Vocabulary List from Chapter 5: How is Your Study Going?

Woordenlijst voor HOOFDSTUK 5: HOE GAAT HET MET JE STUDIE?

Lijst van Woorden en Concepten

  • interessant: iets dat de aandacht trekt of bevattelijk is.
  • oefenen: het herhalen van een activiteit om vaardigheden te ontwikkelen of te verbeteren.
  • omgaan met: het effectief navigeren in interacties of situaties, vaak met sociale context.
  • opleiding, de: formeel onderwijs of training gericht op het verkrijgen van kennis en vaardigheden.
  • opeens: iets dat plotseling of onverwacht gebeurt.
  • patiënt, de: iemand die medische zorg of behandeling ontvangt.
  • schouder, de: een deel van het lichaam dat de arm verbindt met de romp.
  • opnieuw: iets dat nogmaals of weer wordt gedaan.
  • spier, de: weefsel in het lichaam dat in staat is om samen te trekken en beweging te veroorzaken.
  • stap, de: een enkel deel van beweging of voortgang naar een doel.
  • theorie, de: een set van principes of ideeën die iets verklaren of beschrijven.
  • stom: iets dat als dom of ongepast wordt beschouwd.
  • uitleggen: het verduidelijken of expliciet maken van informatie.

Taak 1 Woorden

  • als: een conjunctie die een voorwaarde aangeeft.
  • bewegen: het maken van een beweging of verandering van positie.
  • bezig zijn met: actief verplicht zijn of betrokken zijn bij een taak.
  • fysiotherapie, de: een tak van de geneeskunde gericht op het behandelen van lichamelijke aandoeningen door middel van beweging.
  • horen: het waarnemen van geluid.

Taak 2 Woorden

  • afstuderen: het voltooien van een opleiding met het behalen van een diploma.
  • baan, de: een werkgelegenheid of positie binnen een organisatie.
  • biologie, de: de studie van het leven en levende organismen.
  • economie, de: de studie van productie, distributie en consumptie van goederen en diensten.
  • Engels: de taal gesproken in veel landen, in het bijzonder het Verenigd Koninkrijk en de VS.
  • geleden: in het verleden, een referentie aan tijd die verstreken is.
  • geneeskunde, de: de wetenschap en praktijk van het diagnosticeren, behandelen en voorkomen van ziekten.
  • hogeschool, de: een instelling voor hoger onderwijs die praktische of toegepaste opleidingen biedt.
  • studie, de: de actie van leren of het verwerven van kennis.
  • terwijl: een conjunctie die een gelijktijdigheid of contrast tussen twee zaken aangeeft.
  • toekomst, de: de tijd die nog moet komen.
  • verleden, het: de tijd die is verstreken voordat het huidige moment.

Taak 4 Woorden

  • aanpakken: het hanteren of behandelen van een probleem of situatie met een bepaalde aanpak.
  • actief: betrokken bij activiteiten of handelingen; niet passief.
  • begrijpen: het volledig bevatten of doorgronden van informatie.
  • controleren: het verifiëren van de juistheid of kwaliteit van iets.
  • hard: in deze context kan het verwijzen naar intensiteit van inspanning of moeilijkheid.
  • juffrouw, de: een ongetrouwde vrouw, vaak gebruikt in een onderwijssituatie.
  • kritisch: het uiten van beoordeling of een diepgaand evalueren.
  • leerling, de: een persoon die leert, vooral in een educatieve omgeving.
  • mening, de: een persoonlijke opvatting of standpunt over een bepaald onderwerp.
  • motivatie, de: de reden of stimulans achter iemands acties.
  • radio, de: een apparaat dat geluid uitzendt via radiogolven, vaak voor communicatie of entertainment.
  • tevreden: een gevoel van voldoende of voldoende zijn met hetgeen men heeft.
  • uitspreken: het formeel of publiekelijk delen van een gedachte of oordeel.
  • zeuren: het voortdurend klagen over iets, vaak als irritant ervaren.

Taak 3 Woorden

  • architect, de: een professional die gebouwen en andere structuren ontwerpt.
  • basisschool, de: de school voor het eerste deel van verplichte educatie, doorgaans voor kinderen van 5 tot 12 jaar.
  • beroep, het: een carrière of werkgebied dat iemand heeft gekozen.
  • duur, de: de hoeveelheid tijd dat iets duurt.
  • havo, de: hogere algemeen voortgezet onderwijs in Nederland, dat voorbereidt op het hoger beroepsonderwijs.
  • hbo, het: hoger beroepsonderwijs in Nederland dat op praktische vaardigheden is gericht.
  • jongere, de: een persoon die in de adolescentie- of tienerjaren is.
  • kok, de: een professional die eten bereidt.
  • beoordelen: het evalueren of scoren van prestaties of werk.
  • gesprek, het: een interactie tussen twee of meer personen waarbij informatie wordt uitgewisseld.
  • gymnastiek, de: een fysieke activiteit of sport gericht op lichaamsbeweging en fitness.
  • huiswerk, het: opdrachten of werk dat aan leerlingen wordt gegeven om thuis te voltooien.
  • komst, de: het moment van aankomst.
  • matig: gemiddeld; niet boven of onder gemiddeld presterend.
  • leraar, de: een professional die lesgeeft aan leerlingen.
  • meegeven: het geven van advies of begeleiding aan iemand anders.
  • leren: het proces van het verwerven van kennis of vaardigheden.
  • meester, de: een mannelijke onderwijzer, vooral in het basisonderwijs.
  • maatschappelijk werker, de: een professional die mensen helpt met sociale en persoonlijke problemen.
  • onvoldoende: niet voldoen aan de standaard of verwachting; een slechte beoordeling.
  • mbo, het: middelbaar beroepsonderwijs in Nederland dat voorbereidt op specifieke beroepen.
  • prestatie, de: een behaalde success of resultaat.
  • meevallen: beter zijn dan verwacht.
  • middelbaar (middelbare school): onderwijs dat volgt na de basisschool, vaak gericht op voorbereidingen voor hoger onderwijs.
  • niveau, het: de standaard of kwaliteit van wat wordt gepresteerd of beheerst.
  • samenwerken: het werken als team om een gemeenschappelijk doel te bereiken.
  • onderwijs, het: de georganiseerde systematische instructie van studenten.
  • sociaal: gerelateerd aan de samenleving of interacties tussen mensen.
  • piloot, de: een professional die vliegtuigen bestuurt.
  • taal, de: het systeem van communicatie dat bestaat uit woorden en grammatica.
  • theoretisch: gebaseerd op theorieën of ideeën, niet op praktische toepassing.
  • tekenen: het maken van beelden of illustraties met potlood, inkt of andere materialen.
  • verpleegkunde, de: de professionele zorg voor patiënten vanuit medisch perspectief.
  • vmbo, het: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in Nederland.
  • vooropleiding, de: opleiding voorafgaand aan een vervolgopleiding, vaak om de basis te leggen voor daaropvolgende studies.
  • vwo, het: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs in Nederland, dat voorbereidt op universiteit.
  • tempo, het: de snelheid waarmee iets wordt gedaan.
  • uitstekend: van zeer hoge kwaliteit of veel beter dan gemiddeld.
  • vak, het: een specifiek onderwerp of leergebied binnen het onderwijs.
  • voldoende, de: een beoordeling die aan de minimale eisen voldoet; het tegenovergestelde van onvoldoende.
  • wetenschappelijk: gerelateerd aan de wetenschap of gebaseerd op empirische of theoretische principes.