GS 3.2

TIRANNIE EN VOLKSHEERSCHAPPIJ

  • 6e eeuw v.Chr was Athene een Aristocratie

    • Bevolking had geen invloed op het bestuur

    • Het rijkdom was erg ongelijk

  • 546 v.Chr werd Athener Peisistratos de Tiran.

    • Athene —> Tirannie

    • Hij verbeterde de levens van Atheners —> belasting omlaag

    • Bestuur —> Rechters


  • Mensen —> wapenuitrusting kopen —> Peisistratos en 2 zonen, zinde het niet

    • Peisistratos —> overleden —> ene zoon vermoord en andere zoon is gevlucht.

  • 508 v.Chr —> Athene een Democratie



HEERSCHAPPIJ VAN HET VOLK

  • Burgers hebben het recht om mee te beslissen over het bestuur van hun stadstaat.

    • Alleen vrij volwassen mannen uit Athene die kregen deze burgerrecht

  • Vrije volwassenen mannen mochten mee praten in de volksvergadering

    • = Directe Democratie

  • Raad van 500 : 500 burgers die voeren de besluiten van de volksvergadering uit.

    • Alle burgers waren gelijk (Rijk of Arm) voor de wet & werden gelijk berecht.

    • Door een loting kon elke burger een plaats krijgen

  • Als iemand te machtig werd konden ze stemmen of die 10 jaar verbannen werd uit de stad.


SPARTAASNE SAMENLEVING

  • Sparta vond Democratie niks

    • Volksvergadering kwam zelden voor

    • Burgerrecht —> weinig mensen

  • Sparta vond het Leger heel erg belangerijk

    • Bestuur —> onderwijs

    • Rijk of Arm maakte niet uit

    • Zware trainingen om in het leger te kunnen gaan

  • Sparta en Athene —> onderwijs —> heel anders

  • Atheense Leger

    • Bestond uit Burgers

    • Ook fit


DE PERZEN VALLEN AAN

  • Perzen vielen Griekenland binnen

    • Grieken moesten samen werken

    • Grieken steunde een opstand van een aantal poleis —> Perzische koning vond dit een goede reden om aan te vallen.

  • Perzische Oorlog

    • 492-479 v.Chr

    • Perzen versloegen zelf Athene

    • Griekenland was toch sterker —> Spartanen op land en Atheners op zee



  • Sommige stadstaten —> bondgenootschap met de Atheners

    • Geld —> Athene —> Schepen en Soldaten

    • Ze spraken af om met de volgende oorlog elkaar weer te helpen



OORLOG IN GRIEKENLAND

  • De Athene hadden de hegemonie

    • Ze moesten allemaal een democratie worden.

    • Niet mee eens —> De Athene vallen ze dan aan

  • Athene de macht groeide steeds veder

    • Sparta wil voorkomen dat ze de machtigste staat werden —> ze richtte hun eigen bondgenootschap —> andere stadstaten overhalen


  • Grieken —> 2 kampen

    • in 431 v.Chr brak de Peloponnesische Oorlog uit

    • Sparta rukte op over land —> Atheners vluchten achter de Atheense Stadmuur

  • Athene —> voedsel over zee

    • Sparta stopte dit —> Atheners gaven zich op (404 v.Chr)

  • Sparta nam de hegemonie over

    • Dit duurde niet lang —> steeds opnieuw braken er oorlogen

  • 2e helft van de 4e eeuw v.Chr keerde de rust weer terug