Kennisclip opzet culpa

Verwijtbaarheid als voorwaarde voor een strafbaar feit

  • Verwijtbaarheid is een element van het strafbaar feit en is gekoppeld aan het bredere begrip schuld.

  • Artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar stelt het opzettelijk van het leven beroven van een ander.

  • In artikel 307 wordt de wettelijke schuldvorm van culpa gepresenteerd.

    • Schuld is daar als gevolg van onachtzaamheid gevangen.

  • Dit geeft aan dat schuld op twee manieren in de wet kan worden uitgedrukt:

    1. Opzet

    2. Culpa

Definitie van opzet

  • Opzet betekent "willens en wetens".

  • Dit houdt in dat de dader bewust is van zijn daden en de gevolgen daarvan wil.

  • Opzet in de Nederlandse strafrechtspraak is "kleurloos"; het gaat niet om de motieven van de dader.

  • Voorbeeld cursus toepassing:

    • Iemand die uit zelfverdediging een klap teruggeeft, kan niet beweren geen opzet te hebben gehad, omdat hij de klap nog steeds "willens en wetens" heeft gegeven.

  • Zelfverdediging leidt mogelijk tot strafuitsluitingen, maar verandert niets aan de aanwezigheid van opzet.

Voorwaardelijk opzet

  • Een andere gradatie van opzet is 'voorwaardelijk opzet'.

  • Dit houdt in dat de dader zich bewust is van de kans op een bepaald gevolg.

  • De Hoge Raad aanvaardt dat er opzet kan worden aangenomen als er een aanmerkelijke kans bestaat op een strafbaar gevolg, wat willens en wetens is aanvaard.

  • Cruciaal is vaststellen wanneer er sprake is van die aanmerkelijke kans.

  • Er zal in toekomstige colleges verder op dit onderwerp worden ingegaan.

Definitie van culpa

  • Culpa houdt in een grove mate van onachtzaamheid of onvoorzichtigheid bij de verdachte.

  • Cruciaal verschil met opzet:

    • Bij culpa ontbreekt de wil ten aanzien van het strafbare gevolg.

  • Dit verklaart het hogere strafmaximum dat de wetgever stelt bij opzettelijke delicten in vergelijking met culpa delicten.

  • Culpa kent ook verschillende bewijsgradaties:

    1. Onbewuste culpa:

      • Dader heeft niet nagedacht over de gevolgen van zijn handelen, maar had dat redelijkerwijs wel moeten doen.

    2. Bewuste culpa:

      • Dader denkt na over de risico’s, maar onderschat het gevaar.

    • Voorbeeld: automobilist die een fietser aanrijdt, omdat hij denkt dat hij die nog wel kan inhalen.

    1. Roekeloosheid:

      • Zwaarste vorm van culpa, regeling volgens artikel 308 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Vergelijking opzet en culpa

  • Voorwaardelijke opzet en bewuste culpa staan dicht bij elkaar.

  • Bij voorwaardelijke opzet weet de verdachte van de kans en neemt deze aan, terwijl bij bewuste culpa de dader nadenkt maar geen wil heeft om het gevolg te veroorzaken.

  • Toets bij casus altijd of er een wil kan worden afgeleid uit de feiten.

    • Bijvoorbeeld door cynische of onverschillige houding van de dader ten opzichte van de gevolgen.

Plaatsing in de structuur van het strafbaar feit

  • Verwijtbaarheid is de vierde voorwaarde in de structuur van het strafbaar feit.

  • Verwijtbaarheid moet soms verondersteld worden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.

  • De wettelijke schuldvorm van culpa is een uitdrukkelijk onderdeel van het verwijtbaarheidselement.

  • In tegenstelling tot opzet heeft culpa niet per definitie verwijtbaarheid nodig.

  • Psychische stoornissen kunnen opzet in de weg staan, maar dat is zeldzaam.

Conclusie

  • Het onderscheid tussen opzet (willens en wetens) en culpa (onachtzaamheid) is essentieel voor de juridische beoordeling van strafbare feiten.

  • Beide moeten in de context van het strafbaar feit worden geplaatst: verwijtbaarheid is cruciaal.

  • Het is belangrijk om te begrijpen hoe opzet en culpa zich verhouden in verschillende omstandigheden en hoe de wet deze begrippen behandelt.