lesnotities archeo griekse wereld 2026

inleiding

  • algemeen overzicht van evolutie van materiele per tijdsvak per regio is dit van 7ka bc→ hellenistische periode.

    • main narative. (grote verhaal)

  • tot en met hellenistische periode nog geen politieke eenheid→ voelden zich wel verbonden (gemeenschappelijke taal, cultuur en religie)

  • ellada (nu)→ hellenes→ verwijst naar hellen

op de kaart

  • vaste land

    • groot gebied

  • schiereiland

    • pelopenessos

      • verbonden met vaste land tot kanaal van corinthe (18de eeuw)

  • eilanden

    • kreta

    • cycladen ‘in een cirkel’

    • dodecanesos (kust van anatolië)

    • NO eilanden

      • lesbos

    • ionische eilanden

  • ‘magna graeca’

    • met kolonies en handelsposten.

neolithicum

  • 6900-4500 V.C.

    • chrologie→ akeramisch neolithicum→ vroeg neo→ midden neo→ laat neolithicum→ finaal neolithicum

    • absolute dateringen door koolstof 14→ maar de data kunnen dus per regio nog veranderen.

  • kaart op ppt→ elke stip is neolitische site

    • meeste op griekse vasteland→ op vlakte van tessalië→ zeer vruchtbaar.

      • vroeg en midden neolithicum

    • in attica ook grote concentratie

    • creta komt ook op doorheen neolithicum→ daar zijn de concentraties heel dicht.

      • minder grondstoffen op eiland dus moet zich anders organiseren van vaste land

      • vanaf mid neo vanuit levant kreta ‘gekoloniseerd’

  • neolithisering

    • in griek oudste en aceramisch (zonder aardenwerk) neo sites van europa

      • kenmerken neolithic revolution

        • maken van AW

          • van levant, china, siberië afkomstig wss

          • hier kant en klaar binnen gebracht→ want geen trail en error terug gevonden.

        • permanente nederzetting→ sedantarisatie

          • zo efficiënt mogelijk regelen

          • vanaf begin al materieel kenmerk dat sociale eenheid is.

        • domesticatie dieren+ planten

          • al de eerste dieren gevonden in neo sites in griek dus zijn van ergens anders zijn gekomen

            • vooral geiten en schapen (varkens in bossen)

          • planten

            • gerst, tarrwe, haver, puilgewassen, wikke. (afhankelijk van regio)

    • sociale gevolgen

      • takenverdeling

        • tussen man en vrouw vb

      • energieinvestering

        • beplanten, wieden, irrigeren, oogsten, verwerken→ arbeids intensief→ levenswijze was keuze voor zware levensstijl en enorm afhangkelijk van akkers.

    • hoe introductie landbouw en veeteelt

      • zekerheid→ binnengebracht

        • wss niet allemaal tegelijk

      • door grootschalige migratie/ kolonisatie van N levant en balkan?

      • geleidelijke transmissie van technieken?

      • migratie van kleine groepen→ scattered immigrants?

      • wss mix van de 3 afhankelijk per regio

        • vb kreta→ zeker dat migratie moest zijn→ geen voorafgaande bevolking gevonden.→ moeten dus met dieren en planten en zaden overgevaren geweest zijn.

        • cycladen→ pas gekoloniseerd laat neolithicum→ want zijn meest uitdagende van griekse land om op te overleven.

    • case studdies

      • franchthi grot (peloponnesos)

        • dicht bij argos vlakte

        • belangrijke jong paleolitische site

        • enige plek griek met ononderbroken sequentie meso naar neoliticum

        • mesolithicum

          • dieren en planten gevonden zijn van wilde soorten

          • obsidiaan gevonden→ vulkanisch materiaal→ kunnen vaststellen vanwaar het is→ uit Mekos.→ dus er werd zoizo aan zeevaart gedaan.

        • neolithicum

          • datering hier 6900 bc

          • gedomesticeerde zaden en dieren

          • bewoning verbreden→ niet enkel meer grot maar ook er rond+ terasmuren en landbouw dus.

          • objecten

            • juwelen met schelpen (die we ook kunnen traceren)→ over grote afstand verhandeld

            • gepoleiste bijlen van hard gesteente→ ook herkomst van te bepalen

            • verwijzen er dus op dat vanaf neolithicum al grote handelsroutes waren

            • ceramiek→ figurines, spinnengewichtjes→ dus was textielbewerking.

          • keramiekproductie (chaine operatoire)

            • met slijpplaatjes kunnen we zien wat er in het aardewerk zit en waar het vandaan komt→ te zien dat afgewerkte ceramiek ook uitgewisseld werd.

              • selectie klei+ magering (toegevoegd zodat het plastisch en elastisch is)

              • kleiringen opbouwen + afschrapen

              • sliblaag uit verdunde klei→ waterdicht maken

              • gladden van oppervlak ‘burnischen→ glimmend effect

              • decoratie aanbrengen motieven aanbrengen over elkaar→ met verschillende sliblagen voor bruine of zwarte kleur

              • bakken initieel in grachten of kuilen maar vanaf MN ook in ovens

          • typologie

            • van open vormen naar meer gesloten vormen→ steeds complexere en later ook grotere oplsagkruiken. (vroeg neolithicum ceramiek nog uitzonderlijk, wss luxe product)

            • vroeg neolithicum

              • gegladde ‘burnisched’ ceramiek

                • monochroom burnished

                • early painted

            • midden neolithiche ceramiek

              • complexere decoratie enzo

              • in tessalie met rood ‘dambord’ patroon→ veeel uitgewisseld.

              • red on white painted pottery

            • laat neolithicum

              • pythos

              • trichrome ceramiek

                • rood → oxiderende omgeving

                • zwart→ reducerende omgeving

                • geel→ ergens tussen in

              • red polished uit tessalië

          • neolitische figurines

            • evenveel mannelijke als vrouwlijke ongeveer (maar vrouwlijke ‘venus beeldjes’ bekender), mannelijke worden meestal gezeten weergegeven

            • dierlijke figurines zijn er ook.

            • interresant om depositie te zien

            • huismodellen

              • laat zien dat het altijd zadeldak was met 1 of 2 kamer→ kunnen dit ook in echt vast stellen

              • versiering, kan mss wel.

              • meestal stevige fundering en dan de wanden met verganende materialen met klei bekleed (waterdicht)→ mss ook versierd

            • laat neolithicum

            • marmere figurine→ meer abstract. ‘terracota’ figurines

          • huizen ook uit archeologische resten (op ppt chaine operatoire van huis)

            • kan door 1 gezin gebouwd worden.

            • technieken

              • stenen fundering

              • torchis→ vlechtwerk bedekt met klei

              • of pise techniek

                • met mud brick

      • type nederzettingen

        • grotten

          • dacht vroeger oudste nerderzettings type maar wss religieuse functie

        • permanente opelucht nederzettingen

        • aanwezigheid van goede landbouwgrond en water bepalend

        • aanwezigheid van bossen (op vaste land)

          • voor voedingsstoffen

        • toumba (tell)

          • opbouw van occupatieniveau’s

    • case studdies

      • sesklo (A en B) LN

        • verschil a en b is de ligging

        • a→ op de toumba (op de top)

        • b→ in de vlakte

        • weinig materiele cultuur verschil van a en b maar op a meer luxe ceramiek te vinden.

          • gebouw vanboven→ wss voor gemeenschappelijke activiteiten→ eten, feesten en religieuze evenementen

            • doordat mensen gemeenschappelijke activiteiten is er cohesie.

          • of er echt ‘chief’ was kunnen we niet uitsluiten

          • grondplan van gemeenschappelijk huis is anders dan grondplan van normaal huis in B

            • bestaat uit 3 delen→ megaron huis genoemd→ blijft bestaan tot destructie miceense paleis beschaving. in die tijd nooit gebruikt voor residentie.

        • materiele cultuur sesklo

          • ceramiek

          • gezeten mannen figuren

          • oudste voorstelling van moeder en kind (moeder zit)

          • gebakken klei zegels met motief→ mss gebruikt voor bestempelen van textiel of broden fzo.

      • dimini

        • plan lijkt op sesklo

          • opnieuw concentrische muren en op hoogste teras weer megaron gebouw

        • terwijl sesklo op einde neolithicum verlaten wordt wordt dimini tot bij bronstijd nog wordt gebruikt→ groeit zelfs uit tot groot centrum (is tholus graf)

        • lokale productie

          • pottenbakkers ovens enzo

        • ook geen huis dat op ‘chief’ wijst

        • op slides spondilus schelp te zien→ status symbool.

    • wss dus wel status verschillen maar geen instutiolaliseerde hiriarchie

      • nikomedeia

        • oudste voorbeeld van ‘heiligdom’

          • centraal gebouw met palen rijen met smalle ruimtes langs hoofdkamer waar deposities van figurines en teracota containers gevonden.

          • datering c14→ 6250-6050 v.C.)

      • kreta

        • keratos rivier gebruikt om knossos te berijken

        • pak stratigrafie grondlaag van neolithicum veel dikker.

        • ceramiek (op knossos)

          • meestal monochroom

          • als niet monochroom dan streepjes en puntjes.

        • huizen knossos laat neolithicum

          • veel complexere architectuur dan vaste land→ meer kamers en is nagedacht over ruimtelijke indeling

        • op basis van versprijding van artifacten groei zien→ zie ppt

        • doorheen neolithicum

          • verandering van ruimtelijke organisatie

          • vroeg en midden neo→    a op diagram

            • open nederzetting met interne en externe kookfaciliteiten

          • laat neolithicum

            • open koeren met kookfaciliteiten afgescheiden door muren en greppels

            • afscheiding dus van groepen en beroepen en zich dan gaan profileren→ ook bevestigd met materiele cultuur

          • finaal neoliticum en early bronze age

            • kookfaciliteiten in interne keukens of afgesloten keuren.

            • hier de tendens profileert zich nog meer→ typisch voor vroege bronstijd dan

              • van egalitair ethos naar meer intercultureel huishouden.

              • hier dus ook eerste strucurele hiearchise verschillen.

              • dan komen we aan bij profileren van bep groepen van andere→ grote verschil van neo en brons

finaal neolithicum en vroege bronstijd

samen genomen als logisch blok van tijd→ is overgang van neolithicum en vroege bronstijd

vroeger dacht men dat er grote breuk was maar is relatief→ metalurgie begint niet echt met bronstijd.→ aantal veranderingen begin bronstijd gaan eig langer terug dan vroege bronstijd (namelijk finaal neolithicum)→ overgang niet plots maar geleidelijk proces

  • regionale verschillen→ breuk tussen noord, centraal en zuid griekenland

    • zuid griekenland sneller evolueren urbane centra

      • ertsen van koper uit cycladen en legeren met arcenicum→ toxich product.

    • noord minder urbane centra maar sneller warme metalurgie (smelten en maken van legeringen)→ omdat dichter bij metaal rijke regio (in balkan ook heel snel ontwikkelt)

    • economie→ landbouw en veeteeld+ metallurgie( stimulans lange afstand handel, eerst grondstoffen maar later ook afgewerkte producten.)

    • grondstoffen

      • cycladen leveren zilver lood en koper, siphnos en Larvion. (finaal neolithicum enkel nog uit siphnos en eiland er boven. aan zuid griekkenland

      • balkan levert aan noord griekenland

      • eerste egyptische materiaal komt binnen in kreta

        • hoe komt het daar?→ via cycladen.

  • sites finaal neolithicum

    • zeldzaam→ niet gevonden

    • keos (op cycladen)

      • slecht bewaarde nederzetting met necropool

        • necropool→ eerste indicatie van sociale stratigrafie

          • 40 graven (verschillende types)→ 65 individuen gevonden.

          • inhumatie (primaire begraving)

          • 9 graven met bijgaven→ 1 met meer dan 1 bijgave.

            • ceramiek, obsideane artefacten, koper artefacten, slakken

          • niet zien als reflectie van demografie van wie er leefde→ veel minder mensen begraven dan dat er leefden→ niet iedereen begraven.

      • typisch→ gelegen op promotorium→ gericht waren op lange afstands uitwisseling.

      • oudste bewijs warme metalurgie→ smeltkroes

    • Knossos FN

      • verschuiving nederzittings patroon→ vanaf FN ontstaan van onafhankelijk huishouden→ individueel profileren.

        • opslagplaatsen in huizen nemen toe

        • scheiding treed op tussen verschillende huishouden.

      • specialisatie van ambacht.( kiem van sociale stratificatie)

      • geen neolithische graven gevonden op knossos.

      • vanaf brons tijd evolueert alles rapper op kreta en cycladen

vroege bronstijd

  • eerste urbane centra

    • meestal gevonden op plekken met lange afstandst handel.→ versnelling op sociale verschillen enzo

      • niet echt ‘stad’ fzo

      • wel monumentale architectuur+ publieke voorzieningen ( omheiningsmuren en geplaveide koeren→ moet dus ‘stads bestuur avant la letre’ zijn geweest)

  • chronologie

    • zie ppt

    • low dates gebaseerd op gelijkenissen met andere culturen in stratigrafie

    • high dates gebaseerd op uitbarsting van acrotirie (vulkaan)

  • kreta vroege bronstijd

    • weinig sites→ omdat bewoond door hele tijd dus dan zijn deze verwoest door latere ocupaties

    • knossos, phaistos, malia daar onder latere paleis beschavingen vroege bronstijd gevonden.

      • typsich voor voorlopers gebouwen→ veeeel koeren→ percentage open ruimte meer dan overdekte ruimtes. ze bieden ruimte voor mensen om samen te komen. uit vroeger bronstijd kunnen we weten dat op de koeren de activiteiten samen gingen met eten en drank.

        • omdat→ grotere nederzetting moet dan een bestuurvorm zijn→ gemeenschappelijke activiteiten om vrede te onderhouden binnen gemeenschap.

      • KNOSSOS

        • langste occupatie van kreta

        • vroege bronstijd eerste ‘koer’ er langs 2 speciale structuren. gevonden onder koer van bronstijd

        • westkoer was er toen ook al eig

          • gebouw tussen westkoer en centrale koer was er ook al in vroege bronstijd→ dus like 2000 jaar in gebruik.

          • weten we omdat ze ouden muren gebruikte voor nieuwere gebouwen. (nw gedeelte kan je daar nog altijd zien van vroege bronstijd)

  • sites vroege sites

    • maar 1 voorbeeld van volledig opgegraven site vroege bronstijd (gelijk met urbane centra knossos dus

    • myrtos

      • Vroeg Minoisch 2

      • klusters ‘verschillende huishoudends’ te identifiseren adhv werk activiteiten en eigen opslag plaatsen.

        • vondstend→ ‘de godin van myrthos’ wss rituele betekenis maar lijkt op teepot

      • bevolking 40 personen.

      • zo kunnen we in die tijd kreta voorstellen.→ zelfs in deze ‘kleinere nederzettingen’ al lange handel

    • funeraire data

      • eig nooit nederzetting en necropool gevonden

        • in zuid kreta thollos graven→ collectieve begravingen (secundaire begravingen)

        • oost kreta huis graven → paar kamer huizen met plat dak waar mensen in begraven zijn (ook collectieve begravinigen maar minder mensen dan tollos) primair en secundair

          • objecten→ in sommige graven meer bijgaven dan andere.

        • in noord geen begravingen gevonden→ wat deden ze? mss vermenging van de 2?

      • mochlos tomb I-II-III

        • differentiatie in grafgiften (huisgraven maar in tholusgraven zelfde dingen gevonden)

          • meeste geplundert

          • grootste aantal stene vazen gevonden.

          • heel vroege stieren spring scène

          • zegelstenen

  • gelijktijdig in cycladen

    • welvarende nederzettingen (maar bep schaal)→ door rijke ondergrond→ crutiaal handel.

      • ze waren de zeevaarders van bronstijd→ afbeeldingen van long boats

      • handelsposten gesticht zie kaart. → daar typische cycladische nederzettingen gevonden maar niet zo lang bestaan. dan stopt de overheersing van de cycladen.

    • SITES

      • skarkos (ios)

        • op terassen nederzettingen gebouwd

        • veel huizen hadden 2 verdiepingen.

          • vondsten

            • ingebouwde kasen, weefgewichten, maalstenen, …

      • keros

        • resente ontdekking

          • eerste maritieme heiligdom van cycladen

          • volgebouwd met marmere huizen (geen gewone bouwsteen en komt van ander eiland→ veel bewijs van productie metalurgie

      • cycladische figurines.

        • met opzet gefragmenteerd→ wss ritueel.

        • zien we ook ‘evolutie’ in.

          • schematisch→ naturalistisch→ abstrakt.

        • keros hoard→ suuuper veel→ ook dat wijst er op dat dit speciale plek was.

          • meestal is het gwn in begraving

          • staan op tippen→ wss bedoelt vr liggende.

    • cycladische graven

      • kist graven, afgezet met stenen platen.

        • de figurines vinden we meestal in 1 of 2 vondsten per necropool.→ bedoeling ervan weten we ni eig (niet gevonden in rijke graven)

        • resten van pigmenten tatoeages?

        • rijke graven→ marmere vaatwerk.

  • griekse vasteland

    • corridor houses (huizen met gangen)

      • gangen gebouw omdat het gangen met trappen heeft die leiden naar boven verdieping. (geleiktijdige huizen van nederzettingen geen bovenverdieping)

        • vorm van monumentale architectuur (in vergelijking met gelijktijdeige architectuur)

        • best bewaard merna

          • muren bezet met plijster laag (in verschillende kleuren)

          • gespesialiseerde functie: opslag van voedselvoorraden en andere goederen. ook de gevonden producten zijn van goede qualiteit.

          • verzegelingen gevonden→ klei klompjes die bevzstigd werden op nek van voorraadskruik→ systeem van administratie en beveiliging van voedsel in dit huis.

          • hier dus ook gedaan aan gemeenschappelijke activiteiten om sociale cohesie te versterken.

      • begraving

        • weinig gekend

        • graven minder zichtbaar→ meestal putgraven met een pot ofzo of rotsgraven

        • wel ronde structuur gevonden→ grafheuvel met compartimenten.→ bij elke bijzetting stuk van heuvel weg gegraven.

        • altijd individuele begravingen

de periode van de minoische paleizen (ca 1900-1450 V.C.)

onderscheid proto en nieuwe paleistijd→ lijkt logisch maar→ ‘proto’ gedateerd want daar voor waren er al vormen van de paleizen.

grote aardbeving die veel schaden aanrichten.

in knossos grote destructie→ meeste geruimd

in phaistos→ anders verlopen, ruines opgevuld met puin en daar op voort gebouwt→ handiger voor ons.

sites die we gaan bespreken→ knossos, phaistos, amalia, ajatriada

ALGEMENE WOORD

  • wat verbind de verschillende gebouwen?→ de couren en de ‘3’ architecorale vleugels→ vertonen zelfde bouw elementen maar anders uitgewerkt.

    • gebruik zandsteenblokken ( ashlar) voor W fassade→ wss belangrijkste→ toegang vanuit westen.

    • architectuur elementen die ze delen orthostaten, zuilen (uit hout), minoan hall (ingenieus complex van kamers), lustral basin (ritueel bad), portieken,…

    • kreta uniek van zo een monumentale gebouwen in die tijd.

evans en minoische cultuur

  • voor zijn opgravingen ‘voorspelde’ hij al wat hij ging vinden→ vooraf al beslist dat hij paleizen wil vinden.

    • residentie van monarch?→ bewijs door zogenaamde troonzaal die hij vindt. in drie seizonenen uitgegraven

    • veel rituele objecten→ benaming wordt palace- sanctuary (koning wordt koning priester)

      • nergens op wereld zo→ dus kans dat hier wel is dus…

    • 1973→ new archeologie→ nadenken over het bewijs hiervan.→ belang van economisch aspect

    • 21ste eeuw→ kritisch naar evans zijn data→ data ondersteunt interpretatie niet.

    • het gebouw gebouwd naar zijn idee. (knossos)

knossos

  • op (kephala) heuvel

  • veeel gefocust op de eliten→ enkel ‘paleis’ opgegraven en de wegen→ al de wegen leiden naar dat centra.

  • plan op ppt

    • west cour met ingang

    • centrale cour

    • noord westelijke hoek stond er al vanaf vroege bronstijd→ geconserveerd in paleis→ dit is al teken dat het geen paleis is→ overal anders worden per koning nieuw paleis.

    • religieuse gebouwen steeds zelfde plek bij nieuwe fases.

    • royal road→ verbinding van ‘little palace’ met palace

      • met verhoogt deel in midden

      • komt aan in theatraal deel→ weg dus bestemd voor processie weg.

    • Troonzaal

      • in eerste seizoen gevonden

      • voorruimte met mosaiko vloeren en banken→ via hier kan je troonzaal binnen.

      • troon→ mooi versiert, verwijzing naar houte stoel en verweizing van bergen

        • wss voor vrouwlijke figuur→ er staat grifioen op→ in iconografie worden grifioenen samen met vrouwen afgebeeld.

        • trappen naar beneden→ lastule basin→ afgezet met stenen platen (gipsum→ niet water dicht)→ rituele rijnigingen.

        • speciaal→ verbining tussen 2 kamers→ polytheron (vele deurven systeem)→ 2 aparte doorgangen met deur stèle→ elke doorgang had dus 2 zijvluigels.

      • inner sanctuary→ sporen van voedselvoorbereiding.

    • westelijke toegang→ (weer geen enkel rechte lijn)→ lange donkere gang (corridor of the processions→ met lovensgrote figuren op geschilderd)→ tegen dat je op centrale cour komt hele orientatie kwijt.

    • magazijnen→ kruiken die je er vind zijn meestal echt. de frescos niet, die staan in museum van heraklion.

    • oost, noord, en, zuid vleugel (zuid minder ontwikkeld, is ook typisch)

      • in oost wel bewijs voor 3 verdiepingen→ trappen door verschillende verdiepingen.

  • plannen voor het her op te bouwen maar niet helemaal gebeurt

    • nu moeilijke te zien wat echt was en ni

  • minoische hal

    • stene stèle nog gevonden men schuursel van deuren

    • vaak lichtbron.→ open waar licht door kan stromen.

  • bijna nooit rechte toegang→ wat wat je ziet wordt uitgesteld.

  • zuilen→ zwarte en ronde→ geinspireerd op frescos (want zuilen niet bewaard)

    • onderaan dunner dan boven aan.

  • fresco’s

    • vrouwen lijken meestal het centrum te zijn van rituelen

    • geen leiders iconografie→ wel veel rituele iconografie.

      • blauwe apen, stieren spelen scenes

      • prince of the lilies→ is eig door evans uit ge filtert om een ‘koning’ te rechtvaardigen.

      • 2 diepe stenen kisten onder laatste vloer→ onder troonzaal→ helemaal vol met rituele objecten.

        • ‘moeder godin’ maakt evans er weer van

        • schelpen en nabootsingen van schelpen

        • skelet dat volgens evans te maken had met de moeder/slagen godin→ maar foto er van inscene gezet→ was skelet van wezel.

vermoed dat elke ‘paleis’ vergelijkbaar is met poleis→ dus een onafhangkelijke staatjes.

Malia (oosten

  • evans heeft dit niet herbouwd→ je ziet nog de authentieke structuur

  • minder groot dan knossos

    • malia ook wel behoorlijk groot

    • vertoont gelijkaardige kenmerken.

  • alle wegen leiden ook naar het ‘paleis’

  • op hele site niets anders gebouwd.

phaistos zuiden

  • geen zuid vleugel→ zou moeten zijn waar ravijn is

  • nieuwe paleis bovenop oude paleis

    • vanaf trap nieuwe paleis.

    • je ziet nog goed facade eerste paleis→ 3 verdiepingen bewaard vol met objecten

  • west cour meer met wegen die er op liepen

cultusplaatsen

  • makkelijke identificatie

    • op net niet hoogste bergtop→ peak sanctuaries

      • resten van activiteiten te zien.→ figurines, antropomorfe en theromorfe,…

      • vb

        • louktas (8km z van knossos)

        • louktas berg is heilige berg→ later heiligdom van zeus (liggend gezicht)

        • met vuren kon je met andere heiligdommen cominuceren

        • stevige structuur

        • wat?

          • tafels en opslagplaatsen

            • dus samen met feesten

          • altaar (getrapte cultuur)

          • rotsspeet met rituele objecten.

            • dubbele bijl

            • figurines

            • op offertafels veel tekst.

    • grotten

      • op zich al speciale plekken→

      • vb psycho grot

        • ook veel objecten terug gevonden, heel groot tot klein.

  • wat deed men?

    • offers brengen

    • aanbidden

    • communale feesten?

  • weten niet wee vereert→ geschrift niet ontcijfert.

    • evans zij enkel moedergodin

    • wss polytheïsme

    • wnr einde minoische cultuur dacht men vroeger miceners veroverde eiland→ liniair B tabletten wel ontcijfert→ verwijzingen naar minoische godheden→ zowel mannelijke en vroruwlijke goden.

    • plekken in de natuur, bronnen en bomen enzo

    • geit ook vereert door minoers (inheemse soort op kreta)

  • elk heiligdom centraal heiligdom.

  • figurines

    • ook metale figurines, vrouwen en mannen

      • maken bepaalde gebouwen.

      • houte figurine heeel gedetaileerd en met bladgoud verkleed→ in brand distructie. komt op moment dat myceners kreta innamen

      • voor de rest weilig voorstellingen van goden→ veel figurines in hout gemaakt

    • vazen

      • gat onderaan?

      • stier voor ritueel plengen van vloeistof

      • kunnen niet rechtstaan.

    • zegelstenen uit steen

      • met metale zegel ringen

      • om gedragen te worden

      • boeilende voorstellingen.

        • legt ze nog ver uit over wat er wordt afgebeeld.

      • hing wss samen met status

      • wss met vergrootglas ingegraveerd.

geschriften

  • 2geschriften

    • gedurende 1000 jaar

    • kretenzische hirioglyphische en lineair A

      • weten niet welke taal het is→ maar geen grieks

    • tablet hirioglifisch→ 4 zeides beschreven→ heel pictografisch→ ook op zegelstenen

    • lineair A→ enkel schrift op 2 zijden → lineair b gebaseerd op lineair b→ we kunnen tegenwoordig lineair A lez maar weten ni wat het zegt

De periode van de Minoïsche “Paleizen→ buiten kreta

  • kreta grote uitstraling op rest van egeisch

    • materiele cultuur van kreta versprijd over groot gebied→ van cycladen tot tot griekse vasteland en eilande van anatolie, egypte en israel, libanon en syrië

      • meestal over mobiele objecten→ minoische ceramiek, metalen objecten, …

      • we zien plekken met meeste hoeveelheid liggen wel dichter bij kreta (zoals griekse vasteland.)

    • ook architectuur en frescos in lokale gebouwen.→ rondreizende architecten en frescoschilders?

  • verklarren minoisatie van andere regio

    • kolonisatie? is wat achterhaald

    • handelsposten?→ wil niet zeggen dat het enkel door kretenzers bewoond was

    • versailles effect→ dingen nageboodst en geimiteerd op kleinere schaal op andere plekken (niet percee politiek zelfde of macht)

santorini

  • wss buiten verhandelen van objecten ook spraken van kretensische bewoning.

  • opgegraven

    • site acrotiri (zo tipje van eiland) (het pompeii van griekenland)

      • bedolven onder grote lagen vulkanische as en puin

      • vooral losstaande huizen en complexen

      • gebouwen gekenmerkt door architectuur→ meerdere verdiepen en veel versierd met fresco’s.→ rijke welvarende huizen→ hebben we eig nergens zoveel.

      • huizen van handelaren enzo.

      • geen enkel lichaam gevonden→ wss gevlucht en wisten dat het er aan zat te komen

      • door uitbarsting→ alles begraven en vergankelijke materialen verbrand→ negatieve plaatsen met plaaster van parijs gevuld zodat je kan zien hoe het was.→ veel info over gebruik van hout enzo.

      • West house

        • op beneden verdieping kleiner ramen er boven grotere ramen→ leef plekken boven verdiepeng en beneden wss winkels.

        • fresco’s

          • frescos van marmere platen

          • levens groten mannen

          • minniatuur fresco’s van boven (zoals grand stand fresco’s)→ 5 steden en vloot die zich er tussen beweegt afgebeeld.

            • departure town (waarvan boten vertrekken)

            • arival stad→ opnieuw mensen te zien→ manelijke figuren buiten en vrouwen binnen.

          • oostfries

            • nilotisch landschap( nagebootst nijl landschap)

              • grifioenen, leeuwen, palmbomen… gelijkaardig egyptische graven→ sugereerd dat he verhaal gedeeltelijk in egypte afspeelde.

          • Noordfries

            • oorlogsscène

              • problemen met andere steden dan vertrek en aamkomst stad

              • andere soort schepen+ drenkelingen+ aan de kust marcherende soldaten met hoge schilden en miceense helmen.→ in richting van andere stad.

              • te zien dat terwijl dit gebeurt het dagelijkse leven door gaat.

            • bijeenkomst van mannen

          • interpretatie

            • conflict dat overeenkomt met trojaanse oorlog→ vrouwen boven op muren, dat dagdagelijks door gaat, manier van hoe rivieren door loopt, en de bijeenkomst.

            • wil zeggen dat homero’s zijn verhalen hier zelfs al oraal werden doorgegeven. (1600 V.C.)

        • verzegelingen→ wijzen op meer dan enkel handelscontacten met creta

          • weegschaal met metale pannen+ sets van gewichten om te meten → zelfde systeem van hele egeisch

          • liniair a tabletten

          • verzegelingen van paketjes op dierenvel en perkament.

        • meerdere deel wat we vinden is toch lokaal

        • organisch materiaal met parijs gereconstrueerd

          • geweefde manden

          • geborduurde motieven op kleedij (komt overeen met muurschilderingen en die op ceramiek)

        • ceramiek

          • spiralen is minoisch

          • geiimporteerd minoisch

            • te onderschijden van lokale cycladen→ tot alnder consept van versiering→ meer versieren van oppervlakte met grote figuren

              • nippeled ewers

      • gebouw xeste 3

        • aan ingang van de stad

        • grondplan

          • geknikte toegang (typsisch minoisch)

          • mioan architectuur kenmerken→ pier and door, lustral basin.

        • masans marks op stenen (ook typsich minoisch)

          • verscholen, waren drie tanden en dubbele bijlen

        • van beneden tot vanboven helemaal versierd met fresco’s     op beneden→ rites de passage van jongens en meisjes→ inzichten van sociale organisatie van samenleving

          • overgang van kind naar volwassenen (niet gedaan nog kaal)

        • boven verdiep→ riet landschap met eenden en libellen, groote vrouw met grifioen en blauwe aap+ jonge meisjes die krokussen verzamelen voor die vrouw.→ afbeelding vrouwlijke godin?

        • veel info te zien over klederdracht per leeftijd en wat nog.

  • de vulkaan uitbarsting

    • gebeurt op moment→ LM IA keramiek gebruikt daar na marine stijl→ op akrotiri is deze niet dus na de uitbarsting geen bewoning meer daar

    • absolute datering→ 1550 (volgens egypte), NW methodes 1613BC.

      • gevolgen

        • wss 1 van de grootste rampen van prohistorie

          • assen tot in sagalasos gevonden

        • op eiland zelf

          • eerst rond eiland→ door uitbarstingen eiland geërodeerd en in stukken. + enorme krater.

        • voor kreta

          • was hun handels hub dus economisch hele grote gevolgen

          • in hele regio 2 weken volledig donker+ tsunamisch zelfs op n en o kust van kreta

          • na uitbarsting hoeveelheid van minoische artefacten neemt enorm af→ dat vaccuum ingevuld door miceners.

andere eilanden

  • Keos (Ayia Irini)

    • in ‘bastion’ en huizen minoische fresco’s en ceramiek en liniair a gevonden en mss zelfs peer and door.

    • vrouwlijke terakotta figuren gevonden→ geplaatst op banken naast heiligdom→ komt nergens anders voor dus moeilijk te zeggen wat het is.

  • Melos (Phylakopi)

    • minoische ceramiek en liniair a, architectuur kenmerken gevonden (wel weinig ivm akrotiri

  • Kos (Sergalio)

  • Rhodos (Trianda)

  • Milete

in egypte

  • vanaf midden bronstijd minoische producten gevonden

    • directe contacten of via via?

  • tell el-D’aba (midde rijk)

    • fresco in paleis van stierenspringen en haren, kleedij en landschap, labirinth motief geven aan dat minoisch is

    • kretenzers worden keftiu genoemd in egypte→ afbeeldingen in graven uit 18de dyn te zien

griekse vasteland

  • mykeense grafcirkels A EN B

    • inhoud overwegend monoische objecten

  • in zelfde periode pylos (belangrijk myceens centrum) ook veel minoische objecten.

  • belangrijke route

    • kitera→ materiele cultuur en begravings wijze enzo typisch minoisch (dus zeker minoische handelspost

      • vanaf hier makkelijke oversteek naar Z van peloponnesos

    • recent golf van neopolis. pavlopetri

      • verzonken stad→ door stijging zee en tectonische activiteit.

      • minoische stad→ zie mason marks en het vakwerk is ook minoisch.

de mykeense cultuur

  • benaming slaat→ laatsste fase midden bronstijd en late bronstijd.

    • hier omgekeerde evolutie dan op kreta→ de tendens zet zich niet door→ alle tekenen van complexiteit verdwijnen in midden bronstijd→ hoe? geen idee.

    • vanaf MH 3 terug tekenen van sociale complexiteit. (hier gaan we het deze les over hebben.)→ veel monoische cultuur te zien hier.

de vroeg- mykeense periode

  • er komt een sociale bovenlaag (te zien in begravingen in pelleponesos)

    • reditientiele architectuur zo goed als niet gekend.

      • mycene ( in vlakte van argolis)

        • bouwen op verhoogde locatie→ te maken met versterkingen (dit niet op kreta)

        • begravingen

          • van mid helladisch 3 en toen gwn putgraven zonder bijgaven. op einde van midden bronstijd onderscheiden graven dmv muren.

            • grafcirkel A late bronstijd

              • eerst niet opgenomen in muren

              • in een grafveld

              • lokatie ook aangeduid met stèles.

              • graf 5→ graf van agamemnon?

                • omdat hij dacht dat de ilias een waar verhaal was.

                • graf van 3 mannen

                • nog niet helemaal ontbonden

                • gouden dodemasker.→ was niet hetgene wat op op de mumie lag.

              • inhoud

                • hier enkel schachtgraven.→ 19 lichamen 6 graven heir wel kinderen ook.

              • bijgaven (veel rijker)

                • riton (een zelvere→ was heel waardevol) met relief dat weer een oorlog impliceert (zie frecos W house acrotiri)

                • faiance halssnoer.

                • myceense vorm beker met er boven op 2 duiven.→ ‘beker van nestor’

                • nog andere objecten hier die voorkomen in illias

                • dolken en zwaarden (in brons met inlegstukken van verschillende legeringen van metaal.)

                • houten doos (bewaard) versierd met bladgoud

              • in graf III

                • 3 vrouwen en 2 kinderen

                • veeel goude dingen. zie slides.

                • kinder skeletten met goud belegd

            • grafcirkel B

              • ouder dan 1

              • a en b bevatten andere graf types dan de rest van de necropool→ kist ( zijden van de kuil met steen platen)en schachtgraven. (kist graf *10 afgezet met muurtjes, met er boven riet of hout en daar op een schacht.)

              • voor kleine groep mensen 3-5 (niet indivudueel)→ gemarkeerd door monumentale stèle

              • inhoud

                • 26 graven 35 individuen (geen kinderen)

                • broer en zus samen begraven→ macht erfelijk?

              • bijgaven

                • mynoische objecten

                  • triton schelp

                  • vaatwerk

                  • ook de zwaarden

                • myceense objecten

                  • korte zwaarden

                  • dodemaskers.

                  • veel bladgoud.

                  • ook lokaal vaatwerk.+ cycladische ceramiek

        • mykene acropolis: bewoning

          • recent opgravingen er rond→ wijk gevonden met muren uit deze periode.

          • bewoningsfases    

            • palace II, palace III, palace IV

        • laat mykeense periode

          • kiezen voor thollos graven.

          • acropolis meer en meer uitbouwen en op bep moment omringen met versterkingsmuren (de bouw over verschillende fases. (dan ook GRAF A mee tussen de muren) in laatste fase→ zoet waterbron toevoegen binnen muur.

          • cultus centrum uitbouwen. naast graven

          • bij voorlaatste fase van de muren de leeuwenpoort ook gebouwd→ super zwaar .

          • bij laatste fase dan die bron.

          • paleis laatste fase

            • heel slecht bewaard

            • kern is megaron→ vestibule, voorruimte, en hoofdruimte.

              • plek waar ‘koning’ plaats nam

              • haard in hoofdruimte→ altijd omgeven door 4 zuilen.

            • voor megaron een koer (ook altijd)

              • kleine koer in vergelijking van minoische koer

            • versierd met fresco’s (vertonen weer veel minoische kenmerken.)

            • cultus centrum

              • altijd wel terugkerend plan→ langwerping met hoofdruimte met altaar en banken waar rituele objecten op werden geplaatst

                • house with the frescos

                  • fresco’s→ 2 vrouwen met 1 met een zwaard en met rode fragnes, de andere heeft een lans vast en komt die andere iets vragen. (wss voorstelling van godin, voorloper Athene?→ atana) er onder vrouwelijke figuur onder mss demeter?

                  • aanduidingen voor artisanale productie. (speciale objecten)

                • house with the idols

                  • hoofdkamer met centrale haard→ daar op ook figurines terug gevonden→ betekenis?

  • pylos (aan andere kant van mycene)

    • ook uitzonderlijke begravingen→ ook grafcirkel gevonden.

      • een schachtgraf ook (griffin warrior)

        • 1 mannelijk skelet. (ook in houten kist bij gezet)

        • al de bijgaven zijn hier minoisch (mooie zegelring)

    • oudste tholos graf

    • bewoning

      • aan de voet van de citadel.

      • resten gevonden van iets wat tot 1 heiligdom behoorden

      • mss voorlober van LB tijd paleis.

        • in latere fase afstand van minoische stijl van paleisbouw.

    • bovenlaag komt met nieuwe manieren om zich te laten begraven.

  • godenneman Liniair b tabletten

    • coollll

    • polytheisme

    • lezen ook dat er religieuze kalender was met festivallen ter eren van verschillende goden met bepaalde offers.

tholosgraf

  • grafkamer altijd overdekt door bijenkorf vormige koepel (meestel niet bawaard maar ingestort)

  • procesieweg in rots uitgekapt.

  • meestal geplunderd dus weten niet wie er begraven was

thiryns

  • nog een paleis (indrukwekkend)

  • zien hier ook versterkingsmuren + waterbron.

  • kenmerken

    • groter dan mycene

    • moeilijk toegankelijk→ langs 1 binnen en dan in 2de poort en dan 3de poort en dan 4de poort en pas dan in een koer die toegang geeft aan de grote koer van het paleis, van waaruit je het megaron in kan gaan, en waarvan een 2de megaron berijkbaar was.

bronstijd Pylos

  • bronstijd pylos licht niet op zelfde plek als moderne pylos

    • op heuvel waar paleis zich bevind op soort akropolis

    • heel goed onderzocht.

  • grondplan

    • LH 2 fase met minoische kenmerken.

    • LH3 B megaron plan met haard, onderstel en troon (dit zien we op het plan)

    • hierna is een breuklijn naar dark ages.

    • lay out wat vreemd→ toegang is wat op vreemde plek

    • paleis= complex van gebouwen→ is een verschil met minoisiche paleizen→ daar was het eig 1 gebouw.

  • gebouw

    • entrence 1→ poort→ komt in koer (3) hoofdkoer (niet zo groot als cour in minoische paleizen

    • vanaf ingang al ingang op hoofdruimte→ niet zo overal knikken in gangen.

    • 2 verdiepingen (zelfs trappenhal tot 2de verdiep gevonden.

    • 7 en 8 was het archief

      • grootste archief van liniair b tabletten. (geranschikt op houte rekken)

    • in 6 en 5 olie in kelken→ daar de brand veel erger.

    • rechts buiten grote wijn opslag

    • aan de zijkant proviant kasten voor tafelwaar. (kilix→ drinkbekers)

    • 44 nog aparte toegang met kleinere ruimte met ook centrale haard (queens megaron)

    • 63 cour→ via 64 (overdekte ruimte)→ 65 ook belangrijke ruimte.(hier ook fresco’s muren en vloer. (ook in hoofd megaron)

    • ook grifioenen bij troon → vrouw symbool.

      • was wss ‘koning’→ wanax op liniair tabletten→ term kennen we van hommeros → gebruikt deze voor aanspreeknaam voor goden.

      • paralellen met knossos→ mogelijks vrouwlijke figuur op troon.

      • ook andere scene→ met bart op rots en processie

    • sw building

      • fresco’s van hele andere aard→ gevechtscenes en strijdwagen scenes.

        • mannen met helmen vs mannen met dierenvellen (geen idee wie het zou zijn.)

        • boot afgebeeld→ murex gebruikt→ schelp waar ze paars uit gaan halen→ enkel voor belangrijke personages.

        • bestemt voor lawagetas→ lijder van het volk→ mss ook militaire functie

  • processies

    •     te zien aan fresco’s die prosessie weergeven→ deze richting zouden ze dan hebben gevolgd naar het megaron.

  • feasting

    • kilix bewaard daar + metale kilices (meervoud)→ klinknagels hiervan zijn bewaard.

    • te zien dat het gebouw opnieuw veel in functie zat van voedsel.

    • ter eren van goden en voor nieuwe wanax

  • administratie

    • in al de ‘gele ruimtes’ op kaart zijn adminstratieve lijsten gevonden.

    • wss activiteiten die werden uitgevoerd tijdends de destructie (daardoor niet in archief)

    • liniair b tabletten

      • ontcijfert door micheal ventris.

        • doorbraak door symbool voor drievoetketel waarvoor de tekens waar zijn fonetisch schrift een grieks woord spelde

      • sylabisch schrift→ 2 klank+ 2 klinkers.

      • overgenomen van minoers en gebruikt om grieks te schrijven

      • 5 stappen

        • zie ppt.

      • KNFp1→ maand van deukios en daar dan hele beschrijving van de offers. aan verschillende goden.

Tiryns

  • citadel

  • 8km van mycene

  • lag toen aan zee

  • akropolis→ hier ook typerend

    • hoogste punt het paleis

    • lager wat complemantaire functie gebouwen aan paleis

    • versterkingsmuren.

les 7 ijzertijd (1150- 700/650 V.C.)

  • alle tekenen van hoogstaande maatschappij verdwijnen→ Dark ages

    • zelfde tijd als vroege ijzertijd→ dark ages van de pot gerukte naam.

    • dorische inval werd als verklaring gebruikt maar nu ook achterhaald.

    • myceense palatiale systeem stort in→ wil niet zeggen dat ook al de rest verdwijnt.→ in crisis situatie ontstaat vernieuwing→ collapse is nooit volledig.

    • regionale verschillen

      • verschuiving van zwaartepunt van peleponessos naar centraal griekenland, Attica en Euboea (met golf van euboea)

      • site lefkandi (kustnederzetting)

        • nederzetting + necropool op heuvel

        • lange afstandscontacten→ cyprus en egypte en levant (in peleponnesos geen verre contacten)

          • ketting van isis en osiris in necropool

          • eerste centaur uit griekse mythologie→ oudste.→ toen bestonden de griekse mythes nog

        • toumba heuvel → Heroön

          • absidiaal gebouw (veel toen)

          • grootste gebouw in griekse wereld toen

          • enige gebouw dat peripteros is→ zuilengaanderij rondom gebouw. (nu zie je nog stenen fundering

          • bevind zich in Necropool.

            • in gebouw ook 2 begravingen

            • wat eerst→ gebouw of begravingen er in. deze mensen als helden herdenken→ horoön, of later begraven→ huis van chief.

            • onderscheid begraving man en vrouw duidelijk: man→ crematie in antieke krater, vrouw→ inhumatie (hier met gouden bikini

            • lokatie van graven boven gronds gemarkeerd adh van krater( soort bronzen vaas fzo)

            • paarden begraving.→ paarden duur

Athene

  • vooral funeraire resten (geen huizplannen fzo gevonden (te veel verstoringen)

  • tussen eridanos en inisos revieren.

  • zwaartepunt hier al wat later de stadskern wordt.

  • bestont uit aantal kleinere gehugten die in elkaar zullen overgaan.

  • organisatie

    • mss onafhankelijkheid van de gehuchten→ wss wel sociale gelaagdheid maar nog geen centrale leider of griekse politieke instellingen die later in ijzertijd wel komen

    • wel uitzonderlijk groot nu al.

  • attische geometrische ceramiek echt al een begrip→ vooruitstrevende atteliers die exporteerde naar zowel ooste en weste.

  • BEGRAVINGEN

    • crematie de norm (man en vrouw)

    • trench and hole buruals (mooie afbeelding op ppt)

      • trench gegraven met onderaan een gat.

        • het gat voor de crematieresten en de trench word met grond opgevuld

      • van vazen als grafmerkers→ steeds grotere vazen hiervoor.

    • man en vrouw

      • van man in neck handled amphoras

      • van vrouw in belly handled amphoras

      • kinderen in kistgraven (geen trench and hole buruals)

  • ceramiek

    • proto geometrische ceramiek naar volle geometische ceramiek→ goed te volgen

      • hierdoor chronologie in athene vroege ijzertijd goed te volgen.

  • bronssculptuur

    • bons blijft gebruikt

    • ijzer initieel voor luxe→ later op punt gesteld voor oorlogsvoering en dan veranderd het.

      • ijzertechnologie voor militair, industrie, landbouw,… grote impact

      • goedkoop en goed te vinden.

      • ijzer wel moeilijker te smelten→ hogere temperatuur nodig.+ complexer→ 2 keer verhitten voor alle onzuiverheden te verwijderen.

      • ijzer makkelijk te herkennen in landschap.

    • verloren was techniek

      • kern van klei→ gekleden met was→ was model bekleden met klei met giet gaten om het brons er in te gieten→ was smelt en wordt vervangen door brons.

    • sphyrelaton

      • met hamer verlengt→ met behamering bronze platen pletten en buigen om bep vormen te maken.( na vroege ijzertijd hier van af gestapt want levens echte figurines hiervan zijn niet mogelijk.

    • oude griekse tempels

      • plekken alleen voor cuiltus gebruikt

      • weren van begraving en bewoning

      • nouw verbonden met identitiet

      • afscheiding van sacrale en seculare (dag dagelijkse)

      • temnos= afbakening + begrenzing

      • altaar+ tempel (woonplek voor godheid)

      • tempels in vergangbare materialen → hierdoor zadeldak

      • beelden waren levensechte voorstelling van godheden ( ze dachten dat de goden er in leefde)

      • sites

        • plek van de lauriedrager

          • euboea (eretria)

          • daphnephorion→ eerste structuur hier

          • dan hekatompedon bouwen→ schaal enorm vergroot (dit in heel griekeland) (100 voeters→ 100 voet lang)

        • heraion van samos (8ste eeuw)

          • geboorteplek van Hera

          • oudste beeld van Hera

          • later in kalksteen→ meer duurzame materialen

          • 2 zuilendijen→ wss omdat zadeldak verdween

        • Acropolis (niet wat we nu zien)

    • uitwisseling en contacten

      • griekse colonisatie

        • griekse geschiedschrijvers overdreven over de impact→ we weten dat meeste door feniciers al gedaan was

        • apoikia (weg van huis)

        • emporion (handelspost)

        • colonie is ver westert en hier dus niet echt te gebruiken

        • ischea

          • eiland in baai van napels

          • gemengde gemeeschap→ niet enkel griekse ‘colonisten’

          • handig voor metaal handel

          • was al ‘gecoloniseerd’ door feniiers

          • eerder emporion dan apoikia

          • eerste griekse inscriptie in graf 168→ in ‘nestors cup’ en vertaald ‘ik ben senstors beker…