impact van het nederlands
Leenwoorden
Leenwoorden zijn woorden die uit een andere taal zijn overgenomen. Dit gebeurt vaak vanwege handel, cultuurcontact of technologische ontwikkelingen. Soms zijn er geen goede alternatieven in de eigen taal, klinken leenwoorden moderner of prestigieuzer, of zijn ze eenvoudiger.
voorbeelden
contemporain | van nu |
saillant | opvallend |
pur sang | iemand dat ergens bij een groep behoort. |
en passant | terloops, iets zeggen zonder dat het belangrijkse is |
repertoire | alle dingen die iemand kan doen, bijvoorbeeld alle liedjes van een artiest. |
notoir | heel bekend, vaak op een slechte manier. |
dedain | minachting, iemand van bovenaf aankijken. |
discours | toespraak, een officieel verhaal dat iemand houdt. |
rancune | boos blijven over iets dat lang geleden gebeurde. |
cordon sanitaire | iemand of iets bewust buitensluiten. |
en plein public | n het openbaar, waar iedereen het kan zien. |
enfant terrible | iemand die dingen doet die anderen raar of gênant vinde |
avant la lettre | ets doen voordat het een bekend woord of begrip werd. |
linguïstisch | iets dat met taal te maken heeft. |
salonfähig | ets dat netjes genoeg is om het in het openbaar te zeggen of te doen. |
überhaupt | helemaal, sowieso. |
einzelgänger | iemand die liever alleen is, geen groepsmens. |
schwung | energie, vaart. |
quatsch | onzin, geklets. |
unheimlich | griezelig, eng. |
leitkultur | de belangrijkste cultuur in een samenleving. |
weltschmerz | somberheid omdat de wereld niet perfect is. |
kitsch | nepdingen die goedkoop of overdreven mooi zijn. |
hetze | opzettelijk stemmingmakerij, anderen tegen iets of iemand opzetten. |
spielerei | ets dat je doet voor de lol, zonder het serieus te nemen. |
sowieso | in elk geval, toch al. |
Ontwikkeling van het Afrikaans
Het Afrikaans ontstond in Zuid-Afrika na de vestiging van Nederlandse kolonisten in 1652 onder leiding van Jan van Riebeeck. Deze kolonisten vermengden hun taal met die van lokale volkeren (zoals de Khoisan), slaven (o.a. Maleis), en andere Europese immigranten (zoals Duitsers en Portugezen). Dit leidde tot een vereenvoudigde variant van het Nederlands, eerst Afrikaans-Hollands genoemd, later gewoon Afrikaans.
Door de Britse overheersing in de 19e eeuw en de Boerenoorlogen ontstond de Unie van Zuid-Afrika in 1910, waar Nederlands en Engels de officiële talen werden.
In 1925 werd het Afrikaans officieel erkend als aparte taal. In 1983 verloor het Nederlands zijn status als officiële taal.
Vandaag zijn er elf officiële talen in Zuid-Afrika. Afrikaans is de moedertaal van 16% van de bevolking, maar zijn status is kwetsbaar door de associatie met het apartheidsregime.
Ondanks de verschillen in uitspraak, grammatica en woordenschat, kunnen Nederlandstaligen en Afrikaanstaligen elkaar grotendeels verstaan.
Door het gebrek aan contact met Nederland ontwikkelde het Afrikaans zich in een eigen richting.
Het is eenvoudiger in grammatica en maakt gebruik van vaste vormen zoals “die” als lidwoord. Toch zijn veel woorden nog steeds herkenbaar voor Nederlandstaligen, waardoor men elkaar meestal goed kan verstaan als er langzaam gesproken wordt.
Daarnaast heeft het Afrikaans zich ook ontwikkeld door het feit dat veel mensen die geen moedertaalsprekers waren het leerden spreken. Dit leidde tot een eenvoudigere taalstructuur, met bijvoorbeeld het weglaten van klanken (zoals ‘wa’ in plaats van ‘wagen’) en geen werkwoordsvervoegingen (zoals ‘ek loop’, ‘jy loop’, ‘hy loop’). Ook worden er nauwelijks onregelmatige werkwoorden gebruikt.
Kenmerken van het Afrikaans
Geen vervoeging van werkwoorden
DIE ALS LIDWOORD
Klankveranderingen (bijv. diftongering)
Bepaalde woordenschat uit het Engels en andere talen
Veel woorden lijken op het Nederlands, maar klinken anders
Invloeden
Nederlands, maleis, portugees, frans, engels, inheense talen
Afrikaanse woordenschat
Afrikaans | Nederlands |
|---|---|
aftrekplek | parkeerplaats langs de snelweg |
alleenloper | vrijgezel |
blokkiesraaisel | kruiswoordraadsel |
bollemakiesie maak | een koprol maken |
bromponie | scooter |
eksie-perfeksie | fantastisch, geweldig |
hysbak | lift |
muurprop | stopcontact |
moltrein | metro |
vuurhoutjie | lucifer |
wegneemetes | afhaalmaaltijd |
saamrijklub | carpooling |
terugblik
Hoe kunnen talen een ‘impact’ op andere talen hebben en hoe groot kan die zijn? Beargumenteer op basis van de inzichten die je tijdens deze les opdeed.
Talen beïnvloeden elkaar door contact via handel, migratie, media, technologie of kolonisatie. Die impact kan groot zijn, zoals te zien is bij het Afrikaans, dat ontstond uit het Nederlands maar ook invloeden van andere talen bevat. Ook in het Nederlands zelf zie je sterke impact van bijvoorbeeld het Engels, met veel leenwoorden zoals laptop, manager en online. Zo kan een taal andere talen verrijken, veranderen in klank en structuur, of zelfs leiden tot het ontstaan van nieuwe talen of varianten.