ALMZ - Urologie Pediatrie - Leerpad B
Urologie bij Kinderen
Algemeen
Urologie richt zich op medische zorgen voor kinderen.
Wanneer problemen met de urinewegen zich voordoen, kunnen ze veel impact hebben op de kwaliteit van leven en zelfvertrouwen van een kind.
Diurese
Diurese: Urineproductie.
Normale urineproductie begint in de 12e week van de zwangerschap.
Eerste dag urineproductie: +/- 15-20 ml.
Eerste mictie (plas) binnen 24 uur na de geboorte.
Urineproductie bij zuigelingen: 1 à 2 ml/kg/u.
Frequente mictie voor kinderen: 10 à 15 keer per dag.
Zindelijkheid
Definitie: Vermogen om signalen van de blaas te herkennen en hierop te reageren door mictie op een gepaste tijd en op de juiste plaats.
Dit proces omvat zowel het toelaten als het onderdrukken van mictie.
Complexiteit en neurologische rijping is een vereiste voor zindelijkheid:
Gemiddeld tussen 15-18 maanden.
Voor 15-18 maanden: Kinderen urineren en defeceren doorgaans automatisch.
Gastro-colische reflex betrokken bij het urineren na de maaltijd.
Bij kinderen van +/- 2 jaren begint het proces van zindelijkheid:
Herkenning van behoefte aan plassen.
Tijdelijke controle, wat leidt tot een positieve ervaring rond 2 jaar.
Overdag zindelijk rond 2,5 jaar; ’s nachts gemiddeld rond 5 jaar.
Ongeveer 10% van 7-jarigen is nog niet volledig zindelijk.
Zindelijkheidstraining
Aanbieden van potje start vanaf 2 jaar.
Training op vaste tijdstippen:
Na de maaltijd.
Na slaapmomenten.
Bij thuiskomst.
Duur van sessies: niet langer dan 2 minuten per keer.
Houding tijdens training:
Het gebruik van een potje met een kindertoiletzitting (kinderen kunnen beter zitten met voeten op een steun).
Uitdagingen bij Zindelijkheid
Factoren die de zindelijkheidstraining beïnvloeden:
Te vroeg beginnen met trainen.
Gebrek aan structuur.
Onvoldoende tijd voor training.
Kwaliteit van luiers en kleding.
Leeromgeving voor staand plassen.
Consumptie van frisdranken.
Gevoel van hyperhygiëne.
Vastgestelde kenmerken van incontinentie:
Het onvermogen om urine op te houden na de leeftijd waarop dit normaal gesproken zou moeten kunnen.
Gevolg van urineverlies op ongewenste momenten en plekken.
Enuresis en Incontinentie
Enuresis nocturna: bedplassen.
Incontinentia diurna: overdag incontinentie.
Definitie: Als een kind niet zindelijk wordt na de leeftijd van 6 of 7 jaar met minstens 1 episode per maand.
Oorzaken van incontinentie:
Anatomische afwijkingen (zoals blaasextrofie).
Neurogene problemen (bijvoorbeeld schade aan de sluitspier of cerebrale parese).
Overactiviteit van de blaasspier leidt tot verhoogde aandrang en behoefte om vaak te plassen.
De ledigingsfase kan verstoord zijn, wat resulteert in een incomplete blaaslediging.
Psychologische factoren: extreem uitstelgedrag.
Meisjes kunnen vaak meer last hebben van onderactieve blaasspier en daarom persen om te plassen.
Bedplassen
Twee vormen van bedplassen:
Monosymptomatische vorm: alleen ‘s nachts.
Niet-monotysymptomatische vorm: ook overdag.
Oorzaken van monosymptomatische vorm:
25% heeft te hoge nachtelijke urineproductie.
Overactiviteit van de blaasspier.
Slaapstoornissen.
Beide vormen hebben een familiale predispositie.
Psychische en sociale problemen kunnen zich voordoen, bijvoorbeeld bij ADD, ADHD en autisme, wat de kans op bedplassen vergroot.
Onderzoeken
Vereiste onderzoeken bij twijfels over urine- en stoelgangproblemen:
Documenteren van plas- en stoelgangkalenders.
Registreren van inname van vloeistoffen.
Metingen van nachtelijke urineproductie.
Klinisch onderzoek door een kinderuroloog:
Uroflow en debietmeting om plaspatronen te analyseren.
Echografie van de blaas en nieren om anatomische afwijkingen vast te stellen.
Urineonderzoek voor een beter inzicht in het functioneren.
Video-Urodynamisch Onderzoek
Invasief onderzoek om een volledig beeld van de blaasfunctie te krijgen. Dit kan worden gedaan bij kinderen met neurogene aandoeningen of bij kinderen die normaal ontwikkelen maar nog steeds incontinent zijn.
Behandeling van Incontinentie
Basisbehandeling omvat:
Plastraining op basis van conditionering met behulp van een plaswekker.
Gebruik van de kalendermethode tot 1 maand na de laatste natte nacht.
85% van de kinderen wordt hiermee succesvol droog.
Uitleg over urinaire incontinentie voor kinderen.
Aanpassen van de drinkhoeveelheid en -keuze, evenals voedingsadvies.
Juiste toilethouding en toilethygiëne aanleren.
Bekkenbodemfysiotherapie als onderdeel van de urotherapie.
Aanvullende Therapieën
Gebruik van anticholinergica om blaascontracties te verminderen.
Neurostimulatie en Botox-injecties in de blaas.
Desmopressine voor nachtelijke polyurie en aanpak van blaasproblemen.
Constipatie en stoelgangincontinentie aandacht geven.
Opvolging van psychologische problemen die bijdragen aan incontinentie.
Incontinentie en Oorzaken
Constateren van urineverlies zelfs zonder normale spontane mictie.
Oorzaken:
Neurogene, structurele of functionele problemen.
Bij structurele factoren, zoals blaasextrofie (een open blaas).
Behandelingen voor Incontinentie
Medicatie om blaaspasmen te verminderen.
Voor bijzondere gevallen, zoals blaasaugmentatie of chirurgische ingrepen, waaronder sporadische blaassondage.
Indicatoren voor Intermittente Katheterisatie
Voorkomen van een overvolle blaas en residu.
Voorkomen van urineweginfecties en verbetering van functionele stoornissen.