gangen met trappen heeft die leiden naar boven verdieping. (geleiktijdige huizen van nederzettingen geen bovenverdieping)
vorm van monumentale architectuur (in vergelijking met gelijktijdeige architectuur)
best bewaard merna
muren bezet met plijster laag (in verschillende kleuren)
gespesialiseerde functie: opslag van voedselvoorraden en andere goederen. ook de gevonden producten zijn van goede qualiteit.
verzegelingen gevonden→ klei klompjes die bevzstigd werden op nek van voorraadskruik→ systeem van administratie en beveiliging van voedsel in dit huis.
hier dus ook gedaan aan gemeenschappelijke activiteiten om sociale cohesie te versterken.
begraving
weinig gekend
graven minder zichtbaar→ meestal putgraven met een pot ofzo of rotsgraven
wel ronde structuur gevonden→ grafheuvel met compartimenten.→ bij elke bijzetting stuk van heuvel weg gegraven.
altijd individuele begravingen
de periode van de minoische paleizen (ca 1900-1450 V.C.)
onderscheid proto en nieuwe paleistijd→ lijkt logisch maar→ ‘proto’ gedateerd want daar voor waren er al vormen van de paleizen.
grote aardbeving die veel schaden aanrichten.
in knossos grote destructie→ meeste geruimd
in phaistos→ anders verlopen, ruines opgevuld met puin en daar op voort gebouwt→ handiger voor ons.
sites die we gaan bespreken→ knossos, phaistos, amalia, ajatriada
ALGEMENE WOORD
wat verbind de verschillende gebouwen?→ de couren en de ‘3’ architecorale vleugels→ vertonen zelfde bouw elementen maar anders uitgewerkt.
gebruik zandsteenblokken ( ashlar) voor W fassade→ wss belangrijkste→ toegang vanuit westen.
architectuur elementen die ze delen orthostaten, zuilen (uit hout), minoan hall (ingenieus complex van kamers), lustral basin (ritueel bad), portieken,…
kreta uniek van zo een monumentale gebouwen in die tijd.
evans en minoische cultuur
voor zijn opgravingen ‘voorspelde’ hij al wat hij ging vinden→ vooraf al beslist dat hij paleizen wil vinden.
residentie van monarch?→ bewijs door zogenaamde troonzaal die hij vindt. in drie seizonenen uitgegraven
veel rituele objecten→ benaming wordt palace- sanctuary (koning wordt koning priester)
nergens op wereld zo→ dus kans dat hier wel is dus…
1973→ new archeologie→ nadenken over het bewijs hiervan.→ belang van economisch aspect
21ste eeuw→ kritisch naar evans zijn data→ data ondersteunt interpretatie niet.
het gebouw gebouwd naar zijn idee. (knossos)
knossos
op (kephala) heuvel
veeel gefocust op de eliten→ enkel ‘paleis’ opgegraven en de wegen→ al de wegen leiden naar dat centra.
plan op ppt
west cour met ingang
centrale cour
noord westelijke hoek stond er al vanaf vroege bronstijd→ geconserveerd in paleis→ dit is al teken dat het geen paleis is→ overal anders worden per koning nieuw paleis.
religieuse gebouwen steeds zelfde plek bij nieuwe fases.
royal road→ verbinding van ‘little palace’ met palace
met verhoogt deel in midden
komt aan in theatraal deel→ weg dus bestemd voor processie weg.
Troonzaal
in eerste seizoen gevonden
voorruimte met mosaiko vloeren en banken→ via hier kan je troonzaal binnen.
troon→ mooi versiert, verwijzing naar houte stoel en verweizing van bergen
wss voor vrouwlijke figuur→ er staat grifioen op→ in iconografie worden grifioenen samen met vrouwen afgebeeld.
trappen naar beneden→ lastule basin→ afgezet met stenen platen (gipsum→ niet water dicht)→ rituele rijnigingen.
speciaal→ verbining tussen 2 kamers→ polytheron (vele deurven systeem)→ 2 aparte doorgangen met deur stèle→ elke doorgang had dus 2 zijvluigels.
inner sanctuary→ sporen van voedselvoorbereiding.
westelijke toegang→ (weer geen enkel rechte lijn)→ lange donkere gang (corridor of the processions→ met lovensgrote figuren op geschilderd)→ tegen dat je op centrale cour komt hele orientatie kwijt.
magazijnen→ kruiken die je er vind zijn meestal echt. de frescos niet, die staan in museum van heraklion.
oost, noord, en, zuid vleugel (zuid minder ontwikkeld, is ook typisch)
in oost wel bewijs voor 3 verdiepingen→ trappen door verschillende verdiepingen.
plannen voor het her op te bouwen maar niet helemaal gebeurt
nu moeilijke te zien wat echt was en ni
minoische hal
stene stèle nog gevonden men schuursel van deuren
vaak lichtbron.→ open waar licht door kan stromen.
bijna nooit rechte toegang→ wat wat je ziet wordt uitgesteld.
zuilen→ zwarte en ronde→ geinspireerd op frescos (want zuilen niet bewaard)
onderaan dunner dan boven aan.
fresco’s
vrouwen lijken meestal het centrum te zijn van rituelen
geen leiders iconografie→ wel veel rituele iconografie.
blauwe apen, stieren spelen scenes
prince of the lilies→ is eig door evans uit ge filtert om een ‘koning’ te rechtvaardigen.
2 diepe stenen kisten onder laatste vloer→ onder troonzaal→ helemaal vol met rituele objecten.
‘moeder godin’ maakt evans er weer van
schelpen en nabootsingen van schelpen
skelet dat volgens evans te maken had met de moeder/slagen godin→ maar foto er van inscene gezet→ was skelet van wezel.
vermoed dat elke ‘paleis’ vergelijkbaar is met poleis→ dus een onafhangkelijke staatjes.
Malia (oosten
evans heeft dit niet herbouwd→ je ziet nog de authentieke structuur
minder groot dan knossos
malia ook wel behoorlijk groot
vertoont gelijkaardige kenmerken.
alle wegen leiden ook naar het ‘paleis’
op hele site niets anders gebouwd.
phaistos zuiden
geen zuid vleugel→ zou moeten zijn waar ravijn is
nieuwe paleis bovenop oude paleis
vanaf trap nieuwe paleis.
je ziet nog goed facade eerste paleis→ 3 verdiepingen bewaard vol met objecten
west cour meer met wegen die er op liepen
cultusplaatsen
makkelijke identificatie
op net niet hoogste bergtop→ peak sanctuaries
resten van activiteiten te zien.→ figurines, antropomorfe en theromorfe,…
vb
louktas (8km z van knossos)
louktas berg is heilige berg→ later heiligdom van zeus (liggend gezicht)
met vuren kon je met andere heiligdommen cominuceren
stevige structuur
wat?
tafels en opslagplaatsen
dus samen met feesten
altaar (getrapte cultuur)
rotsspeet met rituele objecten.
dubbele bijl
figurines
op offertafels veel tekst.
grotten
op zich al speciale plekken→
vb psycho grot
ook veel objecten terug gevonden, heel groot tot klein.
wat deed men?
offers brengen
aanbidden
communale feesten?
weten niet wee vereert→ geschrift niet ontcijfert.
evans zij enkel moedergodin
wss polytheïsme
wnr einde minoische cultuur dacht men vroeger miceners veroverde eiland→ liniair B tabletten wel ontcijfert→ verwijzingen naar minoische godheden→ zowel mannelijke en vroruwlijke goden.
plekken in de natuur, bronnen en bomen enzo
geit ook vereert door minoers (inheemse soort op kreta)
elk heiligdom centraal heiligdom.
figurines
ook metale figurines, vrouwen en mannen
maken bepaalde gebouwen.
houte figurine heeel gedetaileerd en met bladgoud verkleed→ in brand distructie. komt op moment dat myceners kreta innamen
voor de rest weilig voorstellingen van goden→ veel figurines in hout gemaakt
vazen
gat onderaan?
stier voor ritueel plengen van vloeistof
kunnen niet rechtstaan.
zegelstenen uit steen
met metale zegel ringen
om gedragen te worden
boeilende voorstellingen.
legt ze nog ver uit over wat er wordt afgebeeld.
hing wss samen met status
wss met vergrootglas ingegraveerd.
geschriften
2geschriften
gedurende 1000 jaar
kretenzische hirioglyphische en lineair A
weten niet welke taal het is→ maar geen grieks
tablet hirioglifisch→ 4 zeides beschreven→ heel pictografisch→ ook op zegelstenen
lineair A→ enkel schrift op 2 zijden → lineair b gebaseerd op lineair b→ we kunnen tegenwoordig lineair A lez maar weten ni wat het zegt
De periode van de Minoïsche “Paleizen→ buiten kreta
kreta grote uitstraling op rest van egeisch
materiele cultuur van kreta versprijd over groot gebied→ van cycladen tot tot griekse vasteland en eilande van anatolie, egypte en israel, libanon en syrië
meestal over mobiele objecten→ minoische ceramiek, metalen objecten, …
we zien plekken met meeste hoeveelheid liggen wel dichter bij kreta (zoals griekse vasteland.)
ook architectuur en frescos in lokale gebouwen.→ rondreizende architecten en frescoschilders?
verklarren minoisatie van andere regio
kolonisatie? is wat achterhaald
handelsposten?→ wil niet zeggen dat het enkel door kretenzers bewoond was
versailles effect→ dingen nageboodst en geimiteerd op kleinere schaal op andere plekken (niet percee politiek zelfde of macht)
santorini
wss buiten verhandelen van objecten ook spraken van kretensische bewoning.
opgegraven
site acrotiri (zo tipje van eiland) (het pompeii van griekenland)
bedolven onder grote lagen vulkanische as en puin
vooral losstaande huizen en complexen
gebouwen gekenmerkt door architectuur→ meerdere verdiepen en veel versierd met fresco’s.→ rijke welvarende huizen→ hebben we eig nergens zoveel.
huizen van handelaren enzo.
geen enkel lichaam gevonden→ wss gevlucht en wisten dat het er aan zat te komen
door uitbarsting→ alles begraven en vergankelijke materialen verbrand→ negatieve plaatsen met plaaster van parijs gevuld zodat je kan zien hoe het was.→ veel info over gebruik van hout enzo.
West house
op beneden verdieping kleiner ramen er boven grotere ramen→ leef plekken boven verdiepeng en beneden wss winkels.
fresco’s
frescos van marmere platen
levens groten mannen
minniatuur fresco’s van boven (zoals grand stand fresco’s)→ 5 steden en vloot die zich er tussen beweegt afgebeeld.
departure town (waarvan boten vertrekken)
arival stad→ opnieuw mensen te zien→ manelijke figuren buiten en vrouwen binnen.
oostfries
nilotisch landschap( nagebootst nijl landschap)
grifioenen, leeuwen, palmbomen… gelijkaardig egyptische graven→ sugereerd dat he verhaal gedeeltelijk in egypte afspeelde.
Noordfries
oorlogsscène
problemen met andere steden dan vertrek en aamkomst stad
andere soort schepen+ drenkelingen+ aan de kust marcherende soldaten met hoge schilden en miceense helmen.→ in richting van andere stad.
te zien dat terwijl dit gebeurt het dagelijkse leven door gaat.
bijeenkomst van mannen
interpretatie
conflict dat overeenkomt met trojaanse oorlog→ vrouwen boven op muren, dat dagdagelijks door gaat, manier van hoe rivieren door loopt, en de bijeenkomst.
wil zeggen dat homero’s zijn verhalen hier zelfs al oraal werden doorgegeven. (1600 V.C.)
verzegelingen→ wijzen op meer dan enkel handelscontacten met creta
weegschaal met metale pannen+ sets van gewichten om te meten → zelfde systeem van hele egeisch
liniair a tabletten
verzegelingen van paketjes op dierenvel en perkament.
meerdere deel wat we vinden is toch lokaal
organisch materiaal met parijs gereconstrueerd
geweefde manden
geborduurde motieven op kleedij (komt overeen met muurschilderingen en die op ceramiek)
ceramiek
spiralen is minoisch
geiimporteerd minoisch
te onderschijden van lokale cycladen→ tot alnder consept van versiering→ meer versieren van oppervlakte met grote figuren
nippeled ewers
gebouw xeste 3
aan ingang van de stad
grondplan
geknikte toegang (typsisch minoisch)
mioan architectuur kenmerken→ pier and door, lustral basin.
masans marks op stenen (ook typsich minoisch)
verscholen, waren drie tanden en dubbele bijlen
van beneden tot vanboven helemaal versierd met fresco’s op beneden→ rites de passage van jongens en meisjes→ inzichten van sociale organisatie van samenleving
overgang van kind naar volwassenen (niet gedaan nog kaal)
boven verdiep→ riet landschap met eenden en libellen, groote vrouw met grifioen en blauwe aap+ jonge meisjes die krokussen verzamelen voor die vrouw.→ afbeelding vrouwlijke godin?
veel info te zien over klederdracht per leeftijd en wat nog.
de vulkaan uitbarsting
gebeurt op moment→ LM IA keramiek gebruikt daar na marine stijl→ op akrotiri is deze niet dus na de uitbarsting geen bewoning meer daar
absolute datering→ 1550 (volgens egypte), NW methodes 1613BC.
gevolgen
wss 1 van de grootste rampen van prohistorie
assen tot in sagalasos gevonden
op eiland zelf
eerst rond eiland→ door uitbarstingen eiland geërodeerd en in stukken. + enorme krater.
voor kreta
was hun handels hub dus economisch hele grote gevolgen
in hele regio 2 weken volledig donker+ tsunamisch zelfs op n en o kust van kreta
na uitbarsting hoeveelheid van minoische artefacten neemt enorm af→ dat vaccuum ingevuld door miceners.
andere eilanden
Keos (Ayia Irini)
in ‘bastion’ en huizen minoische fresco’s en ceramiek en liniair a gevonden en mss zelfs peer and door.
vrouwlijke terakotta figuren gevonden→ geplaatst op banken naast heiligdom→ komt nergens anders voor dus moeilijk te zeggen wat het is.
Melos (Phylakopi)
minoische ceramiek en liniair a, architectuur kenmerken gevonden (wel weinig ivm akrotiri
Kos (Sergalio)
Rhodos (Trianda)
Milete
in egypte
vanaf midden bronstijd minoische producten gevonden
directe contacten of via via?
tell el-D’aba (midde rijk)
fresco in paleis van stierenspringen en haren, kleedij en landschap, labirinth motief geven aan dat minoisch is
kretenzers worden keftiu genoemd in egypte→ afbeeldingen in graven uit 18de dyn te zien
griekse vasteland
mykeense grafcirkels A EN B
inhoud overwegend monoische objecten
in zelfde periode pylos (belangrijk myceens centrum) ook veel minoische objecten.
belangrijke route
kitera→ materiele cultuur en begravings wijze enzo typisch minoisch (dus zeker minoische handelspost
vanaf hier makkelijke oversteek naar Z van peloponnesos
recent golf van neopolis. pavlopetri
verzonken stad→ door stijging zee en tectonische activiteit.
minoische stad→ zie mason marks en het vakwerk is ook minoisch.
de mykeense cultuur
benaming slaat→ laatsste fase midden bronstijd en late bronstijd.
hier omgekeerde evolutie dan op kreta→ de tendens zet zich niet door→ alle tekenen van complexiteit verdwijnen in midden bronstijd→ hoe? geen idee.
vanaf MH 3 terug tekenen van sociale complexiteit. (hier gaan we het deze les over hebben.)→ veel monoische cultuur te zien hier.
de vroeg- mykeense periode
er komt een sociale bovenlaag (te zien in begravingen in pelleponesos)
reditientiele architectuur zo goed als niet gekend.
mycene ( in vlakte van argolis)
bouwen op verhoogde locatie→ te maken met versterkingen (dit niet op kreta)
begravingen
van mid helladisch 3 en toen gwn putgraven zonder bijgaven. op einde van midden bronstijd onderscheiden graven dmv muren.
grafcirkel A late bronstijd
eerst niet opgenomen in muren
in een grafveld
lokatie ook aangeduid met stèles.
graf 5→ graf van agamemnon?
omdat hij dacht dat de ilias een waar verhaal was.
graf van 3 mannen
nog niet helemaal ontbonden
gouden dodemasker.→ was niet hetgene wat op op de mumie lag.
inhoud
hier enkel schachtgraven.→ 19 lichamen 6 graven heir wel kinderen ook.
bijgaven (veel rijker)
riton (een zelvere→ was heel waardevol) met relief dat weer een oorlog impliceert (zie frecos W house acrotiri)
faiance halssnoer.
myceense vorm beker met er boven op 2 duiven.→ ‘beker van nestor’
nog andere objecten hier die voorkomen in illias
dolken en zwaarden (in brons met inlegstukken van verschillende legeringen van metaal.)
houten doos (bewaard) versierd met bladgoud
in graf III
3 vrouwen en 2 kinderen
veeel goude dingen. zie slides.
kinder skeletten met goud belegd
grafcirkel B
ouder dan 1
a en b bevatten andere graf types dan de rest van de necropool→ kist ( zijden van de kuil met steen platen)en schachtgraven. (kist graf *10 afgezet met muurtjes, met er boven riet of hout en daar op een schacht.)
voor kleine groep mensen 3-5 (niet indivudueel)→ gemarkeerd door monumentale stèle
inhoud
26 graven 35 individuen (geen kinderen)
broer en zus samen begraven→ macht erfelijk?
bijgaven
mynoische objecten
triton schelp
vaatwerk
ook de zwaarden
myceense objecten
korte zwaarden
dodemaskers.
veel bladgoud.
ook lokaal vaatwerk.+ cycladische ceramiek
mykene acropolis: bewoning
recent opgravingen er rond→ wijk gevonden met muren uit deze periode.
bewoningsfases
palace II, palace III, palace IV
laat mykeense periode
kiezen voor thollos graven.
acropolis meer en meer uitbouwen en op bep moment omringen met versterkingsmuren (de bouw over verschillende fases. (dan ook GRAF A mee tussen de muren) in laatste fase→ zoet waterbron toevoegen binnen muur.
cultus centrum uitbouwen. naast graven
bij voorlaatste fase van de muren de leeuwenpoort ook gebouwd→ super zwaar .
bij laatste fase dan die bron.
paleis laatste fase
heel slecht bewaard
kern is megaron→ vestibule, voorruimte, en hoofdruimte.
plek waar ‘koning’ plaats nam
haard in hoofdruimte→ altijd omgeven door 4 zuilen.
voor megaron een koer (ook altijd)
kleine koer in vergelijking van minoische koer
versierd met fresco’s (vertonen weer veel minoische kenmerken.)
cultus centrum
altijd wel terugkerend plan→ langwerping met hoofdruimte met altaar en banken waar rituele objecten op werden geplaatst
house with the frescos
fresco’s→ 2 vrouwen met 1 met een zwaard en met rode fragnes, de andere heeft een lans vast en komt die andere iets vragen. (wss voorstelling van godin, voorloper Athene?→ atana) er onder vrouwelijke figuur onder mss demeter?
aanduidingen voor artisanale productie. (speciale objecten)
house with the idols
hoofdkamer met centrale haard→ daar op ook figurines terug gevonden→ betekenis?
pylos (aan andere kant van mycene)
ook uitzonderlijke begravingen→ ook grafcirkel gevonden.
een schachtgraf ook (griffin warrior)
1 mannelijk skelet. (ook in houten kist bij gezet)
al de bijgaven zijn hier minoisch (mooie zegelring)
oudste tholos graf
bewoning
aan de voet van de citadel.
resten gevonden van iets wat tot 1 heiligdom behoorden
mss voorlober van LB tijd paleis.
in latere fase afstand van minoische stijl van paleisbouw.
bovenlaag komt met nieuwe manieren om zich te laten begraven.
godenneman Liniair b tabletten
coollll
polytheisme
lezen ook dat er religieuze kalender was met festivallen ter eren van verschillende goden met bepaalde offers.
tholosgraf
grafkamer altijd overdekt door bijenkorf vormige koepel (meestel niet bawaard maar ingestort)
procesieweg in rots uitgekapt.
meestal geplunderd dus weten niet wie er begraven was
thiryns
nog een paleis (indrukwekkend)
zien hier ook versterkingsmuren + waterbron.
kenmerken
groter dan mycene
moeilijk toegankelijk→ langs 1 binnen en dan in 2de poort en dan 3de poort en dan 4de poort en pas dan in een koer die toegang geeft aan de grote koer van het paleis, van waaruit je het megaron in kan gaan, en waarvan een 2de megaron berijkbaar was.
bronstijd Pylos
bronstijd pylos licht niet op zelfde plek als moderne pylos
op heuvel waar paleis zich bevind op soort akropolis
heel goed onderzocht.
grondplan
LH 2 fase met minoische kenmerken.
LH3 B megaron plan met haard, onderstel en troon (dit zien we op het plan)
hierna is een breuklijn naar dark ages.
lay out wat vreemd→ toegang is wat op vreemde plek
paleis= complex van gebouwen→ is een verschil met minoisiche paleizen→ daar was het eig 1 gebouw.
gebouw
entrence 1→ poort→ komt in koer (3) hoofdkoer (niet zo groot als cour in minoische paleizen
vanaf ingang al ingang op hoofdruimte→ niet zo overal knikken in gangen.
2 verdiepingen (zelfs trappenhal tot 2de verdiep gevonden.
7 en 8 was het archief
grootste archief van liniair b tabletten. (geranschikt op houte rekken)
in 6 en 5 olie in kelken→ daar de brand veel erger.
rechts buiten grote wijn opslag
aan de zijkant proviant kasten voor tafelwaar. (kilix→ drinkbekers)
44 nog aparte toegang met kleinere ruimte met ook centrale haard (queens megaron)
63 cour→ via 64 (overdekte ruimte)→ 65 ook belangrijke ruimte.(hier ook fresco’s muren en vloer. (ook in hoofd megaron)
ook grifioenen bij troon → vrouw symbool.
was wss ‘koning’→ wanax op liniair tabletten→ term kennen we van hommeros → gebruikt deze voor aanspreeknaam voor goden.
paralellen met knossos→ mogelijks vrouwlijke figuur op troon.
ook andere scene→ met bart op rots en processie
sw building
fresco’s van hele andere aard→ gevechtscenes en strijdwagen scenes.
mannen met helmen vs mannen met dierenvellen (geen idee wie het zou zijn.)
boot afgebeeld→ murex gebruikt→ schelp waar ze paars uit gaan halen→ enkel voor belangrijke personages.
bestemt voor lawagetas→ lijder van het volk→ mss ook militaire functie
processies
te zien aan fresco’s die prosessie weergeven→ deze richting zouden ze dan hebben gevolgd naar het megaron.
feasting
kilix bewaard daar + metale kilices (meervoud)→ klinknagels hiervan zijn bewaard.
te zien dat het gebouw opnieuw veel in functie zat van voedsel.
ter eren van goden en voor nieuwe wanax
administratie
in al de ‘gele ruimtes’ op kaart zijn adminstratieve lijsten gevonden.
wss activiteiten die werden uitgevoerd tijdends de destructie (daardoor niet in archief)
liniair b tabletten
ontcijfert door micheal ventris.
doorbraak door symbool voor drievoetketel waarvoor de tekens waar zijn fonetisch schrift een grieks woord spelde
sylabisch schrift→ 2 klank+ 2 klinkers.
overgenomen van minoers en gebruikt om grieks te schrijven
5 stappen
zie ppt.
KNFp1→ maand van deukios en daar dan hele beschrijving van de offers. aan verschillende goden.
Tiryns
citadel
8km van mycene
lag toen aan zee
akropolis→ hier ook typerend
hoogste punt het paleis
lager wat complemantaire functie gebouwen aan paleis
versterkingsmuren.
les 7 ijzertijd (1150- 700/650 V.C.)
alle tekenen van hoogstaande maatschappij verdwijnen→ Dark ages
zelfde tijd als vroege ijzertijd→ dark ages van de pot gerukte naam.
dorische inval werd als verklaring gebruikt maar nu ook achterhaald.
myceense palatiale systeem stort in→ wil niet zeggen dat ook al de rest verdwijnt.→ in crisis situatie ontstaat vernieuwing→ collapse is nooit volledig.
regionale verschillen
verschuiving van zwaartepunt van peleponessos naar centraal griekenland, Attica en Euboea (met golf van euboea)
site lefkandi (kustnederzetting)
nederzetting + necropool op heuvel
lange afstandscontacten→ cyprus en egypte en levant (in peleponnesos geen verre contacten)
ketting van isis en osiris in necropool
eerste centaur uit griekse mythologie→ oudste.→ toen bestonden de griekse mythes nog
toumba heuvel → Heroön
absidiaal gebouw (veel toen)
grootste gebouw in griekse wereld toen
enige gebouw dat peripteros is→ zuilengaanderij rondom gebouw. (nu zie je nog stenen fundering
bevind zich in Necropool.
in gebouw ook 2 begravingen
wat eerst→ gebouw of begravingen er in. deze mensen als helden herdenken→ horoön, of later begraven→ huis van chief.
onderscheid begraving man en vrouw duidelijk: man→ crematie in antieke krater, vrouw→ inhumatie (hier met gouden bikini
lokatie van graven boven gronds gemarkeerd adh van krater( soort bronzen vaas fzo)
paarden begraving.→ paarden duur
Athene
vooral funeraire resten (geen huizplannen fzo gevonden (te veel verstoringen)
tussen eridanos en inisos revieren.
zwaartepunt hier al wat later de stadskern wordt.
bestont uit aantal kleinere gehugten die in elkaar zullen overgaan.
organisatie
mss onafhankelijkheid van de gehuchten→ wss wel sociale gelaagdheid maar nog geen centrale leider of griekse politieke instellingen die later in ijzertijd wel komen
wel uitzonderlijk groot nu al.
attische geometrische ceramiek echt al een begrip→ vooruitstrevende atteliers die exporteerde naar zowel ooste en weste.
BEGRAVINGEN
crematie de norm (man en vrouw)
trench and hole buruals (mooie afbeelding op ppt)
trench gegraven met onderaan een gat.
het gat voor de crematieresten en de trench word met grond opgevuld
van vazen als grafmerkers→ steeds grotere vazen hiervoor.
man en vrouw
van man in neck handled amphoras
van vrouw in belly handled amphoras
kinderen in kistgraven (geen trench and hole buruals)
ceramiek
proto geometrische ceramiek naar volle geometische ceramiek→ goed te volgen
hierdoor chronologie in athene vroege ijzertijd goed te volgen.
bronssculptuur
bons blijft gebruikt
ijzer initieel voor luxe→ later op punt gesteld voor oorlogsvoering en dan veranderd het.
ijzertechnologie voor militair, industrie, landbouw,… grote impact
goedkoop en goed te vinden.
ijzer wel moeilijker te smelten→ hogere temperatuur nodig.+ complexer→ 2 keer verhitten voor alle onzuiverheden te verwijderen.
ijzer makkelijk te herkennen in landschap.
verloren was techniek
kern van klei→ gekleden met was→ was model bekleden met klei met giet gaten om het brons er in te gieten→ was smelt en wordt vervangen door brons.
sphyrelaton
met hamer verlengt→ met behamering bronze platen pletten en buigen om bep vormen te maken.( na vroege ijzertijd hier van af gestapt want levens echte figurines hiervan zijn niet mogelijk.
oude griekse tempels
plekken alleen voor cuiltus gebruikt
weren van begraving en bewoning
nouw verbonden met identitiet
afscheiding van sacrale en seculare (dag dagelijkse)
temnos= afbakening + begrenzing
altaar+ tempel (woonplek voor godheid)
tempels in vergangbare materialen → hierdoor zadeldak
beelden waren levensechte voorstelling van godheden ( ze dachten dat de goden er in leefde)
sites
plek van de lauriedrager
euboea (eretria)
daphnephorion→ eerste structuur hier
dan hekatompedon bouwen→ schaal enorm vergroot (dit in heel griekeland) (100 voeters→ 100 voet lang)
heraion van samos (8ste eeuw)
geboorteplek van Hera
oudste beeld van Hera
later in kalksteen→ meer duurzame materialen
2 zuilendijen→ wss omdat zadeldak verdween
Acropolis (niet wat we nu zien)
uitwisseling en contacten
griekse colonisatie
griekse geschiedschrijvers overdreven over de impact→ we weten dat meeste door feniciers al gedaan was
apoikia (weg van huis)
emporion (handelspost)
colonie is ver westert en hier dus niet echt te gebruiken
ischea
eiland in baai van napels
gemengde gemeeschap→ niet enkel griekse ‘colonisten’
handig voor metaal handel
was al ‘gecoloniseerd’ door feniiers
eerder emporion dan apoikia
eerste griekse inscriptie in graf 168→ in ‘nestors cup’ en vertaald ‘ik ben senstors beker…