Modernisme les 2
Modernisme les 2
Modernisme is niet hetzelfde als moderne kunst. Het stopte in 1940 door de WW2, omdat hitler het niet goeie kunst vond en het Stalin vond het ook niet kunnen > kunst moet te begrijpen zijn voor een normale arbeider:
Modernisme was heel erg snelle stroming, substromingen werden om de 5 jaar vernieuwd. Er werd dan een momento geschreven waarom dit zo fantastisch was
Laatste kwart 20ste eeuw wereldtentoonstellingen in Parijs: hierin konden ze uitvindingen van de afgelopen 5 jaar in hun land was uitgevonden en ook voor kunst. Er werd ook een station gebouwd: Gare d’Orsay. Ze wilde laten zien dat Frankrijk vernieuwend was, al laten zien met die nieuwe huisblokken maar ook een nieuw station met veel glazen.
Voor Gare d’Orsay: gebouwd voor wereldtentoonstelling 1900. Is nu een museum geworden.
1889: de Eiffeltoren is ook gebouwd voor een expositie. Dit was voor 100 jaar na de Franse revolutie.
Spaanse 18-jarige ging naar een wereldtentoonstelling om het te gaan maken, met wat zakcentjes van zijn ouders. Hij zag in 1901 de tentoonstelling 11 jaar later na de dood van Van Gogh die zijn schoonzus had geregeld. Hier waren mensen erg van onder de indruk
De vier grote postimpressionisten: van gogh, gauguin, cezanne en munch. Die kregen eindelijk een groot podium vanaf 1901 tot 1910.
Avant garde: vond het geweldig maar het gewone publiek uit Londen vond het niks. In parijs, berlijn en amsterdam was het allemaal fantastisch ontvangen. Maar Roger Fry die de tentoonstelling regelde noemde de stroming POSTIMPRESSIONISME. Iedereen van deze 4 kunstenaars is begonnen als impressionist, maar konden zich niet helemaal vinden erin en zijn toen een andere weg ingeslagen
Gombrich over modernistische kunstenaar: wil niet zomaar een nabootsing van de werkelijkheid maken. Ze wilde af van de regels van de academie: perspectief, schaduw en ook de impressionisten willen iets nabootsen maar dan op een andere manier de postimpressionisten doen het anders. Echt een breuk met traditie
Zij gaan opzoek naar manieren om hun gevoel uit te drukken of hun innerlijke leefwereld.
Zij gaan op zoek naar het weergeven van de essentie van dingen: gevoelens meer
Ze gaan experimenteren ipv regels van de academie. Ze willen de moderne wereld weergeven. Ze trappen alle huisjes van de moderne wereld omver.
Modernisme zeggen waarom doen we nog mimese want we kunnen net zo goed een foto nemen. Waarom dan nog een schilderij: gevoelens en essentie weergeven.
Vanuit het postimpressionisme gaan we verder van 1904-1910.
Van Gogh: postimpressionisme: kleuren, expressie, gevoel, compassie. De Avant-Garde vond het heel mooi. Het was een moodscape. Van Gogh is eerste die onnatuurlijke kleuren gebruikt in het portret. Het zijn vernieuwingen > de avant garde gaat meer in kleur werken.
Picasso: toen niemand meer wist hoe het verder moest vond van goghe een brede weg naar de toekomst, de toekomst is ons heden.
Henri Matisse: impresesionisme schilderde hij eerst. Het lijk nog best precies in La Desserte 1896: het gaat niet over hoe het meisje het eten neerzet, maar hoe het licht valt. Hij had al samengewerkt met singac: dat is met die puntjes. En hele sterke kleurcontrasten. Het lijkt overeen te komen maar matisse is iets vlotter en niet alle puntjes hoeven precies. Door de invloed van van gogh gaat hij niet meer zo precies alles weergeven. Het wordt iets meer gestileerd er is ook geen lijnperspectief > dit was een uitdaging. Omdat je alles hebt geleerd is het moeilijk om het af te leren. Het onderwerp is al bekend van de impressionisten: maar het is vrije tijd. Luxe, calme et volupté.
FAUVISME: wilde beesten: hier gaat henri matisse mee door: allemaal onnatuurlijke kleuren gaat hij mee door. Het is vlot opgezet en niet gedetailleerd. Het is een kleurexplosie. Hij ging met vrienden die ook door Van Gogh werden geinspireerd een expositie neerzetten. Wat wel leuk was dat er een beeld van Donatello in het midden stond, en daar omheen al die gekleurde les fauves. Kranten kop: Donatello tussen de wilde dieren. Dit werd hun geuzen naam. Ze kleurde op ongeverf doek, smijten met kleuren.
Het gaat verder met le bonheur de vivre ook weer vrije tijd, oeroud thema, maar dit is weer vernieuwend. Allemaal niet anatomisch correcte figuren, de figuren zijn wel omlijnd (van van Gogh), heftige kleuren, geen lijnperspectief maar plat. De franse expressionisten zijn de Fauvisme.
Nog meer Matisse: hij was de bekendste: harmony in red (the desserts): het gaat hier niet om het licht, maar hij maakt gewaagde kleurcombinaties. Tafelkleed gaat over in behang en is het een raam of een schilderij: gestileerd en vereenvoudigd. Het is heel kleurrijk. Hij was een decoratieve kunstenaar en gebruikte vaan arabesk: komt uit de islamitische kunst. Dit heeft hij heel lang blijven schilderen.
Andre derain: is naar Londen gegaan en heeft een stadsgezicht in de modernistische stijl. Grote kleurvlakken, brede streken, het is niet meer pointilistisch. Ook zijn dingen omlijnd. Complementaire kleurcontrasten.
BERLIJN
In 1892: was een tentoonstelling van Munch in een Berlijn geweest, die een dag erna al gesloten was. Munch en van Gogh hebben elkaar niet gekend, maar hij maakte ook Moodscapes. Heet publiek was nog niet ready voor postimpressionistisch. Maar de avant-garde (jonge kunstenaars vonden het al interessant)
In 1902: komt er een tentoonstelling van Munch (levensfries) hier was meer succes. > nieuwe weg geopend voor de avantgarde in berlijn: hierdoor expressionisme. Je moet weten of het voor 1900 of na 1900 is geweest. Het verschil zit hem dan in impressionisme of expressionsime
EDVARD MUNCH: postimpressionist. Begin 20e eeuw: voorman van het Duits expressionisme: kleuren, expressie, gevoel en vervreemding. Hij is een Noorse kunstenaar grote invloed op de Duitse avant-garde. Hij was ook autodidact, dus hij hoefde geen regels al te leren. Munch heeft een angstaanval door een zonsondergang bij een volkaanuitbarsting: dit is het begin van de schreeuw. Hij schreeuwd niet perse maar de natuur schreeuwde. Hij werkte vaak themas in verschillende technieken uit en gaat door totdat hij tevreden is. In eerdere versies zie je duidelijk dat het munch is maar later niet of het man of vrouw is. Ook heeft hij het perspectief verbogen, zo lijkt het of zijn matties heel ver weg zijn
vervorm perspectief
golvende lijnen
vereenvoudige vormen
Heftige kleuren/kleurcontrasten
Grove toets: penseelstreken zichtbaar
Hij is in Oslo geboren: zijn vader was arts die in arme wijken wilde werken. Zij woonde daar, met gevaar op TBC: moeder en zus kregen dit en overlijden wantja geen AB op zijn 5 jarige leeftijd. Hij krijgt het ook maar hij overleefd het. Hij schilderde vaak over zijn moeilijke jeugd. Zijn vader zat er al doorheen en richte zich op geloof. De tante kwam in huis en zij heeft tegen Munch gezegd dat hij moest gaan tekenen om zijn gevoelens te verwerken. Zijn andere jongere zusje is uiteindelijk in een inrichting beland. Hij heeft verder een moeilijke man, moeilijk leven geleid.
Hij krijgt een beurs en gaat naar iets en gaat impressiosme doen: de kus de gezichten versmelten.
In Berlijn wilde hij een levensfries maken: aan de hand van thematische schilderijen. Niet alleen particulier, maar voor iedereen herkenbaar. Thema's die hij tegenkwam in zijn leven, waren voor iedereen belangrijk. Het zieleleven van de moderne mens: over het leven, de dood en de verschillende stadia van de liefde tussen man en vrouw.
Over de liefde is hij niet heel erg te spreken. Jaloezie, overspel, echtelijke ruzies.
Duitse expressionisme: avant garde. Van Kirchner: heel veel felle kleuren, lege ruimte, maar het is niet perse vrolijk, het is een drukke straat waar je niemand meer kent, anonimitiet.
Duitste expressionisme hebben vaak iets zwaars, hierdoor kan je het goed onderscheiden met franse fauves met hun opgewekente. Het is dus een andere kijk op het moderne leven. Die Brücke opgericht in Dresden in 1905 tot 1913. Van Gogh droomde van een schildercommunie, maar is nooit gelukt. Deze mensen van Die Brücke, waren geen kunstenaars maar architectuur studenten. Ze gingen naar een tentoonstelling en wilde alleen nog maar schilderen en geen bouwtekeningen. Maatschappij-kritisch en sociaal geëngageerd.
Duits expressionisme: kleuren, expressie, gevoel, compassie, mensengemeenschap.
Ze hebben naar middeleeuwse kunstwerken gekeken, daar waren ze ook niet bezig met hoe het lijkt, maar het verhaal.
Munch in Berlijn: wordt Duits Expressioisme: zelfportret met fles wijn 1906; vervormde perspectief om eenzaamheid te benadrukken. Psychisch effect van vervreemding.
Duits expressionisme gaat ook onder in verschillende stromingen:
Die Brucke in Dresden
Der Blaue Reiter in Munchen
Der Blaue Reiter in Munchen 1911-1914: Wassily Knadinsky. Geïnspireerd op volkskunst uit rusland. Sprookjes. Hij gaat dit steeds meer abstracteren. Hij is de eerste kunstenaar die volledig abstract ging werken. Hij is naar vormen en kleuren gaan kijken. Eigenlijk is de eerste een vrouw. Hij noemt het zelf compositie Hij had zelf theorien over kleuren: blauw is vriendelijk, geel is opdringerig en driehoeken, bij alle vormen en kleuren heeft hij gevoelswaarden. Hij wil kunst die tot de zintuigen spreekt
Franz Marc: 1880-1916: hij heeft samen met Knadinsky de Blauwer ruiters opgericht. Het is iets toegankelijker dan zijn vriend. Hij had ook een kleurenleer. Man was mannelijk en geel was een vrouwen kleur. Heel veel duitse expressionisten zijn in de loopgraven gestorven.
Kathe kollwitz: duitse expressionist, waar geen kleur in is gebruikt. Niet door kleur, maar een gevoel oproepen door vorm: sterke vormen of overdrijvingen van de vormen, de blikken en de houding. Ze heeft ook beelden gemaakt. De vormen zijn vereenvoudingd: zij heeft haar zoon in de loopgraven verloren: extra grote handen.
Paul Gauguin: 1848-1903: grote kleurvlakken. Post-impressionisme, auto-didact. Hij zoekt zijn inspo niet in Frankrijk maar ergens. Hij vindt de Franse kunst te kunstmatig en het is niet de essentie van het echte leven. Hij gaat naar britannie zoeken, vind hij het een beetje en gaat naar polynesie, thaiti. Het pure leven zoals Adam en Eva ooit hebben geleefd in de natuur. Maar die mensen daar waren ook al christelijk en verfransd, maar hij kijkt er doorheen >> dit is primitieve kunst: avant-garde kunstenaars zien de waarde van de kunstuitingen van de natuurvolkeren die geïsoleerd leefden van de industriële samenleving. Het mysterie van oude afgodsbeelden wekt hun romantische verlangen een beschaving te ontvluchten die niet bedoezeld is door decommercie , naive ongekustelde alles wat direct en echt is. Hij gaat ook vereenvoudigde beelden uit hun cultuur maken.
Picasso laat zich ook inspireren door gauguin.
Matisse heeft ook in primitivisme geschilderd: vaak zijn vrouw met een masker. Wilde toen nooit meer zitten
Modernisten schoppen zich tegen de academische regels: naturalisme, correcte anatomie mathematisch perspectief
Alles wat neti aansloot bij academische stijlen
Egyptische kunst, afrikaans, aziatisch, moddeleeuws: deze waren primitief waar dit werd inspiratiebron voor modernisten
Je ziet in deze stromingen vereenvoudingeing vna vormen
Henri Rousseau: Naïve kunst wordt gekarakteriseerd door een naïve en soms kinderlijk aandoende techniek en manier waarop het onderwerp wordt uitgebeeld. Modernitten vonden dit interessan omdat het de regels niet vormde. Escapischme, dromen, jeugd, andere culturen en menselijke geest.
Paul Cézanne: postimpressionisme. Hij is de vader van ons allemaal. Hij wilde de essentie van wat hij zag door elementaire vormen. Niet bezig met mathematisch perspectief, maar hij probeerd met verstreken wel de boutseren met een beetje 3D. Hij gebruikt een gereduceerd pallet: niet alle kleuren die je ziet en in je verf doos hebt, wel groen, oranje, grijs en blauw. Je krijgt daardoor een mooie eenheid in zijn schilderij.
Cezanne heeft aageradden aan studenten om hun ogen dicht te knijpen en alleen vormen te gaan zien: een bol, kegel, cilinder, je moet als schilder leren gebruik maken van eenvoudige figuren: dan krijg je de essentie van het landschap. Hij is het begin van het kubisme. Maar maakt heel veel indruk op de avant garde
George Braque: vriend van picasso en zij gaan samen cezanne bestuderen: hij gaat niet alleen nabootsen, maar zelfde kleuren pallet maar vervormd het perspectief. > jgeometrisch kubisme 1906-1909:
Verwarrend perspecitef
Dwingt tot andere kijk op werkelijkheid
Dit duo experimenteerde samen doordat ze van een guy loon kreeg als ze maar zouden experimenteren en een tentoonstelling maken
Eerste fase kubisme is geometrisch maar de nieuwe fase is analytisch kubisme: gefragmenteerde werkelijkheid. Het is een gedachtexperiment: kan alleen met dingen die mensen kennen. Ze gaan van verschillende kanten een figuur samenstellen. Voorkant, zijkant, achterkant. Het is het uit elkaar halen van een bekend voorwerp dat iedereen kent en op een andere manier van puzzelstukje in elkaar zetten en dan de meest belangrijke stukken. Er is weinig kleuren meer: grijs en bruin van industriele revolutie. Ieder vlakje heeft een eigen schaduwwerking
Laatste fase van kubisme: synthetisch kubisme: hij gaat met kleuren werken en hij maakt een collagetechnieken = synthetisch kubisme
Veel modernistische schilders hebben een kubistische periode in hun werk gehad
Studenten kunnen het werk herkennen van belangrijkste modernistische schilders en kunnen deze in de tijd plaatsen
Studenten kennen namen van toonaangevende modernistische schilders uit Frankrijk en Duitsland
Henri matisee
Studenten kunnen inspiratiebronnen voor de verschillende stijlen noemen
Paul, van gogh, cezanne, munch
Studenten kennen de algemene kenmerken van het modernisme. (zie document hierboven op deze pagina ondere de plaatjes)
Experimenteren, rebels, moderniteit
vaardigheden:
studenten kunnen kenmerken van het modernisme herleiden door de vergelijking van kunstwerken uit verschillende disciplines.
Studenten kunnen aan de hand van stijlkenmerken de verschillende stijlen herkennen en in de tijd plaatsen