4.2

  1. Uitleggen waar de soevereiniteit lag in het bestuur van de republiek

    In de Republiek lag de soevereiniteit bij de gewesten. Elk gewest besliste zelf over belangrijke zaken, zoals belastingen en wetten. Samen werkten de gewesten in de Staten-Generaal, waar ze afspraken maakten over gezamenlijke zaken, zoals verdediging en buitenlandse politiek. Er was geen koning; de macht lag bij de regenten (rijke bestuurders) van de steden en gewesten.

  1. Beargumenteren dat her bestuur van de Republiek in die tijd bijzonder was

    Het bestuur van de Republiek was bijzonder omdat er geen koning was, terwijl bijna alle andere landen in Europa door koningen werden geregeerd. De macht lag bij de gewesten en hun regenten, die samenwerkten in de Staten-Generaal. Dit maakte het een soort samenwerking van onafhankelijke gebieden, in plaats van één centraal bestuur, wat uniek was in die tijd.

  1. De taken van raadpensionaris en stadhouder noemen

    Raadpensionaris:

    • Hij was de belangrijkste bestuurder van Holland.

    • Zorgde voor overleg tussen de gewesten.

    • Regelde buitenlandse politiek en financiën.

    Stadhouder:

    • Hij was de legerleider.

    • Verdedigde de Republiek tegen vijanden.

    • Had ook een ceremoniële rol als vertegenwoordiger van de prins van Oranje.

  1. Uitleggen dat er in de Republiek verschillend gedacht werd over de positie van raadpensionaris en stadhouder

    Aanhangers van de raadpensionaris:
    Zij vonden dat de regenten en de gewesten het meeste te zeggen moesten hebben. De raadpensionaris moest dus belangrijker zijn.

    Aanhangers van de stadhouder:
    Zij wilden dat de stadhouder meer macht had, omdat hij van het Huis van Oranje was en hen beter kon beschermen tegen vijanden.