athena
gratis training
lig sus ovari= vanaf ovarium naar achteren toe
→ daarin zitten a/v ovarica
aan andere kant van ovarium (verbinding naar uterus toe)= lig ovarium propri (ookwel true ligament)
over ovarium en tubae is lig gedrapeerd= lig latum/ broad ligament
dichtbij tuba= mesosalpinx
dichtbij ovarium = mesovarium
dichtbij myometrium = spierlaag van de uterus = mesometrium
lig rotundum/teres uteri= gaat naar lieskanaal
trofoblast cellen (maken later placenta) maken hcg tot ong 12 weken
corpus albicans = wit lichaam = geel lichaam afgestorven door niet bevruchting
ovulatie bloeding is volledig onschuldig
primair= nooit eerder menstruatie gehad
secundair= eerst wel normale cyclus
type afwijking= hormonaal/genetisch etc
amenorroe= niet ongesteld worden
androgenisme= mannelijk hormoon
receptor modulators= op receptor zitten waardoor echte oestrogeen niet kan gaan binden→ neg terugkoppeling valt weg
alternatieven bij 3= bv eiceldonatie
prolactinoom = goedaardig hypfyse oom —> maakt veel prolactine
galactorroe= melkuitvloed uit de tepels
-→ al die symptomen door lage hoeveelheid geslachtshormonen
afsluting van portale vaten
hypothalamus met daaronder hypofyse
adenohypofyse + posterieurhypofyse/neurohypofyse
uit neurohypofyse komen neuronen die oorsprong hebben in de hypothalamus (dus hormonen in hypothalamus gemaakt → hypofyse)
bij adeno (waar ook LH en FSH worden gemaakt) is er sprake van een portaal systeem: hormonen vanuit hypothalamus afgegeven in portale systeem en zo naar adeno hypofyse gebracht
→ stel blokkade ; geen impuls bij hypofyse; geen LH en FSH
→ dopamine (in hypothalamus gemaakt) ook niet naar adenohypofyse: geen remming prolactine
ov
WHO2 annuvolatie → PCOS : disbalans hormonen ( 1 en 3 hebben vaak amenorroe)
bij PCOS kijk naar LH: FSH ratio
gynaecologische zwellingen
myometrium = spierlaag van de uterus
classificatie myomen = allemaal vleesbomen, maar eig ingedeeld op locatie
mehtotrexaat= (uit oncologie) zorgt dat snel delende cellen kapot gaan (vaak foliumzuur erbij worden gegeven : dit is mechanisme waar het op in grijpt)
tubotomie: alleen graviditeit weghalen→ veel adhesies geven→ nog hogere kans op EUG
AB= antibiotica
eug uitsluiten door HCG te prikken
matglasaspect= glas wat mat is: heel egaal beeld
dysmenorroe= pijn tijdens ongesteldheid
RMI = score die berekent wordt als er wordt gedacht aan ovarium carcinoom
dubulking chirurgie = maligniteit proberen zo klein mogelijk te maken
Sertoli-Leydig tumoren kunnen bij de vrouw voorkomen en androgenen produceren
ascites past niet bij matuur teratoom
ov: wss metastesering niet primair bilaterale ovarium carcinoom
psuedocyste niet echt cyste maar bestaande ruimte gevuld met vocht (vaak niet zo groot)
sereuze cyste is vaak heel agressief
mucineuze cyste kan heel groot worden
les 1
laterale buikwand spieren gaan over un aponeurose = peesplaat
→ centraal van peesplaat heb je rectusschede
intersectio tendinae= embryologische restanten van ribben die zich nooit verder hebben ontwikkeld→ zorgt dar m.rectus abdominalis opgedeeld in typische blokjes “six pack”
rechts: kruispunt linea semilunaris en ribben vaak de galblaas
plicae umbilicalis
je kijkt naar voorwand van de buik (achterwand van de voorwand)
lig teres hepatis bedekt door peritoneum bedekt = lig falciforme
tunica vaginales = uitstulpsel peritoneum
verschillende lagen scrotum komen overeen met verschillende lagen buikwand
vestigium processus vaginalis peritonei = verbindweefselstrengetje
valsalvamanoeuvre= pt tegen eigen hand laten blazen→ hernia komt naar buiten mits aanwezig
bij comprtimentsydroom kan bloed niet meer goed terugvloeien door te hpge druk→ in shock belanden
mediale liesbreuk zie je vaak in de Hesselbachs driehoek
lateraal kan ook aangeboren zijn als processus vaginalis niet goed verbindweefseld
hernia femoralis loopt mee met de grote vaten (canalis femoralis)
niet reponeren= stukje darm kan niet terug: afknellen: necrose
hernia operatie is eig gw matje plaatsen
tep: bijzonder want buik wordt niet opengemaakt (meest vaak gebruikt (minste risico))
koolzuurgas in buik gespoten om alles op te blazen en meer ruimte te maken voor een veilige operatie
Autonome zenuwstelsel & pijnroutes
bij sympathicus hoort de grensstreng (=truncus sympathicus)
spinale zenuwen treden uit ruggenmerg en splitsen snel in ramus ant en pos
anterior tak = spinale zenuw (in volksmond)
truncus lumbalis en sacralis verzien buik musculatuur van innervatie
preaortaal = voor de aorta
Prevertebrale (preaortale) ganglia – puur sympathisch
Liggen vóór de aorta abdominalis en verzorgen buikorganen
Ganglia coeliaca → foregut (maag, lever, milt, pancreas)
Ganglia mesenterica superior → midgut (dunne darm, eerste deel colon)
Ganglia mesenterica inferior → hindgut (distale colon, rectum)
Ganglia aorticorenale → nieren/bijnieren
Plexus intermesentericus → tussen a. mesenterica sup. en inf.
Plexus hypogastricus superior → naar bekken
N. hypogastrica → verbinding naar beneden
Plexus hypogastricus inferior → bekkenorganen (blaas, rectum, geslachtsorganen)
afhankelijk van waar prikkel naar toe moet : omhoog/omlaag/zelfde niveau
→ via ramus communicans griseus naar spinale zenuw (: innerveert buikmusculatuur)
Een synaps is de microscopische contactplaats tussen twee zenuwcellen (neuronen), of tussen een zenuwcel en een spier- of kliercel, waar een signaal (zenuwimpuls) wordt overgedragen van de ene naar de andere cel, meestal via chemische boodschapperstoffen (neurotransmitters) in een kleine spleet. Het is de 'verbinding' waardoor zenuwsignalen door het lichaam en de hersenen kunnen reizen.
scrotale pijn en zwelling
plexus pampiniformis zorgt voor goede afvoer bloed
cremaster reflex = als je over lies wrijft schiet scrotum omhoog
ductus deferens naar [ toe
varicocele: geen helder vocht er gaat bloed doorheen dus op echo donker
→ warme bloed minder goed afgevoerd: slechter kwaliteit sperma
rechts draineert veel sneller in v.iliaca terwijl links draineert in v. renalis
appendix testis niet functioneel dus mag necrotiseren en afsterven (wel pijnstilling geven)
plasklachten & Hematurie
perineaal: gebied tussen anus en scrotum (bij mannen)
transrectaal: door anus en zo hapje wegnemen
benigne prostaat hyperplasie = vergroting die iedereen heeft met leeftijd
LUTS= plasklachten
sessies niet stampen
hormonale therapie met anti-androgenen
→ prostaat blijft groeien hele leven onder invloed van testosteron: remming zorgt voor vertraging (wel bijwerkingen want mannelijke hormoon valt weg (malaise)
TURP: via ureter prostaat weghalen
→ optie met speel: je gaat schrapen de rest kan ook met maligniteit in contact komen
→ verhelpen obstructieve mictie
bij hyperplasie van prostaat en vaste zwelling aan een kant denken aan prostaatcarcinoom
angiogeneseremmers: remmen VEGF (geen nieuwe bloedvat vorming)
t4 in andere organen
niet invasief (opp) blaascarcinoom keert heel vaak terug (vaak wel 10x)
nitriet= goed op te kijken voor UWI
kweek (kijken welke bac komt eruit) + resistentie (zijn zo voor bepaalde AB resistent?)→ altijd doen bij gecompliceerde UWI (>38,5 koorts) of ongecompliceerd na 2 kuren niet genezen
bij mannen moet je langer doorbehandelen bij hun is UWI minder voorkomend want weg tussen urethra en anus stuk groter is dan bij vrouwen
ongecompliceerde UWI = cystitis
gecompliceerd UWI= pyelonefritis
UWI/ cystitis met weefselinvasie ook optie om te zeggen (maar niet alleen cystitis zeggen)
prostatitis
als prostaat zo opgezwollen in kan vaal urine niet uit blaas naar buiten
→ risico urine omhoog naar nieren (reflux)
→ bij LO pos blaasdemping (want blaas zit zo vol)
residumeting = hoeveel zit er nog in de blaas? dmv echo
als iemand niet goed kan uitplassen: starten met katheter
suprapubisch= door de buikwand blaas aanprikken want soms als het erg ontstoken is kan je niet goed doorheen brengen
→ als prostaat ontstoken is kan er bloed bij urine komen (vaak door kapotte cellen door ontsteking) maar niet vanuit nier ofzo, dit zie je wel alleen als je kan plassen
macroscopische hematurie als je bloed kan zien met blote oog
microscopisch zie je alleen in het lab
concrement= niersteen
als niersteen urine wegen blokkeert: nieren blijven doorgaan met maken urine: urine blijft zich ophopen achter de niersteen: reflux richting nier (hydronefrose)= slagpijn in de nier bij LO
bij koorts met niersteen verdacht zijn op pyelonefritis
bij drainage : nefrostomiekatheter=gat in flanken naar nier zodat al het opgehoopte vocht uit nierbekken kan weglopen
dubbel j= van blaas richting de nier (weg van ureter)→ katheter inbrengen: hoop op wegzekeren zodat er geen nierstenen gaan zitten
voor langere termijn is steenbehandeling:
ESWL= met grote geluidsgolven steen vergruizen (= in kleine stukjes breken)
URS= met scoop urethra→ blaas→ ureter: steentjes scopisch opzoeken en vw invasief
PNL= percutaan dus echt van buiten richting ureter steentjes vw invasief
drainage bij achteruitgaande nier functie
purine = component van ew → leidt tot meer calcium uitscheiding
dysmorfe erytrocyten moet je denken aan nier probleem: in nieren heb je eig wild water systeem in tubuli (snel langzaam): erythrocyten vervormen
cystoscopie= kijken in de blaas
TURB= terwijl je kijkt gelijk stukje tumor wegschrapen dan naar patholoog sturen: die kijkt hoe diep zo maligniteit etc en hoe verder
(TURT = schrapen maar in prostaat)
les 2
FEES: met camera door neus en kijken naar slikken
wegener= vasculitis
spierziekte: spieren zwak: slikproblemen
IBM zien we vaak bij faryngeale dysfagie maar kan voor orale dysfagie zorgen door zwakte van kauw en tong spieren
Kilian = plek waar slokdarm wat zwakker is
hoofdhoudingen= probeer recht te zitten
eenlagig cilindrisch epitheel = maag
schatzki ring = ring van mucosa dat nauwer maakt voor voedsel om doorheen te gaan
eosinofiele oesofagitis = chronische ontsteking slokdarm
→ beeld met concentische ringen (heel typisch)
PPI tegen de reflux zodat geen peptische structuur ontstaat
+ corticosteroiden om te zorgen dat inflammatie vanuit immuunsysteem naar beneden gaat
door de chronische inflammatie is er veel fibrose: alles veel minder rekbaar→ groter risico op perforatie
malaena: bloed bij ontlasting: zwart + stinkt
EMR mucosaal ESD submucosaal: als je wat dieper weghaald (endoscopische resectie)
maagbuis vaak reflux want sfinqters zijn weg
→ maag als slokdarm: veel bw + litteken weefsel: verstrikken/obstructies geven
Achalasie is een zeldzame, chronische slokdarmaandoening waarbij de zenuwen in de slokdarmwand beschadigd zijn, wat leidt tot een verstoorde spierwerking. De onderste sluitspier kan niet meer goed ontspannen en de slokdarm trekt niet meer goed samen.
manometrie= drukmeting: katheter ingebracht die druk meet
→ tijdens slikken beweegt druk als peristaltische golf naar beneden
bij diffuse spasmen verlies je peristaltische golf door de onwillekeurige samentrekkingen: veel pieken
bij achalasie: ook verlies peristaltische golf + hele hoge druk bij onderste slokdarm: gebeurd niks (omdat door te hoge druk komt zelfs katether er niet)
bij scelrodermie: samentrekking ontbreekt en druk onderste slokdarm erg laag
functionele dyspepsie: alles is goed aangelegd maar er is disbalans tussen hersenen en maag waardoor klachten ontstaan (onnodige alarmbellen gaan af)→ psychotherapie
h.pylori hecht zich aan maag: met enzymen basische stof maken (ammoniak + bicarbonaat)→ mucosa laag gaat weg (dit is bescherming maag tegen eigen maagzuur)→ schade maag
vaak via mond overgegeven dus belangrijk dat fam ook profylaxe krijgt als je denkt dat dit de oorzaak is
vaak zorgt behandelen niet voor klachtenverlies omdat deze klachten een andere oorzaak hebben en pylori asymptomatisch met zich meedragen
sliding hernia: deel van maag gaat echt mee: beweegt op en neer
para-oesofagaele hernia: bij fundus deel mee door diafragma
afvallen zorgt voor verminderde intra-abdominale druk
fundus om slokdarm gewikkeld en gehecht: LES meer ondersteuning om reflux tegen te houden
hongerpijn: veel gaan eten om minder pijn te hebben
gastrinoom: tumor die gastrine maakt: stimulatie pariatelle cellen van de maag: veel maagzuur gemaakt
UV: bij perforatie kan bv tegen komen: a. gastrica sinistra
UD; a. gastrica duodenalis
veel nsaid: kans op ulcus
ov: op rontgen: onder diafragma zit veel lucht
clapotage: kloppend/klotsensd geluid door met lucht en vloeistof gevulde maag
dopa stimuleert braken
ov gatroscopie=kijken voor maligniteiten
b functionele klachten maar je weet niet hoelang alles al speelt
d los je vaak niks mee op
middendarm: papil van Vater tot 2/3 van colon transversum
zetpillen via v rectalis media & inf direcht naar VCI: vermijd first pass effect
driehoek calot
a.cysticus loopt er doorheen: als je galblaas vw moet je deze cleaven (+ goed kijken dat je alleen ductus cysticus weghaalt)
leverrand, ductus cysticus
lig coronarium hepatis: 2 namen zijn de hoeken li en re
ductus venosus: lever bijpassen → wordt lig venosum (hard bw streng die niet gebruikt wordt)
3 vena hepatica komen samen in VCI
bloed vp (paars) stroomt van buiten naar binnen richting centrale vene (blauw)
zuurstofrijk bloed: aftakking van a hepatica (rood) ook buiten naar binnen
gal (groen) stroomt van binnen naar buiten
ruimte van Disse: tussen hepatocyten en endotheel cellen die bv bekleden
Kupffer cellen: macrofagen die bac opeten
stellate cellen: betrokken bij opslaan vit A, vormen ook bw bij schade aan de lever
Kanalen van Hering: terminaal gal kanaal→ lopen over in ducti tussen verschillende kwabben
rbc: 120d→ macrofaag neemt op + breekt af→hemoglobne wordt globuline + heem
bi;irubine heeft grote affiniteit voor basale kernen in onze hersenen en gaat daaraan binden = toxic: hersenschade→ je wilt late con (ook niet in wateroplosbaar dus kan niet via urine/ontlasting uitscheiden
→ bilirubine in circulatie: vastgebonden aan albumine
in ruimte van disse: albumine laat ongeconjugeerd bilirubine los
met transportew MRP3 ongeconjugeerd bilirubine in hepatocyt
→ minstens conjugatie bili minder toxic maken
geconjugeerde bili uitscheiden via gal
in duodenum wordt urobilogeen→ deel door bac in darm geoxideerd: stercobiline verantwoordelijk bruine kleur
nder deel terug in circulatie: urobiline: plassen we uit→ geel
ASAT + ALAT: leverfubctie
gamma-ct: galwegen/blaas
hemolyse= snelle afbraak rbc
→ veel bilirubbine vrij
LDH= algemene maat voor celverval
reticulocyten = voorloper rbc
vaak wnr veel afnraak rbc: beenmerg paniek: veel aanmaak: rbc die niet afzijn ook in circulatie te zien
crigler Najjar: defect aan enzym verantwoordelijk voor conjungatie→ ophoping ongeconjugeerd bilirubine
lichttherapie: baby onder lamp legen: heeft golfstralen om bilirubine af te breken (geen kernicterus)
dubin: je kan niet uitscheiden via gal: gaat terug naar circulatie→ lever kleurt zwart
als je tijd minder eet: minder gal gebruik: stase van gal: risico galstenen
ERCP: je gaat via papil van vater naar binnen je ziet maar kan ook gelijk stenen kapot maken
trypsine kan ew afbreken
whipple": kop weg duo vast
lipase is betrouwbaarder dan amylase (dit zit ook in speeksel)
als enzymen pancreas niet meer werken: tabletvorm geven
somatostatine door delta cellen in pancreas gemaakt: geeft orgaan rust
cholecystitis: geen icterus want gal kan nog weglopen
cholangitis:gb palpabel door opgehoopte gal die niet wegkan
TIPS: verbinding vp + hepatische venen: bypass je wel lever, deel van macrofagen die schoonmaken sla je over, maar druk gaat wel omlaag
primair: propanalol daarna bandligatie
<5m afwachten
secundair: TIPS OLT (lever transplantatie
les 3
je hebt beide anti Hbs en anti HBeAg nodig om infectie geklaard te hebben
→ geldt niet als je gevaccineerd bent maar dan heb je infectie ook niet geklaard
chronisch heeft niet anti HBeAG en anti HBsAg
(Ag= antistoffen)
hbs = oppervlakte
hbe= envolop dus pre-core ew
hbcag= core ew (deze zie je niet met serologie)
ALT= marker voor schade aan lever(cellen)→ vaak meegenomen bij serologie
plaatje: vanaf 0 moment ben je besmet met het virus
bij pcr zou je positief testen maar je ziet dat je later pas anti-HCV gaat maken
HCv= hepatitis C virus
acuut= as nog niet maar rna wel + extra verhoogde ALT
D krijg je alleen met B
serologie:
D rna + opp ew van B
→ als eerst IgM anti respons tegen D
→ vervolgens tegen B as maken
superinfectie
pro-ew en opp ew zijn aanwezig + verhoogd en je hebt alleen as tegen core-ew (=chronische b)
→ bij super infectie rna D erbij
→ acute respons: IgM anti D maken om te klaren
→ lever krijgt dan ff zwaar
weten: serologie b bij andere IgM daarna IgG + wat voor virus is het
alleen B en C kunnen chronisch zijn
ov geen as gemaakt maar alles met virus wel pos dus wss acute B
actief: zorgen dat as gemaakt worden
passief: immunoglobulines toedienen voor directe immunisatie
→ geheugen stoffen op lange termijn maken
hypoalbunisme= vocht blijft niet in bv maar treedt er uit door osmose
shifting dullness: vocht gaat naar laagste punt (rechtop staan vs liggen): verplaast gebied waar demping is tijdens percussie
obstipatie
digitale ontlediging= met vingers ontlasting uit anus halen
diabetes: schade aan zenuwen: minder parasympatische stimulatie: minder motiliteit
bulk: tekort aan vezels te weinig bulk aan ontlasting→ stimuleert darm niet om best te doen
zonder genoeg water wordt ontlasting erg droog
ODS
1e plaatje: rectocele
2e plaatje: intussusceptie
bij ileus hoor je of helemaal niks of gootsteen geluiden
volvulus= darm draait in zich zelf: obstructie
faecale impactie= heel hard stuk ontlasting doet darm verstoppen
dunne ontlasting langs grote= overloopdiarree
→ bolle uitgezette buik
solling: bekkenbodemspieren te hard aan spannen: verlies kleine beetjes ontlasting
osmotisch diarree minder wnr vasten want niet absorbeerbare hypertone stoffen komen vaak uit wat iemand inneemt
secretoir:
-verminderde Na opname: meer Na in lumen: trekt water aan
-secretie meer: meer osmotisch actieve stoffen in darmlumen: meer water naar lumen
wij kunnen sorbitol niet opnemen: blijft aanwezig in darm lumen
vanaf 3e maken we minder lactase aan (is normaal)
stel je hebt coelieakie: gluten gegeten: veel inflammatie darmwand geweest: mucosa dunne darm (borstelzoom) kapot gemaakt→ lactase zit prc in borstelzoom→ bij schade geen enzym
vetten worden zo verteerd:
triglyceriden: emulficatie mbv galzouten dit om opp waarop enzymen kunnen werken groter te maken
galzouten maken kleine partikels van vet→ enzymen van pancreas kunnen veel makkelijker hun werk doen om triglyceriden af te breken (lipase)
maldigestie: galzouten/lipase te weinig→ vet in ontlasting
malabsorptie: bij schade darmwand
→ mucosa ziekte= overkoepelende term voor alles wat mucosa van darm aantast: vetten en andere vs niet opnemen
bij maldigestie krijg je ook malabsorptie
mensen met CF hebben chloor pomp niet
rota heeft echt oraal vaccin: elke dag druppel op tong: componenten rota virus: immuniteit opbouwen
vagectomie: n. vagus doornemen (Wordt nu bijna niet meer gedaan)
pseudo-appendiculair syndroom: kan beeld van appendicitis na gaan doen
Guillain-Barre: immuunsysteem actief om bacterie op te ruimen→ te actief→ eigen zenuwcellen aanvallen
AO diarree
portie= eenmalig
→ calprotectine typisch verhoogd bij ontsteking maag-darm-kanaal
verzamel= 24 uur
episiotomie= inknippen perineum om te voorkomen dat tijdens partus nog meer uitscheurd
Hirschsprung: deel neurale lijst cellen niet goed verplaatst waardoor laatste gedeelte darm niet goed geinnerveerd is: spanning daar heel hoog
→ achter rectum alle ontlasting ophopen: megacolon
fistels= verbinding tussen darm en dan ergens anders een uitweg: kan erg naar ontsteken vaak bij roken en overgewicht
n.pudendus latentietijd: nervus stimuleren en kijken hoelang tot defecatie: in praktijk wordt dit niet gedaan
enterocele is niet zelfde als rectocele darm vs rectum
ov a rusttonus zou geen afwijking moeten geven
b kijk je naar integriteit van sfinqters
c gaat iemand ook persen (in rust zie je entercele mss niet)
in darm veel bac die bij aorto-enterale fistel in circulatie kunnen komen
vasodilatatie: meer bloed: sneller genezen fissuur
inwendige aambeien dus uit endoterm (want voor linea dentata)
na rubberband ding kan aambei weer ontstaan
-sclerotherapie: fibrose plexus: geen bloed meer→ kan niet groeien
colorectaal carcinoom tnm kennen
diverticulitis: ontsteking zakje
VIN: tumor bij vulva vaak na HPV blootstelling
cyste van Skene: klieren bij clitoris verstopt