Modernisme les 6
Modernisme les 6 dans en muziek
Academische regels in de beeldende kunst: perspectief, natuurlijke kleuren, proporties menselijk lichaam: anatomisch.
Regels in de muziek: compositieleer, vorm, harmonie (klinkt gelijk) toonsoort en maatsoort.
Muziek traditie (klassiek): symfonie groot orkerst met tempo-wisseling; snel – langzaam – langzaam en snel.
vaste toonsoort
Vaste maatsoort
Dynamiek: p en f ; hard en zacht. Vaste vorm: sonate vorm = vier delen met verschillendtempo. Allergo = snel, adate/adagario = langzaam en scherzo = snel.
Tonaliteit: toonladder iets in bepaalde toonsoort geschreven. Zijn wel een paar no go’s in een toonladder. Secunde: twee noten naast elkaar en septiem: cb klinkt ook niet mooi. Klassieke componisten vermijden dit want is dissonant. Speel je in majeur of mineur.
Modernisme in muziek: experimenteren, regels doorbreken, artistieke bevrijding, expressie, innerlijk leven, niet op zoek naar mooi maar waaheid en authenticiteit.
Componisten: wegbereiders = claude debussy en gustav mahler
Componisten: modernisten = anold Schonberg en Igor Stravinsky
Claude Debussy: vroege leeftijd op de muziekschool in Parijs, maar kreeg het al snel aan de stok met leraren. Hij wilde improviseren , maar hij kreeg allemaal regels opgelegd.
Uitspraak: Veel componisten luisteren nederig naar de stem van de tradiitie wat er volgens mij voor zorgt dat ze de stem die binnen in hun spreekt niet kunne horen. > Is al een modernistische uitspraak = componist moet gevoelens en stemmingen uitdrukken. Hij had een zieke prijs gewonnen om 2 jaar in rome te verblijven om inspo op de doen in alle cultuur. Hij was na 2 maanden weer terug in Parijs. Hij vond het verstijvend.
1884: Prelude a l’apres midi d’un faune: inspo uit het gedicht over de faun. Verlangens en dromen van een faun die nimfen gaat achtervolgen om uiteindelijk toch weer in slaap te valllen. Het is geen symfonie, maar een symfonisch gedicht. Het is sfeerimpressie en impressionistische muziek.
Arnold Schönberg 1874-1951: weg met harmonie, weg met lange loodzware partituren (4 delen met lange pauzes) en muziek moet kort zijn. 1908 componeert hij Tweede Strijkkwartet: begin van zijn atonde stijl. Je krijgt veel dessonanten. Atoniteit: de tonaliteit van de muziek loslaten en emancipatie van de dissonant.
Sergej Diaghilev: Rusland deed eerst dans door een goede opvoeding want zijn vader had een patent op vodka van de tsjaar. Hij ging naar het conservatorium maar ze vonden hem niet goed, ging toen naar de kunstacademie en daar vonden ze hem ook niet goed. Maar hij wilde wel in de kunstwereld blijven
Segej Diaghilev (18720=-1929.
Hij ging tentoonstellingen maken en hij bleek een hele goede scout te zijn hiervoor. Hij ging de russische kunst en folklore als exportproduct gaan gebruiken. Hij ging de Russische cultuur promoten in West-EU. De impresario van Les Ballets Russes (het russische ballet): reizend balletgezelschap met als basis in Parijs (nog nooit in rusland opgetreden). Iedereen had zijn eigen specialiteiten. Dit vond hij ouderwets hij vond dat ballet een gesamtkunst moest zijn met nauwe samenwerking tussen componist, choreograaf en ontwerper. Hij heeft het kunnen realiseren het was een groot succes.
De modernistische ballet werd heel erg gewaardeerd door modernisten (1909-1929). De choreocgrafen van Vaslav Nijinsky (1912-13) en Leonide massine (1915-25).
Traditie: klassiek ballet: 4 aktes/bedrijven. Het zwanenmeer 1877. Academische regels mbt kleding en choreografie bij klassiek ballet. Componist is pjots iljitsj tsjaikovski. De costuum hebben tutut om de benen goed te zien, haren zijn strak naar achter en de heren hebben een strakke maillot aan om de benen goed te zien. De choreografie: synchronisatie, veel pit en energie, dames dansen op spitsen, het is elegante bewegingen en moet allemaal verticaal naar boven. Mannen moeten hoge sprongen maken en als hij samen danst: moet hij haar helpen met gooien en sprongen.
Igor Stravinsky 1882-1971; was de picasso van de modernistische muziek. Hij was ook matties met hem. Heel de avant-garde wereld kende elkaar. Stravinsky was goed opgeleid op het factorium en kende de regels, maar kon ze ook overboord zetten. Hij is een modernist in hart en nieren. Diaghilov was op een huisconcert bij igor en haalde hem naar Parijs, toen kwam wel de russische revolutie gelukkig had hij heel zijn familie in parijs. Kon niet meer terug en mocht tijdtje bij coco chanel wonen, hij kreeg ook een affaire want zijn vrouw was bedlegerig met TBC. Hij is ook naar New York gegaan. Great succes was hij.
Les ballets Russes Stravinsky Petrouska 1911. Cheografie van Michel Fokine. Was ook een sprookjes verhaal met veel archytpe waarom het een groot succes is. De tovenaar tovert houten poppen weer tot leven. Er danst een figuur de oude regels van het ballet en andere dansen nieuw. Er zijn veel naar binnen ipv naar buiten.
Vaslav Nijinsky: sterdanser en choreograaf. Ook ontdekt door Sergej Diaghilev en meegenomen naar Parijs. In 1912 kreeg Nijinsky van Diaghilev de opdracht op zelf een modernistische chorecografie te schrijven. Het stuk had hij uitgekozen l’apres middi dun faune. Hij moet dus een gesamtkunstwerk maken en samenwerken met componist en decor persoon. Kostuum ontwerp en decor: leon bakst. Hij was ook het liefje van diaghilev, hij was echt de ster in Parijs en had alle hoofdrollen, maar hij ging trouwen en als wraak deed diaghilev hem uit het gezelgschap.
Wat is er venieuwend aan: geen tutus meer, geen spitsen, archaise kostuums uit de griekse periode > egyptische tekenkunst. Ze stonden en en liepen als egyptenaren. En het past in de periode van het primitivisme. De faun doet hele hoekige bokkige bewegingen
Leon Bakst: deed decor en kostuums.
Theatre des champs-elysees in april 1913: nieuwe schouwburg in art deco stijl gemaakt en voor de gelegenheid een nieuw stuk van stravinsky en nijinsky en bakkst: le sacre du printemps: het lente offer. Dit is een verhaal uit prehistorisch rusland: lekker escotisch weer. Het bestaat uit aan aanbidding avn de aarde en uit het mensen offer. Dit is dus in 2 delen in plaats van 4 delen met ziek grote pauzes om het hele decor weer te wisselen en kostuums te wisselen. Het is russische volksmuziek: melodien maar dan met andere ritmes. Decor is ook modernistisch: kleuren van cezanne en eenvoudige vormen. Nicolai rjorich: was een kunstenaar en archeloog en deed het decorontwerp en kostuums. Ze doen allemaal turn in.
Muziek van stravinsky in rite of spring.
Hij begint met een solo instrument en dit is een ongebruikelijk iets: fagot.
Heel groot orkest 99 man, paste nauwelijks in de orkest bank.
De ritmesectie percussies en balzers hebben belangrijker rol dan normaal.
Gesammtkunstwerk:
Choreografie: niinksy: cubism on stage
Muziek igor stravinsky is heel ritmisch
Ritme van strijkers en hoorn = dissonerend akkoord, dit was zowel voor het orkest en het publiek heel vernieuwend en moeilijk om te spelen.
De ene helft van het publiek was modernist en de andere helft die rijke mensen. En die vonden het stom en het hele publiek was toen aan het vechten > uiteindelijk alles uitgespeeld en was mega goeie publiciteit om de burger op te schudden.
De parade satie (muziek) picasso (decors, kostuums) Massine (choreografie). Geluid voor moderne tijd is de parade. Sirenes, geratel van typemachines, pistoolschoten en een rad van fortuin in Eric Saties muziek.
Diaghilev creerde het 20ste eeuw ballet en daaruit voorkomend: de moderne dans.
Diaghilev werkte samen met beroemde modernisten:coco chanel, matisse, de chirico. Pablo picasso: ontwerpen decors, kostuums voor les ballets russes.
Modernisten waren gefascineerd door mythes, fabels, sprookjes: toegang tot collectieve onderbewustzinjn: archyptypes
Moderne leven was ook een goed onderwerp.
Modernistische muziek: Jazz:
Ontstaan uit afrikaanse muziekale tradities, spirituals, blues en ragtime
The great migration, in de burgerooorlog slaverinij afgelast en de zwarte moeten werk gaan zoeken en dat werk was er niet in het zuiden, dus migratie nvan zwarte bevolking naar het noorden.
New orleans: muziek cultuur, de slaven mochten dans en muziek doen op de plantagei, chicago, new york. The Harlem Renaissance: de zwarte bevolking gaan bewust laten zien dat zij een eigen cultuur hebben: schrijvers, componisten, muzikanten.
Jazz kenmerken: improvisatie experiment, swingend ritme, syncopen (offbeat), call and respons, koperblazers, piano, drums, zang > vernieuwend. Drukte modern leven in metropoool uit.
Louis Armstrong: Chicago
Duke Ellington: Harlem Renaissance
Jazz swing: nieuwe dance moves: bracht Josephine Baker bracht het naar EU CHARLESTON
Lesdoelen:
cognitief: studenten kennen een aantal producties van de Ballets Russes en de verschillende kunstenaars die hierbij waren betrokken. De studenten kennen het werk en de speciale verdiensten van Sergej Diaghilev.
Sergej Diaghilev: heeft Ballet Russes opgericht en hij was een super goede scout.
L'apresmidi dun faun: Clade Debussy, Vaslav Nijinsky en Leon Bakst
Le sacre du printemps: Igor Stravinsky, Vaslav Nijinsky en Nicholas Roericht
Parade: Erik Satie, leonide Maasine en Picasso
Studenten kunnen beschrijven hoe de premiere van Le sacre du printemps in mei 1913 verliep, en kunnen dit verklaren
Het publiek was verdeeld. Er zaten avant-garde fans, maar ook de elite die zich opdoste en mooi wilde zijn in het publiek. Dit was de eerste keer dat zoiets ooit was gebeurd. Dissonanten, atonaal, hoekige bewegingen. De elite begon boe te roepen, en de modernisten fans wilde het stuk zien. Ze begonnen met elkaar op de vuist te gaan en met stoelen te gooien terwijl het stuk verder ging. Op een gegeven moment moest sergej de dansers ondersteunen omdat ze de muziek niet konden horen en roepte hij de cijfers van de dansen.
Studenten weten van drie balletten (l' après-midi d'un faun, le sacre en de parade) wie de muziek gecomponeerd heeft, wie de decors/kostuums ontworpen heeft en wie de choreografie heeft gemaakt
Faun: componist: Debussy, decors en kostuums: Leon bakst, choreografie: Vaslav Nijkinsky
Le sacre: componist: stravinsky, decors en kostuums: Nicholas Roericht en choreografie: VAslav Nijinkinsky
Parade: Componist: Erik Satie, decors en kostuums: picasso en choreografie: Leonide Maasine
Studenten kunnen van bovengenoemde balletten aangeven wat modernistisch is aan de muziek, de choreografie, de vormgeving (decors/kostuums) en de onderwerpskeuze
Faun: egyptische platheid, hoekig en statige bewegingen,
Le sacre: atonaal, dissonant, hoekige bewegingen, outfits
Parade: collagetechniek, rare geluiden, kubistisch,
Studenten kunnen uitleggen dat balletten van Les ballets Russes gesamtkunstwerken waren.
Er werd samengewerkt door de componist, choreograaf en decor en kostuums om een geheel optreden te maken ipv apart
Studenten kunnen uitleggen dat de Afro-Amerikaanse jazz een uitingsvorm was van het modernisme en kunnen uitleggen op welke manieren jazz muziek afweek van de traditionele regels in de muziek
Het was een breuk met traditie. Een opzwepend tempo, improvisatie,
Studenten kunnen uitleggen dat de charleston voortkwam uit de Afro-Amerikaanse jazz- en danscultuur en kennen de rol van Josephine Baker in het bekend maken daarvan in Europa
Josephine Baker kwam naar Parijs en daar introduceerde zij de dans.
Studenten kennen de volgende termen uit de muziekleer:
* Atonaliteit/ atonaal (niet gebaseerd op een toonladder als grondtoon) en tonaliteit/tonaal (wel gebaseerd op grondtoon en dus harmonisch)
* dissonant (bijv 2 toetsen naast elkaar op de piano aanslaan: is een dissonerend akkoord: dat klinkt niet mooi/ het wringt)
* Maatsoort (ritme) en toonsoort (harmonie)
* Choreografie: het ontwerp van de dans/ het ballet
vaardigheden: Studenten kunnen de modernistische kenmerken van een aantal producties van de Ballets Russes herkennen en benoemen. (l' Apres midi d'un faun, Le sacre du Printemps, Parade)
Attitude: studenten reflecteren op de betekenis van gesamtkunstwerk.