kunstbeschouwing barok bouwkunst.

Crisis binnen de Rooms-Katholieke Kerk en de opkomst van het Protestantisme

  • Ontstaan van de crisis (16e eeuw)

    • Opkomst van het protestantisme als nieuwe stroming binnen het christendom.

    • Veel katholieken bekeerden zich, wat leidde tot lege kerken.

  • Doel van het Concilie

    • Grote vergadering

    • Besluiten nemen om het Rooms-Katholieke geloof weer op de kaart te zetten.

  • Rol van kunst en architectuur

    • Ingezet als middelen voor een promotiecampagne.

    • Creëren van een wauw-effect om gelovigen te imponeren en aan het geloof te binden.

    • doel van barokkunst: om indruk te maken.

Conflicten in de 17e eeuw

  • Conflict tussen landen en regio's

    • Vorsten en hoge personen tonen hun macht en status.

  • Lodewijk XIV

    • De Zonnekoning, absolute vorst van Frankrijk.

    • Kunst en architectuur dienen als middel om zijn positie te versterken.

De Barokperiode

  • Oorsprong van de term 'barok'

    • Afkomstig van het woord 'barroco', verwijzend naar een onregelmatig gevormde parel.

Kenmerken van de Barok bouwkunst

  1. Pracht en praal

  2. Sterke dynamiek

Opdeling van de Barok

  • Doel 1: Contrareformatie

    • Propaganda (reclame) voor de Rooms-Katholieke Kerk.

    • Reactie tegen de opkomst van protestanten.

    • Kunstwerken en kerken bevorderen de terugkeer naar het katholieke geloof.

  • Doel 2: Macht tonen

    • Classicistische barok, het tonen van macht en status.

    • Tonen van luxe.

    • Beperkingen op emoties.

Toepassing van Barokkenmerken in Bouwkunst

1. Pracht en Praal

  • plastische werking: beweging Bv. —> het voor en achteruitspringen van de kroonlijst,…

  • rijke materialen (goud en marmer)

  • monumentaliteit: door de kolossale orde, schermgevel, genius loci

2. Dynamiek

  • verticaliteit: Bv. door de kolossale orde.

  • Antieke elementen:

    • zuilen

    • fronton

    • kroonlijst

Italiaanse Barokarchitecten

Maderno

Façade van de Sint Pietersbasiliek

  • eeuwen heeft geduurd

  • het grondplan en de koepel is de huidige visie van michelangelo

  • Bovenaan heeft het een kleine ATTICA = deel boven de kroonlijst. hierdoor wordt het achertliggende dak aan het oog onttrekken. en valt de koepel sterker op.

pracht en praal

  • plastische werking

  • rijke materialen

  • monumentalitieit: kolossale orde, schermgevel, genius loci

dynamiek

  • verticalisering

  • antieke elementen: voluten, fronton, kroonlijst, fries

Bernini

  • Belangrijk in de barok beeldhouwkunst.

  • werkt voor de paus

Colonnade van Sint-Pietersplein

pracht en praal

  • monumentaliteit: genius loci, de collonade verbindt de omgeving met de kerk. de 2 elips vormige armen hebben elks 4 rijen zuilen.

dynamiek

  • verticalisering: hoge zuilen

Borromini

  • onevenwichtig en introvert iemand, weinig contact met anderen.

  • hij dacht eerder sculpturaal dan architecturaal.

San Carlo alle Quattro Fontane

prachte en praal

  • plastische werking: gebogen gevel

  • monumentaliteit: kolossale orde, schermgevel

dynamiek

  • verticaliteit: kolossale orde, puntenkroonlijst, hoge zuilen

  • beweging dooer golvende gevel

  • citroenvormig grondplan

  • klassieke elementen: zuilen, kroonlijst, fries

sant’ivo alla saspienza

prachte en praal

  • plastische werking: citroenvormig grondplan

  • monumentaliteit: kolossale orde, schermgevel, genius loci

dynamiek

  • verticaliteit: kolossale orde, spiraal in de lantaarn

  • golvende gevel

  • klassieke elementen: zuilen, kroonlijst, fries

sant’ agnese

pracht en praal

  • plastische werking

  • monumentaliteit: kolossale orde, schermgevel, genius loci

dynamiek

  • verticaliteit: kolossale orde

  • golvende gevel

  • klassieke elementen: zuilen, kroonlijst, fries, fronton

Franse Barokarchitecten

anders dan de Italiaanse. overzichterlijke opbouw, zuivere klare lijn, elementen uit de antieke oudheid.

Claude Perrault

Colonnadevleugel van het Louvre

pracht en praal

  • monumentaliteit: horizontale sobere rechtlijnigheid en de doorlopende kroonlijst.

dynamiek

  • beperkt

  • sobere ritmisering

  • dubbele zuilen

Jules Hardouin-Mansart

  • in dienst van Lodewijk XIV.

  • mansardedak

Dôme des Invalides (graf van Napoleon)

pracht en praal

  • rijke materialen

  • monumentaliteit: kollosale orde, schermgevel, genius loci

  • plastische werking is beperkt

dynamiek

  • verticalisering: kolossale orde

  • afwisseling van in-en uitsprongen

Het Paleis van Versailles: Fasen van Ontwikkeling

Fase 1: Begonnen als jachtpaviljoen door Lodewijk XIII.(13)

Fase 2: lodewijk XIV (14) was jaloers op het kasteel van Fouquet daarom laat lodewijk XIV het jachtpavijoen ombouwen.

-Le Vau / Hardouin-Mansart = architectuur

-Le Brun = inrichting

-Le Notre = tuinarchitectuur

Lodewijk liet de Appolo fontein bouwen waarvoor men een pompsysteem ontwierp met 257 pompen.

Fase 3: Er is nog altijd uitbreiding door Lodewijk XIV (14)

-galerie des glaces

-le grand trianon

Lodewijk noemde hemzelf de zonnekoning.
+zondsondergang in de slaaplamer van Lodewijk

+zondsondergang is centraal boven het kanaal

+symbool van de zon en het materiaal goud

+zonnegod apollo

Het is niet zo leuk om in het paleis van versaille te wonen omdat:

  • er is niks privé

  • er is niets praktisch voorzien voor zoveel bewoners

  • weinig hygiëne, vieze geurtjes

  • mensen van adel krijgen ùaar een klein kamertje —> te klein voor kleren, pruiken

  • hoe dichter je bij de koning staat hoe meer je mag.

Fase 4: Herinrichting door Lodewijk XV in rococostijl. (pastelkleurtjes, veel bloemen)

Lodewijk XV (15)

-le petite trianon = buitenverblijf voor madame de pompadour

-opera

Fase 5: Beperkte veranderingen door Lodewijk XVI voor classicisme.

Lodewijk XVI (16)

-le hameau de la reine= toneeldecor voor zijn vrouw marie-antoinette

Marie-Antoinette verbleef permanent in le petit trianon.
Ze gaf veel geld uit waardoor mensen haar haten.

  • Opstand tegen Lodewijk XVI door het volk vanwege verspilling en slecht leiderschap.

  • Leidde tot de guillotine voor de koning en zijn vrouw.

plattegrond van het Paleis van Versaille

  1. oorsprongkelijke jachtpaviljoen

  2. centraal gedeelte koning

  3. centraal gedeelte voor de koniging

  4. slaapkamer

  5. galerie des glaces

  6. koningklijke kapel

  7. opera

kenmerken van het paleis van versaille

pracht en praal

  • monumentaal: kolossale orde, genius loci

  • decoratief: veel beelden

  • materialen: veel goud en marmer

dynamiek

  • klassieke elementen: zuilen, doorlopende kroonlijst zorgen voor ritme

  • horizontaal

Belangrijke Barok Architecturen in de Zuidelijke Nederlanden

O.L.V.-kerk, in Scherpenheuvel.

  • centraalbouw

P. Huyssens: St.-Carolus Borromeuskerk, in Antwerpen.

  • hoogbarok (hoogtepunt van de barok)

Facade St.-Michielskerk, in Leuven.

  • de voorgevel werd er later aan toegevoegd

Belangrijke Barok Architecturen in de Noordelijke Nederlanden

Mauritshuis, in Den Haag.

  • pracht en praal = -gebruik van 2 materialen

-monumentaliteit: kolossale orde

  • dynamiek = -sober gebruik van barok

-symetrisch

-kolossale orde: rustige pilasters lopen over 2 verdiepingen dus dynamisch effect.

Engelse en Spaanse Barokarchitectuur

St.-Paul's Cathedral, in Londen.

  • Spaanse barok is extreem versierd, vooral in de kathedraal van Santiago de Compostella.

  • pracht en praal = monumentaliteit: kolossale orde, genius loci

-veel decoratie

plastische werking

  • dynamiek = symetrie

-minder barok gevoel

-ritmisering en gebruik van dubbele zuilen

-verticalisering door zijtorens

-klassiek elementen: fronton, fries, kroonlijst