Bio 4.3. p105-110
4.3. De lichtreacties in detail: van licht naar ATP en NADPH
Plaats van de lichtreacties:
in het thylakoïdmembraan van de chloroplasten.
Het membraan bevat belangrijke complexen zoals fotosysteem II (PS II) en fotosysteem I (PS I).
Samen met verschillende elektronendragers vormen deze systemen een elektronen transport keten.
Fotosystemen en antennepigmenten:
Een fotosysteem is een groot eiwitcomplex dat tientallen pigmentmoleculen bevat, waaronder:
Chlorofyl a
Chlorofyl b
Carotenoïden
De meeste pigmenten functioneren als een antenne:
Vangen fotonen (lichtdeeltjes) op en geven de energie door.
Een reactiecentrum in het centrum met speciale chlorofyl a-moleculen.

Wanneer lichtdeeltjes door de antennepigmenten worden gevangen:
Wordt de energie overgedragen naar het reactiecentrum.
Daar wordt een elektron in chlorofyl a zo sterk aangeslagen dat het wordt losgelaten.
Dat elektron wordt opgevangen door een elektronenacceptor, wat het startpunt is van de elektronen transport keten.
Stap 1: Fotosysteem II en de fotolyse van water
Werking van Fotosysteem II (PS II):
Vangt lichtenergie op met de antenne en geeft deze door aan het reactiecentrum.
Chlorofyl a-moleculen raken aangeslagen en geven een elektron af aan een elektronenacceptor.
Dit resulteert in een tekort aan elektronen in het chlorofyl a-molecuul, waardoor het erg reactief is.
Fotolyse van water:
Het tekort aan elektronen wordt aangevuld via een water splitsend complex (fotolyse) dat vlak bij PS II ligt.
Bij de fotolyse (splitsing onder invloed van licht) wordt water (H₂O) gesplitst in:
Zuurstofgas (O₂)
H⁺-ionen (protonen)
Elektronen
De elektronen die vrijkomen vullen het elektronentekort in chlorofyl in PS II aan.
Het vrijgekomen zuurstofgas is het O₂ dat planten aan de lucht afgeven.
De gevormde H⁺-ionen worden in het lumen van de thylakoïde verzameld en dragen bij aan een protongradiënt (een concentratieverschil van H⁺ tussen lumen en stroma).
Stap 2: Elektronentransportketen en protonpomp
Overdracht van elektronen in de keten:
De elektronen die uit PS II komen en door de elektronenacceptor zijn opgenomen, worden doorgegeven aan een serie van elektronendragers in de elektronentransportketen.
Bij elke overdracht verliezen de elektronen een beetje energie.
Deze energie wordt gebruikt door een protonpomp om extra H⁺-ionen vanuit het stroma naar het lumen te pompen.
Het resultaat is een hoge concentratie H⁺ in het lumen en een lagere concentratie in het stroma,
Dit veroorzaakt een soort “spanningsverschil” over het membraan, wat door de cel kan worden benut.
Uiteindelijk komen de elektronen na de elektronentransportketen terecht in fotosysteem I (PS I).

Stap 3: Fotosysteem I en de vorming van NADPH
Werking van Fotosysteem I (PS I):
Ook in PS I wordt lichtenergie opgevangen door een antennesysteem, dat de energie doorgeeft aan een reactiecentrum met chlorofyl a.
Dit resulteert in het opnieuw sterk aanslaan van de elektronen, die weer extra energie ontvangen.
Vorming van NADPH:
De energierijke elektronen worden gebruikt om NADP⁺ (nicotinamide-adenine-dinucleotidefosfaat) te reduceren tot NADPH.
NADP⁺ kan worden beschouwd als een lege bus die elektronen en waterstofionen kan oppikken.
Wanneer NADP⁺ elektronen en een H⁺-ion absorbeert, vormt zich NADPH: de bus is dan "gevuld" met energierijke elektronen.
De reactievergelijking is als volgt:

Het elektronentekort in PS I wordt aangevuld door de elektronen die vanuit PS II via de elektronentransportketen zijn doorgegeven,
Hiermee wordt de keten gesloten. de keten is dus rond.
Ondertussen: ATP-synthase en fosforylatie - van ADP naar ATP
Rol van de protonpomp:
De protonpomp, in combinatie met de fotolyse, genereert een hoge concentratie H⁺-ionen in het lumen.
Deze protonen willen zich verplaatsen van het lumen (hoge concentratie) naar het stroma (lagere concentratie).
Aangezien ze niet zomaar door het membraan kunnen, moeten ze passeren via een speciaal eiwitcomplex: ATP-synthase.
Functie van ATP-synthase:
Dit grote enzymcomplex werkt als een soort molentje dat in het thylakoïdmembraan steekt.
Wanneer H⁺-ionen via ATP-synthase van het lumen naar het stroma stromen, Draait dit molentje rond.
De energie die vrijkomt bij deze beweging wordt gebruikt om ADP (adenosinedifosfaat) en fosfaat (Pi) aan elkaar te koppelen tot ATP (adenosinetrifosfaat).
De reactievergelijking voor deze reactie is:
ADP + Pi → ATP
Dit proces, genaamd fosforylatie, produceert ATP en NADPH
specifiek fotofosforylatie, omdat het door lichtenergie wordt aangedreven
Deze worden vervolgens in het stroma gebruikt in de Calvincyclus.
de lichtreacties in totaal
