Inleiding pedagogiek Blok 2 H1&H2
Inleiding pedagogiek Blok 2
Ontwikkeling jeugdstrafrecht en kinderbescherming
Voorgeschiedenis: Kinderen als kleine volwassenen langzame erkenning van problemen 18e eeuw tot 19e eeuw.
Vanaf 1811: Code penal dit was het strafrechtboek van napeleon
Voor kinderen onder 16 jaar gelde het Oordeel des onderscheids
Beslissing ligt hier bij de rechter: met als hoofdvraag Begrijpt kind dat hij iets fout heeft gedaan?
Nee: teruggeven aan ouders/heropvoeden in verbeterhuis
Ja: Straf
Kinderen als kleine volwassenen
1833 Jeugdgevangenis Jongens in Rotterdam
1836 Jeugdgevangenis Meisjes in Amsterdam
Is je straf langer dan 3 maanden dan ga je standaard naar de gewone gevangenis
Opvoedelingen moesten ook vaak in de gevangenis
Jeugdrecht erkenning van het kind
1857 Huis van verbetering en opvoeding in alkmaar
1884 Rijksopvoedingsgestichten
1891 nog 3000 kinderen onder 16 jaar in gewone gevangenis
Keuze ligt nog steeds bij rechter
Kan per x verschillen voor hetzelfde kind, kind kan dus naar gevangenis ene x en andere x naar huis
1860 232 gestraften 96 opvoedelingen
1900 3 gestraften 845 opvoedelingen
Groot verschil in duur Gevangenisstraffen van een Aantal dagen tot maanden Rog(rijksopvoedingsgestichten) is tot 18e jaar
Rijksopvoedingsgestichten
Onderwijs en ambacht leren
1 uur vrije tijd per dag op zondag wandelen
Militaire tucht
Strenge disciplinaire straffen water en brood geen eten slaag strafcel in de boeien
Geen gevangenis dus regelmatig weglopers
Contact ouders zoveel mogelijk voorkomen door idee dat ouders oorzaak zijn van gedrag
10-16/18 jaar soms vanaf 5 jaar
Voornamelijk jongens
2e helft 19e eeuw
Verwaarlozing werd gezien als oorzaak criminaliteit
Dus probeerden ze contact met ouders te voorkomen (quarantainegedachte) zo haal je kinderen uit milieu om cyclus te verbreken
Kinderen werden bijvoorbeeld naar landbouwkolonies gestuurd
Zorg in handen van particulieren (protestanten en khatolieken)
Zolang ze niet veroordeeld zijn als gestraften anders gwn gevangenis
Onderwijs
Voor 1900
Arbeids-boeren kinderen gingen vaak niet school
18e eeuw: Verlichting
Nadruk op rede/ratio ; denkvermogen reden geven achter dingen
Onderwijs werd een voorwaarde van een volwaardige deelname aan maatschappij
Wilde van aveyron
Kind dat in het wild is opgevoed en vervolgens geprobeerd is om beschaafd op te voeden
Opvoeding tot beschaafd mens niet geslaagd
Dit heeft wetenschappelijke interesse in afwijkende kinderen opgewekt
Opvoeding en onderwijs nodig
Doofstom ; doof en niet kunnen praten
Is het een verstandelijk beperking of juist normaal begaafd
Idee van gevoelige periode ; Het idee dat bepaalde perioden in de kinderontwikkeling zijn waarin de hersenen bijzonder vatbaar zijn voor specifieke vormen van leren.
Verstandelijke beperking: Gewone school of geen onderwijs
Verstandelijke beperking + gedragsproblemen: Geneeskundig gesticht samen met volwassenen
Particuliere initatieven: Kerk onderwijzers eigen lesmateriaal (autodidact; kennis door zelfstudie niet door school)
1838: eerste speciale school in NL door KINGMA
Voor alle kinderen die falen in regulier onderwijs op basis van eigen lesmateriaal
1855: Idiotenschool opgericht door van koetsveld
Idee van opvoedbaarheid: Beroep leren
1887: Oproep van minister dat gestichten onderwijs verzorgen voor kinderen (Particulier initatief)
2e helft 19e eeuw Ontstaan empirische kinderpsychologie
Observeren en registreren
Gevoeligheid (medeleven) voor kinderen wordt groter
Verbod kinderarbeid leerplicht kinderwetten
In sociale wetenschappen/filosofie aandacht voor
Irrationaliteit (primitieven zwakzinnegen)
Leerprocessen (onderwijs hoe leer je)
Formalisering institutionalisering onderwijs
1901 Invoering leerplicht: probleem wordt zichtbaar
Niet iedereen kan meekomen in regulier onderwijs
Na 1900 Sterke groei in scholen voor zwakzinnigen
Nog steeds particuliere initiatieven
Door Angst dat achterlijke kinderen worden gediscrimineerd kwam er Segregatie naar aparte scholen in NL kinderen met een verstandelijke beperking werden gescheiden en onderwezen in aparte scholen.
Andere abnormale kinderen nog in regulier onderwijs waardoor Kind nog dommer word door achterstand
Ontheffing van leerplicht als regulier onderwijs niet gaat
1920 Nieuwe onderwijswet: Buitengewoon Lager Onderwijs (BLO)
speciaal onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking
Aparte inspecteur BLO
Erkenning van overheid sommige scholen als BLO-scholen
Niet alle door tekort aan subsidie
Door Tekort Blo
Veel doubleren; blijven zitten
Veel kinderen thuis met leer en gedragsproblemen
En vroegtijdig school verlaters
Phillip A Kohnstamm (natuurkundige en filosoof)
1919 eerste hoogleraar pedagogiek aan UvA
Idee van differentiatie
Begin 20e eeuw
Pedagogiek verzuild (Normatief ethisch filosofisch)
Steeds meer pedagogiek op verschillende universiteiten
Problemen jeugdrecht rond 1900
1 Ouderlijke macht
Kan heropvoeding frustreren (in gesticht en pleeggezin)
Schuld criminaliteit ligt bij ouders door (voorbeeld aanzetten verwaarlozing)
2 Straf vs. opvoeding: Oordeel des onderscheids
3 Stijging cijfers jeugdcriminaliteit
1901 strafrechtelijke kinderwet (vanaf 1905 actief zodat samenleving en het rechtssysteem de tijd hadden om zich aan te passen)
Afschaffing oordeel des onderscheids
Geen minimumleeftijd; kinderen van alle leeftijden potentieel strafrechtelijk verantwoordelijk konden worden gehouden voor hun daden, afhankelijk van hun individuele vermogens en begrip.(dit hoort bij oordeel des onderscheids)
Mogelijke straffen
Teruggave aan ouders met berisping, geldboete, dwangopvoeding in ROG (langdurig)
Tuchtschoolstraf
Grote vrijheid macht voor rechter
Keuze voor straf heropvoeding en behandeling
Ernst delict betekent niet perse zwaardere straf mening rechter is het belangrijkst
Tuchtschool
Onder de 14 jaar zit je max 6 maanden
Boven de 14 jaar zit je max 1 jaar
In de Praktijk: kon ook levenslang
Werd gebruikt als corrigerende maatregel straf voor wetsovertreders
1e maand eenzame opsluiting daarna wat groepsonderwijs en handvaardigheid
1901 burgerlijke kinderwet
Inperking wettelijke gezag van ouders: Als kind met zedelijke of lichamelijke ondergang word bedreigt
Ontheffing (Onmacht, Geen straf) kan niet voor kind voeden ouders werken aan mee
Ontzettting (Onwil, Zeer zwaar) Ouders hebben misdaad gedaan en werken niet mee
Instelling voogdijraden
Zoeken naar voogd, instelling/pleeggezin
Adviseren rechter bij ontheffing/ontzetting
Kinderbeginselenwet
Praktische toepassing van straf en burgerlijke kinder wet; deze wet regelde de organisatorische gevolgen van de nieuwe wetgeving.
Voogdijkinderen werden geplaatst in particuliere instelling en Criminele kinderen in rijksinstituten
Toezicht (algemeen college)
Uitvoering sancties en maatregelen op bescherming en heropvoeding minderjarigen
Gevolgen kinderwetten
Jeugdstrafrecht soms zeer streng
Bv. Voor kinderen onder 12 jaar
Tuchtschool niet zon succes
Behoefte aan lichtere maatregel aan ontheffing
Behoefte aan pedagogische aanpak door rechter
rechter is opgeleid als volwassenen rechter
1921
Kwam er een Aparte kinderechter voor civielrechtelijke en jeugdstrafrechtelijke zaken
OnderToezichtStelling OTS voor lichtere gevallen
Ouders houden gezag en blijven verantwoordelijk
Aanstelling gezinsvoogd: kan adviseren tot ontheffing/ontzetting (Kinderen blijven thuis en eventueel in instelling/pleegzorg)
Differentiatie en professionalisering van kinderbescherming
Wo2 tot 21e eeuw
Tot 1940
Veel vrijwilligers vanuit mensen die lager onderwijs hebben genoten
Geen opleiding voor groepsleiders en pleegouders
Roep om professionalisering komt langzaam op gang
Wel meer differentiatie in gestichten socialisatie en voorzichtig intensievere behandelingen
Onderzoek jaren 50
Ots 33% Geslaagd 33% matig 33% mislukt
Pleeggezinnen: ongeveer vergelijkbaar
Tot begin jaren 60
Voortgaande professionalisering: Minder vrijwilligers door
Ontstaan cursussen kinderbescherming
Tehuizen: vaste dagorde discipline en strenge straffen
Pleegzorg positiever, maar vaak hard werken
Tegelijk ook ommekeer, weg uit criminaliteit
2e helft jaren 60
Culturele/seksuele revolutie
Pedagogische cultuur verandert
Meer vrijheid privacy voor kinderen
Aandacht pedagogische relatie hulpverlener
Afschaffing disciplinaire straffen
Toenemende mondigheid in opvoeding 🡪 veel kritiek op kinderbescherming en gedwongen hulpverlening 🡪 daling aantal maatregeling en uithuisplaatsing
Meer pleegzorg meer kleinschaligheid
Differentiatie in behandeling
Vanaf jaren 90
Bezuinigingen, fusies, marktwerking (meer instanties)
Professionalisering steeds meer Hbo en Wo studies
Vanaf 2008
Civielrechtelijk niet meer samen met strafrechtelijk geplaatsten in JJI’s
Emancipatie en verharding in jeugdstrafrecht
Voor 1930
Quarantaine en stigmatisering
Contacten met ouders zoveel mogelijk beperkt
Slecht voorbereid op maatschappij
Uiterlijk herkenbaar als gesticht jongere tucht en orde
1930-1965
Toenemende psychologisering en pedagogisering
1965
Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet meer strafrechtelijk vervolgd worden
1965-1980
Toenemende mondigheid jongeren: Aandacht voor rechtspositie
1985
Disciplinaire straffen in inrichtingen afgeschaft alleen pedagogische maatregelen
Vanaf 1995
Verharding strafrecht
Max straf verhoogd:
12-15 1 jaar
16-17 2 jaar
Meer alternatieve straffen (HALT, Stopreactie)
Versoepeling berechting als volwassenen vanaf 16 jaar
Vergelding weer belangrijker (ook voor kinderen jonger dan 12)
2001
Herinvoering disciplinaire straffen in jeugdinrichtingen
Opsluiting
Geen verlof
Geen bezoek
Geldboete
Verbetering rechtspositie
Beklagregeling: Je mag op hoger beroep en bemiddelen
2014
Adolescentenrecht 16-23 jaar: Rechter kiest voor jeugd of volwassenstrafrecht
Hoorcollege 3
Na wo2 toenemend Differientatie en segregat
Differentiatie: 14 schooltyp0es in 1949 17 schooltypes in 1967
Segregatie: 75% zwakzinnigen in special onderwijs(1954)
1935: tot.leerlingen in speciaal onderwijs 1,03% 1964: 4.16%
Angst voor degeneratie bevolking en onaangepasye kinderen
25-48% niet geschikt voor regulier onderwijs
LOM scholen
Vanaf 1949
LOM = leer en opvoedingsmogelijkheden
Voor kinderen met specifieke leermoeilijkheden/ partiele defecten
En de eventuele gerdragsproblemen die daaruit voortvloeien (komt door frustatie van het niet mee kunnen komen met regulier onderwijs)
Weinig effectief
Blijft wel heel populair
Van 0.04% 1950 naar 2.38% 1980
Eind jaren negentig samen met MLK 🡪 SBO
ZMOK: gedrag is belangrijkste probleem
ZML: Imbeciel iq onder 50
MLK: Debielen iq onder 85
MLK vs LOM
MLK algemeen. Leerprobleem
LOM Specifiek leerprobleem
Keuze op basis van intelligentietesten
Afnemende invloed artsen, toenemende invloed psychologen en orthopedagogen
Behoefte aan orthopedagogen
Intelligentietesten en verdere diagnose
Behandeling en ontwikkeling lesmethodes
LOM stimuleert wetenschappelijke kennis en ontwikkeling
Introductie nieuwe testen ontwikkeling therapeutische behandeling
Kennis leerprobleem door observatie en gestandaardiseerde rapportage
Na WOII
1950: Eerste hoogleraar speciale pedagogiek Van Houtte
Pedagogiek steeds neutraler
Vanaf jaren 60: Empirische focus steeds sterker
Toename in specialisatie en afnemende samenhang
Steeds meer afzonderlijke onderzoeksprogramma en leerstoelen
Op weg naar inclusiever onderwijs
Jaren 80
Kritiek op segregatie speciaal onderwijs
Angst voor stigma kinderen en gezinnen
Onderwijsvernieuwing betere oplossing
Speciaal onderwijs is duur
1990 Nota weer samen naar school
Doel afremmen groei van aantal kinderen naar speciaal onderwijs zoveel mogelijk instroom met leer en gedragsproblemen regulier onderwijs
Zorgplicht op scholen: school moet zorgen dat kind goed terechtkomt en les krijgt
Ontstaan samenwerkingen verbanden: Regulier samen met speciaal onderwijs
1998-2003 Invoering rugzakje: geld voor ouders om kind op regulier onderwijs te houden (vb voor bijles extra hulp)
2014 wet passend onderwijs
Kind zo lang mogelijk in regulier onderwijs blijven
Nieuwe didactische en pedagogische uitdagingen voor leerkrachten
Herindeling speciaal onderwijs
Cluster 1: Blinden en visuele beperking
Cluster 2: Doven slechthorenden spraak-/ taalmoeilijkheden
Cluster 3: Zeer moeilijk lerend lichamelijke en of verstandelijke beperking langdurig ziek
Cluster 4: zeer moeilijk opvoedbaar, psychiatrische stoornis ernstige gedragsproblemen pedologische instituut
Speciaal basisonderwijs (sbo)
4 niveaus van hulp
Reguliere instructie in klas (door leerklacht)
Extra instructie in de klas voor kinderen die niet helemaal kunnen meekomen (Individueel/kleine groepjes) (door leerklacht)
Extra instructies buiten de klas (Door IB-ers, Ambulant begeleiders)
Specialistisch zorg (vb dyslexie centrum)
Argumenten voor inclusief onderwijs
Internationale verdragen: Elk kind heeft recht op onderwijs in inclusief onderwijssysteem
Speciaal onderwijs duur
Betere ontwikkelingskansen voor leerlingen met extra onderwijsbehoeften
Vaak ver reizen naar speciale scholen
Minder voorordelen voor leerlingen zonde SEN
Moeten in de maatschappij ook samen functioneren
Argumenten tegen inclusief onderwijs
Laatste jaren toename verwijzing speciaal onderwijs
Stress lagere effectiviteitsgevoelens en burn-out onder leerklachten
Leerlingen met SEN krijgen niet de ondersteuning die ze nodig hebben
Leerlingen met SEN lopen meer risico om gepest te worden
Negatieve gevolgen voor ontwikkeling kinderen zonder SEN
Onderzoeken TEGEN
Voormeting
36 LLen in regulier onderwijs en 15 LLen speciaal onderwijs
Geen verschillen tussen leerlingen
Wel verschillen tussen leerkrachten
Nameting
Leerlingen in speciaal onderwijs: betere schoolprestaties en werkhouding
Leerlingen in speciaal onderwijs: Betere relatie met leerkracht acceptatie en populariteit leeftijdsgenoten sociaal cognitieve vaardigheden
School is belangrijk voor
Cognitieve ontwikkelingen
Sociaal emotionele ontwikkeling
Socialisatie
Maatschappelijke vooruitzichten
Betrokkenen
Leerlingen met SEN
Leerlingen zonder SEN
Leerkrachten
Ouders
Intern begeleiders
Schooldirecteur
Professionals uit andere contexten
Uitdagingen voor scholen
Inclusief onderwijs en zorgplicht scholen
Lerarentekort
Mondige kinderen en ouders
Achterblijvende basisvaardigheden
Snel veranderende eisen van de samenleving (21e -eeuwse vaardigheden)
Bijdrage orthopedagogen aan regulier speciaal basis voortgezet onderwijs
Kennis over ontwikkeling kinderen en jongeren
Ontwikkelen onderzoek effectiviteit preventie en interventieprogrammas onderwijsinnovaties
Signalering en diagnosticeren leer en gedragsproblemen
Begeleiden en behandeling leerlingen met sen
Creëren passend leertraject
Begeleiding ondersteuning leerklachten
Didactiek/instructie
Veilig klasklimaat en relaties met individuele leerlingen
Samenwerking met ouders, jeugdhulp