Samenvatting: Lead discovery en Lead optimization (NL)

4 Lead compound

  • Doel: identificeren van een leidverbinding die potentieel therapeutisch bruikbaar is; startpunt voor verdere ontwikkeling.
  • Scaffolds en substituenten bepalen activiteit en bereikbare PM-/PK-kinetiek; farmacoforen en auxoforen geven richting aan ontwerp.

4.1 Natural products

  • Natuurproducten leveren tal van leads: planten (bv. morfine, taxol), micro-organismen (bv. penicilline, tetracycline), mariene bronnen, gifstoffen en toxines (bijv. captopril-ontstaan uit addersgif).
  • Natuurproducten bieden vaak privileged scaffolds die kunnen worden uitgebreid of aangepast.

4.2 Screening synthetic libraries

  • Bedrijven screenen zowel bestaande moleculen als synthetische intermediairen; kan leiden tot lead-achtige verbindingen.
  • Fragment-based drug design (FBDD): werken met kleine fragmenten die samen een bindingssite invullen; vaak sneller naar lead dan volledig grote molecules.
  • “Best in class” benadering: starts from known effectieve chemotypes en past substituenten aan.

4.3 Ligand based approach

  • Startpunt: bestaande liganden – rational ontwerp rondom hun biomoleculaire functie en pathologie.
  • Doel:Onevenwicht in lichaam corrigeren via antagonist, agonist, enzymremmer of DNA-interferentie.
  • Eenheden: Biologie-gedreven ontwerpen kunnen leiden tot betere selectiviteit en PK/PD-eigenschappen.

4.4 Fragment based drug design

  • Fragmenten zijn kleine moleculen die specifiek binden aan delen van een bredere bindingssite; epitoop combineren voor grotere affiniteit.
  • Drie hoofdstrategieën:
    • Fragment evolution: zwakke binding uitbreiden/verbeteren via iteratieve modificaties.
    • Fragment self-assembly: twee fragmenten reageren spontaan tot één betere ligand.
    • Lead fragmentation: grotere leidverbinding opdelen in fragmenten, evalueren welke delen essentieel zijn.
  • Voordelen: hoge diversiteit, sneller sjabloneren naar lead, minder synthese-inspanning bij starten.

4.5 Drug metabolism studies

  • Doel: metaboliet-activiteiten identificeren; bepalen of werking komt van moederdrug of metaboliet.
  • Fases: Fase 1 (oxidatief, reductief, hydrolytisch) creëren functionele groepen; Fase 2 (conjugatiereacties) verhogen polariteit en clearance.
  • Voorbeelden: omzettingen die PK/PD beïnvloeden en prodrugs mogelijk maken (bv. omzetting van alcohol naar carboxylzuur of glucuronide-conjugatie).

4.6 Lead discovery by clinical observations

  • Klinische observaties leiden soms tot leads: Dramamine (antihistaminicum) als uitgangspunt; Viagra-achtige heroriëntatie op PDE-5 in plaats van angina.
  • Structural analogies en biologie-gedreven lijnen helpen bij het herkennen van lead-achtige eigenschappen.

4.7 Lead discovery by structural similarity or biology based libraries

  • Structural similarity kan niet altijd leiden tot dezelfde bio-activiteit; TRAP (target-related affinity profiling) en affinity fingerprints helpen bij hit- en lead-detectie.
  • Bioactivity-based libraries verzamelen biologisch actieve moleculen; kan complementair zijn aan structurele libraries.

4.8 Lead discovery by hit-to-lead process

  • Hit evaluatie: reproduceerbare activiteit in relevante assays; zuiverheid controleren; selectiviteitsscreening; beschikbare analogen testen; structureer/conformeerbaarheid controleren.
  • Kaders: hERG (Hartkaliumkanalen), P-gp (efflux transporter), CYP450 (metabolisme) analyses.
  • Pas na SAR: lead wordt een candidate die door SAR is bevestigd.
  • Samenvatting: valideren van target en assay, vervolgens selectieve hits verrijken tot lead.

5 Lead optimization

  • Doel: leidverbinding omzetten in development candidate (DC) door PK/PD-parameters te verbeteren en toxiciteit/absorptie te optimaliseren.
  • Farmacofoor: verzameling subunits in een molecuul die interactie mogelijk maken; spatial disposition bepaalt binding en activiteit.
  • Moleculaire complexiteit: twee benaderingen:
    • Lead downsizing: vereenvoudigen voor betere synthesiseerbaarheid en PK/PD.
    • Lead complexity: toevoegen van chirale centra en hydrofobe kenmerken om PK/PD te verbeteren (PD/PK gains), vaak om betere BBB-toegang en target engagement te bereiken.

5.1 Farmacofoor

  • Farmacofoor = essentiële subunits die interactiepunten geven met receptor/target; ruimtelijke oriëntatie van onderdelen is cruciaal.

5.2 Lead optimization: Molecular Complexity

  • Complexiteit kan PK/PD en selectiviteit beïnvloeden; soms wordt complexiteit verhoogd om off-targets te vermijden en selectiviteit te verbeteren.
  • Meestal begins met een kleinere leidverbinding en wordt deze complexer gemaakt om betere binding en PK te bereiken.

5.3 Functional group modification (FGM)

  • Doel: bepaalde bijwerkingen verwijderen terwijl gewenste werking behouden blijft (SOSА: selective optimization of side activity).
  • Voorbeeld: substitueren van farmacofor-onderdelen om antibiotische activiteit uit te schakelen terwijl gewenste activiteit behouden blijft; bioisosterische vervangingen toepassen.

5.4 Structural Activity Relationships (SAR)

  • SAR onderzoek: vele analogen doorlopen om relaties tussen structuur en activiteit te begrijpen; diversiteit tussen analogen is cruciaal.
  • Doel: identificeren welke modification welke activiteit beïnvloedt; vermijden van substitutions die activiteit verminderen.

5.5 Structure modifications

  • Standaard modificaties richting TI (therapeutische index) en activiteit.
  • Technieken: Homologation, Chain branching, Ring-Chain transformations, Bio-isosterism.

5.6 Bio-isosterism

  • Bio-isosterie: uitwisseling van groepen met vergelijkbare fysische/chemische eigenschappen die de activiteit behouden of verbeteren.
  • Klassieke bio-isosterie: vervangingen met vergelijkbare grootte/eigenschappen (bijv. carboxylzuur
  • Niet-klassieke bio-isosterie: substituties die niet strikt aan klassieke regels voldoen maar wel vergelijkbare bioactiviteit leveren.

5.7 Topliss scheme

  • Methode om substituenten systematisch te evalueren bij aromatische substituenten als synthese moeilijk is.
  • Resultaat: klassiek 4-Cl startpunt; evaluatie op LESS, EQUALS, MORE actief om vervolgstappen te bepalen.

5.8 QSAR KEY POINTS

  • QSAR koppelt fysico-chemische eigenschappen aan biologische activiteit via wiskundige modellen.
  • Belangrijke parameters: logP (hydrofoobiteit), π (hydrofoobiteit substituent), σ ( Hammett elektronisch effect), sterische factoren (Taft ES, Sterimol).
  • Craig plots en Topliss-schema helpen orthogonaliteit en selectie van substituenten te waarborgen.
  • Regels) Voor QSAR: orthogonale parameters, voldoende analogen, en voldoende diversiteit tussen analogen.

5.8. Samenvatting van QSAR principes

  • QSAR gebruikt logP, π, σ, en sterische factoren om activiteit te voorspellen.
  • Target: balans tussen hydrofobiciteit en polariteit; optima liggen in een bepaald bereik afhankelijk van klasse (bv. ethers, cholesterine-achtige systemen).
  • Craig plot: visualiseert relatie tussen twee fysico-chemische parameters; helpt bij identificeren van bio-isosterische substituenten.
  • Topliss en andere schemata bieden pragmatische routes voor snelle lead-optimisatie wanneer synthese beperkt is.

5.9 Belangrijke praktijken tijdens lead optimization

  • Regelmatig controleren op hERG, P-gp en CYP450 interacties blijft cruciaal bij voortschrijding.
  • TI-waarde (Therapeutic Index): prefereren dat TI hoog is; TI =
    TI = rac{LD50}{ED50}
  • LD50: dosis die 50% van testpopulatie doodt; ED50: dosis die 50% van het gewenste effect bereikt.
  • Doel: DC bereiken door combinatie van SAR, pharmacokinetiek (PK) en pharmacodynamics (PD) verbeteringen, terwijl toxiciteit en off-target effecten geminimaliseerd worden.

Belangrijke concepten (samengevat)

  • TI, LD50, ED50, en structure-activity relaties vormen de kern van het evaluatieproces van lead compounds.
  • Farmacofoor en auxoforen bepalen waar en hoe een molecule de bindingssite invadeert; preklinisch design draait om optimale spatial disposition.
  • QSAR en structuur-kinetiek analyses bieden raamwerk om voorspellingen te doen en keuze van substituenten te sturen.
  • Lead- tot development candidate omvat strikte evaluatie van PK/PD, toxiciteit, en haalbaarheid van synthese, gevolgd door klinische evaluaties.